VRAAGSTUKKEN
INHOUDSOPGAVE
FILOSOFISCHE EN ETHISCHE VRAAGSTUKKEN............................................................................1
Hoe is filosofie?.......................................................................................................................3
Inleiding...............................................................................................................................3
De Grieken, of wie anders?.....................................................................................................6
Inleiding...............................................................................................................................6
De Romeinse tijden...............................................................................................................13
‘Hoti aristos iatros kai philosophos’..................................................................................13
En is de beste filosoof ook een arts?................................................................................14
De feodale orde van Paulus en Augustinus...........................................................................15
Inleiding.............................................................................................................................15
Augustinus en de stad van God.........................................................................................16
De Genezer........................................................................................................................17
De plaats van ziekte en lijden in een christelijk universum..............................................17
Het dak van de wereld breekt open......................................................................................19
Inleiding.............................................................................................................................19
De mechanisering van het wereldbeeld...........................................................................19
‘Lijk, open u’......................................................................................................................23
De mens als studieobject......................................................................................................27
Een nieuwe verhouding....................................................................................................27
De ordening van de natuur...............................................................................................28
Medisch studiewerk met politieke doeleinden.................................................................30
Natuurfilosofisch medisch denken....................................................................................33
De geboorte van de kliniek en een nieuwe medische blik...............................................34
Lichamelijkheid en identiteit.................................................................................................38
Inleiding.............................................................................................................................38
Fitheidscultuur en gezondheidsobsessie..........................................................................38
Autonomie als heteronomie.............................................................................................39
Homo sapiens 2.0..............................................................................................................41
Epiloog...................................................................................................................................43
Waarom Devisch eindigt met literatuur............................................................................43
Het moderne ideaal: actief, gezond en productief...........................................................43
1
,Oblomow (Gontsjarov) – symbool van passiviteit............................................................43
Filosofische betekenis bij Devisch:....................................................................................44
Een alledaagse geschiedenis – het tegenovergestelde ideaal..........................................44
Link met geneeskunde:.....................................................................................................44
Gezondheid als maatschappelijke norm...........................................................................44
Voorbeelden:.....................................................................................................................44
Medicalisering herbekeken via Oblomow.........................................................................45
Grenzen van maakbaarheid..............................................................................................45
Literaire functie:................................................................................................................45
Slotboodschap van het epiloog.........................................................................................45
2
,Hoe is filosofie?
Inleiding
‘filein’ + ‘sofia’ = begeren en wijsheid
Vragen staan centraal in filosofische praxis
Kritische reflex die ten grondslag ligt aan elke filosofische vraag
‘Zijn’: totaliteit van wat is en zo de wereld mogelijk maakt
‘zijnde’: datgene wat is of datgene dat zich binnen dat ‘Zijn’ begeeft
Geen spreektaal: soms doen we aan filosoferen zonder het te weten
Vb.: beweren te weten dat er iets is
Denkkaders aanreiken om meest fundamentele vraagstukken over mens en wereld
beter te begrijpen
Anarchie: zonder vaste vertrekpunten
Toogfilosofie en andere misverstanden
Misverstanden
1) Filosoferen is speculatief nadenken over het leven
‘Wat is nu de zin van het leven?’: geen controleerbaar antwoord op te geven
2) Filosofie wordt gereduceerd tot een levenswijze, manier van leven die ons dichter
bij de betekenis van het leven brengt
Ethiek maakt deel uit van filosofie
Filosofie stelt vragen over hoe iets is
! Niet hetzelfde als waarom iets is!
Geen zoekmachine
3) Filosofie is een synoniem voor ‘zweven’, met hoofd in de wolken nadenken
Isoleren van de werkelijkheid, wereldvreemd
Filosofie is weinig nuttig
In principe niks wereldvreemd: alles wat we doen is van deze wereld
! Religies: concentreren op andere wereld
4) Verhouding filosofie en de wetenschap
Filosofie: discipline die zicht bezighoudt met die vragen waar de wetenschap
nog geen antwoord op heeft
Antwoorden zijn tijdelijk + plaatsmaken voor de wetenschap als er wel een
antwoord is
Wetenschap: ‘Wat weten we hierover?’
Filosofie: ‘Hoe komen we tot deze kennis?’
Over dezelfde fenomenen buigen maar op andere manier benaderen
‘Endoxia’: het hebben van een overtuiging/opinie (Plato)
- Onderscheid maken tussen subjectief en subjectivistisch
Een niet-onderbouwde en persoonlijke mening hebben zonder dat die in
het algemeen kan gelden
- Subjectivisme (veel): uitflappen, niet onderbouwd (ik vind blauw mooi)
- Objectief: zwaartekracht zal blijven ookal zijn we er als mens niet
- Subjectief: wetenschappelijke bewijzen die kunnen verschillen naargelang
context, persoon, leeftijd, …
Componenten van filosoferen
Meest courante associatie: de verwondering
- Filosoferen is zich verwonderen over het leven
3
, - ‘Kinderlijke’ verwondering valt weg maar filosoof kijkt met die blik naar de wereld
en stelt zich er vragen bij
! Verwondering is een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde om tot
filosoferen over te gaan!
- Filosoferen is niet die blik behouden van de kindertijd maar een extra bril
opzetten
Onze tijd is gekenmerkt door de radicale afwezigheid van een eerste
oorzaak/Schepper en dus ook van een ultiem richtpunt waarnaar/waaruit de
werkelijkheid evolueert
‘Hoe leven in een wereld zonder doelstelling?’
Verwondering beschouwen als startpunt van de filosofie
- Wijze waarop wordt omgegaan met de verwondering, dat is hoe filosofie is
4 aspecten keren vast terug bij elke definitie van filosofie
Aporetisch
Iedereen beschikt over een filosofietje waarmee hij voor zichzelf dingen in de wereld
duidelijk maakt
- Velen daarvan situeren op het ontologische vlak (het zijnsniveau van de werkelijkheid)
Alles berust op toeval: geen doorgedreven filosofisch onderzoek, maar
verklaren wel hoe dingen zijn
- Problemen waarvoor we geen oplossing hebben, voorzien we alsnog van een
antwoord (comfort)
Kern van filosofisch gebeuren
- Analyseren en blootleggen van probleem
- Logica ervan meevolgen en vraagstuk in ‘verlegenheid’ brengen stuit op aporie
a-poros: gebrek aan toegang, radeloosheid van het denken
Filosoferen: nadenken tot we vastzitten en dan verder zoeken in andere
richtingen
- Eerder problemen opzoeken dan altijd een oplossing aanreiken fundamenteel
nadenken
Fundamenteel nadenken
Filosoferen: een probleem uit een context oplichten
- Gekenmerkt door een hardnekkige, bijna hyperbolische logica om een kwestie tot het
einde door te denken
- Relativeren past daar niet in: als alles inwisselbaar is valt er ook niks uit te wisselen
Filosofie is, net als wetenschap, falsifieerbaar
- Onderscheid zich op die manier van de pseudowetenschap: aangenomen standpunten
argumenten staan open voor ontkrachting
4