endocrien stelsel en voeding → De looze
1. GERD
2. Dysfagie
3. Peptisch liijden
4. Malabsorptie
5. Disorders of the gut brain interaction
6. Gastro-intestinale bloeding
7. Inflammatoir darmlijden
8. Proctologoe
9. Icterus
10. Pancreatitis
11. Preventie colorectaal carcinoom
12. Klinische lessen
LEGENDE:
Pwp + notities
Cursus
Zaken opgezocht als verduidelijking
Zaken die prof zei → BELANGRIJK
Pagina 1 van 86
, H1: GERD
1. ANATOMIE EN HISTOLOGIE VAN DE SLOKDARM
De slokdarm is een buis van ongeveer 35-40 cm lang met als hoofdfunctie de passage van
voedsel en vloeistof naar de maag.
DE WAND VAN HET SPIJSVERTERINGSKANAAL BESTAAT UIT VIER HOOFDLAGEN:
Mucosa (lumen is Epitheel, lamina propria en m. mucosae. De slokdarm heeft
bekleed met mucosa) onverhoornend meerlagig plaveiselcelepitheel.
Submucosa Bindweefsel met bloed- en lymfevaten → invasie hier vergroot de kans
op metastasen
Muscularis Inwendige circulaire(dicht) en uitwendige longitudinale(verkorten)
spierlaag. Zorgt voor autonome peristaltiek.
Serosa/Adventitia De buitenste afdeklaag.
• De Z-lijn is de zichtbare overgang van het meerlagig plaveiselcelepitheel van de
slokdarm naar het éénlagig cilindrisch epitheel van de maag.
• Endoscopie (oesophago-gastro-duodenoscopie) gebruikt CO2-gas om structuren
zoals het antrum en de pylorus zichtbaar te maken.
• Mond=kauwen → slikken begint bewust via de m. cricopharyngeus (bovenste
sfincter), maar wordt daarna een onbewust proces door glad spierweefsel
(peristaltiek → circ en long spierlaag) en reflexen die de onderste oesofageale
sfincter (LES) laten ontspannen (LES=gesloten in rust zodat maaginhoud niet in SD)
• Tumoren ontstaan in epitheel → tumor id SD = squameus celcarcinoom
• zenuwstelsel van de gastro-intestinale tractus (= plexus van Auerbach en plexus van
Meissner) bevindt zich ofwel tussen beide spierlagen ofwel in de submucosa.
• De slokdarm wordt normaal blootgesteld aan reflux tot ±20 keer per dag, zolang de
totale zuurblootstelling <4% van de tijd blijft (fysiologische reflux).
STADIA VH SDCARCINOOM
Stadium Lokalisatie tumor Prognose
T1 Mucosa Gunstig Beperkt tot mucosa
T2 Submucosa Ongunstig Verhoogde kans op metastasering via bloed- en/of
lymfevaten
T3 Muscularis Ongunstig Grote kans op metastasering → nood aan adjuvante
chemo- en radiotherapie
Pagina 2 van 86
, 2. PATHOFYSIOLOGIE VAN GERD (GASTRO OESOPHAGALE REFLUX ZIEKTE)
Maag → zoutzuur (hcl) en galvocht uit duodenum
Fysiologisch: w geneutraliseerd dr het alkalisch speeksel + geklaard dr secundaire peristaltiek
vd sd
Iedereen heeft fysiologische reflux (±4% van de tijd=24u), maar we spreken van
pathologische reflux als de pH < 4 is en dit gepaard gaat met klachten → GERD
Reflux kan ook alkalisch zijn (galreflux uit duodenum), niet enkel zuur.
DE ANTI-REFLUX BARRIÈRE:
• HCO3 (Bicarbonaat): In speeksel, neutraliseert maagzuur.
• Zwaartekracht: Helpt de inhoud beneden te houden.
• Secundaire peristaltiek: Wordt geactiveerd als er zuur in de slokdarm komt.
• Onderste oesofageale sfincter (LES): De belangrijkste component → creëert een
hoge-druk-zone ter hoogte van het diafragma
• Maaglediging: Een goede lediging voorkomt drukophoping.
MECHANISMEN VAN FALEN:
Hernia diaphragmatica Migratie van een deel van de maag door het Bevordert gastro-oesofageale
(maagbreuk) diafragma (hiatus hernia). Maagzuur blijft id reflux, LES en df niet meer op
pouch(=herniakamer “acid pocket”) boven het zelfde hoogte, diagnose via
diafragma en stroomt terug bij contractie. endoscopie
TLESR’s (Transient Ongepaste, spontane relaxaties van de onderste Belangrijkste mechanisme
Lower Esophageal slokdarmsfincter zonder slikactie. van symptomatische reflux
Sphincter Relaxations) pH↓ Diagnose: druk meten via
sonde
Dysmotiliteit = Verlies van peristaltiek, bijvoorbeeld bij Verminderde klaring van
verstoorde sd sclerodermie (CREST-syndroom). reflux → verergering klachten
peristaltiek Falen v prim en sec peristaltiek vd gladde
sdmusculatuur → oesofagitis + slikstoornissen
Risicogroepen Obesitas, alc, zs
Strakke kledij en volle maag verhogen intra-abdominale druk en bevorderen reflux
een hiatus hernia en een hernia hiatus diafragmatica betekenen in de praktijk hetzelfde,
namelijk dat een deel van de maag via de hiatus in het diafragma naar de borstkas verplaatst.
Pagina 3 van 86
, 3. DIAGNOSE EN SYMPTOMATOLOGIE
De diagnose wordt meestal gesteld op basis van klinische symptomen.
Typisch Pyrosis (branderig gevoel achter sternum) en Zure regurgitatie (zuur tot in de keel).
Extra-oesofageaal (Chronische) hoest, astma, heesheid, cariës, en niet-cardiale pijn op de borst (NCCP),
nachtelijke hoestbui met stridor (keelschrapen, faryngitis, aspiratiepneumonie,
globusgevoel)
Alarmsymptomen Vermagering, dysfagie (slikklachten), GI-bloeding en anemie.
Er mogen geen alarsymptomen zijn voor de diagnose van gor
Pyrosis begint vaak ter hoogte van de processus xiphoideus. Zure regurgitatie treedt vooral
op bij platliggen, na het eten of bij vooroverbuigen + zs. Extra-oesofageale klachten ontstaan
doordat zuur de stembanden of luchtwegen irriteert.
Dysfagie (moeilijk zakken van voedsel) is altijd een reden voor verder onderzoek.
• Odynofagie = pijn achter borstbeen bij passage vd voedselbolus
Zure reflux → 28% vd belgen (vnmlk walen)
ONDERZOEKSMETHODEN:
• Endoscopie: Wordt gebruikt om complicaties zoals graad A-D → afh van erosies en
ulceraties oesophagitis=sdonsteking (Los Angeles classificatie), Barrett-slokdarm of
tumoren op te sporen.
o Alarmsymptomen (dysfagie, odynofagie, vermagering, gi bloeding…)
o Recidiverend GERD + vr de start ve onderhoudsbehandeling (jongeren)
o 50+
o !! geen verband tss ernst vd klachten en zichtbare schade
o Doel: mucosale schade detecteren, stricturen, Barrett en tumoren uitsluiten
▪ Barrett-oesofagus is een aandoening waarbij het normale slokdarmslijmvlies
wordt vervangen door darmachtig epitheel als gevolg van chronische reflux,
wat het risico op slokdarmkanker verhoogt.
o Ernst symptomen correleert NIET altijd met endoscopische bevindingen
• 24u pH-metrie / Impedantiemeting: Meet de zuurgraad en weerstand gedurende
een etmaal. Vooral nuttig bij atypische klachten of preoperatief.
o Als ph onder 4 → pathologische zure reflux
o • pH-sonde zit ±5 cm boven LES
• Impedantie detecteert ook niet-zure reflux en gasreflux (impedantie
detecteert weerstandsverandering tss 2 elektroden)
Pagina 4 van 86