INLEIDING
1. Van milieurecht naar omgevingsrecht
A) Milieurecht
- Begrip ‘milieurecht’ deed intrede rond 1970
In samenhang met de milieuproblematiek en het toenemend milieubewustzijn
In diezelfde periode kwam in België ook het ruimtelijke-ordeningsrecht van de grond
- Milieurecht = deel van het recht dat betrekking heeft op de bescherming van het milieu
Milieu = “leefomgeving”, wat een ruime inhoud heeft
- Art. 1.1.2, §1, 1° van Decreet van 5 april 1995: algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)
Milieu = “de atmosfeer, de bodem, het water, de flora, de fauna en overige organismen
andere dan de mens, de ecosystemen, de landschappen en het klimaat.”
Beschermingsbereik van milieurecht: milieu en mens, vnl. via het milieuhygiënerecht
- Tot het milieurecht in ruime zin behoren aantal onderscheiden rechtsgebieden:
o Milieuhygiënerecht
o Ruimtelijk-ordeningsrecht
o Natuurbehoudsrecht
o Onroerend erfgoedrecht (monumenten en landschapsbescherming)
o Regelgeving beheer natuurlijke rijkdommen
o Klimaatrecht
1) Milieuhygiënerecht
- Gericht op voorkomen en tegengaan van vermindering van milieukwaliteit door verontreiniging
Bescherming van de mens en zijn goederen en het natuurlijke milieu
- Milieuhygiënebeleid = oudste en bekendste onderdeel van het milieubeleid
- Oudste instrument = exploitatievergunning
Reeks milieubelastende activiteiten worden verboden, tenzij hiervoor vergunning wordt
verleend en de vergunningsvoorwaarden worden nageleefd
Exploitatievergunning → milieuvergunning → omgevingsvergunning
2) Ruimtelijke-ordeningsrecht of ruimtelijk bestuursrecht
- Wetgeving die instaat voor ruimtelijke inrichting van onze omgeving (esthetisch + milieuhinder)
Bestaat uit ruimtelijke planning en vergunningverlening voor stedenbouwkundige
handelingen (bouwen of verkavelen)
- Ruimtelijke planning
o Bepaalt waar wat vergund kan worden: bv. infrastructuur voor wonen, landbouw, industrie
o Draagt bij tot bescherming van mens en milieu: bv. afbakenen van groengebieden
- Ruimtelijk planningsrecht ondergaat de invloed van andere rechtsgebieden die de bescherming
van het milieu tot doel hebben
Bv. regels voor milieueffectrapportage voor plannen, regels over waterbeleid en
natuurbeleid
1
,- Vergunningverlening voor stedenbouwkundige handelingen is, wat procedurele aspecten
betreft, versmolten met de milieuvergunningverlening onder de naam
omgevingsvergunningsverlening
3) Natuurbehoudsrecht of milieubeheerrecht
- Boogt het behoud, beheer en ontwikkeling van waardevolle habitat en soorten
Naargelang voorwerp van bescherming → onderscheid biotoop- en soortenbescherming
- Natuurbehoud vertoont sterke samenhang met andere rechtsgebieden
Bv. milieuhygiënerecht: kwaliteit van water voor waterafhankelijke natuur
- Vergunningverlening voor wijzigen van vegetaties en kleine landschapselementen werd
grotendeels geïntegreerd in de procedure voor de omgevingsvergunningsverlening
4) Monumenten- en vooral landschapsbescherming = onroerend erfgoedrecht
- Vormen vaak een bijkomende bescherming voor natuurelementen (naast natuurbehoudsrecht)
Basisoverweging zijn van cultuurhistorische aard, eerder dan ingegeven omwille van de zorg
om de natuurelementen op zich
- Onroerend erfgoed = verzamelnaam voor monumenten, archeologische sites en landschappen
Onroerend erfgoedrecht beoogt de bescherming en het beheer van monumenten,
landschappen en archeologische sites die als dusdanig door de overheid zijn erkend
5) Regelgeving op het beheer van natuurlijke rijkdommen
- Heeft vooral betrekking op
o Groeven en graverijen die grote littekens in het landschap achterlaten
o Milieuproblemen, bv. lawaaihinder, fijnstof, verstoren van grondwatertafels
o Energievoorziening
6) Klimaatrecht
- Het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op
o Vaststellen van (juridisch bindende) klimaatbeleidsdoelen
o Beheersen van klimaatverstorende factoren, vnl. emissies van broeikasgassen (bv. ETS)
o Adaptatie aan gevolgen van klimaatverandering (bv. droogte- en overstromingsmaatregele)
- Transversaal beleids- en rechtsdomein waar ook veel andere beleidsdomeinen betrokken zijn,
zoals het mobiliteitsbeleid, huisvestingsbeleid, energiebeleid en landbouwbeleid
B) Omgevingsrecht
- In jaren 70: afzonderlijke wetten tot stand voor bescherming van diverse milieucompartimenten
Sectorale benadering van het milieubeleid en -recht genoemd
Milieurecht werd dan ook vaak ad hoc uitgewerkt en ingezet
- Vanaf jaren 1990: tendensen naar een grotere integratie van deze sectorale milieuregelgeving
- Milieuvergunningsdecreet (1985, Vlaams Gewest)
Belangrijke stap in de richting van een meer geïntegreerde vergunningverlening
Belangrijkste vergunningen (milieuhygiënerecht) geïntegreerd in 1 Vlaamse
milieuvergunning
Milieuvergunning werd ook gekoppeld aan de stedenbouwkundige vergunning
Het betrof echter een louter formele koppeling
2
,- Omgevingsrecht = verzamelbegrip dat betrekking heeft op het geheel van rechtsgebieden dat
betrekking heeft op de regulering van de fysieke omgeving, en de samenhang tussen die
gebieden
Geeft aanleiding tot nog meer geïntegreerde milieubeleid en -wetgeving
- Voorbeelden van evolutie in Vlaamse Gewest
Regelgeving inzake het integraal waterbeleid (2003), die omzetting geeft aan integrerende
Europese waterrichtlijnen (Kaderrichtlijn Water, Overstromingsrichtlijn en
Grondwaterrichtlijn) en deze met betrekking de omgevingsvergunning (2014)
2. Doelstellingen en beginselen van het omgevingsrecht
A) Doelstellingen van omgevingsrecht en -beleid
- Leidende doelstelling van omgevingsbeleid en -recht komt toe aan “duurzame ontwikkeling”
Ontstaan is in internationale milieubeleid en -recht
- Duurzame ontwikkeling = ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie,
zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in
hun behoeften te voorzien
- Internationale doorbraak van deze beleidsdoelstelling in 1987 dankzij “Our common future” van
commissie Brundtland
- DO ingeschreven in het EG-Verdrag, als taak van de Gemeenschap/Unie en als doelstelling van
het integratiebeginsel
DO ook als beleidsdoelstelling in de Belgische Grondwet (2007)
- Eerder had de Vlaamse wetgever deze beleidsdoelstelling reeds verankerd in de wetgeving
Ook in het Vlaams ruimtelijke-ordeningsrecht heeft DO een plaats veroverd
Nu: doelstelling van DO in vrijwel alle omgevingsrechtelijke wetteksten
- Hoog beschermingsniveau
Typisch Europese doelstelling: hanteert als een interpretatiebeginsel en lat zo hoog mogelijk
te leggen
B) Beginselen van omgevingsrecht en omgevingsbeleid
- Omgevingsrechtelijke beginselen geformuleerd, die in wetgeving werden vastgelegd
Beginselen = toetsingsgrond, bv. voor het verlenen van een bepaalde vergunning
1) Beginsel de vervuiler (veroorzaker) betaalt
- Iedere vervuiler en veroorzaker van milieuschade of -verstoring is verantwoordelijk voor het
verwijderen/ongedaan maken van door hem veroorzaakte verontreiniging of andere
milieuschade
Daarmee gepaarde kosten komen voor zijn rekening → niet afgewenteld op de
gemeenschap
- Wordt verder geconcretiseerd in bv. milieubelastingen en -heffingen
2) Voorzorgsbeginsel
- Met het nemen van milieubeschermende maatregelen mag niet gewacht worden tot het bewijs
van schade ingevolge bepaalde handelingen onomstotelijk vaststaat
Gebrek aan wetenschappelijke zekerheid mag geen excuus zijn om treffen van maatregelen
na te laten of uit te stellen, zeker niet wanneer het risico bestaat op onherstelbare schade
- Risico voorkomen of beperken zodra het ernstig wordt vermoed
3
, - Het beginsel speelt een belangrijke rol in het beleid rond de klimaatverandering
Ook in natuurbehoud (bv. habitattoets) en wetgeving inzake gevaarlijke of toxische stoffen
speelt dit beginsel een rol van betekenis
3) Beginsel van preventief handelen of preventiebeginsel
- Milieubeschermende maatregelen moeten in de eerste plaats worden gericht op het voorkomen
van milieuverontreiniging en niet op het herstellen of ongedaan maken van die verontreiniging
nadat deze zich heeft voorgedaan
- Het beginsel verzet zich tegen een louter curatieve aanpak
Leidend principe bij de wetgeving over milieueffectrapportage
4) Beginsel van bestrijding aan de bron of bronbeginsel
- Speelt een rol in die gevallen waarin milieuverontreiniging niet volledig kan worden voorkomen
Milieubeschermende maatregelen kunnen het best worden gericht op de bron van de
verontreiniging, i.p.v. op de ontvanger van de verontreiniging
5) Standstill-beginsel
- In de gevallen waarin de feitelijke bestaande omgevingskwaliteit beter is dan de voorgeschreven
omgevingskwaliteit, de bestaande omgevingskwaliteit als norm geldt
Zo wordt vermeden dat bestaande kwaliteit afneemt als gevolg van normopvulling
- Voor regelgever: er mag geen verslechtering van de juridische bescherming van het leefmilieu
ontstaan onder de vorm van een afzwakking van de milieureglementering
Tenzij men dat doet om hoger doel van algemeen belang te bereiken, bv. voedselveiligheid
En men daarbij proportioneel afbreuk doet aan het beschermde milieubelang
- Volgens rechtspraak van Belgisch Grondwettelijk Hof en van de Raad van State zit dit beginsel
vervat in artikel 23, derde lid, 4° van de Grondwet die eenieder het recht op de bescherming van
een gezond leefmilieu geeft om zo menswaardig te kunnen leven
6) Integratiebeginsel
- De zorg voor het leefmilieu is een zaak van eenieder, ongeacht welke activiteit men ook uitoefent
Elke activiteit heeft immers een impact op de leefomgeving
- Voor regelgever: vrijwaren van leefmilieu niet louter en alleen de bevoegdheid van de minister
bevoegd voor Leefmilieu of Omgeving, maar dat bij alle facetten van het beleid rekening moet
worden gehouden met de doelstellingen en uitgangspunten van het milieubeleid
- Instrumenten: milieueffectrapportage en andere omgevingsrechtelijke toetsen (bv. watertoets)
C) Juridische betekenis
- Geadresseerde van doelstellingen en beginselen van omgevingsbeleid is overheid, en niet burger
Het is niet zo dat die beginselen en doelstellingen gelden als normen die gericht zijn aan de
burgers. Het zijn doelstellingen en beginselen die gericht zijn tot de overheid. Die maakt niet
alleen wetgeving, maar verleent ook vergunningen. Daar kunnen die beginselen wel een rol
spelen. Bv. praktijkgevallen waar die beginselen ook in de vergunningverleningen, dus
onrechtstreeks naar de burger toe ook effecten hebben
Bij twijfel beslissing nemen in voordeel van natuurbescherming
4