Trigonum submandibulare = driehoek onder de mandibulae (opgemaakt uit mandibulae
en de m. digastricus (2 buiken))
1
, Doelstellingen van dit hoofdstuk
Ken de uitwendige structuur van de tong
Weet het verloop en de functies van de
tongspieren
De bijdragen van de verscheidene zenuwen in
de innervatie van de tong beheersen
Goed inzicht verwerven in de topografie van
het trigonum submandibulare: betrokken
speekselklieren en zenuwen
2
,3
, Dorsum linguae
onder slijmvlies:
aponeurosis lingualis
Oraal
2/3de
N. Lingualis
Pharyngeaal
1/3de
N. Glossopharyngeus
Tonsillae
linguales
Tong = musculair en neemt groot volume in, in de mondholte. En heeft een stuk dat naar
de keel reikt.
Is zeer mobiel (voorste deel = oraal gedeelte 2/3; dorsale 1/3 zit vast = radix lingualis)
Dorsaal gedeelte is gericht naar de farynx (keelholte)
Oppervlakte tong = dorsum linguae (heel ruw); onderzijde mucosa dus zeer glad.
Dorsum linguae. Onder her slijmvlies heb je een aponeurose (aponeurosis lingualis) en
daar geen veel spieren op aanhechten.
In het dorsum ligt:
- Filiforme papillae (grootste deel: draadvormige smaakpapillen geen smaakfunctie
(geen smaakbekers) maar meer tast/pijn/temp)
- Papillae fungiformes: groter en rood en sterk gevasculariseerd en zitten aan de
zijkant. Hebben wel een smaakfunctie. En kunnen ook temp/gevoel waar worden
maar geen pijn.
- Papillae foliate: bevinden zich dorsaal/lateraal. Zijn streperig. Bevinden zich aan de
uiteinde van de tong-V (sulcus terminalis) hebben smaakfunctie (smaakknoppen)
- Papillae circumvalatae (8-12): bevinden zich voor de sulcus terminalis. ook
smaakfunctie (smaakknoppen)
De mucosa onder de sulcus terminalis heeft geen smaakknoppen. Wel is dit zeer
hobbelig tonsillae lingualis (rol in de immuniteit)
Bezenuwing van de mucosa van de voorste 2/3 van de tong = n. lingualis. Dit ontstaat uit
de 1ste farynxboog.
Het dorsale 1/3 = n. glossopharyngeus (3de farynxboog zenuw)
4
,Foramen cecum: aanleg van de schildklier. Dit is de tip van de tong-V. Tong heeft een
bilaterale aanleg.
4
, Tonsillae linguales
Dorsum linguae
lymfe
follikels
Smaakknoppen
= Oppervlak van het DL.
We zien hier de papilllae filliformis: weidverspreijd en heeft geen smaakfunctie
Ertussen liggen de rodere papillae funigformis
Papillae valatai = grote ronde papillen.
Helemaal achteraan = lymfefollikels: tonsillae lingualis van de tongwortel.
5
, Facies inferior Ductus submandibularis
Glandula sublingualis
linguae
Glandula sublingualis Glandula submandibularis Caruncula sublingualis
V.Profunda linguae
Frenulum linguae
Plica sublingualis
= De onderzijde van de tong/mondbodem.
Dit gebied = facies inferior linguae glad gebied door de mucosa. Hierin zitten
verschillende structuren:
- Bandje = frenulum linguae wat de tongbasis verbindt met de tongbodem. Dit kan
soms te kort zijn en dit zorgt voor minder mobiliteit wat kan resulteren in
slikproblemen/spaakproblemen.
- Caruncula sublingualis = wratachtige structuur aan de onderkant van de frenulum
lingualis. Bij deze caruncula monden speekselklieren uit: 1) glandula sublingualis 2)
glandula submandibularis.
- V. profunda linguae: venen die tong en mondbodem draineert. Deze vene ligt
oppervlakkig. Sommige mensen hebben angina pectoris (klemming van de borst) =
jusit geen infarct. Wanneer deze mensen een inspanning doen krijgt het hart te
weinig bloed. Deze mensen kunnen een pilletje nemen (nitroglycerine: cedocart). Dit
leg je onder de tong en wordt snel opgenomen in de venen en neemt de pijn weg.
- Glandula sublingualis: ligt aan de binnenkant van de mandibulae tegen een inzinking
(fovea sublingualis). goed te palperen in de mondbodem. Plica sublingualis. Geeft
drainage langs de caruncula maar ook uitlopers langs de plica speeksel in de
mondbodem.
- Glandula submandibularis: één afvoerkanaal = ductus mandibularis van wharton.
Komt in de caruncula uit. te palperen door tong tegen snijtanden te drukken en te
voelen bij de angulus mandibulae.
Deze klier heeft een oppervlakkig en diep gedeelte. De ductus vertrekt vanuit het
diepe gedeelte. Deze afvoerkanaal draait rond de nervus lingualis. (voorste 2/3 van
de tong). De nervus lingualis bezenuwd ook de slijmvlies van de mondbodem en het
6
, tandvlees aan de binnenkant.
- De spier die glandula submandibularis opdeelt = m. milohyoideus.
(1stenfarynxboogspier) vormt een trechter in de mondbodem.
6
, 4 paren extrinsieke tongspieren
M.Genioglossus Uitsteken+caudaal
M.Hyoglossus Beneden+dorsaal
De tong heeft heel wat spieren: extrinsieke en intrinsieke spieren.
Extrinsieke spieren = spieren die de tong kunnen verplaatsen (mobilisatie) oorsprong
op het bot en insereren in de tong (4 paren):
- M. genioglossus (genio = binnenkant mandibulae; glossus = tong) spier gaat
dorsaal-craniaal waaiervormig naar de tong (tip tot basis) en hecht aan op de
aponeurose insereren. Bouwt het corpus van de tong op.
Functie’s: 1) tong uitsteken 2) tong naar beneden trekken 3) vermijdt wanneer je
inademt/zuigt, u tong in je keel zou schieten.
- M. hyoglossus: ligt oppervlakkig van m. genioglossus. Dit is een vierkant dun plat
spiertje (hyo = hyoid neemt oorsprong; glossus =tong) hecht weeral van de tip tot
de basis aan de aponeurosis.
Functie’s: 1) tong naar beneden verplaatsen 2) tong naar achter trekken
7
, in arcus
versmalt isthmus
Aponeurosis palatina M.Palatoglossus
M.Styloglossus intrekken
Isthmus faucium
- M. styloglossus: klein spiertje. (O: proc. Styloideus en gaat naar ventraal en zakt af. En
trekt in de tong.)
- M. palatoglossus: is een gehemelteboogspier (de voorste) neemt oorsprong op het
zachte gehemelte (apo. Palatine) en gaat langs een boog naar beneden in de tong
trekken.
Functie’s 1) naar achter trekken van de tong 2) het afsluiten van de mondholte tov de
keel bij het slikken. (geen lucht binnen tijdens het slikken)
Toegangsweg naar de keelholte = isthmus faucium (nauwe toegang) dit gaat bij
slikken vernauwt worden: voedselbolus naar de keel kan gaan en de keel afgesloten is
van de mondholte
8