DEEL 1: HET STRAFRECHT
HOOFDSTUK 1: SITUERING VAN HET STRAFRECHT
1. WAT IS STRAFRECHT?
Definitie
• Wat?
o Regels die gedragsvoorschriften bevatten, opgelegd door de overheid.
▪ Bij overtreding → misdrijf.
▪ Beschermt ook burgers tegen onredelijke overheidstussenkomst.
• Toepassing:
o Niet iedereen kan misdrijven plegen.
▪ Overheid heeft soms immuniteit.
▪ Bedrijven kunnen niet in een gevangenis belanden.
• Opdeling:
o Algemeen materieel strafrecht: algemene regels en principes (bv. legaliteitsbeginsel).
o Bijzonder materieel strafrecht: specifieke gedragingen die als misdrijf omschreven zijn (bv. diefstal).
Voorbeelden van strafrecht en reputatieproblemen in de media
• Rechtszaak tegen Netflix (Fairstein / When They See Us)
o Serie over de Central Park Five: vijf jongeren die onterecht veroordeeld werden.
o Fairstein, toen hoofd van de afdeling seksueel geweld, vindt dat ze fout en oneerlijk is afgebeeld.
o Rechter: sommige scènes lijken écht feiten → ze mag hiervoor een zaak starten.
o Gevolg: verlies van boekcontract, ontslag bij een universiteit, zware reputatieschade.
• Brigitta Callens en de film Zillion
o Ze wou niet meewerken aan de film.
o Toch wordt ze in de film neergezet alsof ze iets te maken had met een homejacking.
o In werkelijkheid: ze was slachtoffer en kreeg schadevergoeding.
o Gevolg: reputatieschade → ze denkt aan een rechtszaak.
Politieke en etnische grenzen in het strafrecht
• Het aardappelproces (Gent)
o UGent deed onderzoek naar genetisch gemodificeerde aardappelen.
o Activisten vernielden proefvelden uit protest.
o Discussie: vrijheid van meningsuiting en protest vs. strafbaar vandalisme/verwoesting van eigendom
o Kernvraag: zijn activisten criminelen of enkel politieke actievoerders?
➔ Waar ligt de grens tussen het uiten van een mening of politieke boodschap en het veroorzaken van
schade bij anderen?
,Klassenjustitie en ongelijkheid in de toepassing van het recht, voorbeelden:
• Miljonair fraudeert met stempelkaarten: sluit deal, moet niet naar de gevangenis.
• Man licht RIZIV op met valse voorschriften: wel vervolging → toont verschil in aanpak.
• Abortus & euthanasie: zware maatschappelijke debatten, wet verschilt naargelang politieke keuzes en context.
• Drugsbeleid:
o Antwerpen: 75 euro boete per joint.
o Gent: onderzoekt gebruikersruimtes → meer focus op volksgezondheid.
➔ Kernidee: “Iedereen gelijk voor de wet” blijkt in de praktijk niet helemaal waar
=> Behandeling kan verschillen volgens klasse, regio of context.
2. WAAR STAAT MATERIEEL STRAFRECHT?
Het oude strafwetboek is aangenomen in 1867: daar werken we vandaag de dag nog altijd mee, maar doorheen de jaren is
dat veel aangepast aan nieuwe visie, wetenschappelijke vooruitgang…. -> in de plaats van dit steeds aan te passen, werkt
men door een complementaire wet aan te nemen (vb een probatiewet, een interneringswet…)
Hoofdbron: Strafwetboek
• Algemeen materieel strafrecht
o Boek I Strafwetboek
o Voorafgaande titel Wetboek van Strafvordering
o Complementaire wetten: heeft te maken met het algemeen strafrecht
o Aanvullende wetten, decreten en ordonnanties
o Internationale bronnen
• Bijzonder materieel strafrecht
o Boek II Strafwetboek
o Bijzondere wetten: bijzondere strafrecht en specifieke misdrijven
o Decreten en ordonnanties
o Internationale bronnen
Verhouding tussen het algemeen en bijzonder strafrecht
• Oude versie
o Wisselwerking tussen boek I en boek II door een scharnierartikel:
▪ Boek I = algemene strafrecht
▪ Boek II = bijzonder strafrecht
▪ Er zijn ook strafwetten buiten het Strafwetboek (bv. drugswet).
o Scharnierartikel (art. 100 oud Sw):
▪ Regelt hoe bepalingen uit Boek I kunnen toegepast worden op misdrijven uit bijzondere wetten.
▪ Hoofdregel: Boek I geldt, tenzij de bijzondere wet zelf iets anders zegt.
▪ Uitzondering: Hoofdstuk VII en art. 85 → nooit van toepassing, tenzij uitdrukkelijk vermeld.
o Praktisch:
▪ Eerst kijken in de bijzondere wet.
▪ Staat daar niets (vb er staat niet “bij gebreke van andersluidende…” → toepassen van Boek I.
▪ “met uitzondering van hoofdstuk VII en van artikel 85” → als die erin moeten, moet je dat expliciet
zeggen
, • Nieuwe versie
o Scharnierartikel (art. 77 nieuw Sw):
▪ Hoofdregel blijft: als de bijzondere wet niets specifieks zegt → regels van Boek I toepassen.
▪ Verschil met de oude versie:
• De uitzonderingen (hoofdstuk VII en art. 85) zijn geschrapt.
• Kortere, eenvoudigere formulering → “de staart eraf geknipt”.
• Kritiek
o Probleem na nieuwe versie scharnierartikel:
▪ Door het wegvallen van de vroegere uitzonderingen (bv. hoofdstuk over deelneming, art. 85),
worden de regels uit Boek I nu automatisch toegepast op misdrijven in bijzondere
wetten/verordeningen.
▪ Gevolg: men moet telkens opnieuw nagaan of het wel wenselijk is dat die regels van toepassing
zijn.
3. IS STRAFRECHT PUBLIEK OF PRIVAAT RECHT?
Strafrecht = publiek recht
• Regelt de relatie tussen de burger ↔ de overheid.
• Verticale werking: overheid legt regels op, burgers moeten volgen.
• Van openbare orde: burgers kunnen niet onderling afspreken dat iets geen misdrijf is.
Gevolg:
• Slachtoffer speelt geen hoofdrol meer in het strafrecht
o Vroeger was het zo dat er een aantal misdrijven waren die enkel vervolgd konden worden als het
slachtoffer dat wilde en dus een klacht indiende
• Strafrecht draait in essentie om bescherming van de samenleving, niet om privaat belang.
• Het klassieke klachtmisdrijf (waarbij slachtoffer vervolging kan sturen) bestaat niet meer.
, HOOFDSTUK 2: FUNCTIES EN ACHTERGRONDEN VAN HET STRAFRECHT
1. HISTORISCHE OVERZICHT VAN DE 6 GROTE TIJDVAKKEN
1) Jager-verzamelaars
• Kenmerken samenleving:
o Kleine groepen
o Sterke onderlinge banden
o Controle via schaamte en schuld
• Gevolg:
o Egaliteit, cohesie en stabiliteit
o Geen echte behoefte aan een formeel strafrecht
2) Landbouwers
• Kenmerken samenleving:
o Grotere groepen → meer heterogeniteit en onrust
o Complexe sociale structuren
o Minder remmen door persoonlijke relaties
o Groter risico op escalatie van conflicten
• Gevolg: nood aan strafrecht
o Strafrecht moet geweld beperken en beheersen.
o Strafrecht geeft overheid de macht om geweld toe te laten of te verbieden → duidelijk maken wat
ongewenst is en welke gedragingen gestraft worden.
3) Archaïsche periode
• Geen echt strafrecht
o Samenleving = primitief georganiseerd
o Conflicten werden privé opgelost, geen rol voor de overheid.
o Strafrecht in deze periode was dus nog niet echt aanwezig.
• Talio-recht / talio-principe (wraakrecht)
o Vergelding en wraak stonden centraal → “oog om oog, tand om tand”.
o Geen proportionaliteit: de straf kon veel te zwaar zijn.
o Mensen namen het recht in eigen handen
▪ ➔ Leidde tot steeds meer conflicten.
▪ ➔ Conflicten konden eindeloos blijven duren, omdat wraak opnieuw wraak opriep.
▪ ➔ Soms nt duidelijk waarom er vijandigheid bestond tss clans, maar het bleef toch voortduren.
• Voorbeeld Albanië
o Men denkt vaak dat het talio-recht enkel in de primitieve samenlevingen voorkwam, maar in Albanië
speelt het nog steeds een rol.
o Na de val van het communisme kwam de bloedwraak opnieuw sterk naar voren.
o Families worden opgesloten in hun huizen omdat kinderen en volwassenen gevaar lopen door de
bloedwraak, wanneer voorbeeld de vader van het gezin een moord heeft gepleegd.
4) Middeleeuwen
• Overheid en rol van de vorst
o De vorst trad op als bemiddelaar om rust en veiligheid in de samenleving te garanderen.
o Strafrecht werd hierdoor een publieke aangelegenheid i.p.v. een privézaak.
• Belangrijke concepten:
o Compositio en fredus: concepten die verklaren wat de basis is of achtergrond van de schadevergoeding
van vandaag in ons strafrechtsysteem
▪ Compositio: bloedgeld waarmee je wraak afkocht (voorloper van schadevergoeding).
▪ Fredus: het bedrag dat je aan de vorst betaalde als vergoeding voor schade of verstoring van de
orde (voorloper van de geldboete)
• Schadevergoeding: aan slachtoffer
• Geldboete: aan overheid