1) Bespreek de verschillende soorten diuretica.
Inleiding
Diuretica zijn geneesmiddelen die de uitscheiding van water en zout door de nieren
verhogen, wat leidt tot een toegenomen urineproductie en volume. Dit vermindert de
water- en zoutretentie in het lichaam. Bij chronisch hartfalen zijn zoutbeperking en het
gebruik van diuretica de eerste maatregelen om zout- en waterretentie te beperken.
Diuretica worden ook beschouwd als eerstelijnsbehandeling voor hypertensie.
De algemene e)ecten van diuretica bij hypertensie zijn niet volledig duidelijk, maar
omvatten een vermindering van de Na+-voorraden in het lichaam, een initiële daling van
het bloedvolume en hartdebiet, en eventueel een initiële stijging van de perifere
weerstand. Na 6 tot 8 weken normaliseert het hartdebiet en daalt de perifere weerstand.
Sommige diuretica hebben ook een beperkt vasodilaterend e)ect.
Bij acute toediening van diuretica en bij de start van een onderhoudstherapie is het
belangrijk om het ionogram te controleren. De inname van diuretica voor
onderhoudstherapie kan het beste 's morgens gebeuren.
Soorten Diuretica
1. Koolzuuranhydrase-inhibitoren
Vb’en: Koolzuuranhydrase-inhibitoren zijn sulfonamidederivaten. Acetazolamide is het
belangrijkste product.
Werking:
- Koolzuuranhydrase helpt bij de opname van natriumbicarbonaat (NaHCO₃) in de nier.
- De Na⁺/H⁺-uitwisselaar wisselt natrium uit tegen waterstof in de niertubulus.
- Waterstof bindt aan bicarbonaat en wordt omgezet in water en CO₂, wat weer de cel in
gaat en opnieuw bicarbonaat vormt.
- Koolzuuranhydrase is dus nodig om bicarbonaat terug te winnen in de proximale
tubulus.
- Remming van koolzuuranhydrase zorgt voor minder opname van natriumbicarbonaat
en water, waardoor urine alkalisch wordt en het lichaam zuurder (acidose).
- Het diuretisch eQect neemt na een paar dagen sterk af.
,Farmacokinetiek:
- Goede absorptie na perorale inname.
- De urinaire pH stijgt al na 30 minuten, met een maximaal eQect na 2 uur, dat 12 uur
aanhoudt.
- Eliminatie gebeurt renaal —> dosisaanpassing is nodig bij nierinsuQiciëntie.
Indicaties:
Hoewel ze niet veel meer als diuretica worden gebruikt, hebben ze specifieke indicaties:
§ Open hoek glaucoom: vermindert de productie van oogvocht, wat de oogdruk
verlaagt. Dit kan systemisch of lokaal met oogdruppels (dorzolamide).
§ Acuut gedecompenseerd hartfalen: onderzoek heeft aangetoond dat het
toevoegen van acetazolamide aan lisdiuretica kan leiden tot succesvolle
decongestie.
§ Metabole alkalose tgv diureticagebruik bij ernstig hartfalen: acetazolamide kan
zowel de alkalose corrigeren als een lichte bijkomende diurese induceren.
§ Acute mountain sickness: kan de symptomen verminderen door de productie en
pH van het cerebrospinaal vocht te verlagen (oQ-label gebruik).
Toxiciteit/Bijwerkingen:
= De meeste bijwerkingen zijn het gevolg van de alkanisering van de urine en metabole
acidose:
§ Verergering van metabole of respiratoire acidose
§ Nierstenen
§ Kaliumverlies via de nier en dus hypokaliëmie
§ Meer ammoniak in de systeemcirculatie, wat de kans op encefalopathie vergroot;
levercirrose is daarom contra-indicatie!
§ hoge dosis: slaperigheid en paresthesieën
,2. Thiaziden
Vb’en: Hydrochloorthiazide, chloortalidon, indapamide. (Thiaziden zijn sulfonamiden).
Werking:
- Thiaziden werken in de distale tubulus
- Ze blokkeren de Na/Cl-symporter aan de luminale zijde van de epitheelcellen,
onafhankelijk van hun koolzuuranhydrase-inhiberend eQect.
- De nefronsegmenten die verantwoordelijk zijn voor K+-secretie liggen distaal van de
werkingsplaats van de thiaziden. De toename van de luminale Na+-belasting en
vochtbelasting in de distale nefronsegmenten leidt tot een verhoging van de K+-secretie.
- Bij chronische toediening van thiaziden vermindert de Ca2+-excretie, door
toegenomen proximale Ca-reabsorptie (t.g.v. volumedepletie) en toegenomen Ca-
reabsorptie in de distale tubulus door een rechtstreeks eQect van thiazide.
Farmacokinetiek:
- Perorale inname.
- Alle thiaziden worden gesecreteerd door het secretiemechanisme voor organische
zuren ter hoogte van de renale tubulus en concurreren hiervoor met urinezuur.
Indicaties:
§ 1e lijnsbehandeling van hypertensie (bij GFR > 30 ml/min). Ze zijn diuretisch en
zwak vasodilaterend, en eQectief bij 2/3 van de patiënten met matige essentiële
hypertensie.
§ Verminderen van polyurie en polydipsie
Bijwerkingen:
§ Hypokaliëmische metabole alkalose
§ Hyperuricemie en het uitlokken van jichtaanvallen.
§ Hyperglycemie (hoewel lage doses niet gecontra-indiceerd zijn bij patiënten met
diabetes).
§ Transiënte hyperlipidemie
§ Hyponatriëmie (door hypovolemie met verhoogd ADH, verminderde verdunning
van urine door de nier, en verhoogde dorst). R/ vochtinname beperken en
dosisreductie.
, 3. Lisdiuretica
Vb’en: Furosemide, bumetanide, torasemide (afgeleid van sulfonamiden).
Werking:
- Lisdiuretica remmen selectief de heropname van NaCl in het opstijgende deel van de
lis van Henle via inhibitie van de Na⁺/K⁺/2Cl⁻-cotransporter in het luminale membraan.
Dit leidt tot:
Krachtig diuretisch eQect:
- Ze behoren tot de sterkste diuretica door het hoge NaCl-absorptievermogen in dit
segment.
- Hun werking wordt niet beperkt door acidose, in tegenstelling tot
koolzuuranhydraseremmers.
Elektrolytveranderingen:
- Vermindering van de positieve intraluminale K⁺-potentiaal vergemakkelijkt de excretie
van Mg²⁺ en Ca².
- Hypomagnesiëmie is een mogelijke bijwerking, maar hypocalciëmie treedt zelden op
door compenserende Ca²⁺-resorptie in de distale tubulus.
Hemodynamische eQecten
- Ze veroorzaken venodilatatie, wat de systemische veneuze retour vermindert.
- Hierdoor kan furosemide al snel symptomatische verlichting geven bij longoedeem,
nog vóór het diuretisch eQect optreedt.
Farmacokinetiek:
- Zeer snelle absorptie na perorale inname, tenzij bij hartfalen.
- Bij acuut longoedeem is IV de beste optie omdat de absorptie na perorale inname vaak
slecht is door verminderde perfusie.
- Eliminatie door glomerulaire filtratie en secretie. Na IV toediening is er een zeer snelle
diuretische respons die 2 à 3 uur duurt. Furosemide werkt aan de luminale zijde van de
tubulus, dus hoe meer furosemide in de urine wordt geëxcreteerd, des te meer
diuretische respons er is.