6.1 Sociaal handelen
Samenleven = betekend elkaar ontmoeten, de aard van dat ontmoeten kan
verschillen (verschillende manieren van elkaar ontmoeten)
Sociaal handelen = Ons handelen dat zinvol betrokken is op dat van anderen (in het
verleden, nu, in de toekomst)
Sociaal handelen is n beperkt tot het heden maar kan ook verwijzen naar het verleden
of de toekomst
- Vroegere ervaringen: beïnvloeden hoe we met de ander omgaan
- Toekomst: sociaal handelen = voorbereiding op komende ontmoetingen, bv:
kleden naar een bepaalde gelegenheid, piekeren over wat je straks op het
examen zal zeggen
Weber: n al het handelen is sociaal handelen handelen gericht op objecten, ook wnr
het sociaal is aangeleerd (timmeren) is gn sociaal handelen, ook innerlijk gericht
handelen (mediteren of bidden) is gn sociaal handelen
(bv: verkeerslichten die op groen of rood springen zijn geladen met een sociale
betekenis: wat ‘groen of rood’ betekend is meegegeven tijdens onze opvoeding)
Latour: belang van versteende sociale betekenissen/ artefacten = Technologie en
objecten zijn niet neutraal, ze bevatten en handhaven sociale betekenissen en
machtsverhoudingen. Daarom moet je volgens Latour zowel mensen als dingen zien
als actoren in het sociale netwerk.
ook inrichting van materiële of ruimtelijke omgeving kan gedragsbepalend werken
Bij discussie/ gevecht: houd je even veel rekening met handelen vd anderen als bij
een samenzang of vrijpartij
-ook niet-handelen kan sociaal handelen zijn
-niet per definitie een positieve invulling
Weber: 4 grond categorieën:
, - Doelrationeel sociaal handelen: gericht op het systematisch verwezenlijken van
weloverwogen doelstellingen (verschillende mogelijke doelstellingen worden
tegenover elkaar afgewogen)
= handig voor ondernemingen die enkel winst willen maken of uitbreiding
marktaandeel als doel hebben. Maar het is gn goed handelen wnr duurzaam
produceren een doel is (winstmaximalisatie en duurzaamheid, het ene sluit het
andere doel uit)
- Waarderationeel sociaal handelen: bezit een intrinsieke betekenis (geen
rekening met resultaat van je handelen, maar enkel met het waardevolle vh
handelen zelf)
- Actief (emotioneel sociaal handelen): lijkt persoonlijk aangeleerd maar is ook
maatschappelijk: tijd, ruimte cultuur en van specifieke omstandigheden bv:
Klaagzangen in islamitische culturen = religieuze of culturele uitingen van rouw
of vroeger ‘wees heer ih verkeer’ en nu is er verkeersagressie
- Traditioneel sociaal handelen: onbewust volgen van diep ingewortelde
gewoonten (beleefdheidsregels en etiquette, vasthouden van kerkse rituelen)
6.2 Interactie en communicatie
6.2.1 Interactie
= waarneembaar tussenmenselijk verkeer
(beleefde inattentie = wnr mensen elkaar ongewild ontmoeten, niet opdringerig doen,
tolerant zijn en elkaar niet verdenken van kwade bedoelingen)
Goffman: We gedragen ons anders front stage en backstage.
- Front stage: dit is het “podium” waar we ons bewust presenteren aan anderen.
We letten op ons gedrag, taal en uiterlijk om een goede indruk te maken (bijv.
op school, op werk, in het openbaar).
- Backstage: dit is de privéreeks, waar we ontspannen, onszelf zijn en ons niet
hoeven aan te passen aan verwachtingen (bijv. thuis of bij goede vrienden).
Fysieke afstand die we tijdens interacties moeten bewaren is vaak cultureel bepaald
Persoonlijke ruimte = vaak verboden gebied bv: je kijkt niet over iemand zijn
schouder mee als die persoon geld af haalt
Hall: 4 zones:
- de intieme afstand (tot 30cm) = tussen geliefde of
ouders en kind
- de persoonlijke afstand (30cm – 1m) = vrienden en
goed bekenden
- de sociale afstand (1– 4m) = formele interacties
- de publieke afstand (meer dan 4m) = contact met
groot publiek
vb sociogram
wnr anderen de afstand doorbreken, deinzen mensen
vaak terug: ze werken met hun ellenboog of sturen een afkeurende blik