ORALE INFECTIE I: cariologie
25-26, 2de bach, prof Van Acker
→ bevat: ppt + lessen
→ bevat NIET: blended learnings + bedrijven demo’s + handboek
→ leermiddelen: boek “cariesmanagement - science and clinical practice”: zie UGent bib, pdf
zelfstudiestukjes niet altijd kennen, soms gewoon lezen
H1 INLEIDING
1.1 wat ga je leren in dit vak?
● orale ecologie en cariesproces
○ ecologie vn mondholte: tanden, speeksel, biofilm
○ ethiologie en pathogenese caries:
microbiologie, chemie, “cariogenic challenge”
○ vroeger VS nu: paradigmaverschuiving nr ecologische plaque hypothese
(= huidige theorie)
● cariesdiagnostiek en risicobepaling
○ caries herkennen en classificeren met ICDAS
= international caries detection and assessment system
○ risico inschatten bij individuele patienten
○ runtgenfoto’s interpreteren
● non-invasieve en micro-invasieve therapie
○ non-invasieve
= tand niet beschadigen bv. tanden poetsen
○ micro-invasieve
= tand heel lichtjes aanpassen bv. glazuur opmetsen
○ biofilmcontrole, dieetadvies, fluoridetoepassingen, sealing en infiltratie,...
● invasieve therapie en differentiaaldiagnose
○ wanneer restauratie nodig?
○ onderscheid caries en andere aandoeningen
bv. erosie slijtage, MIH, ontwikkelingsstoornissen, wortelcaries, early
childhood caries, overgevoeligheid, halitose
● orale biologie
○ structuur en functie hard weefsel
○ speeksel en antimicrobiele eiwitten
○ biologische basis cariespreventie
1.2 waarom zo belangrijk?
● WHO resultaten caries
○ meest voorkomende niet-overdraagbare ziekte wereldwijd
○ voorkombaar maar grote gezondheidslast
bv. pijn, eetproblemen, tandverlies, lagere levenskwaliteit
○ tandarts moet preventie doen!!!!
- detectie en proces stoppen
- evidence-based preventie
- patient begeleiden in gedragsverandering
- minimaal invasieve thk
,H2 ECOLOGIE VAN DE MOND
2.1 mondgezondheid
● mongezondheid definitie
○ oral health is essential to general health and quality of life. It is a state of
being free from mouth and facial pain, oral and throat cancer, oral infection
and sores, periodontal (gum) disease, tooth decay, tooth loss, and other
diseases and disorders that limit individual’s capacity in biting, chewing,
smiling, speaking and psychosocial wellbeing
○ 3 hoofdparameters: pijnvrij, functie (bv. kauwen), esthetiek (afh vn individu)
=> psychosociaal welzijn
(ook omgekeerd!! bv. als depressief slechte eetgewoontes)
=> gezond & levenskwaliteit
○ vroeger enkel: “niet ziek = gezond”
○ (OHRQOL = levenskwaliteit patient)
○ (D3MFT = toont ernst vn caries, 3 betekent heel erg gevorderde caries)
● onderzoek verband caries en hvl nr tandarts gaan
○ D3MFT amper verschil tssn mensen die vaak nr tandarts gaan of niet
○ wel verschil in # gevulde tanden (meer bij veel nr tandarts) en # gecarieerde
tanden (meer bij niet nr tandarts)
○ andere onderzoeken:
→ tandarts wél groot effect op levenskwaliteit!!
→ effect op OHRQOL door behandeling is kleiner dan volledig
voorkomen dr preventie ( en hogere kosten-effectiviteit)
○ lezen artikel 1 (zie ufora: lectuur)
● falende preventie
○ behandelen wij patient of behandelt patient zichzelf
○ niet nuttig als bv. vulling steken maar daarna toch slecht verzorgd
● onderzoek UK caries
○ carieshvld ging eerst beter maar dan terug slechter, nu terug op hvld vn 1998
○ in BE slechts sporadische metingen, geen goed oz
→ enkel bevraging, geen meting
→ 1 op 4 vd bevolking (>15j) zegt zelf ik heb slechte mondgezondheid
● taak vn tandarts volgens WHO
○ paradigmaverschuiving: van curatief naar preventief
○ kerntaken
- preventie en gezondheidsbevordering
→ primaire focus
→ voorlichting, risicobeoordeling, vroege detectie,
fluoridetoepassingen, fissuursealing, dieet-en leefstijladviezen,
integratie in primaire gezonheidszorg
- essentiele mondzorg
→ binnen UHC-pakketten
→ spoedzorg: pijnbestrijding, acute infecties
→ minimaal invasieve technieken: remineralisatien sealing,
infiltratie
→ restauratieve zorg: alleen als preventie gefaald heeft
, - geintegreerde zorg
→ samenwerking met andere zorgverleners
(artsen, verpleegkundigen)
→ herkennen vn systemische ziekten
(diabetes, cardiovasculaire ziekten)
→ verwijzing nr specialisten wnr nodig
- duurzame praktijkvoering
→ milieuvriendelijke tandheelkunde
(minamata conventie - afbouw amalgaan)
→ kosteneffectieve interventies toegankelijk vr ied
○ !! WHO-motto
- “no health without oral health”
- tandarts = preventiespecialist die mondgezondheid integreert binnen
universele gezondheidszorg en bijdraagt aan de bestrijding van
niet-overdraagbare ziekten (NCD’s)
● caries
○ = “the localized destruction of susceptible dental hard tissues by the acidic
byproduct of bacterial fermentation of dietary carbohydrates
○ = op een bepaalde plek op een tand zijn de harde weefsels aangetast die
gevoelig zijn voor zuren die bijproduct zijn van bacteriele fermentatie vn
suiker
○ = bacterien op bep plek tand zetten suiker om in zuren (bij metabolisme) en
zo tanden aantasten
● andere aandoeningen
→ 3 belangrijke factoren vr ziekte:
tand, flora, substraat
→ verworven defecten:
○ erosie
- dr zuren (niet door bacterien!)
- bv. frisdrank, maagzuur,..
- chemische slijtage
○ attritie
- dr tand-op-tand contact
- bv. tandenknarsen
○ abrasie
- dr vreemde voorwerpen
- bv. te hard poetsen, whitening tandpasta (te schurend), nagelbijten,...
- mechanische slijtage
○ abfractie
- dr klemmen en soms koude
- glazuur springt af cervicaal
- slijtage of breuk
- minst voorkomend
→ ontwikkelingsdefecten
○ hypoplasie = te weinig glazuur
○ hypomineralisatie = glazuur vn slechte kwaliteit bv. kaasmolaar
, 2.2 ecologie van de orale caviteit
● ecologie
○ = dynamiek van de wisselwerking tssn organismen met hun
levensgemeenschappen en populaties, de abiotische omgeving en de
wisselwerkingen daartussen binnen een afgebakende eenheid
○ mond kan je niet steriel maken
○ deel vn ecologie werkt ook beschermend!! bv. immunoglobulines
● belanrijke factoren:
○ tanden, speeksel, orale microbiologie, caries, andere (bv. mondspoelmiddel)?
2.3 TANDEN
● algemeen
○ harde weefsels: glazuur, dentine, pulpa, cementum
○ boek: cariesmanagement
→ p.4 alinea 2 & 4
→ p.7 alinea 3
● macromorfologisch
○ caries ontwikkelt op…
- melkgebit
→ approximaal
→ occlusaal
→ gladde vlakken (zeldzaam)
- definitief gebit
→ occlusaal
→ foramen caecum (aan buitenzijde 6 OK)
→ later approximaal
- ouderen
→ ook worteloppervlakken
(heel gevoelig: peridontium (cementum) poets je snel weg
=> direct op het dentine)
○ occlusale vlakken
- interlobulaire groeven
- fossae
- foramen caecum
→ veel gesealed tegen caries
- intersegmentale en margino-segmentale fissuren
→ verschil put en fissuur: bij fissuur is bodem vd groeve niet zichtbaar
→ loopt door tssn 2 tanden, gevoelig vr plaque
(caries voora in brede fissuren en centrale fossae)
(zie ppt 1, dia 60)
25-26, 2de bach, prof Van Acker
→ bevat: ppt + lessen
→ bevat NIET: blended learnings + bedrijven demo’s + handboek
→ leermiddelen: boek “cariesmanagement - science and clinical practice”: zie UGent bib, pdf
zelfstudiestukjes niet altijd kennen, soms gewoon lezen
H1 INLEIDING
1.1 wat ga je leren in dit vak?
● orale ecologie en cariesproces
○ ecologie vn mondholte: tanden, speeksel, biofilm
○ ethiologie en pathogenese caries:
microbiologie, chemie, “cariogenic challenge”
○ vroeger VS nu: paradigmaverschuiving nr ecologische plaque hypothese
(= huidige theorie)
● cariesdiagnostiek en risicobepaling
○ caries herkennen en classificeren met ICDAS
= international caries detection and assessment system
○ risico inschatten bij individuele patienten
○ runtgenfoto’s interpreteren
● non-invasieve en micro-invasieve therapie
○ non-invasieve
= tand niet beschadigen bv. tanden poetsen
○ micro-invasieve
= tand heel lichtjes aanpassen bv. glazuur opmetsen
○ biofilmcontrole, dieetadvies, fluoridetoepassingen, sealing en infiltratie,...
● invasieve therapie en differentiaaldiagnose
○ wanneer restauratie nodig?
○ onderscheid caries en andere aandoeningen
bv. erosie slijtage, MIH, ontwikkelingsstoornissen, wortelcaries, early
childhood caries, overgevoeligheid, halitose
● orale biologie
○ structuur en functie hard weefsel
○ speeksel en antimicrobiele eiwitten
○ biologische basis cariespreventie
1.2 waarom zo belangrijk?
● WHO resultaten caries
○ meest voorkomende niet-overdraagbare ziekte wereldwijd
○ voorkombaar maar grote gezondheidslast
bv. pijn, eetproblemen, tandverlies, lagere levenskwaliteit
○ tandarts moet preventie doen!!!!
- detectie en proces stoppen
- evidence-based preventie
- patient begeleiden in gedragsverandering
- minimaal invasieve thk
,H2 ECOLOGIE VAN DE MOND
2.1 mondgezondheid
● mongezondheid definitie
○ oral health is essential to general health and quality of life. It is a state of
being free from mouth and facial pain, oral and throat cancer, oral infection
and sores, periodontal (gum) disease, tooth decay, tooth loss, and other
diseases and disorders that limit individual’s capacity in biting, chewing,
smiling, speaking and psychosocial wellbeing
○ 3 hoofdparameters: pijnvrij, functie (bv. kauwen), esthetiek (afh vn individu)
=> psychosociaal welzijn
(ook omgekeerd!! bv. als depressief slechte eetgewoontes)
=> gezond & levenskwaliteit
○ vroeger enkel: “niet ziek = gezond”
○ (OHRQOL = levenskwaliteit patient)
○ (D3MFT = toont ernst vn caries, 3 betekent heel erg gevorderde caries)
● onderzoek verband caries en hvl nr tandarts gaan
○ D3MFT amper verschil tssn mensen die vaak nr tandarts gaan of niet
○ wel verschil in # gevulde tanden (meer bij veel nr tandarts) en # gecarieerde
tanden (meer bij niet nr tandarts)
○ andere onderzoeken:
→ tandarts wél groot effect op levenskwaliteit!!
→ effect op OHRQOL door behandeling is kleiner dan volledig
voorkomen dr preventie ( en hogere kosten-effectiviteit)
○ lezen artikel 1 (zie ufora: lectuur)
● falende preventie
○ behandelen wij patient of behandelt patient zichzelf
○ niet nuttig als bv. vulling steken maar daarna toch slecht verzorgd
● onderzoek UK caries
○ carieshvld ging eerst beter maar dan terug slechter, nu terug op hvld vn 1998
○ in BE slechts sporadische metingen, geen goed oz
→ enkel bevraging, geen meting
→ 1 op 4 vd bevolking (>15j) zegt zelf ik heb slechte mondgezondheid
● taak vn tandarts volgens WHO
○ paradigmaverschuiving: van curatief naar preventief
○ kerntaken
- preventie en gezondheidsbevordering
→ primaire focus
→ voorlichting, risicobeoordeling, vroege detectie,
fluoridetoepassingen, fissuursealing, dieet-en leefstijladviezen,
integratie in primaire gezonheidszorg
- essentiele mondzorg
→ binnen UHC-pakketten
→ spoedzorg: pijnbestrijding, acute infecties
→ minimaal invasieve technieken: remineralisatien sealing,
infiltratie
→ restauratieve zorg: alleen als preventie gefaald heeft
, - geintegreerde zorg
→ samenwerking met andere zorgverleners
(artsen, verpleegkundigen)
→ herkennen vn systemische ziekten
(diabetes, cardiovasculaire ziekten)
→ verwijzing nr specialisten wnr nodig
- duurzame praktijkvoering
→ milieuvriendelijke tandheelkunde
(minamata conventie - afbouw amalgaan)
→ kosteneffectieve interventies toegankelijk vr ied
○ !! WHO-motto
- “no health without oral health”
- tandarts = preventiespecialist die mondgezondheid integreert binnen
universele gezondheidszorg en bijdraagt aan de bestrijding van
niet-overdraagbare ziekten (NCD’s)
● caries
○ = “the localized destruction of susceptible dental hard tissues by the acidic
byproduct of bacterial fermentation of dietary carbohydrates
○ = op een bepaalde plek op een tand zijn de harde weefsels aangetast die
gevoelig zijn voor zuren die bijproduct zijn van bacteriele fermentatie vn
suiker
○ = bacterien op bep plek tand zetten suiker om in zuren (bij metabolisme) en
zo tanden aantasten
● andere aandoeningen
→ 3 belangrijke factoren vr ziekte:
tand, flora, substraat
→ verworven defecten:
○ erosie
- dr zuren (niet door bacterien!)
- bv. frisdrank, maagzuur,..
- chemische slijtage
○ attritie
- dr tand-op-tand contact
- bv. tandenknarsen
○ abrasie
- dr vreemde voorwerpen
- bv. te hard poetsen, whitening tandpasta (te schurend), nagelbijten,...
- mechanische slijtage
○ abfractie
- dr klemmen en soms koude
- glazuur springt af cervicaal
- slijtage of breuk
- minst voorkomend
→ ontwikkelingsdefecten
○ hypoplasie = te weinig glazuur
○ hypomineralisatie = glazuur vn slechte kwaliteit bv. kaasmolaar
, 2.2 ecologie van de orale caviteit
● ecologie
○ = dynamiek van de wisselwerking tssn organismen met hun
levensgemeenschappen en populaties, de abiotische omgeving en de
wisselwerkingen daartussen binnen een afgebakende eenheid
○ mond kan je niet steriel maken
○ deel vn ecologie werkt ook beschermend!! bv. immunoglobulines
● belanrijke factoren:
○ tanden, speeksel, orale microbiologie, caries, andere (bv. mondspoelmiddel)?
2.3 TANDEN
● algemeen
○ harde weefsels: glazuur, dentine, pulpa, cementum
○ boek: cariesmanagement
→ p.4 alinea 2 & 4
→ p.7 alinea 3
● macromorfologisch
○ caries ontwikkelt op…
- melkgebit
→ approximaal
→ occlusaal
→ gladde vlakken (zeldzaam)
- definitief gebit
→ occlusaal
→ foramen caecum (aan buitenzijde 6 OK)
→ later approximaal
- ouderen
→ ook worteloppervlakken
(heel gevoelig: peridontium (cementum) poets je snel weg
=> direct op het dentine)
○ occlusale vlakken
- interlobulaire groeven
- fossae
- foramen caecum
→ veel gesealed tegen caries
- intersegmentale en margino-segmentale fissuren
→ verschil put en fissuur: bij fissuur is bodem vd groeve niet zichtbaar
→ loopt door tssn 2 tanden, gevoelig vr plaque
(caries voora in brede fissuren en centrale fossae)
(zie ppt 1, dia 60)