Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Hoofdstuk 5 - Celbiologie

Rating
-
Sold
-
Pages
15
Uploaded on
19-04-2026
Written in
2022/2023

1e jaar Ba BIO aan UA

Institution
Course

Content preview

Celbiologie 2023

Hoofdstuk 5: celcyclus en celdeling


Inleiding
☺ Genetische info opgeslagen onder gecodeerde vorm in DNA. Is opgebouwd uit 2
strengen. Elke streng opgebouwd uit suikers (deoxyribose) die via covalente bindingen
alterneren met fosfaatgroepen. Op elke suiker via covalente binding 1 van de 4
organische basen (A, G, C, T). Strengen bij elkaar gehouden door H -bruggen tussen de
basen. Daardoor dubbele helix vorm. A t.o.v. T, G t.o.v. C dus complementair. Daardoor
kan de info van de ene streng van de sequentie van de 2de streng afgeleid of gevormd
kan worden. Dankzij fosfaatgroepen is DNA veelvuldig negatief geladen. Door
verbreking van de H -bruggen kan de complementaire streng gemaakt worden door
DNA -polymerase.
☺ Een gen is de nucleïnezuursequentie die nodig is voor de synthese van een functioneel
polypeptide. Een deel van het DNA is dus een kenmerk te noemen. In dit hoofdstuk
bekijken we nagaan hoe cellulair DNA structureel georganiseerd is. D.w.z. hoe het
genotype wordt omgezet in fenotype.
Eukaryotische cellen kennen een celcyclus die conventioneel als volgt wordt voorgesteld:
G1 → S → G2 → M → C
1. G1-fase: 1e groeifase van de cel, de beslissing tot delen wordt genomen, grootste deel
celcyclus (voor de meeste cellen), bij een groeiend embryo wordt dit soms
overgeslagen.
2. S-fase: synthesefase waarin genoom dupliceert, DNA maakt exact kopie van zichzelf
3. G2 -fase: 2 e groeifase waarin voorbereidingen worden getroffen voor deling van de cel:
aanmaak mitochondria en andere organellen en van microtubili, samentrekken van de
chromosomen
4. M-fase: mitose, uiteentrekken van zusterchromatiden naar 2 tegengestelde polen van
de cel
5. C -fase: cytokinese, deling van de cel in twee dochtercellen

Organisatie van cellulair DNA
Probleem: totale lengte cellulair DNA in cellen ca. 100.000 x lengt van de cel zelf
Oplossing: voor celarchitectuur is het begrijpelijk dat ‘packing’ van DNA in chromosomen
cruciaal is.


Organisatie van prokaryotisch DNA
Bij bacteriën ligt een deel van de genen op plasmiden . Dit zijn autonoom replicerende
entiteiten die circulair zijn, dus covalent gesloten, maar toch niet noodzakelijk de cirkelvorm
aannemen .
 Meeste gene echter deel van het nucleoïd ofwel bacterieel chromosoom (circulair)
 Werd autoradiografisch waargenomen bij DNA moleculen van E.coli.

,  Het chromosoom repliceert vanaf 1 oorsprong van replicatie, de zogenaamde ORI
(origin of replication) Replicatievork langs 2 kanten




☺ De 1mm lange DNA molecule van E.coli bevindt zich in cellen van slechts 2 μm lang en
0,5 à 1 μm breed.
☺ Indien vrij, zou dit een ‘random coil’ vormen, 1000X groter dan de E.coli cel.
☺ Daarom associatie van het DNA met pos. geladen polyamines zoals spermine en
spermidine die neg. ladingen afschermen. Daardoor structuur compacter.
☺ Ook is DNA van E.coli ‘supercoiled’ of m.a.w. . rond zichzelf gedraaid.
o Dit door DNA gyrase, dat energie gebruikt uit hydrolyse van ATP om supercoils te
vormen.

Organisatie van eukaryotisch DNA

Vorming van chromatine

☺ Eukaryotisch nucleair DNA associeert voor de vorming van chromatine met histonen.
☺ Als DNA geïsoleerd wordt in isotonische (zelfde osmotische waarde als omgeving)
buffers is het geassocieerd met een gelijke massa proteïnen in een sterk compact
complex, chromatine.
☺ De structuur van chromatine blijkt sterk gelijkend voor alle eukaryoten.
 De meest voorkomende associatie -eiwitten zijn histonen . Dit is een familie van
basische eiwitten waarvan de belangrijksten, (H1, H2A, H2B, H3 en H4) rijk zijn aan pos.
geladen basische AZ’n. Deze interageren met de neg. geladen fosfaatgroepen in DNA.
 De AZsequenties van H2A, H2B, H3 en H4 zijn sterk gelijkend bij niet verwante species.
Men zegt dus dat deze eiwitsequenties sterk geconserveerd zijn.
De analogie in sequentie van histonen duidt er op o.a.. dat ze gelijkaardige 3D -
conformaties hebben.

Vormen van chromatine

☺ Bestaat in uitgestrekte en gecondenseerde vorm.
☺ De verschijningsvorm is afhankelijk van de zoutconcentratie waaraan het is blootgesteld.
o Bij lage zoutconc entratie is het uitgestrekt en lijkt het op een snoer bestaande uit
parels op een draad.
▪ Hierbij is de draad een dun filament van ‘linker DNA’ dat de parels
(nucleosomen) verbindt.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 19, 2026
Number of pages
15
Written in
2022/2023
Type
SUMMARY

Subjects

$4.11
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
dagmarmichielsen

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
dagmarmichielsen Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
101
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions