Ppt is niet voldoende, dat legt enkel de verbanden voor de
leerstof id cursus -> boek noodz!
4 leesstukken op Ufora: zelfstudie
o Die mogen we meenemen oh examen!
NIET VERGETEN!
o Wel niet schrijven! Regels zoals codex
o Examenvraag id vorm van begrijpend lezen & een examenvraag
over een persoonlijk standpunt (zinvol, goed gestructureerd, goed
beargumenteerd)
Enkele begrippen
o Vroegere naam: “zakenrecht/zakelijke zekerheidsR²”
Reden: Nieuwe Boek 3 BW sinds 1 september 2021, daar
beslist om voortaan te spreken over “goederenrecht”
(examen!)
Maar alle verhoudingen tot stand gekomen VOOR 1
september 2021 & blijven duren NA die datum: BLIJVEN
onder oude R
o Ih PvR: regelt verhouding tussen rechtssubjecten (NP² V RP²)
= goederenrecht maakt degeel uit vh ‘vermogensrecht’: R tot
regeling van de patrimoniale (= op geld waardeerbaar)
subj R² (= R² die gericht zijn oh patrimonium/vermogen van
rechtssubjecten)
3 soorten patrimoniale subj R²
VorderingsR²: geven ae rechtssubject het R oe
prestatie ve ander rechtssubject
o Dus : gaat over rechtsverhoudingen tussen
rechtssubjecten
o 3 soorten prestaties: doen, laten/niet doen &
geven (art 5.45, 2e lid BW)
o Bestudeerd ih VT-R
Int. R²: geven ae auteur een tijdelijk, exclusief
exploitatierecht oe originele creatie vd menselijke
geest
o Bv octrooi, auteursrecht, merken
o Soms probleem wnr het creatie ve machine
is
1
, o Laten auteur toe 3en te verbieden die
creatie te gebruiken V te miskennen
Zakelijke R²: rechtssubject krijgt rechtstreeks
zeggenschap oe bep goed
o dit is wat wij hier bestuderen/door het
goederenrecht: relatie rechtssubject – goed
o Enkel wetgever kan zakelijke R² creëren (art
3.3, 1e lid BW)
o Varieert in draagwijdte ifv de aard vh
zakelijke R (eigendom, mede-eigendom,
zakelijke gebruiksR² & zakelijke zekerheden),
meest ruime goederenrecht:
‘eigendomsrecht’
Beperktere heerschappij oe goed kan:
‘zakelijke gebruiksrechten’ (=
facetten vh eigendomsrecht, maar niet
alles) (art 3.3, 3e lid BW)
Vruchtgebruik, opstalrecht,
erfdienstbaarheden &
erfpachtrecht
Mede-eigendom = variant van
eigendomsrecht, heeft eigen
kenmerken
Eigendomsrecht & zakelijke
gebruiksrechten: ‘zakelijke hoofdR²’,
hebben betrekking oh goed zelf
o Zijn waarborgen (bv wnr A geld leent aan B,
moet B een waarborg geven zodat SE A weet
dat hij geld zal terug krijgen)
o Wij bestuderen de zakelijke zekerheden (art
3.3, 4e lid BW): retentierecht, pandrecht,
hypotheek & voorrechten
Reden: deze zijn geconcretiseerd bij
een goed
Vormen als waarborg ve
schuldvordering het accessorium
(bijzaak) ve schuldvordering
SE met zakelijke zekerheid:
voorrang od andere SE²
Accessoire zakelijke R² hebben
betrekking od geldwaarde vh
goed
2
, Bv je wil huis kopen & leent bij bank: je
geeft huis als waarborg ad bank, zodat
die weet dat die sws zal terugbetaald
worden (of via afbetaling, of via huis)
Als waarborg slaat oe OG: een
hypotheek, als waarborg slaat oe RG:
een pand
o Derdenwerking: om aan 3en aan te tonen
dat jij eigenaar bent ve zakelijk R
= de “publiciteit van zakelijke R²”
=> cruciaal, ook deel vh
goederenrecht
Modernisering vh goederenrecht
o
o B goederenrecht lang volledig bepaald door BW van 1804, dat
gericht was od agrarische SL uit die tijd
Hoofdz appartementsrecht, Hypotheekwet & Pandwet vaak
hervormd, maar ook goederenrecht door MvJ Koen Geens
In 2018 wetsontwerp van Boek 3 (“Goederen”) afgekeurd
door Kamer, maar id volgende regeerperiode ander
wetsontwerp aangenomen => leidde tot wet van
4/02/2020 houdende Boek 3 “Goederen”, in
werking op 1 september 2021
Belang vh zakenrecht
o = Biedt houvast, geeft het belang vd welvaart (eigendomsrecht =
grondrecht, zowel id GW (art 16 GW) als # internat instrumenten (bv
art 1 1e Aanvullende Protocol EVRM))
Welke aanspraken burgers op welke goederen kunnen laten
gelden, bepaalt de omvang vh vermogen vd burgers
En dat vermogen bepaalt de levenskwaliteit vd
betrokken burger (bepaalt bv ook of die burger
leningen/krediet zal krijgen,..)
Bepaalt ook de solvabiliteit vd eigenaar als
medecontractant in vele commerciële transacties
Kan als onderpand vh krediet dienen
o OG² kunnen niet worden verhandeld buiten de plaatselijke kring van
p² die elkaar kennen en vertrouwen, niet als onderpand dienen voor
een krediet of worden gebruikt als investering
o Bij de voorbereiding vh BW 1804 benadrukte PORTALIS het belang vh
goederenrecht binnen het PvR
3
, o (Sinds Fr Rev) Men wou af van monopolie van bep p² op alles &
daarmee gekoppelde ongelijkheid en armoede
Streefden naar systeem waar elke burger kon zeggen “Dit is
van mij & geef dit door aan mijn volgende generatie”
Als we herverdelen (niet # p² alles maar ied beetje): goed
rechtssysteem & VOORAL PUBLICITEITSSYSTEEM nodig
Want: snel & met zekerheid weten wie welk vermogen
heeft, is nuttig voor de medecontractant & voor de
overheid
Eigendomstitels/’titling’ geven aan je bevolking is
CRUCIAAL: toont aan anderen dat iets jouw eigendom is
Adhv dit titels kan je dan bv je huis opnieuw bouwen
wnr het is verwoest na een overstroming, want
daarmee kan je bewijzen dat je eigenaar bent
(zonder titels => wet vd sterkste)
manier om eigendomsrecht te bewijzen
Enorm belangrijk, zie bv bij val Joegoeslavië: ied
probeerde direct eigendomstitels te vernietigen om
land te verwerven
Vandaag ook belangrijk ihkv online data,
duurzaamheidsvraagstuk (goederen die van ied
zjin/de ‘commons’/gemeensch-/gemene goederen
(bv lucht, water,..); zie tragedy of the commons (ied
pakt voor zichzelf ten nadele vh alg belang)) =>
goederenrecht is nooit af
# termen
o Zakelijke R² ≠ vorderingsR² & intellectuele R²; essentieel verschil: de
rechtstreekse verhouding tussen titularis zakelijk R – goed waarop
het zakelijke R betrekking heeft
o Zaak (alg): al wat bestaat, muv de mens
Hier wordt niet meer over gesproken, nu spreken we van
‘goederen’: alle vwp² vatbaar voor toe-eigening miv de
vermogensR² (art 3.41 BW)
= een vorderingsrecht is dus ook een goed, een
vermogen
=> een op geld waardeerbare zaak
Vroeger ‘zaak’ & ‘goed’ als synoniemen gebruikt. Nu spreken
we nog van ‘zakelijke’ R² maar niet meer van ‘zaken’, wel nog
van ‘goederen’
o Vwp: wat geen p & dier is, ongeacht of het vwp natuurlijk (bv appel)
V kunstmatig (bv pc), lichamelijk V onlichamelijk is (art 3.38 BW)
4