, 1. Cognitie
Cognitie
= het vermogen om iets te kennen of te begrijpen
= het id de derde speler in het nature-nurture debat
Naast genetisch vastgelegde eigenschappen en aangeleerde gedragstendensen,
beschiken we over een set van functies waarbij we al wat we geleerd hebben
(her)organiseren in onze hersenen.
Soort-specifiek en verklaart waarom het resultaat van conditioneringsprocessen
verschilt van dier tot dier
MAW: het is een overkoepelende term voor de manier waarop leerprocessen worden ingezet
om informatie uit de buitenwereld om te zetten in functie van hun ecologisdche niches
Cognitie = wat je gebruikt om
iets te geloven of iets te beoordelen.
1.1. Verklaringsmodellen voor het geheugen
Het effect/curve helpt ons om een
geheugenmodel te begrijpen
, Het korte termijn geheugen is eindig (circa 7 chunks / onderdelen)
Als het vol zit valt er 1 chunck uit => dan wordt er iets gestockeerd in je lange termijn
geheugen. In dit geval is dat “cdb”. Maar het kan zijn dat je het niet genoeg gerepeteerd
hebt en dan valt de chunck er tussen uit. (Primacy)
Het recentheidseffect blijven in je KT geheugen zitten omdat je die net gehoord hebt.
(Recency)
1.1.1. Traditioneel verklaringsmodel
Geheugen
= een systeem dat informatie verzamelt, codeert, bewaart en weer oproept
Traditioneel geheugenmodel van Atkinson en Shiffrin
= geheugen wordt opgesplitst in dire componenten:
- Sensorisch geheugen
- KT geheugen
- LT geheugen
Niet de bedoeling om die drie componenten met werkelijke locaties in de hersenen te
associëren; het zijn theoretische constructen om de functies van het geheugen – verzamelen,
coderen, bewaren en oproepen – te conceptualiseren
Het model beantwoordt aan het seriële positie-effect
= effect ontleent zijn naam aan de experimentele bevinding dat een stimulus in een reeks
met ongeveer 20 tot 40 items onthouden wordt in functie van zijn plaats in die reeks: items
in het begin en op het einde van de reeks worden het best onthoouden
vnl. als het om nonsens items gaat