ONDERZOEK
, Hoofdstuk 1. Feedback
1. Feedback geven en ontvangen
De feedback:
Betekent letterlijk = ‘terugkoppeling’.
- = terugkrijgen van informatie.
o Over het effect van jouw gedrag op de ander.
o Over hoe de ander jouw gedrag interpreteert.
1.1. Soorten feedback
De soorten feedback:
Verbaal vs. non-verbaal.
- Bewust vs. onbewust.
o Spontaan vs. op verzoek.
Formeel vs. informeel.
1.2. Kritiek
1.2.1. Kritiek krijgen
Het krijgen van kritiek:
1) Luister actief.
- Verbaal en non-actief.
2) Vraag om toelichting.
- LSD:
o Je zegt (L) dat het je stoorde dat ik die taak niet op tijd af had (S). Wanneer
was dat precies en wanneer had je die taak dan verwacht? (D)
Luisteren = met je oren en met je hele lichaam.
Heeft de ander afgerond, dan vat je het samen in je eigen
woorden.
Niet interpreteren!
Als ik je goed heb begrepen, vind jij dat …. Je
zegt dus dat ….
∆ Speur vervolgens naar
aanknopingspunten om door te
vragen.
3) Toon waardering.
, 1.2.1.1. Omgaan met kritiek
Het omgaan met kritiek:
Onzekerheid.
- Kritiek = aanval op onze persoon.
1.2.1.2. Criteria effectieve kritiek
De criteria voor effectieve kritiek:
a) Duidelijk.
b) Goede timing.
c) Respect.
1.2.1.3. Duidelijkheid kritiek
De duidelijkheid van kritiek:
Generalisatie vermijden.
- Generalisatie = algemeen maken.
o Concrete voorbeelden geven.
1.2.2. Kritiek geven
Het geven van kritiek:
WEG-model.
- Waarneming:
o Waarneming = feitelijk specifiek gedrag van de ander.
- Effect:
o Effect = het effect van iemand zijn gedrag op de omgeving, het gevoel dat
het gedrag bij jou teweegbrengt.
- Gedragsalternatief:
o Gedragsalternatief = benoem het gewenste gedrag dat je graag zou zien.
De verschillende stappen in het geven van kritiek:
a) Het gedrag concreet benoemen.
b) Het vertellen over wat dat met je doet.
c) Het checken of de ander je hoort.
d) Het maken van afspraken voor de toekomst.