Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Complete Samenvatting Externaliserende Stoornissen PSY4755

Rating
-
Sold
2
Pages
81
Uploaded on
26-03-2026
Written in
2025/2026

Dit document bevat een complete samenvatting van de taken van het blok externaliserende stoornissen en kan gebruikt worden als voorbereiding op de onderwijsgroepen en het tentamen. De literatuur in deze samenvatting is vernieuwd t.o.v. andere jaren!

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Taak 1
Wat zijn CU-traits?
Psychopathie = persoonlijkheidskenmerken, zoals afwezigheid van empathie, schuld, angst en
oppervlakkige emoties met het onvermogen om langdurige relaties te vormen en te onderhouden ->
onderliggende kenmerken van individu

 Bestaat uit verschillende dimensies, bijv. callous-unemotional traits (CUT), narcisme
 CUT vormen de affectieve factor van psychopathie = eigenschappen, zoals gebrek aan
schuld/rouw/rekening houden met andersmans gevoelens/belangstelling en oppervlakkig uiten
van emoties

Artikel Eisenbarth et al. (2016)

Introductie
De aan- of afwezigheid van CUT binnen een gedragsstoornis wijst op subgroepen jongeren die o.a.
verschillen in angstniveau en ernst van antisociaal gedrag. Vooral stabiele CUT hangt samen met
ernstiger en langdurig agressief en antisociaal gedrag.

 Toe- of afnames in CUT tijdens de kindertijd zijn gekoppeld aan vergelijkbare veranderingen in
contextuele, gedragsmatige en individuele problemen -> wijst op mogelijke risico- en
beschermende factoren
 Verschillende subtypen bij jongeren:
o Verhoogde stabiele CUT
o Stabiel hoge gedragsstoornissymptomen en CUT
o Alleen verhoogde stabiele gedragsstoornissymptomen
o Toenames in zowel CUT als gedragsstoornissymptomen
 Adolescentie: stabiliteit van CUT is onzeker, maar vooral stabiele en toenemende groepen

Doel studie: onderzoeken van gezamenlijke ontwikkeling van symptomen van een gedragsstoornis en
CUT tijdens de adolescentie en subgroepen vergelijken op internaliserende problemen, agressief
gedrag, persoonlijkheidstrekken, peerrelaties en blootstelling aan mediageweld

 2038 adolescenten (15-18 jaar) verdeeld over 4 at-risk groepen en 1 controlegroep
 Longitudinaal onderzoek met 2 meetmomenten (t1 en t2 -> 1 jaar apart)
 Metingen zijn gebaseerd op zelfrapportage

Bestaande theorieën over subgroepen:

1. Internaliserende factoren:
a. Hoge CUT -> lagere niveaus van depressie en angst
b. Hoog antisociaal gedrag -> hogere depressie en angst
2. Agressie
a. Hoge CUT -> proactieve agressie (ook vaak i.c.m. reactieve agressie vooral i.c.m.
gedragsproblemen)
b. Lage CUT -> reactieve agressie
3. Persoonlijkheidstrekken
a. Hoge of toenemende CUT + antisociaal gedrag -> meer psychopathische trekken
i. Hoge CUT -> laag zelfbeeld + narcisme -> ernstiger antisociaal gedrag
b. Veranderingen in CUT lopen parallel aan veranderingen in narcisme en impulsiviteit
4. Omgevingsfactoren:
a. Gedragsstoornisgedrag + CUT -> problematische peerrelaties (deviante peers, hoge
groepsdruk, etc.)
b. Gedragsstoornissen + CUT -> vaker blootgesteld aan mediageweld

Resultaten en discussie
Stabiele ODD/CD & Toenemend ODD/CD Alleen ODD/CD Alleen CUT
CUT & CUT
Hoogste niveaus van Stijgende Vergelijkbare reactieve Lage angst, depressie,
depressie en angst/depressie, pro- agressie als impulsiviteit, peer
proactieve agressie en reactieve agressie; gecombineerde groep, pressure,

, (ook soms reactieve afname in lagere proactieve populariteitsstreven, en
agressie); laag zelfvertrouwen; agressie; minder blootstelling aan
zelfvertrouwen, hoog toename in narcisme; mediageweld; hoge mediageweld; lage en
narcisme, gemiddelde groepsdruk en afname reactieve
sensatiezoekend impulsiviteit; populariteitsstreven agressie
gedrag, impulsiviteit;  Veranderingen  Onderscheidend  Kan gezien
lage peerconformiteit; worden op worden als
hoog gedreven door peergerelateerd laagrisicogroep
populariteitsstreven en internaliserende e i.p.v.
groepsdruk; meer kans problemen en contextfactoren controlegroep
op blootstelling aan emotionele
mediageweld disregulatie
1. CUT en gedragsstoornissymptomen
komen vaak samen voor tijdens de
adolescentie, waarbij er drie stabiele groepen
te onderscheiden zijn en een toenemende
groep die stijgt in beide kenmerken. Er werd
geen afnemende groep gevonden -> wijst op
stabiliteit en heterogeniteit tijdens de
adolescentie
o CUT alleen is mogelijk een
beschermende factor voor de
ontwikkeling van psychopathologische
problemen door hoge emotionele
gedragsregulatie die hen beschermt
tegen het aangaan antisociaal gedrag -
> hadden laag risico op angst en depressie, agressie en narcisme
 Mensen met hoge CUT + ODD/CD hebben gebrek aan bescherming en meer kans
op angst en reactieve agressie
 Emotionele ontregeling en hoge sensatiezucht maakt CUT+ODD/CD en ODD/CD
kwetsbaar voor antisociaal gedrag
2. Stabiliteitstypen helpen bij het begrijpen van ontwikkelingspaden van CUT en
gedragsstoornissymptomen
3. Resultaten ondersteunen het gebruik van Limited Prosocial Emotions specificatie in DSM-5
4. De toenemende groep benadrukt het belang van adolescent onset en peer-invloeden bij het
ontstaan van antisociaal gedrag.

Conclusie: individuele kenmerken en contextuele factoren bepalen samen hoe adolescenten zich
ontwikkelen in antisociaal gedrag en CUT. Stabiele en toenemende groepen vertonen duidelijke
verschillen in risico en functioneren.


Welke externaliserende stoornissen zijn er?
Stoornis (bij gedragsproblemen) = gedragspatroon dat naam heeft -> geen oorzaak, maar
beschrijving van gedrag.

Er is veel variabiliteit binnen gedragsproblemen -> o.a. in verloop, ernst, pervasiviteit, leeftijd van
ontstaan, aanwezigheid van CUT, invloed van leeftijdsgenoten op gedragsproblemen, mate van bedrog,
aanwezigheid van comorbide ADHD- of depressieve symptomen. Verschillende vormen van disruptief
gedrag:

1. Oppositioneel gedrag = kind toont weerstand t.o.v. verzorger -> actieve en passieve vormen
o Kleuters: autonoom willen functioneren is normaal, maar van korte duur i.p.v. constant
2. Antisociaal gedrag = ongepast gedrag -> schenden van basale normen, regels en rechten
3. Regelovertredend gedrag = alle gedrag dat in strijd is met op dat moment voor de persoon
betreffende regels -> kunnen formele regels zijn (wetten, schoolregels) of minder formele
gedragcodes/verwachtingen
a. Delinquent gedrag = gedrag uit zich in wettelijke overtredingen -> afhankelijk van
leeftijd
4. Externaliserend gedrag = ongepast gedrag dat zich onderscheidt van internaliserend gedrag

Gepast gedrag = gedrag dat verschillende sociale vaardigheden omvat om adequaat om te gaan met
alledaagse probleemsituaties, inclusief prosociaal gedrag.

,  Empathie = emotie die ervoor zorgt dat je kunt meeleven/-voelen met een ander -> gekoppeld
aan prosocoiaal gedrag = het begrijpen en delen van emotionele status van een ander

Overeenkomsten DSM-5 en ICD-10
1. Beide maken onderscheid tussen voorbijgaande aanpassingsstoornis na een stressor en
meer pervasieve, langdurige gedragsproblemen (langer dan 6 maanden)
2. Beide maken onderscheid tussen oppositioneel-opstandige stoornis (ODD -> minder
pervasieve verstoring, is vaak ontwikkelingsvoorloper van CD) en gedragsstoornis (CD)
3. Beide maken geen onderscheid tussen openlijke en heimelijk agressie als subtypes

Verschillen DSM-5 en ICD-10
1. ICD-10 houdt expliciet rekening met invloed van leeftijdsgenoten (gesocialiseerde vs.
ongesocialiseerde gedragsstoornis), terwijl DSM onderscheid maakt tussen begin in kindertijd,
adolescentie of ongespecificeerd begin en tussen CD met/zonder CUT
2. ICD definieert subtypen bij comorbiditeit (ADHD -> hyperkinetische gedragsstoornis, depressie -
> depressieve gedragsstoornis), terwijl de DSM werkt met meerdere diagnoses
3. Comorbide leerproblemen en familiemoeilijkheden worden gediagnosticeerd via andere assen:
a. DSM: leerproblemen op as I (klinische stoornis), familiemoeilijkheden op as IV (V-codes)
b. ICD: leerproblemen op as II en familieproblemen op as V

Verschillen DSM-4 en DSM-5
In de DSM-4 vielen ODD, CD en ADHD onder dezelfde noemer, maar in de DSM-5 behoort ADHD tot de
neuro-ontwikkelingsstoornissen en vallen ODD en CD, samen met pyromanie, kleptomanie en
intermittent explosive disorder (IED) onder de disruptive, impulse control and conduct disorders.

DSM-5 criteria ODD
A. Een patroon van een boze/prikkelbare stemming, ruziezoekend/opstandig gedrag of wraakzucht
gedurende minstens 6 maanden, zoals blijkt uit minstens 4 symptomen uit onderstaande
categorieën, en dat zich voordoet in interactie met ten minste één persoon die geen broer of zus
is:
a. Boze/prikkelbare stemming:
i. Verliest vaak zelfbeheersing/geduld
ii. Is vaak lichtgemaakt of gemakkelijk geïrriteerd
iii. Is vaak boos of haatdragend
b. Ruziezoekend/opstandig gedrag
i. Maakt vaak ruzie met gezagsfiguren, of bij kinderen en adolescenten met
volwassenen
ii. Verzet zich vaak actief tegen verzoeken van gezagsfiguren of weigert zich aan
regels te houden
iii. Ergert anderen vaak opzettelijk
iv. Geeft anderen vaak de schuld van eigen fouten of wangedrag
c. Wraakzucht
i. Is de afgelopen 6 maanden minstens 2x gemeen of wraakzuchtig geweest
B. Gaat gepaard met lijdensdruk bij het individu of anderen in de directe sociale omgeving of
heeft negatieve invloed op functioneren
C. Gedrag treedt niet uitsluitend op tijdens beloop van psychotische-, middelen-, depressieve- of
bipolaire stoornis. Ook wordt niet voldaan aan criteria voor disruptieve
stemmingsdisregulatiestoornis (DMDD)
 ICD: belangrijkste verschil met andere gedragsstoornissen is afwezigheid van gedrag dat in
strijd is met de wet en basisrechten van anderen (bijv. diefstal, vernieling, aanranding)

DSM-5 criteria CD
A. Een repetitief en persisterend patroon van gedrag waarbij de fundamentele rechten of
belangrijke, leeftijdsadequate normen of regels worden geschonden. Dit blijkt uit de
aanwezigheid van ten minste 3 van de onderstaande 15 criteria in de afgelopen 12
maanden, waarbij minstens één criterium aanwezig is in de afgelopen 6 maanden uit een van
de volgende categorieën:
a. Agressie tegen mensen of dieren
i. Pest, bedreigt of intimideert anderen vaak
ii. Begint vaak fysieke gevechten
iii. Heeft een wapen gebruikt dat ernstig lichamelijk letsel kan veroorzaken
iv. Is lichamelijk wreed geweest tegen mensen
v. Is lichamelijk wreed geweest tegen dieren

, vi. Heeft gestolen terwijl hij/zij het slachtoffer confronteerde
vii. Heeft iemand gedwongen tot seksuele handelingen
b. Vernieling van eigendommen
i. Heeft opzettelijk brandgesticht met bedoeling ernstige schade te veroorzaken
ii. Heeft opzettelijk eigendommen van anderen vernield (anders dan door
brandstichting)
c. Bedrieglijk gedrag of diefstal
i. Ingebroken is huis, auto of gebouw
ii. Liegt vaak om goederen/gunsten te verkrijgen of verplichtingen te ontkomen
iii. Heeft voorwerpen van niet-verwaarloosbare waarde gestolen zonder het
slachtoffer te confronteren
d. Ernstige overtreding van regels:
i. Blijft vaak ’s avonds tot laat weg ondanks ouderlijk verbod (voor 13 jaar)
ii. Is minstens 2x ’s nachts van huis weggelopen terwijl hij/zij bij (vervangende)
ouders woonde, of één keer zonder gedurende lange tijd terug te keren
iii. Spijbelt vaak, beginnend voor 13e levensjaar
B. Veroorzaakt klinische significante beperkingen in functioneren
C. Bij 18 jaar of ouder wordt niet voldaan aan de criteria voor een antisociale
persoonlijkheidsstoornis.
 ICD-10 specificaties:
o Gedragsstoornis beperkt tot gezinscontext, ongesocialiseerde gedragsstoornis
(pervasieve stoornis in relaties met leeftijdsgenoten), gesocialiseerde gedragsstoornis
(goede integratie in leeftijdsgroep)
o Depressieve symptomen of comorbide hyperkinetische stoornis (ADHD)

Subtypes:

1. Childhood-onset: minstens 1 symptoom voor 10 jaar -> vaak meer agressie, cognitieve en
neuropsychologische problemen, impulsiviteit, sociale vervreemding, meerdere disfunctionele
familieachtergronden
2. Adolescent-onset: geen symptomen voor 10 jaar

Klinische kenmerken CD en ODD
1. Patroon van antisociaal gedrag gekenmerkt door verzet tegen autoriteit en agressie
o Bij ODD is dit vaak afgebakend en beperkt tot thuissituatie, terwijl bij CD er sprake is van
een meer pervasief patroon dat zich uitstrekt tot school en gemeenschap en o.a. meer
bedrieglijkheid, wreedheid, weglopen van huis, dwingend seksueel gedrag en
middelenmisbruik bevat
2. Cognitie: beperkte internalisatie van sociale regels/normen + vijandige attributiebias =
jongere interpreteert ambigue sociale situaties als bedreigend en reageert hierop met agressief,
vergeldend gedrag
3. Affect: prikkelbaarheid en boosheid zijn overheersende stemming
4. Lichamelijke gezondheid (vooral CD): uitlopende problemen door risicogedrag, bijv.
verwondingen, verslavingen, infecties, medische complicaties
5. Problematische relaties:
a. ODD -> vaak met ouders door opstandig gedrag
b. CD -> vaak met ouders en leerkrachten door opstandig gedrag of bij leeftijdsgenoten
door agressie en pesten gestuurd door vijandige attributiebias
i. Echter ook problemen met bredere gemeenschap, bijv. bij diefstal of vandalisme

Epidemiologie
1. CD -> 1.1-10.6% (vooral bij jongens, adolescenten t.o.v. kinderen en lage sociaaleconomische
groepen)
2. ODD -> 1.3-7.4%

Verloop
Bij ODD en CD vergroten 3 klassen risicofactoren de kans dat gedragsproblemen in
kindertijd/adolescentie uitmonden in problemen op latere leeftijd:

1. Persoonlijke kenmerken: vroege aanvang, CUT, moeilijk temperament, agressiviteit,
impulsiviteit, aandachts- en leerproblemen
2. Problematische opvoedingspraktijken: onvoldoende toezicht, inconsistente consequenties,
onvoldoende bekrachtigen van prosociaal gedrag

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 26, 2026
File latest updated on
April 20, 2026
Number of pages
81
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$8.47
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
eamgx Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
78
Member since
4 year
Number of followers
4
Documents
31
Last sold
5 days ago

4.7

6 reviews

5
4
4
2
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions