Leerpad: Hanteren van honden
• Laat een hond nooit onbewaakt op de onderzoekstafel staan.
• Honden kunnen van de tafel vallen of springen en daarbij ernstige
verwondingen of breuken oplopen.
• Er moet altijd een student de hond:
o bij de halsband vasthouden, of
o correct fixeren met een specifieke techniek.
• Tijdens dit practicum wordt gewerkt met honden van fokkerij Of Miracle Legacy.
• Er zijn twee rassen aanwezig:
o (middel)grote honden: Australische herder
o kleine honden: Chinese naakthond
• Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen de juiste technieken voor grote en
kleine honden.
1. Begroeten
• Een positieve eerste interactie vergroot de kans dat latere, meer ingrijpende
handelingen (zoals fixatie) vlot verlopen.
• Volgende onderwerpen worden besproken:
o Hoe begroeten honden elkaar?
o Hoe begroet je als mens het best een
hond?
o Wat zijn veelgemaakte fouten van
mensen bij het begroeten van honden?
• De afbeelding benadrukt dat je een hond niet op
een bedreigende manier moet benaderen
=bijvoorbeeld voorovergebogen boven de hond
hangen
1.1 Hoe begroten honden elkaar?
= Hoe begroeten honden elkaar?
• Subtiel, vloeiend en zonder spanning: een soort “dans” met lichaamstaal.
• Ze benaderen elkaar zijdelings (in een lichte boog), niet recht op elkaar af.
• Ze blijven in beweging in plaats van stokstijf stil te staan.
• Ze kiezen voor snuffelen in plaats van direct oogcontact.
• Vaak ontstaat een kop-staart positie (achterkant besnuffelen, daarna wisselen).
• Het contact is kortdurend.
• Lichaamstaal blijft los en ontspannen (geen stijve houding of gefixeerde blik).
,= Hoe begroeten mensen elkaar?
• We lopen meestal recht op elkaar af.
• We maken direct oogcontact.
• We blijven vaak stilstaan bij een handdruk of knuffel.
• Het contact is sociaal en verbaal gestuurd.
= Belangrijke conclusie
• Als mensen honden begroeten zoals ze mensen begroeten, kan dat voor de hond
bedreigend overkomen.
1.2 Persoonlijke ruimte
• Honden hebben, net zoals mensen, een persoonlijke ruimte.
• Dit is de fysieke ruimte rond het individu die als “eigen” wordt beschouwd.
• De afstand van die persoonlijke ruimte verschilt per individu.
• Het binnendringen van die ruimte (mens) kan als:
o Storend
o Bedreigend
o Aanvallend
o overdreven intiem
worden ervaren, zeker zonder bestaande band.
• Ook honden kunnen het doorbreken van hun persoonlijke ruimte als
bedreigend ervaren, vooral door onbekenden.
• Omdat elke hond hier anders op reageert, moet je hier als mens bewust
rekening mee houden bij het begroeten.
, 1.3 Hoe begroet je best een hond
= Niet elke hond reageert hetzelfde
• Sommige honden (zoals die van Shana en Bernd) zijn zeer sociaal en
ontspannen, zelfs bij onbekenden.
• Bij hen leiden “foute” begroetingen meestal niet meteen tot probleemgedrag.
• Dit geldt niet voor alle honden.
= Angstige of onzekere honden
• Een hond die zich afzijdig houdt en vanop afstand kijkt, kan bang of onzeker zijn.
• “Éénkennige” honden focussen zich vaak op hun eigenaar uit veiligheidsgevoel.
• Bij benadering kan een angstige hond:
o ineenkrimpen
o contact proberen vermijden
o of (in sommige gevallen) uitvallen of bijten als ze geen controle ervaren.
• Laat een angstige hond zelf beslissen of ze contact wil maken.
= Belangrijk inzicht: controle
• Gebrek aan controle kan angst versterken.
• In een asiel of dierenkliniek hebben honden weinig controle over hun omgeving.
• Dit kan leiden tot:
o angst
o dreiggedrag
o agressie
= Hoe begroet je een hond correct?
1) Benader zijdelings
• Loop niet recht op de hond af.
• Drijf de hond niet in een hoek.
• Draai je lichaam licht zijdelings.
• Ga niet boven de hond hangen.
• Buig liever licht door je knieën dan voorover.
2) Kijk “zacht”
• Vermijd langdurig oogcontact.
• Staar de hond niet aan.
• Kijk naast of over de hond.
• Knipper rustig of draai je hoofd licht weg.
3) Blijf ontspannen in beweging
• Beweeg rustig.
• Verstijf niet.
• Draai eventueel wat weg als de hond nadert.
• Laat de hond naar jou toekomen.
, 4) Laat de hond snuffelen
• Steek je hand niet plots boven het hoofd.
• Houd je hand laag en ontspannen (of armen los langs je lichaam).
• Laat de hond snuffelen in plaats van kijken.
2. Optillen
• Soms is het noodzakelijk om een hond op te tillen
bv. om hem op een onderzoekstafel of in een voertuig te plaatsen.
• Dit moet altijd op een veilige en comfortabele manier gebeuren, voor zowel de
hond als jezelf.
• Omdat honden sterk verschillen in formaat, wordt er onderscheid gemaakt tussen
kleine, middelgrote en grote honden.
• De technieken (vooral voor kleine honden) zijn gebaseerd op het werk van Dr. Sophia
Yin en zijn wetenschappelijk onderbouwd en veilig.
• Tijdens het practicum:
o Chinese naakthondjes → techniek voor kleine honden
o Aussies → techniek voor middelgrote/grote honden
• Er worden foto’s en demonstratiefilmpjes gebruikt ter ondersteuning.
2.1 Een KLEINE hond optillen
Methode 1: Kalme hond
= Laat de hond eerst stilstaan.
= Houd met één hand de halsband vast (of volg de leiband tot aan de halsband) zodat
de hond niet kan wegbewegen.
= Schuif je andere arm:
• over de rug
• onder de borst, tussen de voorpoten
= Houd je vingers plat en plaats je duim lateraal van de voorpoot die het verst van je af
staat.
→ Dit voorkomt dat de hond zich kan terugkrabbelen.
= Trek de hond zacht tegen je aan en til hem op.
= Draag de hond zijdelings tegen je heup voor extra steun en controle.
• Laat een hond nooit onbewaakt op de onderzoekstafel staan.
• Honden kunnen van de tafel vallen of springen en daarbij ernstige
verwondingen of breuken oplopen.
• Er moet altijd een student de hond:
o bij de halsband vasthouden, of
o correct fixeren met een specifieke techniek.
• Tijdens dit practicum wordt gewerkt met honden van fokkerij Of Miracle Legacy.
• Er zijn twee rassen aanwezig:
o (middel)grote honden: Australische herder
o kleine honden: Chinese naakthond
• Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen de juiste technieken voor grote en
kleine honden.
1. Begroeten
• Een positieve eerste interactie vergroot de kans dat latere, meer ingrijpende
handelingen (zoals fixatie) vlot verlopen.
• Volgende onderwerpen worden besproken:
o Hoe begroeten honden elkaar?
o Hoe begroet je als mens het best een
hond?
o Wat zijn veelgemaakte fouten van
mensen bij het begroeten van honden?
• De afbeelding benadrukt dat je een hond niet op
een bedreigende manier moet benaderen
=bijvoorbeeld voorovergebogen boven de hond
hangen
1.1 Hoe begroten honden elkaar?
= Hoe begroeten honden elkaar?
• Subtiel, vloeiend en zonder spanning: een soort “dans” met lichaamstaal.
• Ze benaderen elkaar zijdelings (in een lichte boog), niet recht op elkaar af.
• Ze blijven in beweging in plaats van stokstijf stil te staan.
• Ze kiezen voor snuffelen in plaats van direct oogcontact.
• Vaak ontstaat een kop-staart positie (achterkant besnuffelen, daarna wisselen).
• Het contact is kortdurend.
• Lichaamstaal blijft los en ontspannen (geen stijve houding of gefixeerde blik).
,= Hoe begroeten mensen elkaar?
• We lopen meestal recht op elkaar af.
• We maken direct oogcontact.
• We blijven vaak stilstaan bij een handdruk of knuffel.
• Het contact is sociaal en verbaal gestuurd.
= Belangrijke conclusie
• Als mensen honden begroeten zoals ze mensen begroeten, kan dat voor de hond
bedreigend overkomen.
1.2 Persoonlijke ruimte
• Honden hebben, net zoals mensen, een persoonlijke ruimte.
• Dit is de fysieke ruimte rond het individu die als “eigen” wordt beschouwd.
• De afstand van die persoonlijke ruimte verschilt per individu.
• Het binnendringen van die ruimte (mens) kan als:
o Storend
o Bedreigend
o Aanvallend
o overdreven intiem
worden ervaren, zeker zonder bestaande band.
• Ook honden kunnen het doorbreken van hun persoonlijke ruimte als
bedreigend ervaren, vooral door onbekenden.
• Omdat elke hond hier anders op reageert, moet je hier als mens bewust
rekening mee houden bij het begroeten.
, 1.3 Hoe begroet je best een hond
= Niet elke hond reageert hetzelfde
• Sommige honden (zoals die van Shana en Bernd) zijn zeer sociaal en
ontspannen, zelfs bij onbekenden.
• Bij hen leiden “foute” begroetingen meestal niet meteen tot probleemgedrag.
• Dit geldt niet voor alle honden.
= Angstige of onzekere honden
• Een hond die zich afzijdig houdt en vanop afstand kijkt, kan bang of onzeker zijn.
• “Éénkennige” honden focussen zich vaak op hun eigenaar uit veiligheidsgevoel.
• Bij benadering kan een angstige hond:
o ineenkrimpen
o contact proberen vermijden
o of (in sommige gevallen) uitvallen of bijten als ze geen controle ervaren.
• Laat een angstige hond zelf beslissen of ze contact wil maken.
= Belangrijk inzicht: controle
• Gebrek aan controle kan angst versterken.
• In een asiel of dierenkliniek hebben honden weinig controle over hun omgeving.
• Dit kan leiden tot:
o angst
o dreiggedrag
o agressie
= Hoe begroet je een hond correct?
1) Benader zijdelings
• Loop niet recht op de hond af.
• Drijf de hond niet in een hoek.
• Draai je lichaam licht zijdelings.
• Ga niet boven de hond hangen.
• Buig liever licht door je knieën dan voorover.
2) Kijk “zacht”
• Vermijd langdurig oogcontact.
• Staar de hond niet aan.
• Kijk naast of over de hond.
• Knipper rustig of draai je hoofd licht weg.
3) Blijf ontspannen in beweging
• Beweeg rustig.
• Verstijf niet.
• Draai eventueel wat weg als de hond nadert.
• Laat de hond naar jou toekomen.
, 4) Laat de hond snuffelen
• Steek je hand niet plots boven het hoofd.
• Houd je hand laag en ontspannen (of armen los langs je lichaam).
• Laat de hond snuffelen in plaats van kijken.
2. Optillen
• Soms is het noodzakelijk om een hond op te tillen
bv. om hem op een onderzoekstafel of in een voertuig te plaatsen.
• Dit moet altijd op een veilige en comfortabele manier gebeuren, voor zowel de
hond als jezelf.
• Omdat honden sterk verschillen in formaat, wordt er onderscheid gemaakt tussen
kleine, middelgrote en grote honden.
• De technieken (vooral voor kleine honden) zijn gebaseerd op het werk van Dr. Sophia
Yin en zijn wetenschappelijk onderbouwd en veilig.
• Tijdens het practicum:
o Chinese naakthondjes → techniek voor kleine honden
o Aussies → techniek voor middelgrote/grote honden
• Er worden foto’s en demonstratiefilmpjes gebruikt ter ondersteuning.
2.1 Een KLEINE hond optillen
Methode 1: Kalme hond
= Laat de hond eerst stilstaan.
= Houd met één hand de halsband vast (of volg de leiband tot aan de halsband) zodat
de hond niet kan wegbewegen.
= Schuif je andere arm:
• over de rug
• onder de borst, tussen de voorpoten
= Houd je vingers plat en plaats je duim lateraal van de voorpoot die het verst van je af
staat.
→ Dit voorkomt dat de hond zich kan terugkrabbelen.
= Trek de hond zacht tegen je aan en til hem op.
= Draag de hond zijdelings tegen je heup voor extra steun en controle.