Kazadi Tshikala
Strafuitvoering?
Eens een rechterlijke beslissing waarbij een straf wordt opgelegd definitief is, begint de
fase van de strafuitvoering. Dit onderdeel van de strafrechtsbedeling is de laatste
decennia steeds belangrijker geworden. Dat komt doordat de visie op strafuitvoering
veranderd is: het gaat niet langer enkel om het uitvoeren van een straf, maar ook om
aspecten zoals begeleiding en re-integratie.
De strafuitvoering moet begrepen worden binnen de theorie van de trias politica,
uitgewerkt door Charles de Montesquieu. Deze theorie stelt dat staatsmacht verdeeld
moet worden om machtsmisbruik te voorkomen. Klassiek onderscheidt men drie
machten:
• de wetgevende macht → vaardigt algemene juridische normen (wetten) uit
• de rechterlijke macht → past deze normen toe op concrete geschillen en neemt
beslissingen
• de uitvoerende macht → voert zowel de wetten als de rechterlijke beslissingen uit
Binnen dit klassieke model behoort de uitvoering van straffen dus tot de bevoegdheid
van de uitvoerende macht.
In de praktijk is deze scheiding echter minder strikt dan de theorie doet vermoeden. Er is
namelijk een voortdurende wisselwerking tussen de machten:
• de rechterlijke macht doet meer dan enkel wetten toepassen, want zij:
o interpreteert wetten
o toetst ze aan hogere rechtsnormen
• de uitvoerende macht beperkt zich niet tot uitvoeren, maar:
o speelt een rol in wetgevende processen
o heeft invloed op de benoeming van rechters
Hieruit blijkt dat strafuitvoering deel uitmaakt van een complex samenspel tussen de
drie staatsmachten.
Daarnaast is strafuitvoering in België ook een complex samenspel tussen verschillende
beleidsniveaus. België is immers een sterk gefederaliseerd land met ongeveer 12
miljoen inwoners en meerdere regeringen, wat het systeem ingewikkeld maakt.
1
,Een belangrijk moment hierin is het Vlinderakkoord (2011), in het kader van de zesde
staatshervorming. Daarbij werden verschillende justitiebevoegdheden overgedragen
aan de gemeenschappen, waaronder:
• de justitiehuizen
• het elektronisch toezicht
Door deze bevoegdheidsverdeling is strafuitvoering geen homogeen geheel meer. In de
praktijk ontstaan daardoor verschillende spanningsvelden:
• beleidsmatig → verschillende visies tussen overheden
• budgettair → discussies over financiering
• communautair → verschillen tussen regio’s
Samengevat ontstaat er door de versnippering van bevoegdheden een complexe situatie
waarin strafuitvoering niet langer door één beleidsniveau wordt geregeld, maar het
resultaat is van een voortdurende samenwerking én spanning tussen verschillende
actoren.
1. Actoren binnen de strafuitvoering
Federale overheidsdienst justitie
De FOD Justitie bevindt zich als het ware op het kruispunt van de drie grondwettelijke
machten. Dit betekent dat deze overheidsdienst een rol speelt in verschillende
domeinen binnen de staat. Zo staat de FOD Justitie in voor:
• de voorbereiding en uitvoering van wetgeving
• de ondersteuning van de federale minister van Justitie
• de begeleiding en operationele ondersteuning van de rechterlijke macht
• het toezicht op de correcte uitvoering van juridische en administratieve
beslissingen
Daarnaast vallen ook de strafinrichtingen onder de bevoegdheid van de FOD Justitie.
Deze dienst zorgt dus voor de uitvoering van strafrechtelijke vonnissen, met aandacht
voor rechtszekerheid en gelijke behandeling van alle betrokken partijen.
De organisatie van de FOD Justitie is vrij uitgebreid. Aan het hoofd staat een voorzitter en
een directiecomité. Dit directiecomité:
• bepaalt de strategie van de organisatie
2
, • ziet toe op de uitvoering ervan
• coördineert de activiteiten van de verschillende diensten
• doet voorstellen om de werking te verbeteren
• stelt de begroting op en controleert de uitvoering
Verder bestaat de FOD Justitie uit verschillende directoraten-generaal (DG’s), die elk
verantwoordelijk zijn voor specifieke beleidsdomeinen:
• DG Wetgeving, Fundamentele Rechten en Vrijheden
• DG Penitentiaire Inrichtingen (zeer belangrijk voor strafuitvoering)
• DG Support
• DG Budget en Beheerscontrole
• DG ICT
Daarnaast is er ook een belangrijke ondersteunende dienst, namelijk de stafdienst
Human Resources (HR). Deze dienst:
• vormt de motor van het HR-beleid
• ondersteunt de organisatieontwikkeling
• biedt methodologische en praktische ondersteuning aan medewerkers en
leidinggevenden
Ook het Belgisch Staatsblad maakt deel uit van dit geheel en staat in voor:
• de publicatie en verspreiding van officiële overheidsdocumenten
• zowel op papier als digitaal
Een andere belangrijke instantie is de Commissie Financiële Hulp aan Slachtoffers van
Opzettelijke Gewelddaden en aan Occasionele Redders. Deze commissie:
• onderzoekt aanvragen voor financiële hulp van slachtoffers
• biedt ook steun aan redders en hun familie (bijvoorbeeld bij overlijden)
Naast deze diensten zijn er ook verschillende onafhankelijke commissies en instellingen
die verbonden zijn aan Justitie, zoals:
• de Kansspelcommissie →
o geeft advies over kansspelbeleid
o beheert vergunningen
o controleert en sanctioneert
3
, • de Federale Bemiddelingscommissie →
o promoot bemiddeling als alternatief voor rechtspraak
o erkent bemiddelaars
o behandelt klachten
• het Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties
(IACSSO) →
o onderzoekt sektes en hun invloed
• het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) →
o voert forensisch onderzoek uit op vraag van justitie
o onderzoekt de werking van het strafrechtelijk systeem
• de Veiligheid van de Staat (VSSE) →
o is de burgerlijke inlichtingendienst
o analyseert en voorkomt bedreigingen
• het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) →
o analyseert terroristische en extremistische dreigingen
o coördineert de aanpak ervan
o werkt onafhankelijk, maar onder toezicht van Justitie en Binnenlandse
Zaken
De FOD Justitie is dus een zeer grote en complexe organisatie, waar veel mensen
werken. Opvallend is dat bepaalde diensten, zoals de inlichtingendiensten, vrij discreet
functioneren, waardoor het soms lijkt alsof ze “onzichtbaar” zijn, terwijl ze in
werkelijkheid een cruciale rol spelen.
Tot slot staat de minister van Justitie politiek aan het hoofd van dit geheel en draagt hij
de eindverantwoordelijkheid.
4