1. Politieambtenaar als (bijzonder) beroep
Het politieberoep is een bijzonder beroep, omdat het beschikt over het monopolie op
geweld. Dit betekent dat politieambtenaren als enigen wettelijk geweld mogen
gebruiken in bepaalde situaties. Daarnaast ondergaat iemand een duidelijke overgang
van gewone burger naar politieambtenaar, wat gepaard gaat met een grondige opleiding
en aanpassing aan de politiecultuur.
Ook de inzet van militairen op straat heeft een specifieke betekenis. Militairen
beschikken namelijk niet over politionele bevoegdheden. In de praktijk kunnen ze dus
niet meer doen dan gewone burgers, behalve de politie oproepen. Hun aanwezigheid
heeft daardoor vooral een symbolische waarde: ze moeten een gevoel van veiligheid
creëren en afschrikken.
Verder is het politieberoep sterk geformaliseerd. De toegang tot het beroep verloopt via
een strikt en duidelijk gestructureerd selectieproces met verschillende fasen. Je kan dus
niet zomaar politieagent worden: er zijn meerdere formele drempels die je moet
overwinnen voordat je tot het beroep wordt toegelaten.
Tot slot speelt ook transformatie en socialisatie een belangrijke rol. Tijdens de opleiding
en het werkproces worden kandidaten gevormd en aangepast aan de normen, waarden
en verwachtingen van het politieberoep.
Fases voor je bij de politie kan starten:
1. Rekruteringsfase: spontaan of actieve rekrutering
- Twee manieren om in contact te komen met het politieberoep:
• Actieve rekrutering vanuit de organisatie
o Politie gaat zelf op zoek naar kandidaten
o Doel: capaciteit verhogen
o Via:
▪ Rekruteringscampagnes
▪ Beeldvorming (bv. tv-series)
▪ Contacten binnen de organisatie
• Motivatie vanuit de persoon zelf
1
, o Kandidaten tonen spontaan interesse
o Beïnvloed door:
▪ Eigen ervaringen met de politie
▪ Familie of kennissen bij de politie
- Informele selectie
• Kandidaten vormen een eerste beeld van het beroep
• Beslissen op basis daarvan of ze zich kandidaat stellen
2. Selectiefase: formele en uitgebreide interne (binnen de politie)selectieprocedure
(testen)
• Selectie vindt vnl. hier plaats
• Grote uitval van mensen hier
• Proeven en testen doorlopen
3.Sollicitatie bij een korps
4. Opleiding + stage
Socialisatieproces
• Definitie
o Ontwikkeling van het individu binnen een sociale context
o Sociologisch concept
• Opnemen van rollen
o Je neemt een bepaalde sociale rol aan
o Voorbeeld: rol van student
• Dynamisch leerproces
o Continu proces van leren en aanpassen
o Kenmerken:
▪ Internalisering: waarden en normen worden eigen gemaakt
2
, ▪ Continuïteit: zorgt voor het voortbestaan van de groep
o Je leert:
▪ Actief (bewust)
▪ Passief (onbewust)
o Je integreert een bepaalde cultuur in je eigen houding
o Culturen veranderen is moeilijk:
▪ Mensen worden voortdurend ondergedompeld in de organisatie
• Bronnen van socialisatie (sociologische kijk)
o Primaire socialisatie
▪ Gezin, peergroup
▪ Staat het dichtst bij het individu
o Secundaire socialisatie
▪ School, werk, collega’s
o Tertiaire socialisatie
▪ Media, waardepatronen, rolopvattingen, culturele codes
▪ Staat verder van het individu
Organisationele socialisatie
• Proces waarbij iemand zich aanpast aan een organisatie
• Functies
o Instrumentele functie
▪ Aanleren van inhoudelijke kennis en vaardigheden
▪ Weten hoe je de job concreet uitvoert
▪ Voorbeelden:
▪ Identiteitscontrole uitvoeren
▪ Schieten
o Culturele dimensie
▪ Aanleren van normen en waarden binnen de organisatie
▪ Ongeschreven regels
3
, ▪ Informele afspraken
▪ Hoe omgaan met burgers
▪ Hoe collega’s onderling met elkaar omgaan
Politionele socialisatie
• “Blauw verven” (transformatie)
o Overgang van burger naar politiemens
o Twee dimensies:
▪ Instrumenteel
▪ Aanleren van:
▪ Wetgeving
▪ Procedures
▪ Technieken
▪ Cultureel
▪ Internaliseren van:
▪ Competenties
▪ Attitudes
▪ Waarden en normen
▪ Gebruiken
▪ Leren hoe je kijkt naar:
▪ De maatschappij
▪ Verschillende groepen
▪ Collega’s
o In onderzoek wordt vaak gesproken over deze transformatie
▪ Evolutie van beginneling naar volwaardige politiemens
▪ Ontwikkeling van een nieuwe professionele identiteit
Politiecultuur
4