Klasse
Het meten van een probleem
Statistiek tijdens het Ancien Régime en de Revolutie
• Statistiek wordt gebruikt om een typologie van criminaliteit en daders op te
stellen.
• Centrale vragen:
o wie is verantwoordelijk voor crimineel gedrag?
o welke groepen komen het vaakst voor als daders?
• Traditionele focus ligt op:
o bedelaars
o landlopers
o maar door vergelijking met de rest van de bevolking ontstaan ook nieuwe
dadercategorieën
• Vanaf het begin van de 19e eeuw bereikt statistiek een nieuw niveau van
ontwikkeling:
o statistiek bestond al vroeger, maar werd systematischer en uitgebreider
• Overheden beginnen met het verzamelen van sociale data en censusgegevens:
o woonplaats, leeftijd, sociale situatie, etc.
o dit roept vaak weerstand op bij de bevolking
▪ via gegevens belastingheffing
▪ gegevens kunnen in de verkeerde handen vallen
• Historische achtergrond:
o al in het ancien régime zijn er pogingen tot gerechtelijke statistiek
o bv. in Pruisen vanaf 1716
• Frankrijk:
o sinds 1670 moeten rechtbanken cijfers bijhouden van hun werking
1
, o tijdens de Franse Revolutie worden statistieken vooral gebruikt als
controle-instrument op magistraten en rechtbanken, eerder dan om
criminaliteit te meten
o doel is ook nagaan of er spanningen zijn die tot revolutie kunnen leiden
o onder Napoleon worden statistieken uitgebreid naar:
▪ samenleving
▪ landbouw
▪ economie
▪ bevolking
o doel: een beter inzicht in de samenleving, met economie als centrale
factor
• Groot-Brittannië:
o vanaf de 18e eeuw wordt statistiek gebruikt, maar aanvankelijk vaak
onbetrouwbaar (o.a. bij Patrick Colquhoun)
o het Home Office verzamelt gegevens over:
▪ doorverwijzingen naar rechtbanken
▪ doodstraffen (vanaf 1805)
o later verfijning naar hoofdcategorieën van misdrijven
o vergelijkbaar met een ministerie van binnenlandse zaken
• Wat wordt gemeten:
o aantal vervolgingen voor rechtbanken
o aantal uitgesproken doodstraffen
• Vanaf ongeveer 1850:
o opkomst van politiestatistieken over daders
o probleem: gebrek aan uniforme definities en afstemming tussen regio’s →
beperkte betrouwbaarheid
• Voorbeeld van sociale problematiek in statistieken:
o schatting van ongeveer 50.000 prostituees actief
2
, De gouden eeuw van de sociale statistiek
- Vanaf het begin van de 19e eeuw ontstaat een groeiend
geloof in sociale statistiek.
- Statistieken worden gebruikt om:
• de morele toestand (“gezondheid”) van de samenleving
te meten
• de effectiviteit van instellingen te evalueren
- Er ontstaat een idee van empirisch onderbouwd beleid:
• beleid moet gebaseerd zijn op meetbare gegevens
• maar deze focus op meetbaarheid heeft ook sociale neveneffecten
- Via sociale statistiek kan de overheid:
• het gedrag van de bevolking analyseren
• nagaan waar nood aan interventie bestaat
- Sociale neveneffecten van statistiek:
• angst voor criminaliteit (banditisme, moord, enz.) neemt toe
• vroeger waren deze fenomenen “ver weg” en onzichtbaar
• door statistieken worden ze zichtbaar en lijken ze dichterbij dan gedacht
- Er ontstaat een sterkere scheiding tussen “goede” en “slechte” burgers.
- Dit leidt tot het idee van een “criminele klasse”.
- Belangrijke auteur: Honoré-Antoine Frégier
• publiceert in 1840 Les classes dangereuses
• analyse van verstedelijking en “gevaarlijke klassen”
- Dit vormt de basis voor de eerste voorzichtige criminologische theorieën:
• proberen misdadigers te identificeren en te herkennen
• criminaliteit wordt gezien als iets dat in bepaalde sociale groepen
geconcentreerd is
3