Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
GZGH – Cardiovasculair stelsel
Auscultatie en bijgeruisen
Overzicht
- Normale auscultatie gebeurt zowel langs links als rechts al starten we eerst
met de palpatie van de apex beat
- Mitralisklep S1 S2
- Aortaklep S1 S2
- Pulmonalisklep S1 S2
- De tricuspid regio is zachter en vind je tussen olecranon en schouder
- Belangrijk om hier te luisteren voor ventrikel-septum defect -> dit is
luider ventraal van de tricuspidklep
- Tijdens systole is er een contractie van de ventrikels, onder normale
omstandigheden zijn de atrioventriculaire kleppen op dit moment gesloten
- Een hartruis in systole wijst op AV-kleplek of stenose van de semilunaire
kleppen
- Een hartruis tijdens systole aan de rechterkant wijst op een ventrikel
septum defect of tricuspidkleplek
- In diastole is er ventriculaire relaxatie en vullen deze zich met bloed
- Iets fysiologisch wat je hier kan tegenkomen is de ‘whoop’ -> bloed dat
vanuit atrium in ventrikel valt
- Een hartruis in diastole komt door een lek van de aortaklep
1
,Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
- Voor de beschrijving van het hartruis wordt er geluisterd naar volgende
zaken:
- Intensiteit (zie hierboven)
- Karakter
- Schurend, muzikaal, blazend, ...
- Crescendo, decrescendo, plateau
- Punctum maximum (waar hoor je het luidst)
- Timing: systole-diastole-continu
Systolisch geruis
- Een systolisch geruis is typisch kort met lange stilte, het omgekeerde geldt
voor een diastolisch geruis
- Het systolisch geruis blijft van gelijke duur bij aritmie of excitatie want
systole kan niet inkorten, diastole wel
Systolisch ruis links
Ejectie Mitralisregurgitatie
- Aorta regio - Mitralisregio
- Vroeg-midden - Holosystolisch
- Crescendo-decrescendo - Plateau (crescendo)
- Stopt voor S2 - Zelfde intensiteit
- Niet gelijke intensiteit - 1-4(5)/6
- 1-3(4)/6
- Mitralis regurgitatie is meestal verworven
- Myxomateuze verandering (verweking van de klep -> lagere integriteit)
- Valvulitis (niet-infectieus)
- Chordae ruptuur -> zelfden & erge symptomen (minder zuurstof naar
lichaam en meer bloed naar longen -> respiratoire aandoeningen)
- Soms is er dysplasie van de klep, met name abnormale aanleg (zoals
bijvoorbeeld abnormale papillairspieren)
- Bij hogere bloeddruk kan klep meer lekken en soms luider geruis geven bij
stress of pijn zoals koliek
- Renpaarden >> eventing >> jumping/dressuur >> recreatie
2
,Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
- Enkel als matige tot ernstige mitralisregurgitatie krijg je volgende
symptomen:
- Dyspnee tijdens werk en feller zweten
- Moe/Stilvallen op einde van het werk, trager recupereren
- Arbeidsintolerantie; versnelde pols/ademhaling in rust
- Belangrijkste bij MR is dat het paard een verhoogde risico heeft op
ontwikkeling van atriale fibrillatie, groter atrium -> grotere kans op
fibrilleren
- Op echocardiografie wordt gekeken naar de diameter van het lek en het
ontvangende compartiment
- Het verloopt vaak (geleidelijk) progressief tot prestatiedaling maar kan lang
stabiel blijven (behalve chordae ruptuur)
- Prognose is afhankelijk van de ergheid en het doel van het paard
- Meestal oké op dat moment
- Mitralisregurgitatie door prolaps van mitraalklep geeft een soms mid- tot
laat-systolisch crescendo bijgeruis
- Bij jonge paarden, slechte toestand en koliek
- Als bijgeruis persisteert best een echocardio uitvoeren
- Prognose vaak gunstiger door zijn trager verloop (langer verdragen en
minder AF risico), wel op lange termijn opvolgen dat het niet holo- wordt
3
, Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
- Een systolisch geruis aan de rechterkant wijst meestal op de tricuspid regio -
> tricuspidaliskleplek
- Holosystolisch
- Plateau
- 1-3(4)/6
- Meestal weinig klinische impact, wel kijken naar venenpols en ventraal
oedeem
- Verder onderzoek vanaf graad 3/6
- Indien de ruis meer ventraal is aan de rechterzijde gaat het om VSD of
ventrikel septum defect
- Pansystolisch -> bedekt harttonen voor een deel
- Plateau, ruw
- 4-5(6)/6
- Altijd echo om klinisch belang te kennen
- VSD is de meest frequente congenitale hartafwijking bij paarden
- De ergheid ervan is niet gecorreleerd met de intensiteit van het ruis, wel
afhankelijk van de grootte -> daarom dat echo een must is
- Goed opletten voor diastolisch geruis want vaak ook problemen met de
aorta -> kan door prolaps van aortaklep in defect
- Bijna altijd erger en groter probleem in toekomst
Diastolisch geruis
- In diastole zijn de ventrikels in relaxatie -> mitralis & tricuspidalis zijn open,
aorta & pulmonalis zijn toe
- Diastolisch links hartruis
- Aorta regio
- Holodiastolisch
- Vaak decrescendo en muzikaal & brommend (luid, vibrerend, trompet
met fremitus)
- 1-5(6)/6
- Intensiteit is niet gecorreleerd met ergheid
- Aortakleplek is vaak ouderdomskwaaltje maar traag progressief -> altijd
verder onderzoek
- Bij paard met blok wordt diastolisch geruis heel lang
- De duur bij aritmie is variabel
- Vaak degeneratieve klepletsels, prolaps die meer optreden bij toenemende
leeftijd
- Zeldzamer is endocarditis
- Echocardiografie van de klep zelf, colour doppler op kleplek en linker
ventrikel afmeting
4
GZGH – Cardiovasculair stelsel
Auscultatie en bijgeruisen
Overzicht
- Normale auscultatie gebeurt zowel langs links als rechts al starten we eerst
met de palpatie van de apex beat
- Mitralisklep S1 S2
- Aortaklep S1 S2
- Pulmonalisklep S1 S2
- De tricuspid regio is zachter en vind je tussen olecranon en schouder
- Belangrijk om hier te luisteren voor ventrikel-septum defect -> dit is
luider ventraal van de tricuspidklep
- Tijdens systole is er een contractie van de ventrikels, onder normale
omstandigheden zijn de atrioventriculaire kleppen op dit moment gesloten
- Een hartruis in systole wijst op AV-kleplek of stenose van de semilunaire
kleppen
- Een hartruis tijdens systole aan de rechterkant wijst op een ventrikel
septum defect of tricuspidkleplek
- In diastole is er ventriculaire relaxatie en vullen deze zich met bloed
- Iets fysiologisch wat je hier kan tegenkomen is de ‘whoop’ -> bloed dat
vanuit atrium in ventrikel valt
- Een hartruis in diastole komt door een lek van de aortaklep
1
,Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
- Voor de beschrijving van het hartruis wordt er geluisterd naar volgende
zaken:
- Intensiteit (zie hierboven)
- Karakter
- Schurend, muzikaal, blazend, ...
- Crescendo, decrescendo, plateau
- Punctum maximum (waar hoor je het luidst)
- Timing: systole-diastole-continu
Systolisch geruis
- Een systolisch geruis is typisch kort met lange stilte, het omgekeerde geldt
voor een diastolisch geruis
- Het systolisch geruis blijft van gelijke duur bij aritmie of excitatie want
systole kan niet inkorten, diastole wel
Systolisch ruis links
Ejectie Mitralisregurgitatie
- Aorta regio - Mitralisregio
- Vroeg-midden - Holosystolisch
- Crescendo-decrescendo - Plateau (crescendo)
- Stopt voor S2 - Zelfde intensiteit
- Niet gelijke intensiteit - 1-4(5)/6
- 1-3(4)/6
- Mitralis regurgitatie is meestal verworven
- Myxomateuze verandering (verweking van de klep -> lagere integriteit)
- Valvulitis (niet-infectieus)
- Chordae ruptuur -> zelfden & erge symptomen (minder zuurstof naar
lichaam en meer bloed naar longen -> respiratoire aandoeningen)
- Soms is er dysplasie van de klep, met name abnormale aanleg (zoals
bijvoorbeeld abnormale papillairspieren)
- Bij hogere bloeddruk kan klep meer lekken en soms luider geruis geven bij
stress of pijn zoals koliek
- Renpaarden >> eventing >> jumping/dressuur >> recreatie
2
,Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
- Enkel als matige tot ernstige mitralisregurgitatie krijg je volgende
symptomen:
- Dyspnee tijdens werk en feller zweten
- Moe/Stilvallen op einde van het werk, trager recupereren
- Arbeidsintolerantie; versnelde pols/ademhaling in rust
- Belangrijkste bij MR is dat het paard een verhoogde risico heeft op
ontwikkeling van atriale fibrillatie, groter atrium -> grotere kans op
fibrilleren
- Op echocardiografie wordt gekeken naar de diameter van het lek en het
ontvangende compartiment
- Het verloopt vaak (geleidelijk) progressief tot prestatiedaling maar kan lang
stabiel blijven (behalve chordae ruptuur)
- Prognose is afhankelijk van de ergheid en het doel van het paard
- Meestal oké op dat moment
- Mitralisregurgitatie door prolaps van mitraalklep geeft een soms mid- tot
laat-systolisch crescendo bijgeruis
- Bij jonge paarden, slechte toestand en koliek
- Als bijgeruis persisteert best een echocardio uitvoeren
- Prognose vaak gunstiger door zijn trager verloop (langer verdragen en
minder AF risico), wel op lange termijn opvolgen dat het niet holo- wordt
3
, Geneeskundige ziekteleer ghd Prof. Van Loon
- Een systolisch geruis aan de rechterkant wijst meestal op de tricuspid regio -
> tricuspidaliskleplek
- Holosystolisch
- Plateau
- 1-3(4)/6
- Meestal weinig klinische impact, wel kijken naar venenpols en ventraal
oedeem
- Verder onderzoek vanaf graad 3/6
- Indien de ruis meer ventraal is aan de rechterzijde gaat het om VSD of
ventrikel septum defect
- Pansystolisch -> bedekt harttonen voor een deel
- Plateau, ruw
- 4-5(6)/6
- Altijd echo om klinisch belang te kennen
- VSD is de meest frequente congenitale hartafwijking bij paarden
- De ergheid ervan is niet gecorreleerd met de intensiteit van het ruis, wel
afhankelijk van de grootte -> daarom dat echo een must is
- Goed opletten voor diastolisch geruis want vaak ook problemen met de
aorta -> kan door prolaps van aortaklep in defect
- Bijna altijd erger en groter probleem in toekomst
Diastolisch geruis
- In diastole zijn de ventrikels in relaxatie -> mitralis & tricuspidalis zijn open,
aorta & pulmonalis zijn toe
- Diastolisch links hartruis
- Aorta regio
- Holodiastolisch
- Vaak decrescendo en muzikaal & brommend (luid, vibrerend, trompet
met fremitus)
- 1-5(6)/6
- Intensiteit is niet gecorreleerd met ergheid
- Aortakleplek is vaak ouderdomskwaaltje maar traag progressief -> altijd
verder onderzoek
- Bij paard met blok wordt diastolisch geruis heel lang
- De duur bij aritmie is variabel
- Vaak degeneratieve klepletsels, prolaps die meer optreden bij toenemende
leeftijd
- Zeldzamer is endocarditis
- Echocardiografie van de klep zelf, colour doppler op kleplek en linker
ventrikel afmeting
4