Pharmacokinetics
Lindsey Devisscher – Pieter De Cock, Dpt Basic and Applied Medical Sciences
1
,De typische curves
Wat lichaam doet met geneesmiddel = kinetiek
conc-tijd curve
L boven: typisch profiel oraal geneesmiddel: eens maximaal geabsorbeerd daalt curve
Farmacodynamiek: wat geneesmiddel doet met geneesmiddel
Blootstelling op x, effect op y
Gewenst effect of ongewenst
Concentratie op log schaal → sigmoidale curve
Drijf je conc op → maximumeffect op bepaald moment
hogere dosis leidt niet tot meer effect
ieder geneesmiddel heeft zelfs nevenwerkingen! (traditioneel rechts van curve gewenst effect)
Majeure nevenwerking: nooit op markt!
Beide info nodig, integratie
PK/PD: welbepaalde dosis toedienen, wat is effect over tijd
2
, Frequency distribution of warfarin daily dose requirement
P harm acogenomics. 2009, 10 (12) : 1955 -1965
3
Illustratie
Curve x as dag dosis warfarine
Y as aantal ptn
warfarine: vit K antagonist (bloedverdunner) → sommige ptn meer of minder nodig (grote spreiding) < verschillen in PK (sneller verwijderen geneesmiddel) of PD (gevoeliger zijn)
3
, Absorption, distribution and elimination (biotransformation, excretion) of pharmaceuticals.
tissue
unbound bound
plasma
absorption un bou nd ph ar m acon excretion
plasma- metabolites
protein bound pharmac on
biotransformation
4
Farmacokinetiek: verschillende deelprocessen
- absorptie: geneesmiddel niet rechtstreeks in bloedbaan toedienen → transport naar systemische circulatie nodig
- Unidirectioneel proces van opname van plaats van toediening naar bloed
Geneesmiddel in bloedbaan zal in min of meerdere mate binden aan plasmaproteinen (vnl albumine & alfa 1 zuur glycoproteïne)
Standaard is gnm meer vetoplosbaar → vaker sterker eiwitgebonden (w meer wateroplosbaar door binding op albumine)
Gebonden geneesmiddel kan niet migreren uit bloedbaan
Sterk eiwitgebonden geneesmiddel → neiging om te distribueren is tegenwerkende factor
Vetoplosbare neiging om meer te verspreiden naar weefsels
Wel bidirectioneel proces: communicerende vaten
Enkel ongebonden geneesmiddel kan w geëlimineerd < 2 processen
- Metabolisatie of biotransformatie < chemische modificatie → meer wateroplosbaar gemaakt → metabolieten, leidt meestal tot inactivatie → excretie
- Excretie van onveranderde vorm of dus na metabolisatie
4
Lindsey Devisscher – Pieter De Cock, Dpt Basic and Applied Medical Sciences
1
,De typische curves
Wat lichaam doet met geneesmiddel = kinetiek
conc-tijd curve
L boven: typisch profiel oraal geneesmiddel: eens maximaal geabsorbeerd daalt curve
Farmacodynamiek: wat geneesmiddel doet met geneesmiddel
Blootstelling op x, effect op y
Gewenst effect of ongewenst
Concentratie op log schaal → sigmoidale curve
Drijf je conc op → maximumeffect op bepaald moment
hogere dosis leidt niet tot meer effect
ieder geneesmiddel heeft zelfs nevenwerkingen! (traditioneel rechts van curve gewenst effect)
Majeure nevenwerking: nooit op markt!
Beide info nodig, integratie
PK/PD: welbepaalde dosis toedienen, wat is effect over tijd
2
, Frequency distribution of warfarin daily dose requirement
P harm acogenomics. 2009, 10 (12) : 1955 -1965
3
Illustratie
Curve x as dag dosis warfarine
Y as aantal ptn
warfarine: vit K antagonist (bloedverdunner) → sommige ptn meer of minder nodig (grote spreiding) < verschillen in PK (sneller verwijderen geneesmiddel) of PD (gevoeliger zijn)
3
, Absorption, distribution and elimination (biotransformation, excretion) of pharmaceuticals.
tissue
unbound bound
plasma
absorption un bou nd ph ar m acon excretion
plasma- metabolites
protein bound pharmac on
biotransformation
4
Farmacokinetiek: verschillende deelprocessen
- absorptie: geneesmiddel niet rechtstreeks in bloedbaan toedienen → transport naar systemische circulatie nodig
- Unidirectioneel proces van opname van plaats van toediening naar bloed
Geneesmiddel in bloedbaan zal in min of meerdere mate binden aan plasmaproteinen (vnl albumine & alfa 1 zuur glycoproteïne)
Standaard is gnm meer vetoplosbaar → vaker sterker eiwitgebonden (w meer wateroplosbaar door binding op albumine)
Gebonden geneesmiddel kan niet migreren uit bloedbaan
Sterk eiwitgebonden geneesmiddel → neiging om te distribueren is tegenwerkende factor
Vetoplosbare neiging om meer te verspreiden naar weefsels
Wel bidirectioneel proces: communicerende vaten
Enkel ongebonden geneesmiddel kan w geëlimineerd < 2 processen
- Metabolisatie of biotransformatie < chemische modificatie → meer wateroplosbaar gemaakt → metabolieten, leidt meestal tot inactivatie → excretie
- Excretie van onveranderde vorm of dus na metabolisatie
4