b. De anatomische nomenclatuur
Zie introvideo goede uitleg!!!
1.De anatomische terminologie - Enkele
algemene termen binnen de anatomie
zeer uitgebreid: Ter wille van de eenvormigheid en ter bevordering van de
interdisciplinaire communicatie
Binnen het bewegingsapparaat worden volgende afkortingen frequent
gebruikt:
Enkelvoud Meervoud
a : arteria, slagader; aa : arteriae
art : articulatio, gewricht; artt : articulationes
lig : ligamentum, band; ligg : ligamenta
m : musculus, spier; mm : musculi
n : nervus, zenuw; nn : nervi
r : ramus, tak; rr : rami
v : vena, ader; vv : venae
uitsteeksels (verhevenheden):
condylus en caput: grote, ronde knobbels
crista: kam
linea: een minder duidelijke aftekening dan een crista
processus: algemene naam voor uitsteeksel
tuberculum: kleine rond uitsteeksel
tuberositas: ruwe verdikking
, uithollingen (indeukingen):
foramen: opening
fossa: uitgehold vlak
sulcus: groeve
sinus: kanaal
Namen van spieren: refereren vaak naar een specifiek kenmerk
de vorm: m. deltoideus, m. quadratus
grootte: m. gluteus maximus, m. teres minor
aantal hoofden: m. biceps, m. triceps
plaats in het lichaam: m. brachialis, m. palmaris longus
functie: m. supinator, m. adductor magnus
2.De anatomische positie
Als referentie om positie en oriëntatie v versch. lichaamsdelen te
beschrijven
- Lichaam
o is rechtop
o naar voren gericht
o staat rechtop
- Voeten:
o parallel
o plat op de vloer
o tenen naar voren gericht
- Armen:
o hangend langs zijkanten
o Handpalmen naar voren gericht
(supinatie)
- Hoofd + ogen
o Naar voren gericht
- Benen
o Lichtjes gespreid
Zie video’s!!!
Zie introvideo goede uitleg!!!
1.De anatomische terminologie - Enkele
algemene termen binnen de anatomie
zeer uitgebreid: Ter wille van de eenvormigheid en ter bevordering van de
interdisciplinaire communicatie
Binnen het bewegingsapparaat worden volgende afkortingen frequent
gebruikt:
Enkelvoud Meervoud
a : arteria, slagader; aa : arteriae
art : articulatio, gewricht; artt : articulationes
lig : ligamentum, band; ligg : ligamenta
m : musculus, spier; mm : musculi
n : nervus, zenuw; nn : nervi
r : ramus, tak; rr : rami
v : vena, ader; vv : venae
uitsteeksels (verhevenheden):
condylus en caput: grote, ronde knobbels
crista: kam
linea: een minder duidelijke aftekening dan een crista
processus: algemene naam voor uitsteeksel
tuberculum: kleine rond uitsteeksel
tuberositas: ruwe verdikking
, uithollingen (indeukingen):
foramen: opening
fossa: uitgehold vlak
sulcus: groeve
sinus: kanaal
Namen van spieren: refereren vaak naar een specifiek kenmerk
de vorm: m. deltoideus, m. quadratus
grootte: m. gluteus maximus, m. teres minor
aantal hoofden: m. biceps, m. triceps
plaats in het lichaam: m. brachialis, m. palmaris longus
functie: m. supinator, m. adductor magnus
2.De anatomische positie
Als referentie om positie en oriëntatie v versch. lichaamsdelen te
beschrijven
- Lichaam
o is rechtop
o naar voren gericht
o staat rechtop
- Voeten:
o parallel
o plat op de vloer
o tenen naar voren gericht
- Armen:
o hangend langs zijkanten
o Handpalmen naar voren gericht
(supinatie)
- Hoofd + ogen
o Naar voren gericht
- Benen
o Lichtjes gespreid
Zie video’s!!!