Praktijk 3 – brede basiszorg
1. Overzicht van de gebruikte modellen en kaders
- Didactisch model van ‘Van Gelder’ – Leon Van Gelder
Uitgangspunt om naar jouw eigen lesgeven te kijken.
Bij het differentiëren nemen we beslissingen over de
diverse componenten van het didactische model.
- Didactische principes → Je moet alle principes gebruiken als uitgangspunt om lessen te ontwerpen.
• Activiteitsprincipe (en interactief leren)
De leerlingen nemen zo actief mogelijk deel aan de lessen.
• Integratieprincipe
De leerlingen koppelen kennis aan reeds aanwezige kennis.
• Aanschouwelijkheidsprincipe (en werkelijkheidsprincipe)
De leerlingen nieuwsgierig maken, prikkelen door realistische situaties of betekenisvolle contexten.
• Differentiatieprincipe
Aanbod waarbij rekening wordt gehouden met interesse, leerstatus en leerprofiel van de leerlingen.
• Motivatieprincipe
De leerkracht zoekt aansluiting bij de interesses van de leerlingen en speelt hierop in.
• Herhalingsprincipe
De leerkracht zorgt ervoor dat er voldoende kansen tot herhaling geboden worden. Vaak a.d.h.v. toepassingen.
• Geleidelijkheidsprincipe (en beperkingsprincipe)
De leerkracht houdt rekening met de verschillende denkniveaus vb. CSA, van makkelijk naar moeilijk
- De 12 bouwstenen uit het boek: Wijze lessen. Deze kunnen gekoppeld worden aan de didactische principes.
- Het zorgcontinuüm - Het BKD-model
,2. Continuüm van zorg, brede basiszorg en zorgverbreding
Brede basiszorg begint bij goed onderwijs in de klas. Dat voorkomt dat elke leerling een eigen set aanpassingen nodig
heeft. Elke school biedt brede basiszorg. Dit is wat alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien. We
willen gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen realiseren. Dit zowel voor de leerlingen die het moeilijk hebben met
leerinhouden te verwerven als voor de cognitief sterk functionerende leerlingen. Om tegemoet te komen aan de
leerlingen zal de leerkracht zijn leerlingen systematisch opvolgen. Naast summatieve evaluatie, doe je ook aan
formatieve evaluatie. In dit cursusdeel bespreken we vooral de formatieve evaluatie.
Summatieve evaluatie: je beoordeelt of een leerling de leerdoelen heeft bereikt.
Formatieve evaluatie: je gaat het leerproces van de leerlingen opvolgen en bijsturen. Je beoordeelt wat een leerling op
een bepaald moment weet of kan, maar ook welk proces hij/zij doorgemaakt heeft.
Formatieve evaluatie betekent ook dat je systematisch stimulerende maatregelen voor je leerlingen treft om hun
leerproces zo goed mogelijk te laten verlopen:
- Aangepaste opdrachten waarin de leerling succes kan behalen.
- Leerlingen bevestigen in wat ze goed kunnen.
- Feedback geven.
- …
2.1 Decreet leersteun
In 2014 werd het M-decreet goedgekeurd = leerlingen met specifieke behoeften uit het buitengewoon onderwijs
volgen les in het reguliere onderwijs. (inclusief onderwijs)
Sinds 2023 vervangt het decreet leersteun het M-decreet.
Decreet leersteun: hierin wordt het leersteunmodel uitgewerkt. Het wil elke leerling in Vlaanderen de juiste
ondersteuning geven, om zo te komen tot een verbetering van de onderwijskwaliteit. Er komen maatregelen om het
reguliere onderwijs te versterken. Leersteuncentra bieden alle leersteun en nodige expertise. Elke school is verbonden
met een leersteuncentrum en die sturen leerondersteuners uit.
Scholen kunnen leerlingen met zware zorgnoden weigeren. De school moet kunnen aantonen dat de maatregelen
disproportioneel zijn. De zorgnoden zijn te zwaar voor de reguliere school.
Het decreet leersteun omvat maatregelen op drie domeinen:
- Maatregelen voor het gewoon onderwijs, met focus op brede basiszorg en verhoogde zorg in scholen.
- De uitbouw van een duurzaam leersteunmodel voor kwaliteitsvolle leersteun in scholen voor gewoon onderwijs.
- Maatregelen voor buitengewoon onderwijs met focus op kwaliteit en meer afstemming tussen gewoon en
buitengewoon onderwijs.
Leersteun richt zich op behoeften van de leerlingen, leraren en schoolteams met 3 belangrijke doelen:
- Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften met een verslag de kans geven om zich maximaal te ontwikkelen,
hun leerwinst te versterken, zelfstandigheid te vergroten, …
- De vaardigheden van leraren en schoolteams versterken om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te
begeleiden.
- Een inclusieve klaspraktijk en schoolcultuur ontwikkelen.
,2.2 Het continuüm van zorg
Dit model vormt één doorlopend aansluitend geheel en bestaat uit vier fasen. Concreet betekent dit dat scholen een
basisaanbod hebben voor alle leerlingen en zorg bieden voor leerlingen voor wie dit niet volstaat. Een goed
uitgebouwde brede basiszorg zorgt ervoor dat minder leerlingen nood hebben aan bijkomende maatregelen.
Continuüm betekent een aansluitend geheel. De scheidingen tussen de fasen zijn stippenlijnen. De zorgwerking op
school vloeit natuurlijk over naar een intensere manier van zorg, als dat nodig is. De noden zijn daarnaast niet strikt af
te lijnen of in vakjes te delen.
Het continuüm is een driehoek omdat het van fase 0, naar 1, 2 of 3 over steeds minder leerlingen gaat waarvoor de
zorg specifieker wordt. Wanneer er overgestapt wordt naar een volgende fase, blijven voorgaande van kracht.
- Fase 0: brede basiszorg (leerkracht)
Binnen deze basiszorg situeert zich de gedifferentieerde aanpak van de klasleerkracht, de binnenklasdifferentiatie.
De leerkracht houdt rekening met de verschillen tussen de leerlingen. Hoe sterker de basis, hoe meer lln aan
boord. Vb. driesporenbeleid, groeperingsvormen, verlengde instructie, EDI, … (maatregelen op klasniveau)
- Fase 1: verhoogde zorg (leerkracht + zorgleerkracht)
De brede basiszorg blijft behouden, in samenspraak met de leerling, het zorgteam en de ouders worden extra
ondersteuningsmaatregelen besproken: remediëren, differentiëren, compenseren en dispenseren (REDICODI).
De noden van de leerlingen worden in kaart gebracht en de genomen maatregelen kunnen deel worden van de
brede basiszorg.
- Fase 2: uitbreiding van zorg (leerkracht + zorgleerkracht + CLB-medewerker)
De schoolinterne expertise is soms ontoereikend voor de leerling om zich verder te helpen in zijn ontwikkeling. Het
CLB speelt hier een belangrijke rol. Na overleg wordt er bepaald welke stappen er verder moeten worden gezet om
aan te sluiten bij de zorgvraag van de leerling.
- Fase 3: individueel aangepast curriculum (IAC) (leerkracht + zorgleerkracht + CLB-medewerker + leerondersteuner)
Het kan gebeuren dat een leerling ondanks alle inspanningen het curriculum niet kan meevolgen. Men komt tot
de vaststelling dat wegens gewijzigde noden, de aanpassingen niet meer volstaan om de leerling verder mee te
nemen in het gemeenschappelijke curriculum. Het CLB start een verslag op dat toegang geeft tot het
buitengewoon onderwijs. Die leerling heeft de keuze om studievoortgang te maken binnen het gewoon onderwijs
met een IAC of om de overstap te maken naar het buitengewoon onderwijs.
, Doen de ouders dit niet, kan de school de inschrijving voor volgend schooljaar ontbinden. De ouders kunnen met hun
kind naar het buitengewoon onderwijs of in een andere school voor gewoon onderwijs de inschrijving vragen. De
ouders kunnen ook aan de school vragen om de leerling op school ingeschreven te houden en een IAC te laten volgen.
Met een IAC krijgt de leerling geen getuigschrift lager onderwijs. De leerling ontvangt een attest van verworven
bekwaamheden.
Aanvulling REDICODI (fase 1): de school voorziet extra zorg onder de vorm van remediërende, differentiërende,
compenserende en dispenserende maatregelen afgestemd op de specifieke onderwijsbehoefte van bepaalde lln.
- Remediëren: aangepaste leerhulp
Doel: leerlingen bijwerken die ondanks alle inspanningen van de klasleraar blijven uitvallen voor basiskennis en
deelvaardigheden.
- Differentiëren: beperkte variatie in het onderwijsleerproces
Vb. tiental overschrijden, Sommige leerlingen mogen dit (nog) doen aan de hand van concreet of schematisch
materiaal, anderen doen dit zonder hulpmiddelen.
- Compenseren: orthopedagogische of ortho-didactische hulpmiddelen
Vb. laptop met leessoftware om spellingcorrector voor kinderen met dyslexie.
- Dispenseren: vrijstellen of toevoegen van doelen binnen een gemeenschappelijk curriculum.
Deze maatregelen worden niet genomen om kinderen te bevoordelen tegenover de klasgroep maar wel om hen een
kans te geven verder gewoon basisonderwijs te kunnen volgen. Deze maatregelen hebben ook het doel om het
welbevinden van het kind positief te laten evolueren. Betrek de klasgroep. Wanneer kinderen goed geïnformeerd zijn,
zullen ze deze differentiatievorm(en) ook beter aanvaarden en begrijpen.
2.3 Zorgverbreding en zorgbreedte
Zorgverbreding: de extra aandacht voor verschillen tussen leerlingen en een vergrote inzet voor achterblijvers en
uitvallers. De school wil de kwaliteit van het onderwijs voor alle kinderen vergroten, waarbij men wijst op de aandacht
die het schoolteam besteedt aan de individuele verschillen tussen de leerlingen en waar men het onderwijs niet
afstemt op die gemiddelde leerling. Vooral op klasniveau dient de aanpak breder te worden gemaakt.
De preventieve benadering wordt verkozen boven de remediërende benadering.
- Het leerstofjaarklassensysteem
traditioneel model waarin leerlingen worden gegroepeerd op basis van hun leeftijd en het leerjaar waarin ze zitten.
Men veronderstelt dat alle leerlingen ongeveer hetzelfde zullen bereiken. In feite komen alleen de gemiddeld
presterende leerlingen aan hun trekken in dit systeem.
Differentiatiemaatregel: zittenblijven → De extra leertijd kan wat compenserend werken, maar de leerling zal zich ook
vaker vervelen, vooral voor de leerstof die hij al beheerste. Dit werkt demotiverend en verstoort de regelmaat van
studeren en werken, wat langdurige gevolgen kan hebben.
Beleidsmaatregelen vb. zorgklas zijn erop gericht om de nadelen van het jaarklassensysteem, vooral het zittenblijven,
weg te werken.
We moeten zorg verbreden. De zorgbreedte is niet groot genoeg we
moeten zorg verbreden a.d.h.v. REDICODI maatregelen.
1. Overzicht van de gebruikte modellen en kaders
- Didactisch model van ‘Van Gelder’ – Leon Van Gelder
Uitgangspunt om naar jouw eigen lesgeven te kijken.
Bij het differentiëren nemen we beslissingen over de
diverse componenten van het didactische model.
- Didactische principes → Je moet alle principes gebruiken als uitgangspunt om lessen te ontwerpen.
• Activiteitsprincipe (en interactief leren)
De leerlingen nemen zo actief mogelijk deel aan de lessen.
• Integratieprincipe
De leerlingen koppelen kennis aan reeds aanwezige kennis.
• Aanschouwelijkheidsprincipe (en werkelijkheidsprincipe)
De leerlingen nieuwsgierig maken, prikkelen door realistische situaties of betekenisvolle contexten.
• Differentiatieprincipe
Aanbod waarbij rekening wordt gehouden met interesse, leerstatus en leerprofiel van de leerlingen.
• Motivatieprincipe
De leerkracht zoekt aansluiting bij de interesses van de leerlingen en speelt hierop in.
• Herhalingsprincipe
De leerkracht zorgt ervoor dat er voldoende kansen tot herhaling geboden worden. Vaak a.d.h.v. toepassingen.
• Geleidelijkheidsprincipe (en beperkingsprincipe)
De leerkracht houdt rekening met de verschillende denkniveaus vb. CSA, van makkelijk naar moeilijk
- De 12 bouwstenen uit het boek: Wijze lessen. Deze kunnen gekoppeld worden aan de didactische principes.
- Het zorgcontinuüm - Het BKD-model
,2. Continuüm van zorg, brede basiszorg en zorgverbreding
Brede basiszorg begint bij goed onderwijs in de klas. Dat voorkomt dat elke leerling een eigen set aanpassingen nodig
heeft. Elke school biedt brede basiszorg. Dit is wat alle leerlingen nodig hebben om zich te kunnen ontplooien. We
willen gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen realiseren. Dit zowel voor de leerlingen die het moeilijk hebben met
leerinhouden te verwerven als voor de cognitief sterk functionerende leerlingen. Om tegemoet te komen aan de
leerlingen zal de leerkracht zijn leerlingen systematisch opvolgen. Naast summatieve evaluatie, doe je ook aan
formatieve evaluatie. In dit cursusdeel bespreken we vooral de formatieve evaluatie.
Summatieve evaluatie: je beoordeelt of een leerling de leerdoelen heeft bereikt.
Formatieve evaluatie: je gaat het leerproces van de leerlingen opvolgen en bijsturen. Je beoordeelt wat een leerling op
een bepaald moment weet of kan, maar ook welk proces hij/zij doorgemaakt heeft.
Formatieve evaluatie betekent ook dat je systematisch stimulerende maatregelen voor je leerlingen treft om hun
leerproces zo goed mogelijk te laten verlopen:
- Aangepaste opdrachten waarin de leerling succes kan behalen.
- Leerlingen bevestigen in wat ze goed kunnen.
- Feedback geven.
- …
2.1 Decreet leersteun
In 2014 werd het M-decreet goedgekeurd = leerlingen met specifieke behoeften uit het buitengewoon onderwijs
volgen les in het reguliere onderwijs. (inclusief onderwijs)
Sinds 2023 vervangt het decreet leersteun het M-decreet.
Decreet leersteun: hierin wordt het leersteunmodel uitgewerkt. Het wil elke leerling in Vlaanderen de juiste
ondersteuning geven, om zo te komen tot een verbetering van de onderwijskwaliteit. Er komen maatregelen om het
reguliere onderwijs te versterken. Leersteuncentra bieden alle leersteun en nodige expertise. Elke school is verbonden
met een leersteuncentrum en die sturen leerondersteuners uit.
Scholen kunnen leerlingen met zware zorgnoden weigeren. De school moet kunnen aantonen dat de maatregelen
disproportioneel zijn. De zorgnoden zijn te zwaar voor de reguliere school.
Het decreet leersteun omvat maatregelen op drie domeinen:
- Maatregelen voor het gewoon onderwijs, met focus op brede basiszorg en verhoogde zorg in scholen.
- De uitbouw van een duurzaam leersteunmodel voor kwaliteitsvolle leersteun in scholen voor gewoon onderwijs.
- Maatregelen voor buitengewoon onderwijs met focus op kwaliteit en meer afstemming tussen gewoon en
buitengewoon onderwijs.
Leersteun richt zich op behoeften van de leerlingen, leraren en schoolteams met 3 belangrijke doelen:
- Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften met een verslag de kans geven om zich maximaal te ontwikkelen,
hun leerwinst te versterken, zelfstandigheid te vergroten, …
- De vaardigheden van leraren en schoolteams versterken om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te
begeleiden.
- Een inclusieve klaspraktijk en schoolcultuur ontwikkelen.
,2.2 Het continuüm van zorg
Dit model vormt één doorlopend aansluitend geheel en bestaat uit vier fasen. Concreet betekent dit dat scholen een
basisaanbod hebben voor alle leerlingen en zorg bieden voor leerlingen voor wie dit niet volstaat. Een goed
uitgebouwde brede basiszorg zorgt ervoor dat minder leerlingen nood hebben aan bijkomende maatregelen.
Continuüm betekent een aansluitend geheel. De scheidingen tussen de fasen zijn stippenlijnen. De zorgwerking op
school vloeit natuurlijk over naar een intensere manier van zorg, als dat nodig is. De noden zijn daarnaast niet strikt af
te lijnen of in vakjes te delen.
Het continuüm is een driehoek omdat het van fase 0, naar 1, 2 of 3 over steeds minder leerlingen gaat waarvoor de
zorg specifieker wordt. Wanneer er overgestapt wordt naar een volgende fase, blijven voorgaande van kracht.
- Fase 0: brede basiszorg (leerkracht)
Binnen deze basiszorg situeert zich de gedifferentieerde aanpak van de klasleerkracht, de binnenklasdifferentiatie.
De leerkracht houdt rekening met de verschillen tussen de leerlingen. Hoe sterker de basis, hoe meer lln aan
boord. Vb. driesporenbeleid, groeperingsvormen, verlengde instructie, EDI, … (maatregelen op klasniveau)
- Fase 1: verhoogde zorg (leerkracht + zorgleerkracht)
De brede basiszorg blijft behouden, in samenspraak met de leerling, het zorgteam en de ouders worden extra
ondersteuningsmaatregelen besproken: remediëren, differentiëren, compenseren en dispenseren (REDICODI).
De noden van de leerlingen worden in kaart gebracht en de genomen maatregelen kunnen deel worden van de
brede basiszorg.
- Fase 2: uitbreiding van zorg (leerkracht + zorgleerkracht + CLB-medewerker)
De schoolinterne expertise is soms ontoereikend voor de leerling om zich verder te helpen in zijn ontwikkeling. Het
CLB speelt hier een belangrijke rol. Na overleg wordt er bepaald welke stappen er verder moeten worden gezet om
aan te sluiten bij de zorgvraag van de leerling.
- Fase 3: individueel aangepast curriculum (IAC) (leerkracht + zorgleerkracht + CLB-medewerker + leerondersteuner)
Het kan gebeuren dat een leerling ondanks alle inspanningen het curriculum niet kan meevolgen. Men komt tot
de vaststelling dat wegens gewijzigde noden, de aanpassingen niet meer volstaan om de leerling verder mee te
nemen in het gemeenschappelijke curriculum. Het CLB start een verslag op dat toegang geeft tot het
buitengewoon onderwijs. Die leerling heeft de keuze om studievoortgang te maken binnen het gewoon onderwijs
met een IAC of om de overstap te maken naar het buitengewoon onderwijs.
, Doen de ouders dit niet, kan de school de inschrijving voor volgend schooljaar ontbinden. De ouders kunnen met hun
kind naar het buitengewoon onderwijs of in een andere school voor gewoon onderwijs de inschrijving vragen. De
ouders kunnen ook aan de school vragen om de leerling op school ingeschreven te houden en een IAC te laten volgen.
Met een IAC krijgt de leerling geen getuigschrift lager onderwijs. De leerling ontvangt een attest van verworven
bekwaamheden.
Aanvulling REDICODI (fase 1): de school voorziet extra zorg onder de vorm van remediërende, differentiërende,
compenserende en dispenserende maatregelen afgestemd op de specifieke onderwijsbehoefte van bepaalde lln.
- Remediëren: aangepaste leerhulp
Doel: leerlingen bijwerken die ondanks alle inspanningen van de klasleraar blijven uitvallen voor basiskennis en
deelvaardigheden.
- Differentiëren: beperkte variatie in het onderwijsleerproces
Vb. tiental overschrijden, Sommige leerlingen mogen dit (nog) doen aan de hand van concreet of schematisch
materiaal, anderen doen dit zonder hulpmiddelen.
- Compenseren: orthopedagogische of ortho-didactische hulpmiddelen
Vb. laptop met leessoftware om spellingcorrector voor kinderen met dyslexie.
- Dispenseren: vrijstellen of toevoegen van doelen binnen een gemeenschappelijk curriculum.
Deze maatregelen worden niet genomen om kinderen te bevoordelen tegenover de klasgroep maar wel om hen een
kans te geven verder gewoon basisonderwijs te kunnen volgen. Deze maatregelen hebben ook het doel om het
welbevinden van het kind positief te laten evolueren. Betrek de klasgroep. Wanneer kinderen goed geïnformeerd zijn,
zullen ze deze differentiatievorm(en) ook beter aanvaarden en begrijpen.
2.3 Zorgverbreding en zorgbreedte
Zorgverbreding: de extra aandacht voor verschillen tussen leerlingen en een vergrote inzet voor achterblijvers en
uitvallers. De school wil de kwaliteit van het onderwijs voor alle kinderen vergroten, waarbij men wijst op de aandacht
die het schoolteam besteedt aan de individuele verschillen tussen de leerlingen en waar men het onderwijs niet
afstemt op die gemiddelde leerling. Vooral op klasniveau dient de aanpak breder te worden gemaakt.
De preventieve benadering wordt verkozen boven de remediërende benadering.
- Het leerstofjaarklassensysteem
traditioneel model waarin leerlingen worden gegroepeerd op basis van hun leeftijd en het leerjaar waarin ze zitten.
Men veronderstelt dat alle leerlingen ongeveer hetzelfde zullen bereiken. In feite komen alleen de gemiddeld
presterende leerlingen aan hun trekken in dit systeem.
Differentiatiemaatregel: zittenblijven → De extra leertijd kan wat compenserend werken, maar de leerling zal zich ook
vaker vervelen, vooral voor de leerstof die hij al beheerste. Dit werkt demotiverend en verstoort de regelmaat van
studeren en werken, wat langdurige gevolgen kan hebben.
Beleidsmaatregelen vb. zorgklas zijn erop gericht om de nadelen van het jaarklassensysteem, vooral het zittenblijven,
weg te werken.
We moeten zorg verbreden. De zorgbreedte is niet groot genoeg we
moeten zorg verbreden a.d.h.v. REDICODI maatregelen.