Sociale psychologie
10/02/2026
HOOFDSTUK 1: SOCIALE WAARNEMING
1.1 Hoe vormen we een beeld van mensen?
- Beeldvormingsproces start meeste sociale interacties
- Bewuste & onbewuste processen mensen heel snel beeld van iemand vormen &
beïnvloedt verdere interacties
- Hoe mensen reageren afhankelijk van beeld dat iemand van die persoon heeft
- Eerste indruk idee gevormd van wat voor mensen dit zouden kunnen zijn
- Vormt jezelf spontaan & op basis van aantal kenmerken die je waarneemt
totaalbeeld persoon
- Iemand voor eerste keer zien spontaan beeld geactiveerd over groep waartoe die
behoort
1.2 De eerste indruk
- Gedrag percept concept
- Waarneming mensen zeer grote hoeveelheid prikkels door ons brein gefilterd
aantal patronen met betekenis
- Percept zintuigelijke waarneming
- Concept uitwerking concept, invulling
1.2.1 Waarop baseren we ons voor deze eerste indruk?
- Baseren onze eerste indruk visuele, zichtbare
- Visueel aspect uiterlijk, lichaamstaal, gedrag
Uiterlijk eerste wat iemand van persoon waarneemt (Bv. huidskleur,
haarkleur, kledingsstijl, lichaamspostuur)
Spontaan het eerst op letten leeftijd, geslacht, huidskleur
- Theorie Mehrabian
Populaire & vaak geciteerde theorie boodschap & manier overbrengen
boodschap
7-38-55 regel
7% boodschap bepaald door woorden, inhoud
38% boodschap bepaald door toon, intonatie
55% door lichaamstaal
Boodschap ambigu intonatie & inhoud boodschap elkaar
tegenspreken
- Waarneming cultuurgebonden
- Mensen met verschillende culturele/etnische achtergrond op verschillende manier
naar gezichten kijken
1.2.2 Spontane beeldvorming
- Mens snel beeld van persoon vormen op basis van weinig gegevens
- Evaluatie onze waarneming milliseconden & loopt automatisch
- Automatische/spontane beeldvorming
Zonder het de bedoeling is
Zonder noodzakelijk bewust van
Zonder aandacht vergt
Zonder tegen kunnen houden
- Spontante beeldvorming hersenen adhv. Cognitieve schema’s
,1.2.2.1 Cognitieve schema’s
- Cognitieve schema’s menselijke, innerlijke structuren wijze waarop bepaalde
zaken/gebeurtenissen samenhangen
- Ervaring dingen die we zelf meegemaakt hebben, dingen die we gezien & gehoord
hebben
- Voordelen als mens veel sneller kunnen reageren op prikkels
- 3 functies
Schijnwerper aandacht naar juiste zaken, meest relevante richting
Gatenvuller ontbrekende informatie invullen
Gedragswijzer weten hoe we ons moeten gedragen, doen
- Aantal gevaren & nadelen
Verliezen accuraatheid
Stereotypering veralgemeningen met betrekking tot groepen mensen
- Voorbeeld dergelijk onderzoek experiment Correll rond ‘the shooter bias’
Brede & systematische vooringenomenheid
Verschillende culturele contexten
Te maken met beeldvorming & sociale categorisatie & stereotypering
Fenomeen waarbij mensen meer & sneller geneigd om te schieten op
ongewapende personen van kleur dan op ongewapende witte personen
- Essien onderzoek hernamen in andere context
1.2.2.2 Welke schema’s worden geactiveerd?
- Negatieve stimuli voorrang Kanouse & Hanson
Snelle evaluatie adaptieve waarde
Schijnwerper valt eerder op negatieve stimuli
Komt voort uit automatische waakzaamheid
- Factor cultuur
Specifiek gedrag activeert in verschillende culturen verschillende schema’s
- Verhalen die we op school te horen kregen activatie bepaalde schema’s
- Particuliere ervaringen
Rol in mee bepalen van richting cognitieve schema’s
- Priming
Recente gebeurtenis toegankelijkheid bepaald schema voor bepaalde tijd
verhoogt
Experiment Higgins, Rholes, Jones 2 groepen moeten reeks woorden uit het
hoofd leren die te maken hebben met eigenschap avontuurlijk
- Chronische priming
Fenomeen waarbij bepaalde mentale concepten voortdurend geactiveerd
blijven in iemands geheugen, zelfs zonder directe externe prikkels
Bepaalde ideeën, attitudes/stereotypen vaak & consistent geactiveerd dat
toegankelijkheid voortdurend verhoogd is & blijvende invloed op
informatieverwerking van iemand & reageert op verschillende situaties
- Actuele gemoedstoestand persoon
Soort priming van interne aard
Koppeling functies cognitieve schema’s
Signaalfunctie/schijnwerper
Gatenvuller
Gedragswijzer
- Persoonlijkheidseigenschappen
Naargelang je persoonlijkheid andere schema’s actief
, Verschillende mensen, verschillende persoonlijkheid heel andere zaken
opmerken
- Situatie
- Onderzoek Rosenhan
12 mannen melden zich in verschillend psychiatrisch ziekenhuis met vage
klacht dat ze holle stemmen hoorden
Studie ‘being sane on insane places’ gezonde personen met minimale
symptomen aangeboden bij psychiatrische ziekenhuizen systematische
gediagnosticeerd als schizofreen
Illustreert sterkte effect labels & context op sociale perceptie fundamentele
veranderingen in psychiatrische diagnostiek
Kritiek beperkte onderzoeksgroep & mate misleiding, mogelijks impact op
resultaten
- Iemand iets doet triggert/activeert een schema
- Schema sterk verschillen factoren mee in rekening brengen
1.3 Attributie
- Attribueren toeschrijven aan
- Binnen sociale psychologie attributie inzicht in hoe mensen de wereld waarnemen,
verklaren & reageren op wereld & mensen om hen heen
- Implicaties onderwijs, therapie, begeleidingen, dagelijks leven
- Attributietheorie sterke neiging om oorzaak van gedrag van iemand anders
verklaren/toeschrijven, vanuit logische redenering oorzaak-gevolg, in staat stelt
wereld begrijpen
- Nadruk sociale psychologie attributie binnen sociale perceptie
- Attributie verklaring geven, oorzaak geven aan gesteld gedrag
- Vb je lief slechtgezin, persoon zien liggen op straat, verkeerd beeld van
bakkersvrouw, gerechtspsychiater, buis op school, grensoverschrijdend gedrag,
euthanasie, suicide, kanker
- Afhankelijk van je verklaring/attributie van iemands gedrag zelf vaak ander gedrag
vertonen
- Interne attributie oorzaak van gedrag persoon toeschrijven aan persoon zelf
- Externe attributie zijn gedrag toeschrijven aan factor buiten deze persoon
- Weiner:
Interne/externe attributie locus of control
Stabiele & variabele factoren
- Stabiele factoren zaken die je als vaststaand interpreteert
- Variabele factoren zaken waarvan je denkt dat die kunnen veranderen & variëren
- Weiner vierveldentabel met 4 attributiemogelijkheden
Intern stabiel persoonlijkheidstrekken, talenten, gebreken
Extern stabiel systemen, structuren, persoonlijkheid van anderen, gradaties
Intern variabel fysieke & mentale toestand, gedrag, inspanning
Extern variabel geluk, toeval, gedrag & toestand van anderen
- Modellen om richting van attributies te verklaren & voorspellen
1.3.1 Spontane attributie versus intentionele attributie
- Spontaan & ongericht attribueren
- Automatische/spontane attributie activeert vooral eigenschap van iemand
- Meteen als verklaring naar boven komt cognitieve schema’s
- Bepaald doel willen bereiken met persoon intentionele gevolgtrekking
- Intentionele attributie bewust een eigenschap toeschrijven aan een persoon
, 1.3.2 De corresponderende inferentietheorie van Jones en Davis
- Jones & Davis 3 variabelen binnen corresponderende inferentietheorie
Verklaren van iemand zijn gedrag
Keuze
Situatie
Gevolgen
- Afhankelijk van sommige variabelen sneller/minder snel een bepaalde attributie
- 1ste variabele
Keuze die iemand al dan niet kan maken
Hoe meer we weten dat iemand iets doen vanuit zijn eigen keuze hoe sneller
we intern attribueren
Vb. zelf voorstellen om naar de nieuwe James Bond te gaan
- Situatie
Rol in de soort attributie
Hoe meer het gedrag dat iemand stelt bij de situatie past waarin die verkeert
hoe minder we intern attribueren
Vb. avond voor een examen studeren
- Gevolgen
Derde variabele
Hoe positiever de gevolgen van iemands gedrag zijn, hoe minder we die intern
toeschrijven
Vb. therapeut die luisterend oor biedt
1.3.3 Het covariatiemodel van Kelley
- Covariatiemodel wie juiste attributies wil maken gebruikt best dit model
meest volledige & correcte verklaringsmodel
- Verklaart in welke omstandigheden wij vooral intern dan wel extern attribueren
- Manier waarop we attribueren afhankelijk van 3 variabelen
Consensus hoe lager de consensus, hoe sterker er intern geattribueerd
wordt
Vb. als ik alleen ben zal het wel aan mij liggen
Distinctiviteit hoe lager de distinctiviteit, hoe sterker er intern geattribueerd
wordt
Bv. als ik het in verschillende situaties heb, zal het wel aan mij liggen
Consistentie hoe hoger de consistentie, hoe sterker er intern geattribueerd
wordt
Bv. als ik het altijd heb, zal het wel aan mij liggen
- Duidelijk zicht op deze variabelen & daarvoor erg veel informatie nodig juiste
attributie
- Helaas klein deel informatie
- Correct attribueren over 3 variabelen informatie hebben
- Afhankelijk van situatie & mate waarin variabelen aanwezig zijn in bepaalde mate
iemand anders zijn gedrag intern/extern attribueren
- Manier waarop we een situatie/gedrag toeschrijven
Situatie met lage consensus, lage distinctiviteit, hoge consistentie
persoonsattributie
Lage consensus, hoge distinctiviteit, hoge consistentie oorzaak aan
combinatie van persoon & situatie
Lage consensus, hoge distinctiviteit, lage consistentie omstandigheden,
toeval
10/02/2026
HOOFDSTUK 1: SOCIALE WAARNEMING
1.1 Hoe vormen we een beeld van mensen?
- Beeldvormingsproces start meeste sociale interacties
- Bewuste & onbewuste processen mensen heel snel beeld van iemand vormen &
beïnvloedt verdere interacties
- Hoe mensen reageren afhankelijk van beeld dat iemand van die persoon heeft
- Eerste indruk idee gevormd van wat voor mensen dit zouden kunnen zijn
- Vormt jezelf spontaan & op basis van aantal kenmerken die je waarneemt
totaalbeeld persoon
- Iemand voor eerste keer zien spontaan beeld geactiveerd over groep waartoe die
behoort
1.2 De eerste indruk
- Gedrag percept concept
- Waarneming mensen zeer grote hoeveelheid prikkels door ons brein gefilterd
aantal patronen met betekenis
- Percept zintuigelijke waarneming
- Concept uitwerking concept, invulling
1.2.1 Waarop baseren we ons voor deze eerste indruk?
- Baseren onze eerste indruk visuele, zichtbare
- Visueel aspect uiterlijk, lichaamstaal, gedrag
Uiterlijk eerste wat iemand van persoon waarneemt (Bv. huidskleur,
haarkleur, kledingsstijl, lichaamspostuur)
Spontaan het eerst op letten leeftijd, geslacht, huidskleur
- Theorie Mehrabian
Populaire & vaak geciteerde theorie boodschap & manier overbrengen
boodschap
7-38-55 regel
7% boodschap bepaald door woorden, inhoud
38% boodschap bepaald door toon, intonatie
55% door lichaamstaal
Boodschap ambigu intonatie & inhoud boodschap elkaar
tegenspreken
- Waarneming cultuurgebonden
- Mensen met verschillende culturele/etnische achtergrond op verschillende manier
naar gezichten kijken
1.2.2 Spontane beeldvorming
- Mens snel beeld van persoon vormen op basis van weinig gegevens
- Evaluatie onze waarneming milliseconden & loopt automatisch
- Automatische/spontane beeldvorming
Zonder het de bedoeling is
Zonder noodzakelijk bewust van
Zonder aandacht vergt
Zonder tegen kunnen houden
- Spontante beeldvorming hersenen adhv. Cognitieve schema’s
,1.2.2.1 Cognitieve schema’s
- Cognitieve schema’s menselijke, innerlijke structuren wijze waarop bepaalde
zaken/gebeurtenissen samenhangen
- Ervaring dingen die we zelf meegemaakt hebben, dingen die we gezien & gehoord
hebben
- Voordelen als mens veel sneller kunnen reageren op prikkels
- 3 functies
Schijnwerper aandacht naar juiste zaken, meest relevante richting
Gatenvuller ontbrekende informatie invullen
Gedragswijzer weten hoe we ons moeten gedragen, doen
- Aantal gevaren & nadelen
Verliezen accuraatheid
Stereotypering veralgemeningen met betrekking tot groepen mensen
- Voorbeeld dergelijk onderzoek experiment Correll rond ‘the shooter bias’
Brede & systematische vooringenomenheid
Verschillende culturele contexten
Te maken met beeldvorming & sociale categorisatie & stereotypering
Fenomeen waarbij mensen meer & sneller geneigd om te schieten op
ongewapende personen van kleur dan op ongewapende witte personen
- Essien onderzoek hernamen in andere context
1.2.2.2 Welke schema’s worden geactiveerd?
- Negatieve stimuli voorrang Kanouse & Hanson
Snelle evaluatie adaptieve waarde
Schijnwerper valt eerder op negatieve stimuli
Komt voort uit automatische waakzaamheid
- Factor cultuur
Specifiek gedrag activeert in verschillende culturen verschillende schema’s
- Verhalen die we op school te horen kregen activatie bepaalde schema’s
- Particuliere ervaringen
Rol in mee bepalen van richting cognitieve schema’s
- Priming
Recente gebeurtenis toegankelijkheid bepaald schema voor bepaalde tijd
verhoogt
Experiment Higgins, Rholes, Jones 2 groepen moeten reeks woorden uit het
hoofd leren die te maken hebben met eigenschap avontuurlijk
- Chronische priming
Fenomeen waarbij bepaalde mentale concepten voortdurend geactiveerd
blijven in iemands geheugen, zelfs zonder directe externe prikkels
Bepaalde ideeën, attitudes/stereotypen vaak & consistent geactiveerd dat
toegankelijkheid voortdurend verhoogd is & blijvende invloed op
informatieverwerking van iemand & reageert op verschillende situaties
- Actuele gemoedstoestand persoon
Soort priming van interne aard
Koppeling functies cognitieve schema’s
Signaalfunctie/schijnwerper
Gatenvuller
Gedragswijzer
- Persoonlijkheidseigenschappen
Naargelang je persoonlijkheid andere schema’s actief
, Verschillende mensen, verschillende persoonlijkheid heel andere zaken
opmerken
- Situatie
- Onderzoek Rosenhan
12 mannen melden zich in verschillend psychiatrisch ziekenhuis met vage
klacht dat ze holle stemmen hoorden
Studie ‘being sane on insane places’ gezonde personen met minimale
symptomen aangeboden bij psychiatrische ziekenhuizen systematische
gediagnosticeerd als schizofreen
Illustreert sterkte effect labels & context op sociale perceptie fundamentele
veranderingen in psychiatrische diagnostiek
Kritiek beperkte onderzoeksgroep & mate misleiding, mogelijks impact op
resultaten
- Iemand iets doet triggert/activeert een schema
- Schema sterk verschillen factoren mee in rekening brengen
1.3 Attributie
- Attribueren toeschrijven aan
- Binnen sociale psychologie attributie inzicht in hoe mensen de wereld waarnemen,
verklaren & reageren op wereld & mensen om hen heen
- Implicaties onderwijs, therapie, begeleidingen, dagelijks leven
- Attributietheorie sterke neiging om oorzaak van gedrag van iemand anders
verklaren/toeschrijven, vanuit logische redenering oorzaak-gevolg, in staat stelt
wereld begrijpen
- Nadruk sociale psychologie attributie binnen sociale perceptie
- Attributie verklaring geven, oorzaak geven aan gesteld gedrag
- Vb je lief slechtgezin, persoon zien liggen op straat, verkeerd beeld van
bakkersvrouw, gerechtspsychiater, buis op school, grensoverschrijdend gedrag,
euthanasie, suicide, kanker
- Afhankelijk van je verklaring/attributie van iemands gedrag zelf vaak ander gedrag
vertonen
- Interne attributie oorzaak van gedrag persoon toeschrijven aan persoon zelf
- Externe attributie zijn gedrag toeschrijven aan factor buiten deze persoon
- Weiner:
Interne/externe attributie locus of control
Stabiele & variabele factoren
- Stabiele factoren zaken die je als vaststaand interpreteert
- Variabele factoren zaken waarvan je denkt dat die kunnen veranderen & variëren
- Weiner vierveldentabel met 4 attributiemogelijkheden
Intern stabiel persoonlijkheidstrekken, talenten, gebreken
Extern stabiel systemen, structuren, persoonlijkheid van anderen, gradaties
Intern variabel fysieke & mentale toestand, gedrag, inspanning
Extern variabel geluk, toeval, gedrag & toestand van anderen
- Modellen om richting van attributies te verklaren & voorspellen
1.3.1 Spontane attributie versus intentionele attributie
- Spontaan & ongericht attribueren
- Automatische/spontane attributie activeert vooral eigenschap van iemand
- Meteen als verklaring naar boven komt cognitieve schema’s
- Bepaald doel willen bereiken met persoon intentionele gevolgtrekking
- Intentionele attributie bewust een eigenschap toeschrijven aan een persoon
, 1.3.2 De corresponderende inferentietheorie van Jones en Davis
- Jones & Davis 3 variabelen binnen corresponderende inferentietheorie
Verklaren van iemand zijn gedrag
Keuze
Situatie
Gevolgen
- Afhankelijk van sommige variabelen sneller/minder snel een bepaalde attributie
- 1ste variabele
Keuze die iemand al dan niet kan maken
Hoe meer we weten dat iemand iets doen vanuit zijn eigen keuze hoe sneller
we intern attribueren
Vb. zelf voorstellen om naar de nieuwe James Bond te gaan
- Situatie
Rol in de soort attributie
Hoe meer het gedrag dat iemand stelt bij de situatie past waarin die verkeert
hoe minder we intern attribueren
Vb. avond voor een examen studeren
- Gevolgen
Derde variabele
Hoe positiever de gevolgen van iemands gedrag zijn, hoe minder we die intern
toeschrijven
Vb. therapeut die luisterend oor biedt
1.3.3 Het covariatiemodel van Kelley
- Covariatiemodel wie juiste attributies wil maken gebruikt best dit model
meest volledige & correcte verklaringsmodel
- Verklaart in welke omstandigheden wij vooral intern dan wel extern attribueren
- Manier waarop we attribueren afhankelijk van 3 variabelen
Consensus hoe lager de consensus, hoe sterker er intern geattribueerd
wordt
Vb. als ik alleen ben zal het wel aan mij liggen
Distinctiviteit hoe lager de distinctiviteit, hoe sterker er intern geattribueerd
wordt
Bv. als ik het in verschillende situaties heb, zal het wel aan mij liggen
Consistentie hoe hoger de consistentie, hoe sterker er intern geattribueerd
wordt
Bv. als ik het altijd heb, zal het wel aan mij liggen
- Duidelijk zicht op deze variabelen & daarvoor erg veel informatie nodig juiste
attributie
- Helaas klein deel informatie
- Correct attribueren over 3 variabelen informatie hebben
- Afhankelijk van situatie & mate waarin variabelen aanwezig zijn in bepaalde mate
iemand anders zijn gedrag intern/extern attribueren
- Manier waarop we een situatie/gedrag toeschrijven
Situatie met lage consensus, lage distinctiviteit, hoge consistentie
persoonsattributie
Lage consensus, hoge distinctiviteit, hoge consistentie oorzaak aan
combinatie van persoon & situatie
Lage consensus, hoge distinctiviteit, lage consistentie omstandigheden,
toeval