Atypisch: Geen klassiek vastgoed, wel vaak een klassieke eindgebruiker
1. Gedeelde eigendom
a) Leasing
= leasinggever of lessor verwerft/richt een onroerend investeringspand op
voor de leasingsnemer of lessee
Leasinggever blijft juridisch eigenaar tijdens de looptijd.
Leasingnemer betaalt periodieke vergoedingen.
Einde contract: aankoopoptie of automatische eigendomsoverdracht naar
leasingsnemer
Voordelen leasing:
- Weinig eigen inbreng nodig.
- Alle kosten kunnen mee gefinancierd worden (incl. btw, architect).
- Minder waarborgen en hypotheekkosten.
Nadelen leasing:
- Complex juridisch en boekhoudkundig.
- Extra notariskosten.
- Mogelijk dubbele aankoopkosten op het einde.
b) Timesharing
= Aankoop van deeltijds gebruiksrecht (meestal vakantieverblijf).
Prijs afhankelijk van periode, locatie en gebruik.
Risico’s timesharing:
- Hoge jaarlijkse kosten.
- Weinig transparantie.
- Moeilijke wederverkoop.
Wetgeving (2011):
- Verplichte informatie vooraf.
- Bedenktijd van 14 dagen zonder betaling.
Nieuwe vormen:
- Vacation clubs (punten-systeem).
- Fractional ownership (echte mede-eigendom).
- Co-ownership platforms en destination clubs.
, c) Co-housing
= gemeenschappelijk wonen met private en gemeenschappelijke delen
4 Gradaties in co-housing:
- Huisdelen (meest eenvoudig) = gemeenschapshuis = woningdelen
= iedereen heeft privékamer
- Co-wonen. = woongroep
= meer privévoorzieningen (eigen badkamer, keuken,…)
=> GEEN gezamenlijke keuken
- Cohousing (gedeelde keuken).
- Leefgemeenschappen.
=> vaak alles samen
Voordelen:
- Kostenbesparend.
- Meer sociaal contact
Nadelen:
- Minder privacy.
- Sociale controle en gezamenlijke afspraken.
- gemeenschappelijke kosten
Juridisch co-housing:
- Geen apart juridisch statuut.
- Vaak mede-eigendom of coöperatieve structuur.
- Goede begeleiding noodzakelijk.
Opgenomen afspraken in huurwet, 3 opties:
1. Één contract met de huisbaas waarin alle inwoners als huurder worden
opgenomen
(medehuur)
- iedereen verplichte domiciliëring
- alle huurders hoofdelijk en ondeelbaar verantwoordelijk
=> bv. 1 huurder betaald niet, andere huurders verantwoordelijk
2. Er is 1 hoofdhuurder en de andere bewoners zijn onderhuurder
- Hoofdhuurder alle verantwoordelijkheid naar de huisbaas
=> toestemming huisbaas nodig
- enkel hoofdhuurder moet verplicht domiciliëren
- hoofdhuurder bepaald huurprijs van onderhuurders
3. Elke inwoner heeft een eigen huurcontract
- goede afspraken maken over gemeenschappelijke kosten