ABA
LES 1:
G-sport Vlaanderen: wat is het en wie zit eronder?
● G-sport Vlaanderen = sportfederatie voor sporters met een beperking.
● Het omvat alle doelgroepen:
● Doelgroepen die wel in het Paralympische circuit passen.
● Doelgroepen die niet in dat circuit passen.
● Analogie met Olympische sporten:
● Niet alle sporten zijn Olympisch → idem: niet alle sporten zijn Paralympisch.
● Er zijn ook sportvormen zonder klassieke competitie, maar met grote “meetings”.
● Voorbeeld:
● Special Olympics
● Grote sportactiviteit voor sporters met verstandelijke beperking
● Wordt omschreven als “in wezen geen competitie” (meer event/meeting-gericht).
Doelgroepen / types beperkingen die aan bod komen
Fysieke / motorische functiebeperking (belangrijk voor kinesitherapeuten)
● Paralympisch-circuit doelgroepen die genoemd worden:
● Ruggenmergletsels en polio (waarom die samen zitten komt terug bij classificatie)
● Amputaties
● Aangeboren ledemaat-afwijkingen
● Cerebrale parese / hersenverlamming (palsy)
● “Andere aandoeningen” die geen ruggenmergletsel, geen amputatie en geen CP zijn.
Zintuiglijke beperkingen
● Visuele beperking
● Auditieve beperking
Cognitieve/ontwikkelings- en neurodiversiteitsgroepen
● Verstandelijke beperking
● Autismespectrumstoornis
● Wordt beschreven als vaak “wat tussenin”, maar nu met duidelijke organisatie: Zicht (als koepel/instap in de
structuur).
Psychische kwetsbaarheid
● Historisch via SILAS Psychose → fusie met Palantir → vandaag nog deel van de werking binnen G-sport Vlaanderen.
Chronische aandoening (als aparte “laatste aanwinst”)
● Opmerking/nuance:
● Veel eerdere groepen zijn óók chronisch.
● In werkveldterminologie betekent “chronische aandoening” hier vooral:
● Alles wat niet in de eerdere klassieke categorieën valt, bv.
● Hart- en longaandoeningen
● Parkinson
● Obesitas
● enz.
1
,● Meer richting “ziektespectrum” dan puur “functiebeperking”.
2
,Historiek: ontstaan van G-sport/Paralympische sport
● Grondlegger van het paralympische circuit: (Ludwig) Guttmann (in transcript klinkt als “Goodman”).
● Context:
● Revalidatiearts in Engeland (Stoke Mandeville Hospital), in de nasleep van WOII.
● Kern:
● Eerste sportactiviteiten voor rolstoelgebruikers (vooral ruggenmergletsels en polio) in revalidatie context.
● Belangrijke conclusie:
● G-sport is sterk verweven met revalidatie.
● Ontstaan rond 1948 → sport voor mensen met een fysieke beperking is nog geen eeuw oud.
● Implicatie: "Er is nog veel werk aan de winkel”; dit is een relatief recent fenomeen.
Hoe komen mensen met een beperking in sport terecht? (instroomkanalen)
Vanuit ziekenhuis/revalidatie en patiëntengroepen
● Voorbeeld hartpatiënten:
● Op cardiologie/cardiochirurgie: kinesitherapeuten doen oefentherapie zodra het mag.
● link leggen met sport werking of sportgroepen
● in UZ: SUST (samen uit samen thuis) = sportclub die gegroeid is vanuit het revalidatie circuit voor
hartpatiënten → ontstaan eind jaren 80-jaren 90
● Voorbeeld oncologie:
● Op poli fysische geneeskunde/revalidatie: laatste 2–3 jaar sterke inhaalbeweging.
● 12 weken fitnessprogramma voor patiënten na kankerbehandeling → basis geven voor betere conditie en zo
basis geven voor dagelijkse leven te hervatten sinds het afronden van kankerbehandeling
Handicap-specifieke sporten (voor bepaalde aandoeningen)
● Voorbeelden die later inhoudelijk worden uitgelegd:
● Goalball
● Rolstoelrugby
Bijzonder onderwijs en schoolsport
● In bijzonder onderwijs:
● Sportleerkrachten en kinesitherapeuten bieden veel sportactiviteiten aan.
● Schoolsport algemeen:
● Stichting Vlaamse Schoolsport:
● Richt zich op lager & secundair onderwijs
● Organisatie via sportleerkrachten
Sportclubs (recreatief, competitief, breedtesport)
● Recreatieve clubs voor “iedereen”
● Clubs met competitieprofiel:
● competitie kan recreatief zijn
● vaak toch met doel “doorgroeien”
● Niet elke club wil topsport.
● Lokale clubs dragen breedtesport vaak sterk uit, met apart circuit voor talenten.
● Sport-scholen / topsportsystemen:
● Voorbeeld Nina Derwael: regionale club + instap in topsportsysteem (Topsporthal/Watersportbaan) om school
en sport te combineren.
“Anders georganiseerde sport” (steden en gemeenten)
● Voorbeeld: uitnodiging voor seniorengym vanaf 50 jaar.
3
, Uitleg van twee handicap-specifieke sporten
Goalball (sport voor visuele beperking)
● Spelers dragen een bril die zicht volledig wegneemt:
● Ook mensen met restvisus mogen dat dus niet gebruiken.
● Speelbal:
● Grote bal met belletjes erin (geluid = essentieel).
● Publiek moet stil zijn, anders horen spelers de bal niet.
● Doel:
● Doel is volle breedte van het veld.
● Spelers positioneren tactisch en strekken zich languit om “gaten” te vermijden.
● Bewegingshouding:
● Start vaak op knieën, “als een poes die wacht”.
● Bij horen van bal → duiken links/rechts om bal te blokkeren.
● Vergelijking met torbal:
● Torbal gelijkaardig, maar met 3 touwen halverwege; bal moet eronder rollen.
● Bij goalball mag de bal meer gegooid worden → meer kracht/effect.
Rolstoelrugby
● Paralympische sport met in hoofdzaak 2 pathologieën:
● cervicale ruggenmergletsels → verlamming van 4 ledematen (verlamming van
bovenste ledematen sterk bepaald door hoogte van letsel op cervicaal niveau)
● amputatie 4 ledematen → bv: christa bracke
Bewegen Op Verwijzing (Vlaams Instituut Gezond Leven) - BOV coach
● Nieuwe speler in het landschap: beweegcoaches (“coaches bewegen op verwijzing”).
● Opgestart door Vlaams Instituut Gezond Leven.
● Wie kan doorverwijzen (digitaal aanmelden op platform):
● artsen (huisarts/specialist)
● én gezondheidswerkers: kinesitherapeut, ergotherapeut, sociaal werker, verpleegkundige, enz.
● Werkwijze:
● online formulier → naam/gegevens invullen → coach contacteert persoon.
● Doelgroep:
● laagdrempelig, mensen “voor wie de zetel de beste vriend is”.
● Voorbeelden adviezen:
● meer stappen
● 1 halte vroeger afstappen (tram/bus; trein is lastiger)
● Coach zou lokale sportinitiatieven moeten kennen en mensen daarheen leiden.
● Probleem bij mensen met beperking:
● te weinig coaches kennen de problematiek en het lokale aanbod voor fysieke beperkingen
● dus voor deze doelgroep “nog niet ideaal” → werkpunt.
Laagdrempelige initiatieven en “seniorensport” als gemiste kans
● Term “seniorensport” jammer: nadruk ligt op leeftijd i.p.v. activiteit.
● Veel seniorenactiviteiten zijn ook perfect voor:
● jonge rolstoelgebruikers
● mensen met amputatie, evenwichtsstoornissen, enz.
● Voorbeelden van laagdrempelig aanbod:
● stoelengym, stoelyoga
● balsport vanop stoel
● balvangen → eventueel vervangen door ballon
4
LES 1:
G-sport Vlaanderen: wat is het en wie zit eronder?
● G-sport Vlaanderen = sportfederatie voor sporters met een beperking.
● Het omvat alle doelgroepen:
● Doelgroepen die wel in het Paralympische circuit passen.
● Doelgroepen die niet in dat circuit passen.
● Analogie met Olympische sporten:
● Niet alle sporten zijn Olympisch → idem: niet alle sporten zijn Paralympisch.
● Er zijn ook sportvormen zonder klassieke competitie, maar met grote “meetings”.
● Voorbeeld:
● Special Olympics
● Grote sportactiviteit voor sporters met verstandelijke beperking
● Wordt omschreven als “in wezen geen competitie” (meer event/meeting-gericht).
Doelgroepen / types beperkingen die aan bod komen
Fysieke / motorische functiebeperking (belangrijk voor kinesitherapeuten)
● Paralympisch-circuit doelgroepen die genoemd worden:
● Ruggenmergletsels en polio (waarom die samen zitten komt terug bij classificatie)
● Amputaties
● Aangeboren ledemaat-afwijkingen
● Cerebrale parese / hersenverlamming (palsy)
● “Andere aandoeningen” die geen ruggenmergletsel, geen amputatie en geen CP zijn.
Zintuiglijke beperkingen
● Visuele beperking
● Auditieve beperking
Cognitieve/ontwikkelings- en neurodiversiteitsgroepen
● Verstandelijke beperking
● Autismespectrumstoornis
● Wordt beschreven als vaak “wat tussenin”, maar nu met duidelijke organisatie: Zicht (als koepel/instap in de
structuur).
Psychische kwetsbaarheid
● Historisch via SILAS Psychose → fusie met Palantir → vandaag nog deel van de werking binnen G-sport Vlaanderen.
Chronische aandoening (als aparte “laatste aanwinst”)
● Opmerking/nuance:
● Veel eerdere groepen zijn óók chronisch.
● In werkveldterminologie betekent “chronische aandoening” hier vooral:
● Alles wat niet in de eerdere klassieke categorieën valt, bv.
● Hart- en longaandoeningen
● Parkinson
● Obesitas
● enz.
1
,● Meer richting “ziektespectrum” dan puur “functiebeperking”.
2
,Historiek: ontstaan van G-sport/Paralympische sport
● Grondlegger van het paralympische circuit: (Ludwig) Guttmann (in transcript klinkt als “Goodman”).
● Context:
● Revalidatiearts in Engeland (Stoke Mandeville Hospital), in de nasleep van WOII.
● Kern:
● Eerste sportactiviteiten voor rolstoelgebruikers (vooral ruggenmergletsels en polio) in revalidatie context.
● Belangrijke conclusie:
● G-sport is sterk verweven met revalidatie.
● Ontstaan rond 1948 → sport voor mensen met een fysieke beperking is nog geen eeuw oud.
● Implicatie: "Er is nog veel werk aan de winkel”; dit is een relatief recent fenomeen.
Hoe komen mensen met een beperking in sport terecht? (instroomkanalen)
Vanuit ziekenhuis/revalidatie en patiëntengroepen
● Voorbeeld hartpatiënten:
● Op cardiologie/cardiochirurgie: kinesitherapeuten doen oefentherapie zodra het mag.
● link leggen met sport werking of sportgroepen
● in UZ: SUST (samen uit samen thuis) = sportclub die gegroeid is vanuit het revalidatie circuit voor
hartpatiënten → ontstaan eind jaren 80-jaren 90
● Voorbeeld oncologie:
● Op poli fysische geneeskunde/revalidatie: laatste 2–3 jaar sterke inhaalbeweging.
● 12 weken fitnessprogramma voor patiënten na kankerbehandeling → basis geven voor betere conditie en zo
basis geven voor dagelijkse leven te hervatten sinds het afronden van kankerbehandeling
Handicap-specifieke sporten (voor bepaalde aandoeningen)
● Voorbeelden die later inhoudelijk worden uitgelegd:
● Goalball
● Rolstoelrugby
Bijzonder onderwijs en schoolsport
● In bijzonder onderwijs:
● Sportleerkrachten en kinesitherapeuten bieden veel sportactiviteiten aan.
● Schoolsport algemeen:
● Stichting Vlaamse Schoolsport:
● Richt zich op lager & secundair onderwijs
● Organisatie via sportleerkrachten
Sportclubs (recreatief, competitief, breedtesport)
● Recreatieve clubs voor “iedereen”
● Clubs met competitieprofiel:
● competitie kan recreatief zijn
● vaak toch met doel “doorgroeien”
● Niet elke club wil topsport.
● Lokale clubs dragen breedtesport vaak sterk uit, met apart circuit voor talenten.
● Sport-scholen / topsportsystemen:
● Voorbeeld Nina Derwael: regionale club + instap in topsportsysteem (Topsporthal/Watersportbaan) om school
en sport te combineren.
“Anders georganiseerde sport” (steden en gemeenten)
● Voorbeeld: uitnodiging voor seniorengym vanaf 50 jaar.
3
, Uitleg van twee handicap-specifieke sporten
Goalball (sport voor visuele beperking)
● Spelers dragen een bril die zicht volledig wegneemt:
● Ook mensen met restvisus mogen dat dus niet gebruiken.
● Speelbal:
● Grote bal met belletjes erin (geluid = essentieel).
● Publiek moet stil zijn, anders horen spelers de bal niet.
● Doel:
● Doel is volle breedte van het veld.
● Spelers positioneren tactisch en strekken zich languit om “gaten” te vermijden.
● Bewegingshouding:
● Start vaak op knieën, “als een poes die wacht”.
● Bij horen van bal → duiken links/rechts om bal te blokkeren.
● Vergelijking met torbal:
● Torbal gelijkaardig, maar met 3 touwen halverwege; bal moet eronder rollen.
● Bij goalball mag de bal meer gegooid worden → meer kracht/effect.
Rolstoelrugby
● Paralympische sport met in hoofdzaak 2 pathologieën:
● cervicale ruggenmergletsels → verlamming van 4 ledematen (verlamming van
bovenste ledematen sterk bepaald door hoogte van letsel op cervicaal niveau)
● amputatie 4 ledematen → bv: christa bracke
Bewegen Op Verwijzing (Vlaams Instituut Gezond Leven) - BOV coach
● Nieuwe speler in het landschap: beweegcoaches (“coaches bewegen op verwijzing”).
● Opgestart door Vlaams Instituut Gezond Leven.
● Wie kan doorverwijzen (digitaal aanmelden op platform):
● artsen (huisarts/specialist)
● én gezondheidswerkers: kinesitherapeut, ergotherapeut, sociaal werker, verpleegkundige, enz.
● Werkwijze:
● online formulier → naam/gegevens invullen → coach contacteert persoon.
● Doelgroep:
● laagdrempelig, mensen “voor wie de zetel de beste vriend is”.
● Voorbeelden adviezen:
● meer stappen
● 1 halte vroeger afstappen (tram/bus; trein is lastiger)
● Coach zou lokale sportinitiatieven moeten kennen en mensen daarheen leiden.
● Probleem bij mensen met beperking:
● te weinig coaches kennen de problematiek en het lokale aanbod voor fysieke beperkingen
● dus voor deze doelgroep “nog niet ideaal” → werkpunt.
Laagdrempelige initiatieven en “seniorensport” als gemiste kans
● Term “seniorensport” jammer: nadruk ligt op leeftijd i.p.v. activiteit.
● Veel seniorenactiviteiten zijn ook perfect voor:
● jonge rolstoelgebruikers
● mensen met amputatie, evenwichtsstoornissen, enz.
● Voorbeelden van laagdrempelig aanbod:
● stoelengym, stoelyoga
● balsport vanop stoel
● balvangen → eventueel vervangen door ballon
4