Nog een ander soort cellen die ook voorkomen in eigenlijk bindweefsel?
∟ → spelen allemaal rol bij verdediging:
• plasmacellen (type vn witte bloedcellen)
• macrofagen
• mastcellen
• witte bloedcellen*
• pigmentcellen
witte bloedcellen?
∟ aangemaakt in beenmerg & komen terecht in bloedbaan waar ze rond circuleren → bij wonde of
infectie zullen witte bloedcellen nr die plek gaan & in bindweefsel terechtkomen om hun actie uit te
voeren
3. verdedigingscellen
∟ zorgen vr neutraliseren (inactiveren) vn schadelijke stoffen (= pathogenen*)
& gaan ook zorgen vr opruimen vn afbraakstoffen
∟ vernietigen vn lichaamsvreemde stoffen
pathogenen?
∟ schadelijke organismen → bacteriën, virussen, wormen, …
3.1 Plasmacellen
∟ = een type vn lymfocyten (=verdedigingscellen die behoren tot de witte bloedcellen)
→ zijn dus witte bloedcellen die betrokken zijn bij onze specifieke immuniteit = onze verdediging
tegen een specifiek pathogeen
∟ cellen die een specifiek eiwit op een bacterie kunnen herkennen
Waar komen plasmacellen voor?
∟typisch in bindweefsels op plaatsen waar zich infecties/ ontstekingen gaan voordoen
2 grote groepen van lymfocyten
∟ T-lymfocyten
∟ B-lymfocyten → geprogrammeerd om bacterie te herkennen & als ze met deze bacterie in cc
komen zullen ze geactiveerd worden & zich differentiëren tot die plasmacellen → die plasmacellen
zullen dan antistoffen aanmaken (AL = Ig)
antistoffen? (antilichamen)
1
,∟wnr ons lichaam in cc komt met (virus) zullen lymfocyten die dat virus herkennen (die hiervoor
geprogrammeerd zijn) worden geactiveerd (= worden plasmacel) & deze starten met aanmaken
antistoffen
∟ antistoffen: eiwitten die we immunoglobulines noemen
DUS weg van lymfocyt tot plasmacel?
∟plasmacellen komen uit bloedbaan & die komen in bindweefsel & hier laten ze de antistoffen vrij &
deze gaan binden op dat pathogeen met een eiwit van een vreemd organisme = antigeen
∟ antistof / antilichaam zal altijd binden met antigen & ENKEL met het antigeen waarvoor het
geprogrammeerd is
wat gaat het dan doen na dat ze gebonden zijn?
∟ antilichaam zal antigen gn neutraliseren zodat het zijn functie verliest & die antigeen & antistoffen
complexen worden dan opgeruimd dr macrofagen
∟ vorming vn immuuncomplexen AL – AG (AG = antigeen)
figuur) immunoglobuline (antistof)
∟ Fc gedeelte is het constante gedeelte vn een antilichaam dat niet veranderd dat bij alle antistoffen
gelijk is
∟ hebben ook 2 uiteinden = fab gedeelte → staat vr het fragment dat het antigeen zal binden (ab =
antigen bindend fragment)
conclusie
∟ plasmacellen zijn geactiveerde lymfocyten →die herkennen een antigeen → ontwikkelen een
antistof ertegen → stellen antistoffen vrij op de plaats vn infectie (meestal in bindweefsels onder
epitheel) → & nemen sterk toe als er op bep. plaats een infectie voorkomt.
2
,figuur) plasmacellen
∟ grote cellen met vl sterk basofiel gekleurd cytoplasma (want ze maken actief antilichamen aan)
∟ kernen → clock-face uitzicht → lijken op uurwerk met alle uren & ook positie vn chromatine id kern
vertoont klompen net zoals nummers op een uurwerk
∟ sterk actieve kern
dit is hetzelfde principe als bij vaccinatie → hoe zit dat precies?
∟ vaccineren → men spuit klein beetje inactieve virus partikels in → ons lichaam, onze B-lymfocyten
die dat fragmentje vh virus herkennen worden geactiveerd & differentiëren tot plasma cellen &
veroorzaken een lichte immuunrespons
→ zorgt ervoor dat als we met het echte levende virus in cc komen is ons lichaam onmiddellijk
gewapend & onmiddellijk ingang schiet met de productie vn antistoffen
3.2 Macrofagen
∟onze opruimcellen → zullen al het afbraakmateriaal opruimen
∟ macro = groot & faag = eter
kenmerken macrofagen
∟ groot (10 à 20 µm)
∟ onregelmatig celmembraan → omdat cel samen met zijn celmembraan rond de afbraakdeeltjes
gaat leggen & ze zo gaat opnemen
∟ variërend van vorm → ronde kern, veel MT, RER, GA
∟ veel lysosomen* → zure fosfatase kleuring
lysosomen?
∟ macrofaag omsluit zo een afbraakdeeltje & wordt volledig opgenomen id cel
∟ lysosomen zitten vol verteringsenzymen die zorgen vr afbraak vn materiaal dat is opgenomen
hoe gebeurd de afbraak van opgenomen materiaal door lysosomen?
∟ primaire lysosomen versmelten met afbraakmateriaal & laten enzymen erop los & die starten met
verteren van afbraakmateriaal = fagolysosoom
3
, fagolysosoom
∟ lysosoom in een macrofaag die dat afbraakdeeltje heeft opgenomen
∟ neemt op & verteringsenzymen gaan beginnen afbreken & wat niet wordt afgebroken, wat
overblijft & niet kan verteerd worden = restlichaam
1 vd enzymen die heel belangrijk zijn in lysosomen?
∟ zure fosfatasen → heel bel. bij afbraak vn allerhande eiwitten
het voorkomen van macrofagen?
∟ verspreid over lichaam (vnl in sterk bevloeid BW → in BW waar heel vl bloedvaatjes in voorkomen
& waar lichaamsvreemde stoffen binnendringen
(vb: spijsvertering, luchtwegen, …)
∟ want macrofagen → cellen die het BW nr binnentreden vanuit de bloedbaan
Wat is de voorloper van de macrofagen? Waarvan zijn de macrofagen afkomstig?
∟ monocyten uit het bloed (soort vn witte bloedcellen) → deze circuleren ook kort id bloedbaan &
verlaten deze & nestelen zich id weefsels (om hier hun functie uit te voeren & afbraakstoffen te
verwijderen).
hoe noemen macrofagen vh eigenlijke BW? → dus de monocyten die zich uiteindelijk nestelen in het
eigenlijke BW?
∟ = histiocyten
afhankelijk vd plaats waar die macrofagen voorkomen krijgen ze dus een speciale naam
∟macrofagen ih eigenlijke BW → histiocyten (vrij bewegende & vaste)
∟macrofagen id lever → Kuppfercellen (verwijderen vn afvalstoffen)
∟ macrofagen id longen → stofcellen (verwijderen vn stofdeeltjes)
∟ macrofagen id milt → splenocyten (opslagplaats Rode Bloedcellen & waar oude RB afsterven &
worden verwijderd)
∟ macrofagen ih centraal zenuwstelsel → microgliacellen (opruimen vn beschadigd zenuwweefsel)
macrofagen kunnen ook met elkaar gaan fuseren → waarom?
∟ om groot vreemd object in ons lichaam moeten verteren kunnen ze fuseren → worden dan 1 grote
cel = reuzencel (met verschillende kernen)
= multinucleaire reuzencellen
hoe zit het met een tatoeage?
∟ materiaal opgenomen door die histiocyten & kan niet afgebroken worden & blijft in die macrofagen
aanwezig
(bijna) alle macrofagen zijn afkomstig uit de monocyten uit het bloed
4