VOLKENRECHT CASES
H2, HC2: BRONNEN
ICJ, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v US), para. 186
= ICJ bevestigde dat er geen volledige consistentie nodig is om internationaal
gewoonterecht te creëren
= Regels onder artikel 3 Geneva conventions 1949 gelden als minimum maatstaf bij
gewapende conflicten (elementaire overwegingen van menselijkheid)
ICJ Adv. Op. Fisheries Case (UK v Norway) (1951)
=Noorwegen maakte voortdurend bezwaar tegen een opkomende norm van internationaal
gewoonterecht, waardoor ze hierdoor niet gebonden waren
ICJ, Corfu Channel (UK v Albania) (1949)
= Britse schepen beschadigd en crew gestorven door explosies van mijnen in Albanese
wateren die voorheen ontmijnd waren. Albanië had de mijnen daar niet gelegd , maar het
was onmogelijk dat de Albanese overheid daar niet van wist.
Het was onmogelijk om direct bewijs te leveren dat het Corfu kanaal onder exclusieve
controle van Albanië was
=> ICJ zei dat indirect bewijs ook was toegestaan (verschillende feiten die samen tot 1
conclusie leiden)
PCIJ Lotus (France v Turkey) (1927)
= Staten vervolgen vaak niet, maar het PCIJ oordeelde dat dit niet komt omdat ze geloven
dat er een bindende regel is (dus geen opinio juris)
ICJ Adv. Op. Legal consequences of construction of a wall in the occupied Palestinian
territory 2004
= ICJ oordeelde dat Israël de bepalingen van de Vierde Haagse conventie toch moest
volgen, ook al waren ze geen partij bij het verdrag. De inhoud van het verdrag was immers
internationaal gewoonterecht geworden (kristalliserend effect)
ICJ Nuclear test case (New Zealand v France) (1974)
= Goede trouw erkend als algemeen rechtsbeginsel
= ICJ erkende een statement van de Franse president Chirac om de testen te stoppen als
een bindende unilaterale verklaring (obv goede trouw is de unilaterale verklaring bindend)
PCIJ Legal status of Eastern Greenland (Denmark v Norway) (1933)
= PCIJ erkende een unilaterale verklaring van de Noorse minister van Buitenlandse zaken
als bindend
, ICJ Adv. Op. Legal Consequences of the Separation of the Chagos Archipelago from
Mauritius (2019)
= ICJ stelde dat state practice en opinio juris op termijn gradueel bevestigd en
geconsolideerd worden
= ICJ erkende dat het recht op zelfbeschikking een erga omnes norm is
ICJ Barcelona Traction (Belgium v Spain) (1970)
= Canadees elektriciteitsbedrijf in Spanje met 88% Belgische aandeelhouders, Spanje
vaardigde een verbod uit op de uitbetaling van obligaties
=> België start zaak en doet beroep op erga omnes
=> ICJ: geen erga omnes
HC3 H3 VERDRAGEN
ICJ, Gabčikovo -Nagymaros Project (Hungary v Slovakia) (1997), para 104
= nieuwe inzichten in het milieu zijn geen wezenlijk nieuwe omstandigheden
H4 HC4 ACTOREN
A 21: ICJ, Adv. Op. Accordance with international law of the Unilateral Declaration of
Independence in Respect of Kosovo
= De VN-Veiligheidsraad kan wel eens rechten en plichten geven aan niet-statelijke actoren,
hiervoor is een case-by-case evaluatie nodig
= geen antwoord gegeven op zelfbeschikking / recht op afscheiding kwestie
Canadees Supreme Court, Quebec (1998)
= Onderscheid tss internal en external self determination
- Interne zelfbeschikking: je eigen politieke, sociale, culturele zaken bepalen BINNEN
het kader van een bestaande staat
- Externe zelfbeschikking: recht op afscheiding, enkel in heel uitzonderlijke gevallen
VN Algemene Vergadering, Verklaring Vriendelijke Relaties (1970)
= Safeguard clause: Geen recht op afscheiding wanneer de regering de hele populatie
vertegenwoordigt obv gelijkheid en zonder discriminatie
= Verbod op verovering
A1 Adv. Op. Reparations:
=ICJ stelt dat de VN Rechtspersoonlijkheid heeft en dat internationale organisaties dus
actoren kunnen zijn in het internationaal recht
ICJ, Lagrand (Provisional measures (1999)
ICJ, Lagrand (Judgment) (2001)
= Duitsers karl en walter Lagrand werden veroordeeld en geëxecuteerd in de VS zonder
geïnformeerd te worden over hun rechten onder de Wenen conventie consulaire relaties
(1963)
=> Duitsland onderneemt stappen voor het ICJ
=> Er wordt erkend dat individuen ook rechten en plichten hebben in het internationaal recht
H2, HC2: BRONNEN
ICJ, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v US), para. 186
= ICJ bevestigde dat er geen volledige consistentie nodig is om internationaal
gewoonterecht te creëren
= Regels onder artikel 3 Geneva conventions 1949 gelden als minimum maatstaf bij
gewapende conflicten (elementaire overwegingen van menselijkheid)
ICJ Adv. Op. Fisheries Case (UK v Norway) (1951)
=Noorwegen maakte voortdurend bezwaar tegen een opkomende norm van internationaal
gewoonterecht, waardoor ze hierdoor niet gebonden waren
ICJ, Corfu Channel (UK v Albania) (1949)
= Britse schepen beschadigd en crew gestorven door explosies van mijnen in Albanese
wateren die voorheen ontmijnd waren. Albanië had de mijnen daar niet gelegd , maar het
was onmogelijk dat de Albanese overheid daar niet van wist.
Het was onmogelijk om direct bewijs te leveren dat het Corfu kanaal onder exclusieve
controle van Albanië was
=> ICJ zei dat indirect bewijs ook was toegestaan (verschillende feiten die samen tot 1
conclusie leiden)
PCIJ Lotus (France v Turkey) (1927)
= Staten vervolgen vaak niet, maar het PCIJ oordeelde dat dit niet komt omdat ze geloven
dat er een bindende regel is (dus geen opinio juris)
ICJ Adv. Op. Legal consequences of construction of a wall in the occupied Palestinian
territory 2004
= ICJ oordeelde dat Israël de bepalingen van de Vierde Haagse conventie toch moest
volgen, ook al waren ze geen partij bij het verdrag. De inhoud van het verdrag was immers
internationaal gewoonterecht geworden (kristalliserend effect)
ICJ Nuclear test case (New Zealand v France) (1974)
= Goede trouw erkend als algemeen rechtsbeginsel
= ICJ erkende een statement van de Franse president Chirac om de testen te stoppen als
een bindende unilaterale verklaring (obv goede trouw is de unilaterale verklaring bindend)
PCIJ Legal status of Eastern Greenland (Denmark v Norway) (1933)
= PCIJ erkende een unilaterale verklaring van de Noorse minister van Buitenlandse zaken
als bindend
, ICJ Adv. Op. Legal Consequences of the Separation of the Chagos Archipelago from
Mauritius (2019)
= ICJ stelde dat state practice en opinio juris op termijn gradueel bevestigd en
geconsolideerd worden
= ICJ erkende dat het recht op zelfbeschikking een erga omnes norm is
ICJ Barcelona Traction (Belgium v Spain) (1970)
= Canadees elektriciteitsbedrijf in Spanje met 88% Belgische aandeelhouders, Spanje
vaardigde een verbod uit op de uitbetaling van obligaties
=> België start zaak en doet beroep op erga omnes
=> ICJ: geen erga omnes
HC3 H3 VERDRAGEN
ICJ, Gabčikovo -Nagymaros Project (Hungary v Slovakia) (1997), para 104
= nieuwe inzichten in het milieu zijn geen wezenlijk nieuwe omstandigheden
H4 HC4 ACTOREN
A 21: ICJ, Adv. Op. Accordance with international law of the Unilateral Declaration of
Independence in Respect of Kosovo
= De VN-Veiligheidsraad kan wel eens rechten en plichten geven aan niet-statelijke actoren,
hiervoor is een case-by-case evaluatie nodig
= geen antwoord gegeven op zelfbeschikking / recht op afscheiding kwestie
Canadees Supreme Court, Quebec (1998)
= Onderscheid tss internal en external self determination
- Interne zelfbeschikking: je eigen politieke, sociale, culturele zaken bepalen BINNEN
het kader van een bestaande staat
- Externe zelfbeschikking: recht op afscheiding, enkel in heel uitzonderlijke gevallen
VN Algemene Vergadering, Verklaring Vriendelijke Relaties (1970)
= Safeguard clause: Geen recht op afscheiding wanneer de regering de hele populatie
vertegenwoordigt obv gelijkheid en zonder discriminatie
= Verbod op verovering
A1 Adv. Op. Reparations:
=ICJ stelt dat de VN Rechtspersoonlijkheid heeft en dat internationale organisaties dus
actoren kunnen zijn in het internationaal recht
ICJ, Lagrand (Provisional measures (1999)
ICJ, Lagrand (Judgment) (2001)
= Duitsers karl en walter Lagrand werden veroordeeld en geëxecuteerd in de VS zonder
geïnformeerd te worden over hun rechten onder de Wenen conventie consulaire relaties
(1963)
=> Duitsland onderneemt stappen voor het ICJ
=> Er wordt erkend dat individuen ook rechten en plichten hebben in het internationaal recht