GB Dieren
hoofdstuk 3 : Protozoa
Inleiding
Wat zijn protozoa?
Er is heel wat verwarring in het gebruik van deze term
Meestal = heterotro of, beweeglijke (minstens in één stadium van de
levenscyclus) protisten, i.e. referentie naar ’eerste’ (protos) ’dieren’ (zoo‐on).
Soms = alle unicellulaire eukaryoten ( = protisten)
Volgens recente moleculaire fylogenie is de opdeling van Protozoa en
Protophyta niet houdbaar
Fylogenie van de Eukarya
= Vroegere protisten (protoctisten), opgepslitst in protozoa en (eencellige) algen
…….. = onzeker relatie.
In elke van deze groepen (behalve Archaeoplastida) zitten ehtereo -, auto -, en mixotrophen
Protozoa = polyfyletisch
, Diagnose
Morfologie Eencellige eukaryoten, kolonievormend, weinig / geen celdifferentiatie ,1
of > ker nen, meestal zonder endo -/exoskelet , sommige schaaltje (theca,
lorica/test)
Fysiologie Functies uitgevoerd door organellen, verschillende voeding, soms
fotosynthese
Voortbeweging Flagellen, cilia, pseudopodia (cytoplasmatische stroming)
Voortplanting Aseksueel (splitsing) of seksueel (kernversmelting)
Ontwikkeling Geen embryonale ontwikkeling
Habitat Vrijlevend (marien, zoetwater, vochtige grond) of endoparasitair
Grootte Microscopisch klein (5 -250 µm), soms enkele cm
Diversiteit 31.000 beschreven soorten
Bouwplan
Eukaryote cel
Typische eigenschappen:
o Soms >1 kern in een cel
o Lichaamsomhulling
o Kloppende vacuole
Excretie en osmoregulatie
Kloppende vacuole = osmoregulerend organel
Osmose = transport van vloeistof eventueel met opgeloste stoffen
Voedselopname
Osmotroof = opname van opgeloste voedingsstoffen
Fagotroof = opname van partikels
o Microfaag = ‘filteren’ van kleine partikels
o Macrofaag = fagocytose van grote partikels, pynocytose van vloeistofdruppels,
opslorpen d.m.v. de wand
Voortbeweging
Pseudopodia = tijdelijke uitstulpingen van cytoplasma
o lobopodia: binnen cytoplasmastroming om Commented [DM1]: Op opname opnieuw kijken hoe het
lobopodia te vormen allemaal exact werkt
o filopodia
o reticulopodiaa
o axopodia (heel fijne pseudopodia met een endoskelet)
Cilia en flagella
hoofdstuk 3 : Protozoa
Inleiding
Wat zijn protozoa?
Er is heel wat verwarring in het gebruik van deze term
Meestal = heterotro of, beweeglijke (minstens in één stadium van de
levenscyclus) protisten, i.e. referentie naar ’eerste’ (protos) ’dieren’ (zoo‐on).
Soms = alle unicellulaire eukaryoten ( = protisten)
Volgens recente moleculaire fylogenie is de opdeling van Protozoa en
Protophyta niet houdbaar
Fylogenie van de Eukarya
= Vroegere protisten (protoctisten), opgepslitst in protozoa en (eencellige) algen
…….. = onzeker relatie.
In elke van deze groepen (behalve Archaeoplastida) zitten ehtereo -, auto -, en mixotrophen
Protozoa = polyfyletisch
, Diagnose
Morfologie Eencellige eukaryoten, kolonievormend, weinig / geen celdifferentiatie ,1
of > ker nen, meestal zonder endo -/exoskelet , sommige schaaltje (theca,
lorica/test)
Fysiologie Functies uitgevoerd door organellen, verschillende voeding, soms
fotosynthese
Voortbeweging Flagellen, cilia, pseudopodia (cytoplasmatische stroming)
Voortplanting Aseksueel (splitsing) of seksueel (kernversmelting)
Ontwikkeling Geen embryonale ontwikkeling
Habitat Vrijlevend (marien, zoetwater, vochtige grond) of endoparasitair
Grootte Microscopisch klein (5 -250 µm), soms enkele cm
Diversiteit 31.000 beschreven soorten
Bouwplan
Eukaryote cel
Typische eigenschappen:
o Soms >1 kern in een cel
o Lichaamsomhulling
o Kloppende vacuole
Excretie en osmoregulatie
Kloppende vacuole = osmoregulerend organel
Osmose = transport van vloeistof eventueel met opgeloste stoffen
Voedselopname
Osmotroof = opname van opgeloste voedingsstoffen
Fagotroof = opname van partikels
o Microfaag = ‘filteren’ van kleine partikels
o Macrofaag = fagocytose van grote partikels, pynocytose van vloeistofdruppels,
opslorpen d.m.v. de wand
Voortbeweging
Pseudopodia = tijdelijke uitstulpingen van cytoplasma
o lobopodia: binnen cytoplasmastroming om Commented [DM1]: Op opname opnieuw kijken hoe het
lobopodia te vormen allemaal exact werkt
o filopodia
o reticulopodiaa
o axopodia (heel fijne pseudopodia met een endoskelet)
Cilia en flagella