Deel 4: België, een federale staat =
Hoofdstuk 1: Federalisering in België=
België als unitaire staat:
België=
Onafhankelijk in 1830 oprichting van unitaire staat (= 1 parlement en 1 regering)
o 1 centrale overheid, 1 regering voor heel het land en enkele Belgische partijen
Katholieken
Liberalen
Socialisten
Eerst voertaal in politiek, gerecht, onderwijs in het frans veroorzaakte conflict met Nederlandstalige (voelde 2 de rang burgers)
ontstaan verschillende taal wetten (verloop moeizaam) , door WO1 is er een scheiding van Vlamingen en Walen
o Jaren ’50 Vlaanderen kiest voor moderne inductie V wordt economisch sterker dan W V meer inspraak in politiek
land wordt opgesplitst in deelstaten met elk zijn eigen bevoegdheden.
België als federale staat:
Staatshervormingen=
6 staatshervormingen in totaal
3de staatshervorming van 1993 grondwet: “België is een federale staat, samengesteld uit gemeenschapen en gewesten.”
Federale overheid=
Beslissen over :
o economische en monetair belijdt,
o Buitenlands beleid justitie,
o ordehandhaving,
o openbaar ambt,
o sociale zekerheid
3 gemeenschappen (basis van taal)
o Vlaamse
o Franstalige
o Duitstalige
o Bevoegdheidsdomeinen cultuur, onderwijs, taalgebruik, persoonsgebonden materies (gezondheidzorg, welzijn,
gehandicaptenbeleid, jeugdbeleid, …)
Vb= alle scholen in Vlaanderen waren Vlaams (buiten Franse afdeling in KUL) (in 1968 is KUL opgesplitst in Leuven
en louvain la neuve)
3 gewesten (basis van economische regio’s)
o Vlaams
o Brussel hoofdstedelijk
o Waals
o Bevoegdheidsdomeinen economische materies (openbare werken en verkeer, leefmilieu, huisvesteging, waterbeleid,
tewerkstelling, …)
Regeringen in ons land=
Federale regering
Vlaamse regering
Brusselse regering (gewest)
Duitse regering (gemeenschap)
Franstalige regering (gemeenschap)
Waalse regering (gewest)
Einde unitaire traditionele partijen=
Jaren ’70 katholieke partij splits in CDenV en Cdk
liberalen in open VLD en Mr
socialisten Spa en PS
Volksunie (VU) ontstaan van Vlaams belang.
Hoofdstuk 1: Federalisering in België=
België als unitaire staat:
België=
Onafhankelijk in 1830 oprichting van unitaire staat (= 1 parlement en 1 regering)
o 1 centrale overheid, 1 regering voor heel het land en enkele Belgische partijen
Katholieken
Liberalen
Socialisten
Eerst voertaal in politiek, gerecht, onderwijs in het frans veroorzaakte conflict met Nederlandstalige (voelde 2 de rang burgers)
ontstaan verschillende taal wetten (verloop moeizaam) , door WO1 is er een scheiding van Vlamingen en Walen
o Jaren ’50 Vlaanderen kiest voor moderne inductie V wordt economisch sterker dan W V meer inspraak in politiek
land wordt opgesplitst in deelstaten met elk zijn eigen bevoegdheden.
België als federale staat:
Staatshervormingen=
6 staatshervormingen in totaal
3de staatshervorming van 1993 grondwet: “België is een federale staat, samengesteld uit gemeenschapen en gewesten.”
Federale overheid=
Beslissen over :
o economische en monetair belijdt,
o Buitenlands beleid justitie,
o ordehandhaving,
o openbaar ambt,
o sociale zekerheid
3 gemeenschappen (basis van taal)
o Vlaamse
o Franstalige
o Duitstalige
o Bevoegdheidsdomeinen cultuur, onderwijs, taalgebruik, persoonsgebonden materies (gezondheidzorg, welzijn,
gehandicaptenbeleid, jeugdbeleid, …)
Vb= alle scholen in Vlaanderen waren Vlaams (buiten Franse afdeling in KUL) (in 1968 is KUL opgesplitst in Leuven
en louvain la neuve)
3 gewesten (basis van economische regio’s)
o Vlaams
o Brussel hoofdstedelijk
o Waals
o Bevoegdheidsdomeinen economische materies (openbare werken en verkeer, leefmilieu, huisvesteging, waterbeleid,
tewerkstelling, …)
Regeringen in ons land=
Federale regering
Vlaamse regering
Brusselse regering (gewest)
Duitse regering (gemeenschap)
Franstalige regering (gemeenschap)
Waalse regering (gewest)
Einde unitaire traditionele partijen=
Jaren ’70 katholieke partij splits in CDenV en Cdk
liberalen in open VLD en Mr
socialisten Spa en PS
Volksunie (VU) ontstaan van Vlaams belang.