Geneeskunde UAntwerpen Ba1 Sem2
2025-2026
Hey, dankjewel om deze samenvatting te kopen! Het bevat alle teksten die in de powerpoints
stonden van schooljaar 2025-2026. Met als profs: de vos, brouns, bogers en nog enkele
gastdocenten. Ik heb zelf nog wat extra notities toegevoegd + de inleidende lessen van de practica.
Studeer hiermee of gebruik dit als basis van je eigen samenvatting. Ik moet zelf het examen nog
afleggen in juni.
Hoofdstuk 1: De eurkaryote cel
Opbouw van de eukaryote cel
Cellen zijn te klein om met het oog waar te nemen → uitvinding van de microscoop (robert hooke)
Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen, de structurele
bouwstenen van het lichaam
➔ Hebben allemaal dezelfde biochemie
➔ Zijn wel zeer divers in vorm en functie afhankelijk van bv de
plaats in het lichaam (spermacellen, huidmondjes,
spiercellen)
Eukaryoot vs prokaryoot
- Eukaryoot bevat veel meer celorganellen
- Prokaryoot heeft geen kern
Extremofielen= leven in extreme omgeving (zwavel, zout, warm)
De moderne celtheorie
- Identiteit: afgesloten van de omgeving
- Biochemie: dezelfde basisbouwstenen en macromoleculaire complexen
- Groei en metabolisme: opname, afbraak en vorming complexe moleculen
- Reproductie: verdelen verdubbeld genetisch materiaal naar dochtercellen
- Respons: reactie op wijzigende omgeving
- Informatiestroom: DNA codeert voor de functionele instrumenten, de proteïnen
Het plasmamembraan definieert de cel
- Een dubbele lipidelaag met glycoproteïnen
(ijsbergtheorie= ijsschotsen in grote zee)
- De glycocalyx beschermt en herkent
- Fosfolipiden zijn amfipathische moleculen
1
,Eukaryoot bevat veel cel organellen
- Kern, lysosoom, peroxisoom, mitochondrien, nucleolus, nucleaire enveloppe, nucleus,
ribosoom,
RER,SER, Golgi apparat, centriool, microtubili, actine filamenten, celmembraan
- Zorgt ervoor dat je makkelijker een hoge concentratie ergens in kunt verkrijgen (makkelijker
dan wanneer alles in een grote ruimte zit)→ goed voor bv transport
- Door de verschillende compartimenten kunnen meerdere processen tegelijkertijd verlopen
Organellen van mogelijk bacteriële origine
- De endosymbiont theorie wordt gestaafd door dubbele
membraan en aanwezigheid circulair DNA
→Verschillende delen kwamen samen en versmelten tot
de cel die we de dag van vandaag kennen
Organisatie van de celkern
Celkern= informatiecentrum
Vorm en organisatie wijkt af bij ziekte
De nucleaire enveloppe
Bestaat uit dubbele membraan gescheiden door perinucleaire ruimte+ nucleaire porie
complexen+ nucleaire lamina
Nucleaire poriën controleren nucleair transport
- Octogonaal symmetrisch, instelbare porie van 30-tal nucleoporines
DNA
DNA bestaat uit een dubbele helix (RNA is een enkele helix)
➔ DNA moet worden opgevouwen en wordt verpakt als
chromatine
DNA wordt verdubbeld en verdeeld bij celdeling
➔ Dit gebeurt tijdens de celcyclus
Karyotype: schema van alle chromosomen (wordt zichtbaar tijdens mitose)→ wijkt af bij bepaalde
aandoeningen zoals down
2
,Anueploïdie: afwijkend aantal chromosomen
Chromatine is niet willekeurig verdeeld in de interfase
- Laser micro-irridiatie suggereert ruimtelijke scheiding van de
chromosomen
- Fluorescentie in situ hybridisatie toont chromosoomterritoria
- Radioactieve moleculen toevoegen op plek van schade→ donkerde
plekken op scan
DNA wordt verwerkt tot eiwitten
Kernproteïnen organiseren zich in nucleaire lichamen → vaak geënt op specifiek RNA of genregio
In de nucleolus worden ribosoomsubunits gemaakt
De nucleaire lamina: verschaft mechanische steun en functionele organisatie
Cellulaire informatiestroom
De centrale dogmatheorie: DNA wordt selectief afgeschreven en vertaald door ribosomen
Er nemen 3 types RNA deel aan het translatieproces
- mRNA: boodschapper moleculen
- rRNA: ribosomale ruggegraat
- tRNA: transfer aminozuur
mRNA codeert voor proteïnen
- is niet stabiel (kop en staart zorgen voor stabiliteit)
- Hoge turnover garandeert snelle genregulatie
- Het primair mRNA transcript wordt verwerkt
- → alternatieve splicing verzorgt diversificatie (= het uit
elkaar halen en terug aan elkaar plakken)
rRNA vormt onderdeel van ribosomen
- Wordt geproduceerd in de nucleolus
- Wordt geassembleerd in ribosomale subunits
Genetische code is universeel (UAA, UAG, UGA= stop) (AUG=
meth/start)
Het ribosoom heeft 3 tRNA-bindingsdomeinen
3
, Na translatie wordt het proteïne matuur (dankzij chaperones en post-translationele
modificaties) → primair eiwit vormt vervolgens seconduair structuur
Proteïnesortering
Proteïnetransport berust op
signaalsequenties
Proteïne worden gesorteerd
- Post- translationeel: verplaatsing na de
translatie
- Co-translationeel : eiwitten worden
getransporteerd terwijl ze worden
aangemaakt
Nucleair transport verloopt via poriecomplexen
➔ RNA wordt in kern gemaakt en naar cytosol getransporteerd
- Transport berust op 3 factoren
1. Signaal sequentie (nucleair lokalisatie signaal/ nucleair export signaal)
2. Dragen eiwit in juiste richting
3. Energie bron: onevenwicht in concentratie RNA
Nucleair transport
Grote moleculen worden door de kernporiën (Nuclear Pore Complex) getransporteerd met behulp
van transporteiwitten (importines en exportines). De richting van dit transport wordt bepaald door
Ran GTPase, dat kan voorkomen als Ran-GTP of Ran-GDP.
4