Milieukunde
Hoofdstuk 1: Inleiding
➔ Wat is milieu?
• Milieu
= de fysieke, levende en niet-levende omgeving van de mens, waarmee de
mens in wederkerige relatie staat.
• De mens:
o Is deel van het milieu
o Is afhankelijk van een gezonde planeet
o Oefent ook invloed uit op natuur en milieu
= Natuur en ecologie zijn essentieel voor een goed functionerend milieu.
➔ De aarde als “eiland”
• De aarde lijkt enorm
• Maar natuurlijke hulpbronnen zijn beperkt
• We leven op een gesloten systeem met grenzen
➔ Natuurlijke hulpbronnen
= Grondstoffen + energiebronnen
• Hernieuwbaar:
o Zon
o Wind
o Waterkracht
o Geothermie
o Biomassa (grijze zone)
o Zoet water/oppervlakte water
o Bodem
o Bossen
• Niet-hernieuwbaar:
o Fossiele brandstoffen
▪ Aardolie
▪ Aardgas
▪ Steenkool
▪ Metalen (koper, goud, zilver…)
• Kernenergie?
o Niet hernieuwbaar (uraniumvoorraad is eindig)
o STEG (stoom/gas turbine)= niet hernieuwbaar (fossiele brandstof)
o Zonnepanelen= niet hernieuwbaar, want grondstoffen geraken op
o Energie stuwdam= hernieuwbaar
, ➔ Ecosysteemdiensten
= Diensten geleverd door een goed functionerende planeet
= Voorbeelden:
• Klimaatregeling
• Zuurstofproductie
• Bodemerosie voorkomen
• Bestuiving
• Geneesmiddelenproductie
• Waterzuivering
= Zowel hulpbronnen als ecosysteemdiensten staan onder druk door menselijke
activiteit.
➔ Wat is milieukunde?
• Interdisciplinaire wetenschap
• Bestudeert relatie mens – milieu
• Analyseert actuele én potentiële problemen
• Zoekt oplossingen én preventie
• Werkt op verschillende tijds- en ruimteschalen
= Europees milieubeleid:
• Voorzorgsbeginsel= preventief zijn en zorgen dat het niet zo ver komt
• “De vervuiler betaalt”
➔ Energie en grondstoffenschaarste
• Wereldwijde energievraag stijgt sterk (India) , maar
daalt ook beetje (Europa, Japan)
• Fossiele brandstoffen raken uitgeput
• Sommige metalen zijn binnen decennia schaars
• Ongelijke geografische verdeling van grondstoffen
➔ Toestand van de aarde
= Belangrijke vraag:
• In welke toestand verkeert onze planeet?
, • Dit leidt naar het concept van de Planetaire Grenzen.
➔ Planetaire grenzen ( JohanRockström et al.)
= Wetenschappelijk kader om te bepalen:
• Welke processen regelen de stabiliteit van de aarde?
• Binnen welke grenzen moeten die blijven?
• Big world (veel mensen) on a small planet
o Veel mensen, dus aarde lijkt ‘lijker’
= Oplossing
• Minder mensen en minder impact
= Doel:
• Een “safe operating space” voor de mensheid.
➔ Tijdperken & baseline
1. Pleistoceen
• Sterke klimaatschommelingen (ijstijden)
2. Holoceen (laatste 10.000 jaar)
• Zeer stabiel klimaat
• Enige gekende toestand waarin
menselijke beschaving kon ontwikkelen
• Referentietoestand (“baseline”)
• Hockey-stick
o Vb: broeikasgassen
▪ Industriële revolutie
▪ Sterkt ontwikkeling= klimaatverandering
3. Antropoceen
• Sinds ± 1950
• Mens is geologische kracht geworden
• Meer invloed dan:
o Vulkanen
o Afstand tot zon
o Aardbevingen
! We verlaten het stabiele Holoceen.
• Doel = Aarde behouden in een ‘manageable’ state
, ➔ Feedbackloops & kantelpunten
= Tipping points (kantelpunten)
• het moment waarop een systeem zijn veerkracht (resilience) verliest en plots
naar een nieuw, vaak onomkeerbaar evenwicht evolueert.
• Kort uitgelegd:
o Zolang er veerkracht is
o Het systeem kan verstoringen opvangen
o Negatieve feedbackloops zorgen voor stabiliteit
• Wanneer de veerkracht verdwijnt
o Kleine extra druk → grote verandering
o Positieve feedbackloops versterken het
effect
o Terugkeren naar de oude toestand wordt
(bijna) onmogelijk
• Voorbeeld:
= Opwarming → smelten ijs → minder zonlichtreflectie → extra opwarming
→ versterkend effect = positief feedbackmechanisme → kantelpunt
= 2 fasen bij milieudruk:
1) Veerkrachtige fase
• Negatieve feedbackloops (demping effecten)
• Systeem herstelt zichzelf
• Zolang er veerkracht/weerbaarheid is
• Stabiliteit blijft behouden
= Voorbeeld:
• Oceanen nemen CO₂ op → beperken opwarming
2) Kantelpunt (Tipping point)
• Veerkracht verdwijnt
• Positieve feedbackloops (versterkend effect)
• Verandering wordt versterkt
• Onomkeerbaar nieuw evenwicht
= Voorbeeld:
• Opwarming → minder CO₂-opname oceanen → meer opwarming
!! ZIE VOORBEELDEN DIA’S
Vb: deze grafiek toont aan dat de kantelpunten al
niet meer omkeerbaar zijn
• Regenwouden die massaal gekapt worden
Hoofdstuk 1: Inleiding
➔ Wat is milieu?
• Milieu
= de fysieke, levende en niet-levende omgeving van de mens, waarmee de
mens in wederkerige relatie staat.
• De mens:
o Is deel van het milieu
o Is afhankelijk van een gezonde planeet
o Oefent ook invloed uit op natuur en milieu
= Natuur en ecologie zijn essentieel voor een goed functionerend milieu.
➔ De aarde als “eiland”
• De aarde lijkt enorm
• Maar natuurlijke hulpbronnen zijn beperkt
• We leven op een gesloten systeem met grenzen
➔ Natuurlijke hulpbronnen
= Grondstoffen + energiebronnen
• Hernieuwbaar:
o Zon
o Wind
o Waterkracht
o Geothermie
o Biomassa (grijze zone)
o Zoet water/oppervlakte water
o Bodem
o Bossen
• Niet-hernieuwbaar:
o Fossiele brandstoffen
▪ Aardolie
▪ Aardgas
▪ Steenkool
▪ Metalen (koper, goud, zilver…)
• Kernenergie?
o Niet hernieuwbaar (uraniumvoorraad is eindig)
o STEG (stoom/gas turbine)= niet hernieuwbaar (fossiele brandstof)
o Zonnepanelen= niet hernieuwbaar, want grondstoffen geraken op
o Energie stuwdam= hernieuwbaar
, ➔ Ecosysteemdiensten
= Diensten geleverd door een goed functionerende planeet
= Voorbeelden:
• Klimaatregeling
• Zuurstofproductie
• Bodemerosie voorkomen
• Bestuiving
• Geneesmiddelenproductie
• Waterzuivering
= Zowel hulpbronnen als ecosysteemdiensten staan onder druk door menselijke
activiteit.
➔ Wat is milieukunde?
• Interdisciplinaire wetenschap
• Bestudeert relatie mens – milieu
• Analyseert actuele én potentiële problemen
• Zoekt oplossingen én preventie
• Werkt op verschillende tijds- en ruimteschalen
= Europees milieubeleid:
• Voorzorgsbeginsel= preventief zijn en zorgen dat het niet zo ver komt
• “De vervuiler betaalt”
➔ Energie en grondstoffenschaarste
• Wereldwijde energievraag stijgt sterk (India) , maar
daalt ook beetje (Europa, Japan)
• Fossiele brandstoffen raken uitgeput
• Sommige metalen zijn binnen decennia schaars
• Ongelijke geografische verdeling van grondstoffen
➔ Toestand van de aarde
= Belangrijke vraag:
• In welke toestand verkeert onze planeet?
, • Dit leidt naar het concept van de Planetaire Grenzen.
➔ Planetaire grenzen ( JohanRockström et al.)
= Wetenschappelijk kader om te bepalen:
• Welke processen regelen de stabiliteit van de aarde?
• Binnen welke grenzen moeten die blijven?
• Big world (veel mensen) on a small planet
o Veel mensen, dus aarde lijkt ‘lijker’
= Oplossing
• Minder mensen en minder impact
= Doel:
• Een “safe operating space” voor de mensheid.
➔ Tijdperken & baseline
1. Pleistoceen
• Sterke klimaatschommelingen (ijstijden)
2. Holoceen (laatste 10.000 jaar)
• Zeer stabiel klimaat
• Enige gekende toestand waarin
menselijke beschaving kon ontwikkelen
• Referentietoestand (“baseline”)
• Hockey-stick
o Vb: broeikasgassen
▪ Industriële revolutie
▪ Sterkt ontwikkeling= klimaatverandering
3. Antropoceen
• Sinds ± 1950
• Mens is geologische kracht geworden
• Meer invloed dan:
o Vulkanen
o Afstand tot zon
o Aardbevingen
! We verlaten het stabiele Holoceen.
• Doel = Aarde behouden in een ‘manageable’ state
, ➔ Feedbackloops & kantelpunten
= Tipping points (kantelpunten)
• het moment waarop een systeem zijn veerkracht (resilience) verliest en plots
naar een nieuw, vaak onomkeerbaar evenwicht evolueert.
• Kort uitgelegd:
o Zolang er veerkracht is
o Het systeem kan verstoringen opvangen
o Negatieve feedbackloops zorgen voor stabiliteit
• Wanneer de veerkracht verdwijnt
o Kleine extra druk → grote verandering
o Positieve feedbackloops versterken het
effect
o Terugkeren naar de oude toestand wordt
(bijna) onmogelijk
• Voorbeeld:
= Opwarming → smelten ijs → minder zonlichtreflectie → extra opwarming
→ versterkend effect = positief feedbackmechanisme → kantelpunt
= 2 fasen bij milieudruk:
1) Veerkrachtige fase
• Negatieve feedbackloops (demping effecten)
• Systeem herstelt zichzelf
• Zolang er veerkracht/weerbaarheid is
• Stabiliteit blijft behouden
= Voorbeeld:
• Oceanen nemen CO₂ op → beperken opwarming
2) Kantelpunt (Tipping point)
• Veerkracht verdwijnt
• Positieve feedbackloops (versterkend effect)
• Verandering wordt versterkt
• Onomkeerbaar nieuw evenwicht
= Voorbeeld:
• Opwarming → minder CO₂-opname oceanen → meer opwarming
!! ZIE VOORBEELDEN DIA’S
Vb: deze grafiek toont aan dat de kantelpunten al
niet meer omkeerbaar zijn
• Regenwouden die massaal gekapt worden