Hoofdstuk 2: de prenatale fase
2.1 Lichamelijke en fysiologische ontwikkeling
Conceptie = bevruchting van eicel door zaadcel → zet een beweging van celdelingen in gang
Vrouw: sinds geboorte: 400.000 eicellen in eierstokken → tijdens puberteit beginnen rijpen
→ survival of the fittest = de zaadcellen die er in slagen ze vele hindernissen te overbruggen
(= gezonde, bewegelijke cellen die kans op gezonde vrucht verhogen)
2.1.1 De stadia van de prenatale ontwikkeling
266 dagen – 38 weken – ± 9 maand na de conceptie (meestal begint men dag na menstruatie
te tellen en dan zijn het 40 weken)
Versmelting ei + zaadcel = ° zygote
→ 20u na bevruchting: zygote begint te delen terwijl ze op weg is naar baarmoeder/ uterus
3 stadia te onderscheiden tijdens het snelle en ingrijpende veranderen
- De germinale fase (kiemfase)
- Embryonale fase
- Foetale fase
Kiemstadium of germinale fase (eerste 2 weken)
- Celdeling = hoofdactiviteit germinale fase (na 3 dagen: tros van 16-32 cellen = morula)
- Morula nestelt zich in de baarmoeder (na 1 week: 100-150 cellen) → ° blastocyst:
bolvormige celstructuur met binnen in een holte = blastulaholte r
- Blastulaholte:
→ Troblast (= buitenste laag blastulaholte) bevat lucht en voedingsapparaat →
wordt de placenta
→ embryoblast (= binnenste laag) → wordt het embryo (later foetus)
- Plaats waar de cel terechtkomt, zal haar functie bepalen (bv. Sommige cellen zullen
deel uitmaken vd rudimentaire organen
3 kiembladen: (in kiembalden gaan id volgende fase de organen ontwikkelen)
Endoderm (binnenste cellen vormen binnenste laag)
Mesoderm (tussen edo en ecto derm: ° mesoderm tegen einde germinale fase)
ectoderm (buitenste laag vormt ectoderm)
Embryonaal stadium (2 – 8 weken)
, - Start ontwikkeling organen = organogenese (= zeer delicaat stadium)
- Na 8 weken bijna alle organen ontw (uitzondering = uitwendige geslachtsorganen)
- Vrucht: menselijke vorm
→ 3 weken: primitief hartje dat al klopt
→ 4 weken: hersenblaasjes aanwezig =
voorlopers echte hersenen
→ 5 weken: 2 hemisferen waarneembaar
→ 6 weken: stompjes van armen en benen
zichtbaar
→ 8 weken, rudimentaire organogenese
voltooit
- Einde fase: embryo = 2,5 cm lang
- Placenta, navelstreng en
vruchtwaterzak gevormt vanuit
trofoblast
- Navelstreng: verbinding tussen moeder en kind
- Via navelstreng: bloedtransport tussen placenta en embryo
- Via ader in navelstreng: zuurstof en voedingsstoffen naar embryo
- Slagaders id navelstreng zorgen voor afvoer afvalstoffen naar lichaam moeder
- Bloedbaan moeder en vrucht niet rechtstreeks verbonden !!! → placenta & navelstreng
= verbinding en afscheiding tussen moeder en kind
Foetaal stadium (8 – 38 weken)
- Foetale fase = hoofdzakelijk het stadium voor functieontwikkeling (ontwikkelde organen
gaan afgewerkt en verfijnd worden en uiteindelijk gebruikt en geoefend) → hartje gaat
kloppen en bloed door het lichaam stromen, adem en slikbewegingen en oefenen
ledematen
- Geslachtsdifferentiatie: vanaf 6 weken, verschil tussen jongen en meisje agv hormonale
invloeden en chromosomale samenstelling
- Rond 15 à 16 weken: eerste bewegingen voelbaar → Moeder-kindbinding!
- Rond 24 à 26 weken: levensvatbaar bij eventuele vroeggeboorte want organen zijn
klaar voor zelfstandig te functioneren
- Laatste trimester van zwangerschap: sterke gewichtstoename + weinig ruimte
(waardoor de foetus minder bewegelijk is)
2.1 Lichamelijke en fysiologische ontwikkeling
Conceptie = bevruchting van eicel door zaadcel → zet een beweging van celdelingen in gang
Vrouw: sinds geboorte: 400.000 eicellen in eierstokken → tijdens puberteit beginnen rijpen
→ survival of the fittest = de zaadcellen die er in slagen ze vele hindernissen te overbruggen
(= gezonde, bewegelijke cellen die kans op gezonde vrucht verhogen)
2.1.1 De stadia van de prenatale ontwikkeling
266 dagen – 38 weken – ± 9 maand na de conceptie (meestal begint men dag na menstruatie
te tellen en dan zijn het 40 weken)
Versmelting ei + zaadcel = ° zygote
→ 20u na bevruchting: zygote begint te delen terwijl ze op weg is naar baarmoeder/ uterus
3 stadia te onderscheiden tijdens het snelle en ingrijpende veranderen
- De germinale fase (kiemfase)
- Embryonale fase
- Foetale fase
Kiemstadium of germinale fase (eerste 2 weken)
- Celdeling = hoofdactiviteit germinale fase (na 3 dagen: tros van 16-32 cellen = morula)
- Morula nestelt zich in de baarmoeder (na 1 week: 100-150 cellen) → ° blastocyst:
bolvormige celstructuur met binnen in een holte = blastulaholte r
- Blastulaholte:
→ Troblast (= buitenste laag blastulaholte) bevat lucht en voedingsapparaat →
wordt de placenta
→ embryoblast (= binnenste laag) → wordt het embryo (later foetus)
- Plaats waar de cel terechtkomt, zal haar functie bepalen (bv. Sommige cellen zullen
deel uitmaken vd rudimentaire organen
3 kiembladen: (in kiembalden gaan id volgende fase de organen ontwikkelen)
Endoderm (binnenste cellen vormen binnenste laag)
Mesoderm (tussen edo en ecto derm: ° mesoderm tegen einde germinale fase)
ectoderm (buitenste laag vormt ectoderm)
Embryonaal stadium (2 – 8 weken)
, - Start ontwikkeling organen = organogenese (= zeer delicaat stadium)
- Na 8 weken bijna alle organen ontw (uitzondering = uitwendige geslachtsorganen)
- Vrucht: menselijke vorm
→ 3 weken: primitief hartje dat al klopt
→ 4 weken: hersenblaasjes aanwezig =
voorlopers echte hersenen
→ 5 weken: 2 hemisferen waarneembaar
→ 6 weken: stompjes van armen en benen
zichtbaar
→ 8 weken, rudimentaire organogenese
voltooit
- Einde fase: embryo = 2,5 cm lang
- Placenta, navelstreng en
vruchtwaterzak gevormt vanuit
trofoblast
- Navelstreng: verbinding tussen moeder en kind
- Via navelstreng: bloedtransport tussen placenta en embryo
- Via ader in navelstreng: zuurstof en voedingsstoffen naar embryo
- Slagaders id navelstreng zorgen voor afvoer afvalstoffen naar lichaam moeder
- Bloedbaan moeder en vrucht niet rechtstreeks verbonden !!! → placenta & navelstreng
= verbinding en afscheiding tussen moeder en kind
Foetaal stadium (8 – 38 weken)
- Foetale fase = hoofdzakelijk het stadium voor functieontwikkeling (ontwikkelde organen
gaan afgewerkt en verfijnd worden en uiteindelijk gebruikt en geoefend) → hartje gaat
kloppen en bloed door het lichaam stromen, adem en slikbewegingen en oefenen
ledematen
- Geslachtsdifferentiatie: vanaf 6 weken, verschil tussen jongen en meisje agv hormonale
invloeden en chromosomale samenstelling
- Rond 15 à 16 weken: eerste bewegingen voelbaar → Moeder-kindbinding!
- Rond 24 à 26 weken: levensvatbaar bij eventuele vroeggeboorte want organen zijn
klaar voor zelfstandig te functioneren
- Laatste trimester van zwangerschap: sterke gewichtstoename + weinig ruimte
(waardoor de foetus minder bewegelijk is)