Sociologie H1: 1.1 de mens maakt de samenleving
1.1.1 Mensen maken de samenleving:
Wanneer spreken we van een samenleving:
Waarom gelijke interpretatie vd situatie belangrijk?
• Voorspelbaarheid en routine (orde)
Hoe maakt mens de samenleving?
• Thomas-Theorema (1928)= ‘If men define situations as real, they are real in
their consequences.’
• De mens creëert eigen sociale realiteit
1.1.2 Groepen en organisaties maken de samenleving
Kenmerken/Definitie groep:
• Geheel mensen die duurzame interacties hebben
• Gevoel van samenhorigheid
• Ontstaan spontane groepsregels
• Leden hebben eigen positie
Soorten groepen:
1) Primaire groep
2) Peer groep
3) Secundaire groep
4) Doelgroep
1) Primaire groep:
• Kleine groep
• Moeilijk uit te stappen
• Interacties zijn:
- Frequent & intensief
- Verbonden met emotionele kant & groep
- Geen taakgericht aspect
, 2) Peergroep:
• Gelijke leeftijd
• Ongeveer gelijke situatie
• Langdurige contacten
• Veel invloed op sociale werkelijkheid & interpretatie
• Regelmatige contacten
3) Secundaire groep:
• Grotere groep
• Als je als individu stopt gaat groep verder
• Interacties:
- Meer zakelijk en met doel
- Minder intens
- Minder emotionele verbondenheid
- Onpersoonlijker
4) Doelgroep:
• Geen echte groep/geen samenhang
• Wel term in:
- Beleid
- Hulpverlening
- Marketing
- …
Organisatie:
• Mensen die samen WERKEN
• Gemeenschappelijk doel
• Vanuit duidelijk omschreven posities
• Herkenbaar als geheel
• Interageert met andere organisaties
,1.1.3 Instituties maken de samenleving
Institutie:
• Gedeelde sociale werkelijkheid zichtbaar bij heel veel mensen
(=gestandaardiseerd gedrag)
• Vast gedrags- & interactiepatroon
Definitie/kenmerken institutie:
• Zorgt voor routine, voorspelbaarheid, gestandaardiseerd gedrag en orde in
hele samenleving
• Gecreëerd door mens
• Stabiel maar kan veranderen (traag)
• Biedt antwoord op levensnoodzakelijke vragen (bv arbeid biedt
levensonderhoud, tijdsbesteding,…)
• Instituties interageren met elkaar (bv. Arbeid interageert met recht)
, H1:Sociologie les 2 de samenleving maakt de mens
2.1 Structuur in de samenleving maakt de mens
Structuur:
• Manier om onderdelen te ordenen
• Geheel wordt groter dan som van de delen → meer waard zijn
→ te vergelijken met samenleving → individuen maken samenleving
2.1.1 Functionalistische visie
Samenleving:
• Lichaam met verschillende organen
• Elk orgaan (= categorie mensen) → heeft functie voor het geheel
• Afhankelijk van geboorte in welk orgaan → bepaalt sociale werkelijkheid
• Orde= iedere categorie vervult functie (werkgevers & werknemers)
! veel kritiek → als je op deze manier kijkt ga je problemen ook goedkeuren bv.
samenleving heeft armoede nodig → anders zouden mensen bv. niet meer willen
werken
2.1.2 Visie conflictsociologie:
Visie:
• Structuur in samenleving is ongelijk → er is veel ongelijkheid, er zijn
verschillende kansen voor:
• M/V/X
• Arm/rijk
• Stad-dorp
• Hooggeschoold/laaggeschoold
• Jong/oud
1.1.1 Mensen maken de samenleving:
Wanneer spreken we van een samenleving:
Waarom gelijke interpretatie vd situatie belangrijk?
• Voorspelbaarheid en routine (orde)
Hoe maakt mens de samenleving?
• Thomas-Theorema (1928)= ‘If men define situations as real, they are real in
their consequences.’
• De mens creëert eigen sociale realiteit
1.1.2 Groepen en organisaties maken de samenleving
Kenmerken/Definitie groep:
• Geheel mensen die duurzame interacties hebben
• Gevoel van samenhorigheid
• Ontstaan spontane groepsregels
• Leden hebben eigen positie
Soorten groepen:
1) Primaire groep
2) Peer groep
3) Secundaire groep
4) Doelgroep
1) Primaire groep:
• Kleine groep
• Moeilijk uit te stappen
• Interacties zijn:
- Frequent & intensief
- Verbonden met emotionele kant & groep
- Geen taakgericht aspect
, 2) Peergroep:
• Gelijke leeftijd
• Ongeveer gelijke situatie
• Langdurige contacten
• Veel invloed op sociale werkelijkheid & interpretatie
• Regelmatige contacten
3) Secundaire groep:
• Grotere groep
• Als je als individu stopt gaat groep verder
• Interacties:
- Meer zakelijk en met doel
- Minder intens
- Minder emotionele verbondenheid
- Onpersoonlijker
4) Doelgroep:
• Geen echte groep/geen samenhang
• Wel term in:
- Beleid
- Hulpverlening
- Marketing
- …
Organisatie:
• Mensen die samen WERKEN
• Gemeenschappelijk doel
• Vanuit duidelijk omschreven posities
• Herkenbaar als geheel
• Interageert met andere organisaties
,1.1.3 Instituties maken de samenleving
Institutie:
• Gedeelde sociale werkelijkheid zichtbaar bij heel veel mensen
(=gestandaardiseerd gedrag)
• Vast gedrags- & interactiepatroon
Definitie/kenmerken institutie:
• Zorgt voor routine, voorspelbaarheid, gestandaardiseerd gedrag en orde in
hele samenleving
• Gecreëerd door mens
• Stabiel maar kan veranderen (traag)
• Biedt antwoord op levensnoodzakelijke vragen (bv arbeid biedt
levensonderhoud, tijdsbesteding,…)
• Instituties interageren met elkaar (bv. Arbeid interageert met recht)
, H1:Sociologie les 2 de samenleving maakt de mens
2.1 Structuur in de samenleving maakt de mens
Structuur:
• Manier om onderdelen te ordenen
• Geheel wordt groter dan som van de delen → meer waard zijn
→ te vergelijken met samenleving → individuen maken samenleving
2.1.1 Functionalistische visie
Samenleving:
• Lichaam met verschillende organen
• Elk orgaan (= categorie mensen) → heeft functie voor het geheel
• Afhankelijk van geboorte in welk orgaan → bepaalt sociale werkelijkheid
• Orde= iedere categorie vervult functie (werkgevers & werknemers)
! veel kritiek → als je op deze manier kijkt ga je problemen ook goedkeuren bv.
samenleving heeft armoede nodig → anders zouden mensen bv. niet meer willen
werken
2.1.2 Visie conflictsociologie:
Visie:
• Structuur in samenleving is ongelijk → er is veel ongelijkheid, er zijn
verschillende kansen voor:
• M/V/X
• Arm/rijk
• Stad-dorp
• Hooggeschoold/laaggeschoold
• Jong/oud