Hier is een oefenexamen gebaseerd op jouw document. Ik heb
verschillende soorten vragen gemaakt (meerkeuze, open vragen en
inzichtsvragen) zodat je echt goed kan oefenen.
📝 OEFENEXAMEN – Adobe Theorie
📌 DEEL 1: Meerkeuzevragen
1. Wat is een rasterafbeelding?
A. Een afbeelding opgebouwd uit lijnen
B. Een afbeelding opgebouwd uit pixels
C. Een afbeelding zonder resolutie
D. Een vectorbestand
2. Welk programma gebruik je voornamelijk voor vectorafbeeldingen?
A. Photoshop
B. Illustrator
C. InDesign
D. Acrobat
3. Wat gebeurt er als je een rasterafbeelding sterk vergroot?
A. De kwaliteit blijft gelijk
B. De afbeelding wordt scherper
C. De afbeelding wordt pixelachtig
D. De bestandsgrootte daalt
4. Wat is de standaard resolutie voor drukwerk?
A. 72 ppi
B. 150 dpi
C. 300 dpi
D. 600 ppi
5. Welke kleurruimte wordt gebruikt voor schermen?
A. CMYK
B. RGB
C. Pantone
D. HEX
6. Wat betekent DPI?
A. Dots per image
B. Data per inch
C. Dots per inch
D. Digital pixel index
, 7. Welke bestandsindeling is lossless?
A. JPEG
B. PNG
C. TIFF
D. JPG
8. Wat is een belangrijk nadeel van JPEG?
A. Grote bestandsgrootte
B. Geen ondersteuning voor kleur
C. Kwaliteitsverlies bij compressie
D. Alleen zwart-wit
9. Welke kleur is complementair aan rood?
A. Geel
B. Groen
C. Cyaan
D. Magenta
10. Wat gebeurt er bij additieve kleurmenging?
A. Kleuren worden donkerder
B. Kleuren worden lichter
C. Kleuren verdwijnen
D. Alleen zwart wordt gemaakt
📌 DEEL 2: Korte open vragen
11. Leg het verschil uit tussen raster en vector.
👉 (min. 2 verschillen)
12. Waarom is vector beter voor logo’s?
13. Wat betekent resolutie en waarom is het belangrijk?
verschillende soorten vragen gemaakt (meerkeuze, open vragen en
inzichtsvragen) zodat je echt goed kan oefenen.
📝 OEFENEXAMEN – Adobe Theorie
📌 DEEL 1: Meerkeuzevragen
1. Wat is een rasterafbeelding?
A. Een afbeelding opgebouwd uit lijnen
B. Een afbeelding opgebouwd uit pixels
C. Een afbeelding zonder resolutie
D. Een vectorbestand
2. Welk programma gebruik je voornamelijk voor vectorafbeeldingen?
A. Photoshop
B. Illustrator
C. InDesign
D. Acrobat
3. Wat gebeurt er als je een rasterafbeelding sterk vergroot?
A. De kwaliteit blijft gelijk
B. De afbeelding wordt scherper
C. De afbeelding wordt pixelachtig
D. De bestandsgrootte daalt
4. Wat is de standaard resolutie voor drukwerk?
A. 72 ppi
B. 150 dpi
C. 300 dpi
D. 600 ppi
5. Welke kleurruimte wordt gebruikt voor schermen?
A. CMYK
B. RGB
C. Pantone
D. HEX
6. Wat betekent DPI?
A. Dots per image
B. Data per inch
C. Dots per inch
D. Digital pixel index
, 7. Welke bestandsindeling is lossless?
A. JPEG
B. PNG
C. TIFF
D. JPG
8. Wat is een belangrijk nadeel van JPEG?
A. Grote bestandsgrootte
B. Geen ondersteuning voor kleur
C. Kwaliteitsverlies bij compressie
D. Alleen zwart-wit
9. Welke kleur is complementair aan rood?
A. Geel
B. Groen
C. Cyaan
D. Magenta
10. Wat gebeurt er bij additieve kleurmenging?
A. Kleuren worden donkerder
B. Kleuren worden lichter
C. Kleuren verdwijnen
D. Alleen zwart wordt gemaakt
📌 DEEL 2: Korte open vragen
11. Leg het verschil uit tussen raster en vector.
👉 (min. 2 verschillen)
12. Waarom is vector beter voor logo’s?
13. Wat betekent resolutie en waarom is het belangrijk?