benadering van criminaliteit
Opkomst van de criminologie
Van morele naar mentale oorzaken
- Opkomst van het dominante beeld van de crimineel als “mentaal wrak”
• Vanaf de 19de eeuw veranderde de manier waarop men naar criminaliteit
keek.
• Vroeger zocht men verklaringen vooral in morele of religieuze factoren.
• Later verschoof de aandacht naar de mentale en psychologische toestand
van de crimineel.
- Van “fallen men” naar “impaired men”
• Volgens Peter Becker evolueerde het beeld:
o van de “gevallen mens” (fallen men);
o naar de “mentaal beschadigde mens” (impaired men).
• Criminelen werden steeds vaker gezien als mensen met mentale of morele
tekortkomingen.
- Nadruk op mentale zwakte
• Men ging ervan uit dat sommige mensen mentaal minder ontwikkeld of
zwakker waren dan de gemiddelde mens.
• Die mentale zwakten zouden uiteindelijk leiden tot crimineel gedrag.
• Criminaliteit werd daardoor steeds meer verbonden met mentale afwijkingen
en psychologische problemen.
- Belang van therapeutische interventie
• Door deze nieuwe visie groeide de nadruk op behandeling en therapie.
• Men zag criminaliteit niet langer enkel als een kwestie van schuld en straf,
maar ook als iets dat onderzocht en behandeld moest worden.
- Sociale factoren bleven belangrijk
1
, • Mentale verklaringen betekenden niet dat andere oorzaken volledig
verdwenen.
• Factoren zoals:
o alcoholmisbruik;
o werkloosheid;
o armoede;
o sociale omgeving en leefmilieu;
o slechte levensomstandigheden;
bleven beschouwd worden als belangrijke invloeden op criminaliteit.
• Men bleef zich ervan bewust dat sociale omstandigheden een grote rol
speelden.
• Toch zag men het mentale probleem vaak als de doorslaggevende factor die
uiteindelijk tot crimineel gedrag leidde.
- Belangrijke verschuiving van expertise
• In deze periode veranderde ook wie als expert over criminaliteit werd
beschouwd.
• De focus verschoof:
o van praktijkprofessionals zoals politieagenten, magistraten en sociale
hervormers;
o naar antropologen, artsen en wetenschappers.
• Criminaliteit werd steeds meer een wetenschappelijk onderzoeksdomein.
Wetenschap en het strafproces
- Ontwikkeling van wetenschappelijke expertise in strafonderzoek
• Vanaf de late 19de eeuw nam het gebruik van wetenschappelijke technieken
in rechtszaken sterk toe.
• Niet alleen de academische wereld veranderde, maar ook het strafrecht en
gerechtelijk onderzoek.
- Vroege forensische technieken
• Voor de late 19de eeuw gebruikte men al bepaalde onderzoeksmethoden:
2
, o meten van voetafdrukken;
o maken van voetafgietsels;
o opmeten van sporen.
• Deze technieken vormden vroege vormen van forensisch onderzoek.
- Opkomst van toxicologie
• Toxicologie (= studie van gifstoffen) werd een belangrijke nieuwe expertise.
• Men probeerde hiermee vergiftiging vast te stellen.
• Vooral arsenicumvergiftiging kreeg veel aandacht.
• Er bestonden echter nog veel beperkingen:
o onbetrouwbare resultaten;
o risico op foutieve analyses en valse positieven.
- Autopsie en medische analyses
• Autopsies en onderzoeken werden vaak door verschillende personen
uitgevoerd.
• Hierdoor ontbrak soms een uniforme of consistente aanpak.
- Dualiteit van expertise
• Experts konden optreden voor zowel:
o de aanklager;
o de verdediging.
• Wetenschappelijke expertise was dus niet volledig neutraal en kon in
verschillende richtingen geïnterpreteerd worden.
- Ontoerekeningsvatbaarheid en psychiatrische expertise
• Vanaf de 19de eeuw kwam psychiatrische expertise sterk op.
• Men ging onderzoeken in welke mate een verdachte geestelijk
verantwoordelijk was voor zijn daden.
• Psychiatrie kreeg daardoor een steeds belangrijkere plaats binnen het
strafrecht.
- Historisch voorbeeld: Pierre Rivière
• Pierre Rivière vermoordde in 1835 zijn moeder en twee broers.
3