Communicatiewetenschappen...................................................3
Introductie en inleiding....................................................................3
H1: Bouwstenen van een discipline en een praktijk............................4
Het teken als basis voor betekenisvol communiceren.................................................4
Elementen van het communicatieproces.....................................................................8
Communicatiemodellen............................................................................................. 13
Visies van communicatie...........................................................................................19
Vormen van communicatie........................................................................................21
H2: The young and the restless......................................................23
Status........................................................................................................................ 23
Ontstaan en ontwikkeling van communicatiewetenschappen als discipline...............23
Paradigmatische strijd in de communicatiewetenschappen.......................................25
Theoretische diversiteit in de communicatiewetenschappen.....................................27
H3: Coming of age..........................................................................29
Massamaatschappij................................................................................................... 29
Massamaatschappijtheorie........................................................................................31
Propaganda................................................................................................................ 32
H4 Mainstreamparadigma...............................................................36
Mosterd van communicatiewetenschappen...............................................................36
media en publiek: Van machtige media naar limited effects en weer terug..............44
H5: Alternatieve paradigma............................................................49
Marxistische benaderingen........................................................................................49
Kritische theorie en Frankfurter schule......................................................................52
Politieke economie van communicatie.......................................................................55
Cultural studies.......................................................................................................... 59
Post-benaderingen..................................................................................................... 61
H6: Nieuwe tijden, nieuwe theorieën...............................................64
Media en communicatietechnologie: een onderzoeksmatig niemandsland?..............64
Diffusie van technologische innovaties......................................................................64
Mediumtechnologische benaderingen.......................................................................67
Informatiemaatschappijtheorie..................................................................................68
Nieuwe mediatheorieën.............................................................................................69
H7: Krachtlijnen.............................................................................71
Four things you didn’t know about (media) theory....................................................71
Baran en Davis: vier soorten mediatheorieën............................................................72
Sociaalwetenschappelijke mediatheorieën: een beknopt overzicht...........................72
Slotbedenking: 3 assen van mediatheorieën.............................................................79
H8: Historisch perspectief..............................................................81
Mediasgeschiedenis: media en/in maatschappelijke omwentelingen.........................81
Voorlopers van communicatie-en mediatechnologieën: orale en schriftelijke cultuur82
Vier grote revoluties: Printmedia...............................................................................84
Beelden en beeldmedia.............................................................................................86
Het tijdperk van telecommunicatie............................................................................88
1
, Hedendaagse communicatie: de tijd van digitalisering, convergentie en globalisering
.................................................................................................................................. 90
H9: Sociologisch perspectief...........................................................92
Centrale thema’s (Deuze&McQuail)...........................................................................92
Cultuur en identiteit................................................................................................... 97
Communicatorstudies................................................................................................ 99
De gatekeeper......................................................................................................... 103
Beroepsrol en de professionalisering van de communicator....................................104
H10: Media-economie...................................................................105
Inleiding................................................................................................................... 105
Economische basisprincipes van media...................................................................105
antwoorden en strategieën tegenover de ‘risky media business’............................107
Nieuwe media-economie.......................................................................................... 108
De mogelijkheden van de ‘long tail’.........................................................................108
H11: Normatieve perspectieven en beleid......................................110
Normatieve modellen...............................................................................................110
Mediabeleid............................................................................................................. 113
Normatieve aspecten van media (regels)................................................................113
H12: Media-inhoud en representatie..............................................115
Representatie, beeldvorming en media...................................................................115
Verschillende Vormen van media-inhoud.................................................................120
inhoudsanalyse: Framinganalyse (Goffman, Entman)..............................................121
H13: Een publieksperspectief........................................................122
De ontvanger/publiek.............................................................................................. 122
Publieksonderzoek................................................................................................... 122
Persuasieve communicatie......................................................................................123
Mediawijsheid.......................................................................................................... 125
Examen informatie.......................................................................127
2
,COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN
INTRODUCTIE EN INLEIDING
Even kaderen…
Wat is communicatiewetenschappen?
Wetenschappelijke studie van relatie tussen media of communicatieprocessen en de
samenleving
Communicatiewetenschap is zoals lego
- Uniek aan lego: je koopt een doos met blokjes en daarmee kan je zelf aan de slag. Je
kan creatief zijn (huis maken, voertuig maken, enz.)
- Link met communicatiewetenschappen: als je een discipline aanleert, dan krijg je bij
wijze van spreke een doos met legoblokken. Alleen benoemen we het niet als
legoblokken, maar als concepten. Met die concepten gaan we aan de slag en finaal
bouwen we daarmee een model van communicatie
- 2e gelijkenis: Je kan met dezelfde doos legoblokken 3 verschillende huizen maken. Dit is
ook typerend voor een wetenschappelijke discipline. Iedereen krijgt bij wijze van spreke
dezelfde doos concepten, maar je zal snel merken dat die modellen waarmee we aan de
slag gaan, dat niet alle blokjes daar aanwezig zijn of dat bepaalde blokjes een andere
functie krijgen in een ander model.
Bouwstenen (concepten) waarmee we aan de slag kunnen
• Het is een jong vakgebied: vergeleken met disciplines zoals psychologie,
sociologie of taalwetenschappen bestaat het nog niet zo lang als zelfstandige
academische richting.
• Het vakgebied is breed en divers: er zijn veel verschillende invalshoeken,
thema’s en onderzoekstradities. Dat kan leiden tot een
zekere fragmentatie (er is niet altijd één duidelijke kern of
gemeenschappelijke theorie).
• Het heeft interdisciplinaire invloeden: communicatiewetenschappen haalt
kennis, methoden en theorieën uit andere disciplines, zoals sociologie,
psychologie, taalkunde, politicologie, economie en media- en cultuurstudies.
• Het bevat ook een belangrijk taalaspect: communicatie draait vaak om taal
(mondeling, schriftelijk, digitaal). Het analyseren van taalgebruik en betekenis
is dus een cruciaal onderdeel, naast bijvoorbeeld visuele en digitale vormen
van communicatie.
3
, H1: BOUWSTENEN VAN EEN DISCIPLINE EN EEN PRAKTIJK
HET TEKEN ALS BASIS VOOR BETEKENISVOL COMMUNICEREN
Semiotiek: overkoepelend veld voor de ‘leer van tekens’
Subdomeinen:
• Fonologie: Gaat over klanken en de klankleer (vb hoe Engelse woorden
uitgesproken worden)
• Syntaxis: Gaat over structuren: patronen die je terugvindt wanneer
communiceert
• Semantiek: Wat is de relatie tussen een teken en de betekenis?
• Pragmaticus: Relatie tussen een tekengebruiker en een bepaalde betekenis. Wat
is het praktische nut van de gebruikte tekens
Bv pragmaticus: 9000 is voor de meeste gewoon een getal, maar voor een gentenaar is
dat hun postcode
BASISCONCEPTEN
Kernvraag: hoe ontstaat betekenis?
• Intensie: de criteria die bepalen of iets onder een begrip valt.
• Extensie: de verzameling dingen waarop die criteria van toepassing zijn.
Voorbeeld: Democratie
• Intensie = bestuursvorm waarin burgers inspraak hebben
• Extensie = België, Nederland, …
Voorbeeld: Romantische komedie
• Intensie = filmgenre met romantiek + humor
• Extensie = Notting Hill, Bridget Jones’s Diary …
TEKEN
Teken volgens De Saussure:
• Betekenaar/signifiant: materiële vorm (foto, schrift, uitspraak, tekening, …)
(Sa)
• Betekende/signifié: dat waar de tekenvorm naar verwijst (betekenis, concept,
object, …) (Se)
• Relatie tussen beide: obv afspraak
Bv. Het woord “boom” (Sa) verwijst naar het concept “boom” (Se).
Teken-referent: Niet elk woord heeft een vast teken, maar meestal wel een referent
(iets in de werkelijkheid of een symbool dat je eraan koppelt).
Bv liefde: sommige mensen linken een hartje en sommige aan de kleur rood
4