Fiscaal recht
(in bamacodex wetboek inkomensbelasting + financieringswet, gegeven op examen)
Overzicht colleges:
Deel 1 : de kapstokken van het fiscaal recht (3 tal colleges)
• basisbegrippen
• fiscale bevoegdheidsverdeling
• algemene beginselen
Deel 2 : personenbelasting (3 tal colleges)
• Onroerende, roerende en beroepsinkomsten (mmv Steven Peeters)
• belastingberekening
Deel 3 : rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting (1 college)
• Onderscheid rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting (mmv Steven Peeters)
• Basis berekening vennootschapsbelasting
Deel 4 : fiscale procedure (1 college)
• m.i.v. evolutie inzake internationale fiscale procedure
Deel oefeningen personenbelasting en vennootschapsbelasting (2 colleges)
• Maandag 22 april, 9 u: indienen voorbereiding op BB (wordt niet gequoteerd)
• Vrijdag 25 april: werkcollege (mmv Maxime Vandemaele)
Deel 5 : btw - 1 college (Vrijdag 9 mei (met casus uit praktijk – mr. Leen De Vriese))
Deel 6: registratierechten, successierechten en overige regionale belastingen (Vrijdag 16 mei)
Deel 7 – gastcollege Prof. Bruno Peeters (Dinsdag 20 mei om 16u30)
Inhoud
DEEL 1: kapstokken van het fiscaal recht................................................................................................3
->Introductie opleidingsonderdeel ‘fiscaal recht’...................................................................................3
H1: Plaats van het fiscaal recht t.o.v. andere rechtstakken.................................................................3
H2: Begrip belasting...........................................................................................................................4
H3: Functies vd belastingen................................................................................................................4
H4: Indeling belastingen.....................................................................................................................7
Introductie tot fiscaal recht....................................................................................................................7
Fiscale bevoegdheidsverdeling...........................................................................................................7
Algemene beginselen die het fiscaal recht beheersen......................................................................20
DEEL 2: Personenbelasting (=als onderdeel vd inkomensbelasting).....................................................29
H1: Onroerende, roerende en beroepsinkomsten (mmv Steven Peeters)(1 e categorie belastbare
inkomen: onroerende inkomsten)....................................................................................................35
1. Onroerende inkomsten.................................................................................................................35
2. Roerende inkomsten.....................................................................................................................45
3. Beroepsinkomsten (3e categorie belastbare inkomsten)...............................................................59
4. diverse inkomsten.........................................................................................................................76
H2: aftrekbare bestedingen..............................................................................................................77
H3: berekening vd belasting.............................................................................................................77
1
,DEEL 3: vennootschapsbelasting..........................................................................................................79
H1: Toepassingsgebied vennootschapsbelasting en afbakening ten aanzien van
rechtspersonenbelasting..................................................................................................................79
H2: Inleiding tot de vennootschapsberlasting..................................................................................87
DEEL 4: fiscale procedure.....................................................................................................................99
H1: Aangifte & rapportering.............................................................................................................99
H2: controle....................................................................................................................................104
H3: bewijs.......................................................................................................................................107
H4: De inkohiering (fiscus gt titel vestigen om af te dwingen)........................................................109
H6: geschillen (krijgt aanslag mr bent niet akkoord).......................................................................111
DEEL 5: BELASTING TOEGVOEGDE WAARDE (btw).............................................................................114
H1: oorsprong (leren uit verleden om te snappen wat vandaag is, is belasting uit jaren 70)..........114
H2: BTW situering (Zie HC 1 – indeling van de belasting) (indelen in kotjes)...................................115
H3: Btw stappenplan......................................................................................................................119
1/ wie is btw-plichtige?...............................................................................................................119
2/ wat zijn belastbare handelingen (& waar vinden ze plaats?)..................................................123
3/ is de handeling vrijgesteld?....................................................................................................128
4/ wie moet de btw voldoen?.....................................................................................................128
DEEL 6: Inleiding tot de registratierechten en successierechten.........................................................128
Situering:........................................................................................................................................129
H1: registratierechten.....................................................................................................................131
Registratierechten algemeen:.........................................................................................................131
1.historisch perspectief: registratierechten zijn oudste belastingen (inkomensbelastingen vrij
recent)........................................................................................................................................131
2.Registratierechten definitie/ kenmerken:................................................................................132
3.Registratierechten aanleiding..................................................................................................132
4.registratierechten indeling:......................................................................................................133
Registratierechten – verkooprecht:.................................................................................................133
Registratierechten (2e soort registratierechten) – schenkbelasting:...............................................135
H2: Successierechten......................................................................................................................137
Erfbelasting:................................................................................................................................138
Deel 7: gastcollege..............................................................................................................................145
1.functies van belastingen..............................................................................................................146
2.ongelijkheid & (her)verdeling: enkele cijfers................................................................................147
3.multidimensionale (her)verdelende functie van belastingen......................................................147
4.ter afronding................................................................................................................................150
2
,DEEL 1: kapstokken van het fiscaal recht
->Introductie opleidingsonderdeel ‘fiscaal recht’
H1: Plaats van het fiscaal recht t.o.v. andere rechtstakken
Fiscaal recht: is onderdeel van het publiekrecht
Relatie tss OH & burgers + relatie tss OH’en
->fiscaal recht is relatie burger & fiscale administratie (=OH = UM)
Gevolg (dat fiscaal recht = onderdeel PR):
Toepasselijkheid algemene beginselen van administratief recht zijn vt op fiscaal recht
(vooral ih formeel fiscaal recht (gt over procedure)
-> In publiekrecht zitten vers. rechtstakken onder (incl. administratief recht: recht vt
op de UM/ OH)
->vooral ‘formeel/ procedureel fiscaal recht’: hoe kan de fiscale administratie de
fiscale regels afdwingen (zie les over fiscale procedure)
<->materieel fiscaal recht: op wie/ wat/ omvang… belasten
DUS is algemene wetgeving over wie/ wat…, mr die algemene regels/ schuld mt
geïndividualiseerd w, gebeurt dr formeel fiscaal recht
Regels fiscaal recht = OO
DUS absolute nietigheid (vr OH akte in strijd met fiscaal recht/ regels): kan door iedereen
ingeroepen, incl ambtshalve door rechter (belangr rol recht: als administratie zich vergist
heeft mbt motivering/ juridische grondslag…, dus als rechter opmerkt ja foute grondslag, dan
mt rechter corrigeren)
Rol van het privaat recht ih fi scaal recht
Ook de overheid is soms aan het privaat recht onderworpen
bv. als OH overeenkomsten sluit met de belastingplichtige (bv. burger zegt ja ik gebruik huis vr
50% vr onderneming, komt controlleur (ambtenaar) en zegt ja klopt, is ovk, kan je nt op terug
komen -> ookal over 3j nieuwe ambtenaar en zegt nee is maar 20%, kan NIET, administratie is 1
ondeelbaar geheel dus ovk gesloten dus gehele administratie gebonden0
Privaat recht = “gemeen recht” -> een begrip dat niet door de fiscale wet wordt
omschreven heeft de “gemeenrechtelijke betekenis”
->als er in fiscaliteit geen begripsomschrijving is id fiscale wetgeving, dan mt men de
gemeenrechtelijke betekenis (BW) hanteren)
Bv. begrip “inkomen”: geen definitie in de fiscale wet -> gemeen recht
RP: bugerrechtelijke betekenis vh woord hanteren =“inkomen is alles wat een zaak
periodiek aan vruchten voortbrengt, zonder haar wezen te veranderen of haar substantie
aan te tasten”
->A heeft ORG en verhuurt: dus volgens definitie is het inkomen & substantie ORG
verandert nt dr verhuur
->bv 100.000 euro meerwaarde huis dr renovaties: dan is meerwaarde huis vergroot –
meerwaarde is GEEN inkomen (bij wetboek inkomensbelasting is meerwaarde geen
inkomen), MAAR nisk verhindert fiscale wetgever te bep dat die dat soort meerwaarde
toch te gn belasten id wetgeving (stel meerwaarde geldt als inkomen, dan makkelijker vr
WEG want mt niks doen, nu is geen inkomen dus als WEG wil belasten mt die dat
inschrijven id WG)
Gevolg: meerwaarde is geen inkomen (tenzij de fiscale wet dit bepaalt, WEG mt id wet
inschrijven)
Bv. begrip “winst” (van een onderneming): geen definitie in de fiscale wet -> gemeen recht
3
, bepalen volgens de regels van het boekhoudrecht (tenzij de fiscale wet afwijkt)
“primauteit van het boekhoudrecht”: boekhoudrecht is baas, beslist wat ‘winst’ is, rest
volgt
H2: Begrip belasting
Belasti ng
Klassieke definitie (RL & RP):
= een betaling eenzijdig opgelegd door de overheid, teneinde haar (=de OH) middelen te
verschaffen om in haar uitgaven van alle aard te voorzien
Twee elementen essentieel: is pas belasting mits
1. Eenzijdig opgelegd -> dwingend karakter
2. Financieel doel
-> geen rechtstreekse / individuele tegenprestatie die OH je aanbied (opbrengst vd
belasting is nt per se tegenprestatie vr belastingplichtige)
Onderscheid met andere inkomsten van de overheid
- Bv. Boetes -> geen belasting want: dwingend karakter is er, MAAR element 2 is er nt
- Bv. Schenking of legaat aan de overheid -> geen belasting want: OH heeft je nt ‘eenzijdig’
opgelegd, heb je zelf gwn gdn
Onderscheid met andere « heffingen » (zijn ook geen belastingen want voldoen nt ad
specifieke kenmerken ve belasting, leunen er wel dicht bij aan)
1. Retributies (bv. Parkeergeld)
o GEEN vergoeding voor uitgaven van alle aard (=w nt in grote pot gesmeten om
vanalles mee te doen), maar wel een vergoeding vr individuele tegenprestatie (bv
parkeergeld: je betaald OH om ergens te mogen staan, staanplaats is tegenprestatie)
o Mt een redelijke verhouding
o Beginselen van belastingrecht niet allemaal van toepassing, bv. niet:
legaliteitsbeginsel, eenjarigheidsbeginsel, …
2. Sociale zekerheidsbijdragen:
o Niet de vergoeding voor uitgaven van alle aard (in principe komt nt in grote pot),
WEL « duidelijke band met sociale bescherming » (betaalt nt vr grote pot, wel
omdat je hoopt dat als er ooit iets met jou is dat je geholpen w)(GwH neemt wel
aan dat in grote pot komt)
o Hoewel de facto
Vroeger: « ter financiering » vd sociale zekerheid + betaling doet sociale
rechten ontstaan
Nu: Sociale zekerheidsuitgaven ook met fiscale opbrengsten gefinancierd
+ betaling doet niet altijd rechten ontstaan (bv. sociale bijdrage
zelfstandige in bijberoep)
o Beginselen van belastingrecht niet allemaal van toepassing, bv. legaliteitsbeginsel
H3: Functies vd belastingen
Financiële functi e
Zie basiskenmerk van begrip belastingen
Kleine side note: moet wel een bijdrage in geld om overheidsuitgaven te bekostigen zijn
! Opmerking: betaling van belastingen kan soms in natura: zie les erfbelasting: betaling in
kunstwerken (A dood, B erfgenaam: willen vermijden dat erfgenamen kunst verkopen nr BL
om erfbelasting te vermijden, dus ku akkoord bekomen dat je kunst afgeeft ad OH als de
‘belasting’ op je erfenis)
4
(in bamacodex wetboek inkomensbelasting + financieringswet, gegeven op examen)
Overzicht colleges:
Deel 1 : de kapstokken van het fiscaal recht (3 tal colleges)
• basisbegrippen
• fiscale bevoegdheidsverdeling
• algemene beginselen
Deel 2 : personenbelasting (3 tal colleges)
• Onroerende, roerende en beroepsinkomsten (mmv Steven Peeters)
• belastingberekening
Deel 3 : rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting (1 college)
• Onderscheid rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting (mmv Steven Peeters)
• Basis berekening vennootschapsbelasting
Deel 4 : fiscale procedure (1 college)
• m.i.v. evolutie inzake internationale fiscale procedure
Deel oefeningen personenbelasting en vennootschapsbelasting (2 colleges)
• Maandag 22 april, 9 u: indienen voorbereiding op BB (wordt niet gequoteerd)
• Vrijdag 25 april: werkcollege (mmv Maxime Vandemaele)
Deel 5 : btw - 1 college (Vrijdag 9 mei (met casus uit praktijk – mr. Leen De Vriese))
Deel 6: registratierechten, successierechten en overige regionale belastingen (Vrijdag 16 mei)
Deel 7 – gastcollege Prof. Bruno Peeters (Dinsdag 20 mei om 16u30)
Inhoud
DEEL 1: kapstokken van het fiscaal recht................................................................................................3
->Introductie opleidingsonderdeel ‘fiscaal recht’...................................................................................3
H1: Plaats van het fiscaal recht t.o.v. andere rechtstakken.................................................................3
H2: Begrip belasting...........................................................................................................................4
H3: Functies vd belastingen................................................................................................................4
H4: Indeling belastingen.....................................................................................................................7
Introductie tot fiscaal recht....................................................................................................................7
Fiscale bevoegdheidsverdeling...........................................................................................................7
Algemene beginselen die het fiscaal recht beheersen......................................................................20
DEEL 2: Personenbelasting (=als onderdeel vd inkomensbelasting).....................................................29
H1: Onroerende, roerende en beroepsinkomsten (mmv Steven Peeters)(1 e categorie belastbare
inkomen: onroerende inkomsten)....................................................................................................35
1. Onroerende inkomsten.................................................................................................................35
2. Roerende inkomsten.....................................................................................................................45
3. Beroepsinkomsten (3e categorie belastbare inkomsten)...............................................................59
4. diverse inkomsten.........................................................................................................................76
H2: aftrekbare bestedingen..............................................................................................................77
H3: berekening vd belasting.............................................................................................................77
1
,DEEL 3: vennootschapsbelasting..........................................................................................................79
H1: Toepassingsgebied vennootschapsbelasting en afbakening ten aanzien van
rechtspersonenbelasting..................................................................................................................79
H2: Inleiding tot de vennootschapsberlasting..................................................................................87
DEEL 4: fiscale procedure.....................................................................................................................99
H1: Aangifte & rapportering.............................................................................................................99
H2: controle....................................................................................................................................104
H3: bewijs.......................................................................................................................................107
H4: De inkohiering (fiscus gt titel vestigen om af te dwingen)........................................................109
H6: geschillen (krijgt aanslag mr bent niet akkoord).......................................................................111
DEEL 5: BELASTING TOEGVOEGDE WAARDE (btw).............................................................................114
H1: oorsprong (leren uit verleden om te snappen wat vandaag is, is belasting uit jaren 70)..........114
H2: BTW situering (Zie HC 1 – indeling van de belasting) (indelen in kotjes)...................................115
H3: Btw stappenplan......................................................................................................................119
1/ wie is btw-plichtige?...............................................................................................................119
2/ wat zijn belastbare handelingen (& waar vinden ze plaats?)..................................................123
3/ is de handeling vrijgesteld?....................................................................................................128
4/ wie moet de btw voldoen?.....................................................................................................128
DEEL 6: Inleiding tot de registratierechten en successierechten.........................................................128
Situering:........................................................................................................................................129
H1: registratierechten.....................................................................................................................131
Registratierechten algemeen:.........................................................................................................131
1.historisch perspectief: registratierechten zijn oudste belastingen (inkomensbelastingen vrij
recent)........................................................................................................................................131
2.Registratierechten definitie/ kenmerken:................................................................................132
3.Registratierechten aanleiding..................................................................................................132
4.registratierechten indeling:......................................................................................................133
Registratierechten – verkooprecht:.................................................................................................133
Registratierechten (2e soort registratierechten) – schenkbelasting:...............................................135
H2: Successierechten......................................................................................................................137
Erfbelasting:................................................................................................................................138
Deel 7: gastcollege..............................................................................................................................145
1.functies van belastingen..............................................................................................................146
2.ongelijkheid & (her)verdeling: enkele cijfers................................................................................147
3.multidimensionale (her)verdelende functie van belastingen......................................................147
4.ter afronding................................................................................................................................150
2
,DEEL 1: kapstokken van het fiscaal recht
->Introductie opleidingsonderdeel ‘fiscaal recht’
H1: Plaats van het fiscaal recht t.o.v. andere rechtstakken
Fiscaal recht: is onderdeel van het publiekrecht
Relatie tss OH & burgers + relatie tss OH’en
->fiscaal recht is relatie burger & fiscale administratie (=OH = UM)
Gevolg (dat fiscaal recht = onderdeel PR):
Toepasselijkheid algemene beginselen van administratief recht zijn vt op fiscaal recht
(vooral ih formeel fiscaal recht (gt over procedure)
-> In publiekrecht zitten vers. rechtstakken onder (incl. administratief recht: recht vt
op de UM/ OH)
->vooral ‘formeel/ procedureel fiscaal recht’: hoe kan de fiscale administratie de
fiscale regels afdwingen (zie les over fiscale procedure)
<->materieel fiscaal recht: op wie/ wat/ omvang… belasten
DUS is algemene wetgeving over wie/ wat…, mr die algemene regels/ schuld mt
geïndividualiseerd w, gebeurt dr formeel fiscaal recht
Regels fiscaal recht = OO
DUS absolute nietigheid (vr OH akte in strijd met fiscaal recht/ regels): kan door iedereen
ingeroepen, incl ambtshalve door rechter (belangr rol recht: als administratie zich vergist
heeft mbt motivering/ juridische grondslag…, dus als rechter opmerkt ja foute grondslag, dan
mt rechter corrigeren)
Rol van het privaat recht ih fi scaal recht
Ook de overheid is soms aan het privaat recht onderworpen
bv. als OH overeenkomsten sluit met de belastingplichtige (bv. burger zegt ja ik gebruik huis vr
50% vr onderneming, komt controlleur (ambtenaar) en zegt ja klopt, is ovk, kan je nt op terug
komen -> ookal over 3j nieuwe ambtenaar en zegt nee is maar 20%, kan NIET, administratie is 1
ondeelbaar geheel dus ovk gesloten dus gehele administratie gebonden0
Privaat recht = “gemeen recht” -> een begrip dat niet door de fiscale wet wordt
omschreven heeft de “gemeenrechtelijke betekenis”
->als er in fiscaliteit geen begripsomschrijving is id fiscale wetgeving, dan mt men de
gemeenrechtelijke betekenis (BW) hanteren)
Bv. begrip “inkomen”: geen definitie in de fiscale wet -> gemeen recht
RP: bugerrechtelijke betekenis vh woord hanteren =“inkomen is alles wat een zaak
periodiek aan vruchten voortbrengt, zonder haar wezen te veranderen of haar substantie
aan te tasten”
->A heeft ORG en verhuurt: dus volgens definitie is het inkomen & substantie ORG
verandert nt dr verhuur
->bv 100.000 euro meerwaarde huis dr renovaties: dan is meerwaarde huis vergroot –
meerwaarde is GEEN inkomen (bij wetboek inkomensbelasting is meerwaarde geen
inkomen), MAAR nisk verhindert fiscale wetgever te bep dat die dat soort meerwaarde
toch te gn belasten id wetgeving (stel meerwaarde geldt als inkomen, dan makkelijker vr
WEG want mt niks doen, nu is geen inkomen dus als WEG wil belasten mt die dat
inschrijven id WG)
Gevolg: meerwaarde is geen inkomen (tenzij de fiscale wet dit bepaalt, WEG mt id wet
inschrijven)
Bv. begrip “winst” (van een onderneming): geen definitie in de fiscale wet -> gemeen recht
3
, bepalen volgens de regels van het boekhoudrecht (tenzij de fiscale wet afwijkt)
“primauteit van het boekhoudrecht”: boekhoudrecht is baas, beslist wat ‘winst’ is, rest
volgt
H2: Begrip belasting
Belasti ng
Klassieke definitie (RL & RP):
= een betaling eenzijdig opgelegd door de overheid, teneinde haar (=de OH) middelen te
verschaffen om in haar uitgaven van alle aard te voorzien
Twee elementen essentieel: is pas belasting mits
1. Eenzijdig opgelegd -> dwingend karakter
2. Financieel doel
-> geen rechtstreekse / individuele tegenprestatie die OH je aanbied (opbrengst vd
belasting is nt per se tegenprestatie vr belastingplichtige)
Onderscheid met andere inkomsten van de overheid
- Bv. Boetes -> geen belasting want: dwingend karakter is er, MAAR element 2 is er nt
- Bv. Schenking of legaat aan de overheid -> geen belasting want: OH heeft je nt ‘eenzijdig’
opgelegd, heb je zelf gwn gdn
Onderscheid met andere « heffingen » (zijn ook geen belastingen want voldoen nt ad
specifieke kenmerken ve belasting, leunen er wel dicht bij aan)
1. Retributies (bv. Parkeergeld)
o GEEN vergoeding voor uitgaven van alle aard (=w nt in grote pot gesmeten om
vanalles mee te doen), maar wel een vergoeding vr individuele tegenprestatie (bv
parkeergeld: je betaald OH om ergens te mogen staan, staanplaats is tegenprestatie)
o Mt een redelijke verhouding
o Beginselen van belastingrecht niet allemaal van toepassing, bv. niet:
legaliteitsbeginsel, eenjarigheidsbeginsel, …
2. Sociale zekerheidsbijdragen:
o Niet de vergoeding voor uitgaven van alle aard (in principe komt nt in grote pot),
WEL « duidelijke band met sociale bescherming » (betaalt nt vr grote pot, wel
omdat je hoopt dat als er ooit iets met jou is dat je geholpen w)(GwH neemt wel
aan dat in grote pot komt)
o Hoewel de facto
Vroeger: « ter financiering » vd sociale zekerheid + betaling doet sociale
rechten ontstaan
Nu: Sociale zekerheidsuitgaven ook met fiscale opbrengsten gefinancierd
+ betaling doet niet altijd rechten ontstaan (bv. sociale bijdrage
zelfstandige in bijberoep)
o Beginselen van belastingrecht niet allemaal van toepassing, bv. legaliteitsbeginsel
H3: Functies vd belastingen
Financiële functi e
Zie basiskenmerk van begrip belastingen
Kleine side note: moet wel een bijdrage in geld om overheidsuitgaven te bekostigen zijn
! Opmerking: betaling van belastingen kan soms in natura: zie les erfbelasting: betaling in
kunstwerken (A dood, B erfgenaam: willen vermijden dat erfgenamen kunst verkopen nr BL
om erfbelasting te vermijden, dus ku akkoord bekomen dat je kunst afgeeft ad OH als de
‘belasting’ op je erfenis)
4