les 3 samenvatting
Cultuurgeschiedenis H6 & H7 – Uitgebreid Overzicht
WERKEN
Friedrich Murnau – Der letzte Mann
(1924)
Productie: Duitse stomme film,
geproduceerd in het interbellum binnen de
context van het Duitse expressionisme.
Samenwerking met cameraman Karl
Freund. Emil Jannings in de hoofdrol.
Analyse: Verhaal van een trotse
hotelportier wiens identiteit volledig
verbonden is met zijn uniform.
Na zijn degradatie verliest hij zijn sociale
status en psychologische stabiliteit.
De film is vernieuwend door de subjectieve
cameravoering (bewegende camera, wazige
lenzen, gedeformeerde beelden).
De filmische ruimte wordt psychologisch:
we kijken door de ogen van het
hoofdpersonage.
Kritiek op militarisme, hiërarchie en de
economische instabiliteit van het
interbellum.
Paul Cézanne – Maison Maria op weg
naar het Château Noir (1895)
Productiecontext: Post-impressionisme.
Cézanne werkte jarenlang aan studies rond
Mont Sainte-Victoire.
Hij wordt gezien als één van de vaders van
de moderne schilderkunst.
Analyse: Doorbreekt het traditionele
perspectief. Verschillende standpunten
worden simultaan weergegeven.
Kleurvlakken stapelen zich op en creëren
ruimtelijke spanning.
De ruimte wordt fragmentarisch en
dynamisch.
De schilderkunst benadert hier een
filmische ruimte: een opeenvolging van
momenten en standpunten in één beeld.
1
, les 3 samenvatting
Pablo Picasso – Portret van Ambroise
Vollard (1910)
Productiecontext: Analytisch kubisme.
Ontwikkeld samen met Georges Braque in
het begin van de 20e eeuw.
Analyse: Radicalisering van Cézanne. Het
beeld wordt opgebroken in geometrische
fragmenten.
Meerdere perspectieven worden tegelijk
weergegeven.
De werkelijkheid wordt niet meer
nagebootst maar geanalyseerd.
Ruimtelijke bevriezing van het moment én
opeenstapeling van verschillende
momenten.
Jacques Tati – Mon Oncle (1958)
Productie: Franse film, Oscar voor Beste
Buitenlandse Film.
Gesitueerd in de eerste fase van de
consumptiemaatschappij (na WO II).
Analyse: Satire op modernistische
architectuur en technologische efficiëntie.
Contrast tussen traditioneel leven en kille,
functionele woning.
De private ruimte wordt beïnvloed door
economische logica en modernistisch
design.
Jacques Tati – Play Time (1967)
Productie: Grootschalige productie met
speciaal gebouwde filmset (“Tativille”).
Situering in de opkomende moderne
grootstad.
Analyse: Kritiek op modernisme en
'' uniformisering. Glasarchitectuur zorgt voor
verwarring tussen interieur en exterieur.
Publieke ruimte invadeert private ruimte.
Individu verliest identiteit in een efficiënte
maar inauthentieke
consumptiemaatschappij.
Panoptische controle en verlies van privacy
staan centraal.
2
Cultuurgeschiedenis H6 & H7 – Uitgebreid Overzicht
WERKEN
Friedrich Murnau – Der letzte Mann
(1924)
Productie: Duitse stomme film,
geproduceerd in het interbellum binnen de
context van het Duitse expressionisme.
Samenwerking met cameraman Karl
Freund. Emil Jannings in de hoofdrol.
Analyse: Verhaal van een trotse
hotelportier wiens identiteit volledig
verbonden is met zijn uniform.
Na zijn degradatie verliest hij zijn sociale
status en psychologische stabiliteit.
De film is vernieuwend door de subjectieve
cameravoering (bewegende camera, wazige
lenzen, gedeformeerde beelden).
De filmische ruimte wordt psychologisch:
we kijken door de ogen van het
hoofdpersonage.
Kritiek op militarisme, hiërarchie en de
economische instabiliteit van het
interbellum.
Paul Cézanne – Maison Maria op weg
naar het Château Noir (1895)
Productiecontext: Post-impressionisme.
Cézanne werkte jarenlang aan studies rond
Mont Sainte-Victoire.
Hij wordt gezien als één van de vaders van
de moderne schilderkunst.
Analyse: Doorbreekt het traditionele
perspectief. Verschillende standpunten
worden simultaan weergegeven.
Kleurvlakken stapelen zich op en creëren
ruimtelijke spanning.
De ruimte wordt fragmentarisch en
dynamisch.
De schilderkunst benadert hier een
filmische ruimte: een opeenvolging van
momenten en standpunten in één beeld.
1
, les 3 samenvatting
Pablo Picasso – Portret van Ambroise
Vollard (1910)
Productiecontext: Analytisch kubisme.
Ontwikkeld samen met Georges Braque in
het begin van de 20e eeuw.
Analyse: Radicalisering van Cézanne. Het
beeld wordt opgebroken in geometrische
fragmenten.
Meerdere perspectieven worden tegelijk
weergegeven.
De werkelijkheid wordt niet meer
nagebootst maar geanalyseerd.
Ruimtelijke bevriezing van het moment én
opeenstapeling van verschillende
momenten.
Jacques Tati – Mon Oncle (1958)
Productie: Franse film, Oscar voor Beste
Buitenlandse Film.
Gesitueerd in de eerste fase van de
consumptiemaatschappij (na WO II).
Analyse: Satire op modernistische
architectuur en technologische efficiëntie.
Contrast tussen traditioneel leven en kille,
functionele woning.
De private ruimte wordt beïnvloed door
economische logica en modernistisch
design.
Jacques Tati – Play Time (1967)
Productie: Grootschalige productie met
speciaal gebouwde filmset (“Tativille”).
Situering in de opkomende moderne
grootstad.
Analyse: Kritiek op modernisme en
'' uniformisering. Glasarchitectuur zorgt voor
verwarring tussen interieur en exterieur.
Publieke ruimte invadeert private ruimte.
Individu verliest identiteit in een efficiënte
maar inauthentieke
consumptiemaatschappij.
Panoptische controle en verlies van privacy
staan centraal.
2