Ancien Régime Het bestuur waar de koning absolute macht heeft en er standen zijn met
eigen voorrechten. Deze staatsvorm die door een omwenteling of
hervorming vernietigd is.
Geprivilegieerde standen Adel en clerus (geestelijkheid) hadden bevoorrechte posities. De boeren
behoorden tot de derde stand
Industrieel kapitalisme De latere vorm van kapitalisme, waarbij de winst door middel van de
industrie gemaakt werd.
Burgerij Alle burgers samen: de middenklasse
Verlicht despoot Staatsvorm waarbij een alleenheerser regeert in het belang van het volk.
Vb. Willem I
Middenklasse De groep met een gemiddeld inkomen.
Volkssoevereiniteit Het recht van een volk om eigen bestuurders aan te stellen.
Parlementair regime Regeringsvorm waarbij het volk zijn eigen vertegenwoordigers in het
parlement heeft gekozen.
Ministeriële De ministers zijn verantwoordelijk voor de daden van de regering. Zij hebben
verantwoordelijkheid deze verantwoordelijkheid tegenover de volksvertegenwoordiging.
Rechten en vrijheden Fundamentele rechten: essentiële rechten van de gehele mensheid of van
bepaalde groepen mensen.
Monsterverbond Een overeenkomst waarin partijen die normaal elkaars tegenstrever zijn hun
tegenstellingen opzij leggen en een verbond sluiten tegen een andere,
machtiger partij. In dit geval namelijk de liberalen en katholieken.
Voorlopig Bewind Ontstond op 24 september tijdens de Belgische omwenteling van 1830, als
een soort bestuurlijke commissie van notabelen om het gezag in Brussel "op
zich te nemen". Het comité stimuleerde de opstand in de andere steden en
dorpen in naam van een "Voorlopig Bewind".
Nationaal Congres Het Nationaal Congres was de grondwetgevende én eerste, voorlopige,
wetgevende vergadering (parlement) van het onafhankelijke België na de
omwenteling van 1830.
Conferentie van Londen November 1830: internationale erkenning van Belgische onafhankelijkheid
t.o.v. Frankrijk.
Kiescijns Bedrag aan belastingen die je moest betalen om te kunnen stemmen. Altijd
hoog om enkel de rijken kunnen laten stemmen.
Capaciteitsstemrecht In 1883 slagen ze erin om een heel belangrijke doorbraak te krijgen voor de
gemeenteraadsverkiezingen. Als je een diploma hebt van het lager onderwijs,
dan mag je meedoen aan de verkiezingen.
Nationale soevereiniteit De elite zal het parlement kiezen en die zal de belangrijkste macht van het
land zijn.
Scheiding der machten Om te vermijden dat de koning teveel macht naar zich toe zou trekken of te
veel gaat bemoeien in zaken.
Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
Taken van de staat = wetten maken, uitvoeren en wetten toepassen op de
rechtspraak
Contraseign Medeondertekening van een wet of een Koninklijk Besluit door de minister.
Senaat Afdeling van het parlement die als laatste wetsvoorstellen beoordeelt
Kamer Federale wetgevende vergadering van 150 rechtstreeks verkozen
volksvertegenwoordigers.
Coalitieverbod Het verbod op de arbeiders om samen te komen om over hun
werkomstandigheden te spreken. De fabrieksbazen konden hun arbeiders
uitbuiten, zonder tussenkomst van de staat. Indien er stakingen uitbraken,
moesten die door de staat onmiddellijk neergeslagen werden want staken
was verboden.
Dagbladzegel Een zegel waarmee in de negentiende eeuw middels het zegelrecht belasting
werd geheven op dagbladen.
Concordaat Verdrag dat gesloten wordt tussen een staat enerzijds en de paus anderzijds
ten aanzien van rechten en vrijheden van de rooms-katholieke kerk in een
bepaald land.
1
,Tiendaagse veldtocht Van 2 tot 12 augustus 1831 was een veldtocht van eerste koning Willem I der
Nederlanden om de Belgische Opstand met wapengeweld te onderdrukken.
Hoewel die opzet slaagde, verkreeg België zijn soevereiniteit door de dreiging
van Franse militaire steun.
Verdrag der 24 artikelen Het betekende de definitieve internationale erkenning van de Belgische
onafhankelijkheid. De mogendheden (VK, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en
Rusland) betuigden hun akkoord.
Alleen Willem I verwierp het, met als gevolg dat de status quo behouden
bleef en België in het feitelijk bezit bleef van geheel Limburg en geheel
Luxemburg.
(Eeuwige) Neutraliteit Grootste voorwaarde voor een onafhankelijkheidsverklaring van België,
opgelegd door het Congres van Wenen.
1. Men mag nooit zelf de oorlog verklaren aan een ander land
2. Men moet bescherming krijgen van bondgenoten wanneer dit nodig
is
De neutraliteit had als voordeel at men geen oorlog had met een ander land
en dus met alle landen en hun kolonies handel kon voeren. aan de andere
kant, kan de neutraliteit maar staan zolang deze geloofwaardig is, België
moest in staat zijn eigen land te verdedigen en moest hiervoor investeren in
de beveiliging van stede en de uitbouw van een sterk leger.
Bufferstaat Een land dat tussen twee rivaliserende en mogelijk vijandelijke grootmachten
ligt. Het land bestaat dan ook expliciet om een conflict tussen de twee
landen te voorkomen. De meeste bufferstaten hebben dan ook meestal een
neutraal buitenlands beleid.
Orangisme Voorstanders van een (weder)samenvoeging bij Nederland uit economische
redenen. Kapitaalkrachtige die er baat bij hadden om Willem I aan het hoofd
van de industrie te houden, na zijn investeringen.
Reünionisme Voorstanders van een samenvoeging van België bij Frankrijk uit economische
en culturele redenen.
Adel, katholieken, Groot-Brittannië en Franstaligen
Mirari Vos Een pauselijke encycliek van 15 augustus 1832, waarin Paus Gregorius XVI
uiteenlopende moderne ontwikkelingen veroordeelde.
Kieswet van 1831 Als je een diploma hebt van het lager onderwijs, dan mag je meedoen aan de
verkiezingen. Frère Orban denkt dat hij daarmee zijn progressieve vleugel
tevreden gesteld heeft, maar dat was niet genoeg.
Wet Lager Onderwijs 1842 Zegt dat elke gemeente een school moet hebben, maar deze mag ook een
aangenomen katholieke school zijn, uiteindelijk beslist de gemeenteraad.
Rijksuniversiteit Leuven Opgericht door Willem I na sluiting van de KUL door Fransen, heropend
als staatsuniversiteit, katholieke niveau lag volgens hem veel te laag.
- 1817
- Proffen uit het buitenland (veeleer Duitsland)
- Lessen gegeven in het Latijn
KU Leuven De KUL is in 1935 van Mechelen naar Leuven verhuist en is sindsdien blijven
lesgeven in het Frans en Nederlands.
Kieswijkenwet 1842
Université Libre de 1834: Een van de voorvechters van de universiteit was de Brusselse advocaat
Bruxelles en politicus Pierre-Théodore Verhaegen. Op het ogenblik van de stichting
bestonden er in het toenmalige België reeds drie rijksuniversiteiten: koning
Willem I had deze in 1817 te Leuven, Gent en Luik laten stichten. De
oprichting van de ULB was echter een rechtstreekse reactie tegen de
Katholieke Universiteit van Mechelen zoals opgericht door de bisschoppen
van het jonge België.
2
,Liberaal Congres Brussel Stichting van Liberale Partij in 1846. De verschillende afdelingen van liberale
1846 organisaties komen samen in het stadhuis van Brussel. College werd
voorgezeten door Eugene de Facqz. Grondwet is een belangrijk element: de
Katholieken hadden liberale vrijheden uitgehold, de liberalen wouden deze
opnieuw herstellen. De liberalen waren erfgenamen van de Verlichting en
gingen uit van vrijheid en gelijkheid.
Loge Aparte ruimte waarin een orgaan is gelegen.
Pachtprijzen Geld betaald voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar
van is.
Graanprijzen In de jaren 40 van de 19 e E was er een grote hongersnood omdat de GGB
enorm hoge prijzen vroegen voor hun graan. Er was een gigantische
plattelandsvlucht en de werkloosheid piekt tot 60%. De Belgische regering
wou daarmee stoppen en gaan buitenlands graan invoeren aan veel lageren
prijzen, als drukkingsmiddel opdat de GGB hun prijzen lieten dalen omdat ze
anders zelf niet van hun graan konden afraken. Zo werd de macht van de
GGB gebroken. De maatregelen die de regering hier neemt zijn niet uit
liefdadigheid of compassie met de arbeiders, maar wel om de lage lonen te
kunnen behouden. Men wou vermijden dat de werkgevers meer loon
dienden uit te keren aan de arbeiders.
Naamloze Ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid en een eigen vermogen dat
vennootschappen bestaat uit aandelenkapitaal.
Handelsverdragen Een verdrag dat gesloten wordt ter bevordering van de internationale
handel. Soms wordt een handelsverdrag gesloten tussen twee landen, maar
meestal wordt een handelsverdrag gesloten tussen meerdere landen.
Unionisme Met Unionisme werd in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en later in
België de unie van liberalen en katholieken bedoeld, die in verzet gingen
tegen de regering van koning Willem I. Het unionisme kwam in eerste
instantie tot uiting in de Franstalige pers.
Gemeentewet 1836, 1842 Leopold had laten inschrijven dat burgermeester worden gekozen door
gemeenteraad maar benoemd worden door de koning. Ligt aan de basis voor
de uitbouw van de Belgische staat (’36).
Zorgt voor onderwijs van de staat in de steden (’42).
Preventieve hervormingen Doet een beetje hetzelfde als Rogier en Orban in 1848, hij doet een
1848 toegeving om revolutie te vermijden, nl. het AES. In 1848 kunnen meer
mensen in de steden gaan stemmen. De middenklasse kan politiek actief
worden. Daarin zitten allerlei protestbewegingen in, mensen die sociale
hervormingen willen, die tegen de macht van de kerk zijn, die de Vlaamse
zaak willen vooruithelpen. In eerste instantie pleiten die ervoor om ook wie
niet rijk genoeg is maar een wel verstandig is, een diploma heeft te laten
stemmen.
Ambtenaren- en
magistratenparlement
Taalvrijheid In de Grondwet staat dat het gebruik der talen vrij is. Behalve in het leger,
gerecht en administratie.
Taalminnaren Belgische orangisten die streefden naar eenheid met Nederland op basis van
taalkundige en sociale overwegingen.
Aandeelhouders Bezitter(s) van aandelen, en daarmee gedeeltelijk eigenaar van de
organisatie.
Dividenden Geld dat een aandeelhouder regelmatig krijgt.
Captains of industry De grote kapitaalkrachtige industriëlen van de 19 e E.
Hulpklasse Middenklasse
Plattelandsvlucht Als je vlucht van een dorp naar de stad, hang je af van de fabriekseigenaar en
woon je in een beluik.
Proletariaat Arbeidersklasse; arme bevolkingsgroep die afhankelijk is van diegenen die de
productiemiddelen bezitten.
Beluik Een groep van meestal kleine arbeiderswoningen, verzameld om een
3
, omsloten binnenplaats.
Individualisme Maatschappelijke stroming die gericht is op het individu, die met name zijn
wettelijke (grond)rechten wil uitoefenen.
Vraag en aanbod Bepaald hoe het gaat met een bedrijf: minder bestellingen -> meer ontslag,
meer bestellingen -> meer aannemingen. Als de prijzen dalen voor een
bepaald product op de wereldmarkt, betekent dat minder geld voor de
arbeiders, indien er een stijging is, kunnen ze misschien iets meer verdienen.
Eigendomsrecht Het volledigste, hoogste recht van gebruik en beschikking.
Christelijke naastenliefde Encycliek verschenen in 1891. Heeft het over de situatie van de
arbeidersklassen en formuleert enkele standpunten i.v.m. eerlijke lonen,
recht op eigendom en solidariteit en naastenliefden t.v.v. de armen. De paus
geeft hiermee toestemming tot het vormen van vakbonden waar de patroon
niet inzit. Ondanks een ‘onafhankelijke vakbond’ vanaf dan was toegestaan,
moest deze nog wel samenwerken met de patroon, maar hij was niet langer
verbonden.
Scheldetol Vanaf 1863 is er geen taks meer om met u schip naar Antwerpen te varen.
Nationale Bank van België Privébank: aandelen kopen mogelijk. Deze werden opgericht in 1850.
Gemeentekrediet Werd van staatswege opgericht op 24 november 1860 onder impuls van
Walthère Frère-Orban, toenmalig minister van Financiën.
ALSK De Algemene Spaar- en rentekas. de voorloper van BNP Paribas Fortis. Het
had als bedoeling dat mensen voor heel kleine bedragen konden sparen.
Douane-unie Verdrag tussen staten waarin de onderlinge grenzen worden opgeheven ten
aanzien van goederenvervoer. De Belgische Luxemburgse Economie Unie
(BLEU). Voor de euro betaalden men in Luxemburg ook gewoon met de
Belgische Frank. In 1921 kwam er dus de regel dat er in beide landen geen
douanerechten meer zijn om te exporteren en importeren.
Werkboekje Dat wordt bijgehouden door de werkgever, om hem onder controle te
houden. Bij de eerste misstap, hoe licht ook, kan de werkgever dat boekje
afpakken en zal de arbeider nooit meer ergens anders werk vinden.
Bewijsregels B.W.
arbeidsgeschillen
Coöperatieven Groep producenten of verbruikers die samenwerken om marktaandeel en
economische macht te vergroten.
Antiklerikalisme Beweging die zich verzet tegen de invloed van de clerus, de geestelijkheid,
van een kerk.
Eerste Hier gaan de Belgen heel actief zijn. C. Paepe zegt: “het volk zal deel
Arbeidersinternationale uitmaken van het internationale”. Zij hebben de grootste plannen, zoals dat
de beweging in België gestructureerd geraakt. Men gaat alle individuele
initiatieven zich laten aansluiten bij een nationale structuur.
Collectivisme Het stellen van het belang van de gemeenschap boven dat van het individu.
Economisch stelsel dat alle productiemiddelen tot gemeenschappelijk
eigendom wil maken tweede betekenisomschrijving.
Anarchisme Denkwijze dat niemand iets over je te vertellen heeft, in het bijzonder de
staat niet.
Art. 310 Sw. Stakingsverbod
Art. 415 Sw. (oud)
Klassenintegratie De middenklasse gelooft niet in de ideeën van Marx en Proudhon. Zij willen
dat het liberale systeem blijft bestaan door binnen de Grondwet te blijven.
Het doel is vooral dat de macht recht evenrediger wordt gespreid door
onderwijs. Door te sparen, denken zij dat het systeem beter gedragen gaat
zijn. Zij zijn voor klassenintegratie: hoe breder de middenklasse, hoe minder
opvallender de contrasten tussen arm en rijk.
Vrijhandel Internationale handel zonder handelsbelemmeringen. Liberaal standpunt
4
eigen voorrechten. Deze staatsvorm die door een omwenteling of
hervorming vernietigd is.
Geprivilegieerde standen Adel en clerus (geestelijkheid) hadden bevoorrechte posities. De boeren
behoorden tot de derde stand
Industrieel kapitalisme De latere vorm van kapitalisme, waarbij de winst door middel van de
industrie gemaakt werd.
Burgerij Alle burgers samen: de middenklasse
Verlicht despoot Staatsvorm waarbij een alleenheerser regeert in het belang van het volk.
Vb. Willem I
Middenklasse De groep met een gemiddeld inkomen.
Volkssoevereiniteit Het recht van een volk om eigen bestuurders aan te stellen.
Parlementair regime Regeringsvorm waarbij het volk zijn eigen vertegenwoordigers in het
parlement heeft gekozen.
Ministeriële De ministers zijn verantwoordelijk voor de daden van de regering. Zij hebben
verantwoordelijkheid deze verantwoordelijkheid tegenover de volksvertegenwoordiging.
Rechten en vrijheden Fundamentele rechten: essentiële rechten van de gehele mensheid of van
bepaalde groepen mensen.
Monsterverbond Een overeenkomst waarin partijen die normaal elkaars tegenstrever zijn hun
tegenstellingen opzij leggen en een verbond sluiten tegen een andere,
machtiger partij. In dit geval namelijk de liberalen en katholieken.
Voorlopig Bewind Ontstond op 24 september tijdens de Belgische omwenteling van 1830, als
een soort bestuurlijke commissie van notabelen om het gezag in Brussel "op
zich te nemen". Het comité stimuleerde de opstand in de andere steden en
dorpen in naam van een "Voorlopig Bewind".
Nationaal Congres Het Nationaal Congres was de grondwetgevende én eerste, voorlopige,
wetgevende vergadering (parlement) van het onafhankelijke België na de
omwenteling van 1830.
Conferentie van Londen November 1830: internationale erkenning van Belgische onafhankelijkheid
t.o.v. Frankrijk.
Kiescijns Bedrag aan belastingen die je moest betalen om te kunnen stemmen. Altijd
hoog om enkel de rijken kunnen laten stemmen.
Capaciteitsstemrecht In 1883 slagen ze erin om een heel belangrijke doorbraak te krijgen voor de
gemeenteraadsverkiezingen. Als je een diploma hebt van het lager onderwijs,
dan mag je meedoen aan de verkiezingen.
Nationale soevereiniteit De elite zal het parlement kiezen en die zal de belangrijkste macht van het
land zijn.
Scheiding der machten Om te vermijden dat de koning teveel macht naar zich toe zou trekken of te
veel gaat bemoeien in zaken.
Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
Taken van de staat = wetten maken, uitvoeren en wetten toepassen op de
rechtspraak
Contraseign Medeondertekening van een wet of een Koninklijk Besluit door de minister.
Senaat Afdeling van het parlement die als laatste wetsvoorstellen beoordeelt
Kamer Federale wetgevende vergadering van 150 rechtstreeks verkozen
volksvertegenwoordigers.
Coalitieverbod Het verbod op de arbeiders om samen te komen om over hun
werkomstandigheden te spreken. De fabrieksbazen konden hun arbeiders
uitbuiten, zonder tussenkomst van de staat. Indien er stakingen uitbraken,
moesten die door de staat onmiddellijk neergeslagen werden want staken
was verboden.
Dagbladzegel Een zegel waarmee in de negentiende eeuw middels het zegelrecht belasting
werd geheven op dagbladen.
Concordaat Verdrag dat gesloten wordt tussen een staat enerzijds en de paus anderzijds
ten aanzien van rechten en vrijheden van de rooms-katholieke kerk in een
bepaald land.
1
,Tiendaagse veldtocht Van 2 tot 12 augustus 1831 was een veldtocht van eerste koning Willem I der
Nederlanden om de Belgische Opstand met wapengeweld te onderdrukken.
Hoewel die opzet slaagde, verkreeg België zijn soevereiniteit door de dreiging
van Franse militaire steun.
Verdrag der 24 artikelen Het betekende de definitieve internationale erkenning van de Belgische
onafhankelijkheid. De mogendheden (VK, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en
Rusland) betuigden hun akkoord.
Alleen Willem I verwierp het, met als gevolg dat de status quo behouden
bleef en België in het feitelijk bezit bleef van geheel Limburg en geheel
Luxemburg.
(Eeuwige) Neutraliteit Grootste voorwaarde voor een onafhankelijkheidsverklaring van België,
opgelegd door het Congres van Wenen.
1. Men mag nooit zelf de oorlog verklaren aan een ander land
2. Men moet bescherming krijgen van bondgenoten wanneer dit nodig
is
De neutraliteit had als voordeel at men geen oorlog had met een ander land
en dus met alle landen en hun kolonies handel kon voeren. aan de andere
kant, kan de neutraliteit maar staan zolang deze geloofwaardig is, België
moest in staat zijn eigen land te verdedigen en moest hiervoor investeren in
de beveiliging van stede en de uitbouw van een sterk leger.
Bufferstaat Een land dat tussen twee rivaliserende en mogelijk vijandelijke grootmachten
ligt. Het land bestaat dan ook expliciet om een conflict tussen de twee
landen te voorkomen. De meeste bufferstaten hebben dan ook meestal een
neutraal buitenlands beleid.
Orangisme Voorstanders van een (weder)samenvoeging bij Nederland uit economische
redenen. Kapitaalkrachtige die er baat bij hadden om Willem I aan het hoofd
van de industrie te houden, na zijn investeringen.
Reünionisme Voorstanders van een samenvoeging van België bij Frankrijk uit economische
en culturele redenen.
Adel, katholieken, Groot-Brittannië en Franstaligen
Mirari Vos Een pauselijke encycliek van 15 augustus 1832, waarin Paus Gregorius XVI
uiteenlopende moderne ontwikkelingen veroordeelde.
Kieswet van 1831 Als je een diploma hebt van het lager onderwijs, dan mag je meedoen aan de
verkiezingen. Frère Orban denkt dat hij daarmee zijn progressieve vleugel
tevreden gesteld heeft, maar dat was niet genoeg.
Wet Lager Onderwijs 1842 Zegt dat elke gemeente een school moet hebben, maar deze mag ook een
aangenomen katholieke school zijn, uiteindelijk beslist de gemeenteraad.
Rijksuniversiteit Leuven Opgericht door Willem I na sluiting van de KUL door Fransen, heropend
als staatsuniversiteit, katholieke niveau lag volgens hem veel te laag.
- 1817
- Proffen uit het buitenland (veeleer Duitsland)
- Lessen gegeven in het Latijn
KU Leuven De KUL is in 1935 van Mechelen naar Leuven verhuist en is sindsdien blijven
lesgeven in het Frans en Nederlands.
Kieswijkenwet 1842
Université Libre de 1834: Een van de voorvechters van de universiteit was de Brusselse advocaat
Bruxelles en politicus Pierre-Théodore Verhaegen. Op het ogenblik van de stichting
bestonden er in het toenmalige België reeds drie rijksuniversiteiten: koning
Willem I had deze in 1817 te Leuven, Gent en Luik laten stichten. De
oprichting van de ULB was echter een rechtstreekse reactie tegen de
Katholieke Universiteit van Mechelen zoals opgericht door de bisschoppen
van het jonge België.
2
,Liberaal Congres Brussel Stichting van Liberale Partij in 1846. De verschillende afdelingen van liberale
1846 organisaties komen samen in het stadhuis van Brussel. College werd
voorgezeten door Eugene de Facqz. Grondwet is een belangrijk element: de
Katholieken hadden liberale vrijheden uitgehold, de liberalen wouden deze
opnieuw herstellen. De liberalen waren erfgenamen van de Verlichting en
gingen uit van vrijheid en gelijkheid.
Loge Aparte ruimte waarin een orgaan is gelegen.
Pachtprijzen Geld betaald voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar
van is.
Graanprijzen In de jaren 40 van de 19 e E was er een grote hongersnood omdat de GGB
enorm hoge prijzen vroegen voor hun graan. Er was een gigantische
plattelandsvlucht en de werkloosheid piekt tot 60%. De Belgische regering
wou daarmee stoppen en gaan buitenlands graan invoeren aan veel lageren
prijzen, als drukkingsmiddel opdat de GGB hun prijzen lieten dalen omdat ze
anders zelf niet van hun graan konden afraken. Zo werd de macht van de
GGB gebroken. De maatregelen die de regering hier neemt zijn niet uit
liefdadigheid of compassie met de arbeiders, maar wel om de lage lonen te
kunnen behouden. Men wou vermijden dat de werkgevers meer loon
dienden uit te keren aan de arbeiders.
Naamloze Ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid en een eigen vermogen dat
vennootschappen bestaat uit aandelenkapitaal.
Handelsverdragen Een verdrag dat gesloten wordt ter bevordering van de internationale
handel. Soms wordt een handelsverdrag gesloten tussen twee landen, maar
meestal wordt een handelsverdrag gesloten tussen meerdere landen.
Unionisme Met Unionisme werd in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en later in
België de unie van liberalen en katholieken bedoeld, die in verzet gingen
tegen de regering van koning Willem I. Het unionisme kwam in eerste
instantie tot uiting in de Franstalige pers.
Gemeentewet 1836, 1842 Leopold had laten inschrijven dat burgermeester worden gekozen door
gemeenteraad maar benoemd worden door de koning. Ligt aan de basis voor
de uitbouw van de Belgische staat (’36).
Zorgt voor onderwijs van de staat in de steden (’42).
Preventieve hervormingen Doet een beetje hetzelfde als Rogier en Orban in 1848, hij doet een
1848 toegeving om revolutie te vermijden, nl. het AES. In 1848 kunnen meer
mensen in de steden gaan stemmen. De middenklasse kan politiek actief
worden. Daarin zitten allerlei protestbewegingen in, mensen die sociale
hervormingen willen, die tegen de macht van de kerk zijn, die de Vlaamse
zaak willen vooruithelpen. In eerste instantie pleiten die ervoor om ook wie
niet rijk genoeg is maar een wel verstandig is, een diploma heeft te laten
stemmen.
Ambtenaren- en
magistratenparlement
Taalvrijheid In de Grondwet staat dat het gebruik der talen vrij is. Behalve in het leger,
gerecht en administratie.
Taalminnaren Belgische orangisten die streefden naar eenheid met Nederland op basis van
taalkundige en sociale overwegingen.
Aandeelhouders Bezitter(s) van aandelen, en daarmee gedeeltelijk eigenaar van de
organisatie.
Dividenden Geld dat een aandeelhouder regelmatig krijgt.
Captains of industry De grote kapitaalkrachtige industriëlen van de 19 e E.
Hulpklasse Middenklasse
Plattelandsvlucht Als je vlucht van een dorp naar de stad, hang je af van de fabriekseigenaar en
woon je in een beluik.
Proletariaat Arbeidersklasse; arme bevolkingsgroep die afhankelijk is van diegenen die de
productiemiddelen bezitten.
Beluik Een groep van meestal kleine arbeiderswoningen, verzameld om een
3
, omsloten binnenplaats.
Individualisme Maatschappelijke stroming die gericht is op het individu, die met name zijn
wettelijke (grond)rechten wil uitoefenen.
Vraag en aanbod Bepaald hoe het gaat met een bedrijf: minder bestellingen -> meer ontslag,
meer bestellingen -> meer aannemingen. Als de prijzen dalen voor een
bepaald product op de wereldmarkt, betekent dat minder geld voor de
arbeiders, indien er een stijging is, kunnen ze misschien iets meer verdienen.
Eigendomsrecht Het volledigste, hoogste recht van gebruik en beschikking.
Christelijke naastenliefde Encycliek verschenen in 1891. Heeft het over de situatie van de
arbeidersklassen en formuleert enkele standpunten i.v.m. eerlijke lonen,
recht op eigendom en solidariteit en naastenliefden t.v.v. de armen. De paus
geeft hiermee toestemming tot het vormen van vakbonden waar de patroon
niet inzit. Ondanks een ‘onafhankelijke vakbond’ vanaf dan was toegestaan,
moest deze nog wel samenwerken met de patroon, maar hij was niet langer
verbonden.
Scheldetol Vanaf 1863 is er geen taks meer om met u schip naar Antwerpen te varen.
Nationale Bank van België Privébank: aandelen kopen mogelijk. Deze werden opgericht in 1850.
Gemeentekrediet Werd van staatswege opgericht op 24 november 1860 onder impuls van
Walthère Frère-Orban, toenmalig minister van Financiën.
ALSK De Algemene Spaar- en rentekas. de voorloper van BNP Paribas Fortis. Het
had als bedoeling dat mensen voor heel kleine bedragen konden sparen.
Douane-unie Verdrag tussen staten waarin de onderlinge grenzen worden opgeheven ten
aanzien van goederenvervoer. De Belgische Luxemburgse Economie Unie
(BLEU). Voor de euro betaalden men in Luxemburg ook gewoon met de
Belgische Frank. In 1921 kwam er dus de regel dat er in beide landen geen
douanerechten meer zijn om te exporteren en importeren.
Werkboekje Dat wordt bijgehouden door de werkgever, om hem onder controle te
houden. Bij de eerste misstap, hoe licht ook, kan de werkgever dat boekje
afpakken en zal de arbeider nooit meer ergens anders werk vinden.
Bewijsregels B.W.
arbeidsgeschillen
Coöperatieven Groep producenten of verbruikers die samenwerken om marktaandeel en
economische macht te vergroten.
Antiklerikalisme Beweging die zich verzet tegen de invloed van de clerus, de geestelijkheid,
van een kerk.
Eerste Hier gaan de Belgen heel actief zijn. C. Paepe zegt: “het volk zal deel
Arbeidersinternationale uitmaken van het internationale”. Zij hebben de grootste plannen, zoals dat
de beweging in België gestructureerd geraakt. Men gaat alle individuele
initiatieven zich laten aansluiten bij een nationale structuur.
Collectivisme Het stellen van het belang van de gemeenschap boven dat van het individu.
Economisch stelsel dat alle productiemiddelen tot gemeenschappelijk
eigendom wil maken tweede betekenisomschrijving.
Anarchisme Denkwijze dat niemand iets over je te vertellen heeft, in het bijzonder de
staat niet.
Art. 310 Sw. Stakingsverbod
Art. 415 Sw. (oud)
Klassenintegratie De middenklasse gelooft niet in de ideeën van Marx en Proudhon. Zij willen
dat het liberale systeem blijft bestaan door binnen de Grondwet te blijven.
Het doel is vooral dat de macht recht evenrediger wordt gespreid door
onderwijs. Door te sparen, denken zij dat het systeem beter gedragen gaat
zijn. Zij zijn voor klassenintegratie: hoe breder de middenklasse, hoe minder
opvallender de contrasten tussen arm en rijk.
Vrijhandel Internationale handel zonder handelsbelemmeringen. Liberaal standpunt
4