Gezondheid = dynamisch evenwicht van alle lichaamsfuncties
indien niet: gezondheidsprobleem hulpvraag
Kinesitherapie & revalidatiewetenschappen = geneeswijze (therapie) door te bewegen
o Aangepaste lichaamsoefeningen om letsels weg te werken
1. Evaluatie: onderzoek
2. Therapie: genezing
3. Revalidatie: heropvoeding van bewegingsfouten en/of tekorten
Kinesitherapeut = 1 van de actoren in de gezondheidszorg
o Deskundigheid
o Samenwerken
o Hypothesen
o Probleemoplossend vanuit deskundigheid
o Methodisch
o Evalueren en bijsturen
Intramuraal Extramuraal
Binnen zorginstelling Buiten zorginstelling
- Ziekenhuis - privaatpraktijk
- WZC - sportclub
- Revalidatie - bedrijf, onderwijs
Eerstelijnszorg Tweedelijnszorg
Vrij, rechtstreeks Niet vrij toegankelijk, wel op voorschrift
Toegankelijk kine, logopedist, verpleegkundige
huisarts, tandarts, specialist (vanaf ’26 wrs wel direct toegankelijk)
Curatief Preventief
Genezend, heilzaam Gezond blijven
ingrijpen bij gezondheidsprobleem bewegen, levensstijl
TYPE DOEL DOELGROEP
Primair (gezonden) en Universeel Ziektekans en Bevolking
secundair (verhoogd risicofactoren dalen Vb start to …
risico) Gezondheidsgedrag
stijgen
Selectief Specifieke groepen Risicogroepen
door specifieke Vb rokers, diabetes
preventie
Geïndiceerd Ontstaan voorkomen Patiënt met
door interventie / symptomen, zonder
behandeling diagnose
Tertiair (ziekte reeds Zorggerelateerd Ondersteunen, Chronisch zieken
vastgesteld) zorggerelateerd, Vb ziekte van
reduceren ziektelast Parkinson, MS
Gezondheid volgens WHO is niet enkel afwezigheid ziekte, maar het volledige geestelijke, lichamelijke
en sociaal welzijn
Beïnvloedende factoren
Lichamelijk Persoonlijkheid
- Erfelijk - gedrag
- Verworven - reactie op omgeving
Overgewicht, lichaamslengte, stabiel
somatotype, houding
Levensstijl
Gezondheidsgedrag met betrekking tot stress, voeding, roken, alcohol, tabak, drugs, bewegen
Omgevingsfactoren
Milieu, arbeid, familie, school
Belasting (= wat lichaam daadwerkeling moet verwerken) – belastbaarheid (= wat lichaam kan
verwerken zonder klachten) gaat in 2 richtingen kan je trainen
Evenwicht: fysiek, psychisch en sociaal
,Gezondheidstoestand
ICF model: international classification functioning, disability health
Functies/anatomie Activiteiten Participatie
Beperkingen Participatieproblemen
Pijn, tonus, mobiliteit, staan, zitten, omrollen, persoonlijke verzorging,
communicatie, proprioceptie lopen werk, vrije tijd,
sport
Beïnvloedende factoren
Extern: Intern:
Fysiek en sociaal Individueel
Cultuur, politiek, werk geslacht, leeftijd, sociaal, beroep, karakter
Functies: fysiologische en menselijke eigenschappen van het menselijk organisme
Anatomische eigenschappen: bouw, constitutie, vorm
stoornissen: afwijkingen/verlies in functies en anatomische eigenschappen
Activiteiten: onderdelen van iemands handelen
beperkingen: moeilijkheden bij uitvoeren activiteit
Participatie: deelname aan het maatschappelijk leven
participatieproblemen: problemen bij deelname aan het maatschappelijk leven
Verstoring in evenwicht tussen belasting en belastbaarheid (psychisch, lichamelijk, sociaal)
gezondheidsprobleem hulpvraag
Beïnvloedende factoren: kennis P inzake letsel / prognose, klachtenbeleving en -gedrag
Fasen in het handelen
o Verwijzing
o Anamnese
o Onderzoek
o Diagnose + indicatie
o Behandelplan
o Behandeling
o Evaluatie
o Afsluiten / bijsturen
Inhoud behandelingen:
Begeleiden/informeren, sturen/oefenen, fysische therapie, manuele behandelingen
Relatie therapeut – patiënt
Samenwerken
Taakverdeling: behandelen zelf oefenen
Wederzijds vertrouwen
Aanraking
Patiëntenrechten: informatie, privacy, toestemming
Patiënt moet zich goed voelen, vertrouwen hebben
Samenwerking met andere zorgverleners
Multidisplinair samenwerken Interdisciplinair samenwerken (zelfde disciplines)
(verschillende disciplines)
- Verpleegkundige - overleg ivm pathologie
- Psycholoog - regeling ivm vakantie
- Arts - regeling bij ziekte
- Podoloog - wachtdienst (weekend, nacht)
- Logopedist
- Ergotherapeut
- …
Probleemoplossing
1. Methodisch handelen
Doelgericht = KT zinvol? Welk doel? Welk resultaat?
Bewust = wat gaat er om in: jezelf als therapeut, de patiënt? Bewust van: (on)gewenste
effecten
Systematisch = logische ordening van stappen: anamnese, onderzoek etc
Procesmatig = fasering van de behandeling in de tijd, doseren, bijsturen, variatie
2. Manieren van probleemoplossen
Strategie: maken en uitvoeren van plannen om een bepaald doel te bereiken
Hypothetico-deductief = vertrekkend vanuit hypothesen (= expliciete veronderstelling),
narratieve benadering
patiënt: luisteren naar zijn verhaal, goede manier in werkterrein van KT
, Patroonherkenning = patronen herkennen op basis van ervaring, gevaar om bepaalde zaken
te miskennen
altijd verifiëren voor de veiligheid
Algoritme = gedetailleerde beslisbomen, nog in ontwikkeling
Verzamelmethode (clinical strategy of exhaustion) = (te) veel onderzoeken, interpretatie na
afloop, weinig efficiënt
3. Kennis, inzicht, attitude, vaardigheden
Kennis: verwerven door studeren, ervaring, bijscholing, vakliteratuur, etc
Klinisch redeneren:
Toepassen kennis
Toepassen vaardigheden
diagnose en behandeling
Voorwaarden: inzicht, structuur, ‘script runnen’ en ‘scirpt aanpassen’, veel gegevens – informatie
ordenen, structuren, interpreteren
Professionele attitude:
Respect voor P
Communicatief
Inleven in probleem P
Toch ‘afstand’ bewaren
Professionele vaardigheden:
onderzoekstechnieken en behandeltechnieken
Relationele vaardigheden:
Luisteren naar P
Communiceren (verbaal, non-verbaal)
Informeren
Onderverdelen in: regulerende, luister en zendervaardigheden
Regulerende vaardigheden
- Ordenen van het gesprek
- Ordenen van het proces
- Klaarheid blijven zien
Luistervaardigheden
Niet selectief: verhaal laten vertellen zonder tussenkomst selectief: tussenkomen, selecteren,
ordenen v/h gesprek
Zendervaardigheden
- Informatie geven
- Opdrachten geven
- Onduidelijkheden uitklaren
4. Kader voor kinesitherapeutische probleemoplossing
Systematisch proces met verschillende stappen (verwijzing/aanmelding, anamnese, onderzoek,
diagnose, behandeling, evaluatie, afsluiting/bijsturing)
AANMELDING
1. Verwijzing
= schriftelijk advies van arts P niet verplicht + in België momenteel enkel KT op voorschrift
Bevat medische diagnose, waarvoor behandeling vereist (bevat ook andere medische relevante info:
doorgemaakt/andere ziektes, medicatiegebruik, resultaten beeldvorming, noodzakelijke psychosociale
gegevens (contra-)indicate voor behandelen)
Naast behandeling ook mogelijkheid tot aanvraag consultatief onderzoek: arts stelt diagnose P
geëvalueerd door KT deze stelt verslag op (prognose, indicatie KT?) arts beslist op basis van advies
KT
Doel KT: volledig herstel? vb enkeldistorsie, progressieve ziekte afremmen vb MS, behoud
zelfredzaamheid
2. Screening
= gerichte vragen, tests uitmaken of aandoening binnen competentiegebied KT ligt
Diagnosticeren via objectieve gegevens naam plakken of stoornis in anatomie, activiteiten of
participatie ligt
opsporen ‘rode vlaggen’
Tekens/symptomen die op ernstige aandoening wijzen, biomedische risicofactoren, geen consensus,
pathologie-afhankelijk
Bij rode vlaggen moet je alert zijn en P doorverwijzen
Andere vlaggen:
Gele = psychosoc/gedragsmatige risicofactoren, geen contra-indicatie, wel rekening mee houden
Blauwe = sociaal-economische risiscofactoren, geen contra-indicatie, wel rekening mee houden
Zwarte = beroepsmatige risicofactoren, geen contra-indicatie, wel rekening mee houden