algemeen:
zenuwweefsel
∟ zal bestaan uit cellen die een hele specifieke functie hebben
Functie vn zenuwcellen?
∟ kunnen prikkels (stimuli) wrnemen, analyseren, integreren & beantwoorden vn binnen- en buitenaf
→ doen ze doordat ze hun specifieke eigenschap bezitten
Wat is deze specifieke eigenschap vd zenuwcellen?
∟ prikkelbaarheid → wijzigen ionengradient → ontstaan depolarisatiegolf = actiepotentiaal
Componenten in zenuwweefsel:
∟ neuronen = eigenlijke zenuwcellen MET uitlopers → om prikkels waar te nemen & door te geven
∟ steuncellen of gliacellen → komen vr tss de zenuwcellen
→ steuncellen + zenuwcellen = eigenlijke zenuwweefsel
∟ beschermend bindweefsel (enkel in PZS) → omheen zenuwvezels
figuur) actiepotentiaal:
1
, ∟ thv. celmembraan heerst er rustpotentiaal → met lading àd binnenkant - & àd buitenkant +
Wat gebeurt er nu wnr een zenuwcel een prikkel waarneemt?
∟ionenkanalen gaan openen → natrium ionen gaan nr binnen → lading thv. membraan slaat om →
buitenkant - & binnenkant +
Hoe noemen we dit wijzigen van het rustpotentiaal
∟ een actiepotentiaal = depolarisatiegolf → zet zich verder over verloop vn zenuwcel & zal thv.
synaps doorgegeven worden
∟ T-tubuli bij spierweefsel zijn er om die depolarisatiegolven nr spiercel te brengen
Wat als de prikkel dan definitief waargenomen / geregistreerd?
∟ repolarisatie → rustpotentiaal ontstaat opnieuw
1. neuronen
∟= eigenlijke zenuwcellen
∟staan in vr ontvangen (waar te nemen), integreren (verwerken) & doorgeven van prikkels
∟ neuron → kleinste structurele eenheid vh zenuwstelsel
Neuron → 3 delen:
Perikaryon of eigenlijke cellichaam ∟ kern gelegen & meeste celorganellen
∟ waar alle stimuli samenkomen & verwerkt worden
Dendriet of afferente zenuwvezel ∟ kleine, korte, vertakte uitlopers
∟Receptorgedeelte: nemen prikkels waar & sturen dr nr
cellichaam
(afferent → aanvoeren)
Axon of neuriet of efferente zenuwvezel met terminaal ∟ Effectorfunctie:
eindknopje (synaps) (efferent → afvoerend)
figuur) zenuwcel → vaak op EXAMEN:
1) eigenlijke cellichaam = perikaryon
2) dendriet
3) axon
4) axonen eindigen op eindknopje → hier hebben we synaps → actiepotentiaal zorgt dat
neurotransmitter wordt vrijgesteld & dat depolarisatiegolf wordt doorgegeven
conclusie?
∟ prikkel waargenomen door dendrieten → doorgegeven à cellichaam waar ze verwerkt worden →
axonen zullen signaal doorgeven
2
, - --------→ vaak in histologische coupes niet veel te zien
verschillende types neuronen:
∟ te maken met een aantal van die uitlopers:
• apolair
• bipolair
• unipolair of pseudo-unipolair
• multipolair
• anaxonisch
Apolaire neuronen
∟ geen echte dendrieten of axonen → geen uitlopers
∟ voorkomen bij begin vd histogenese (embryonale ontwikkeling wnr zenuwcellen worden gevormd)
Bipolaire neuronen
∟één dendriet (info waarnemen) en één axon (info doorgeven) → 2 uitlopers
∟bv. in retina, reukorgaan (reukreceptorcellen) , binnenoor (cochleair & vestibulair ganglion)
3
, Unipolair of pseudo-unipolaire neuronen
∟1 uitloper (vertrekt vanuit cellichaam) die zich T-vormig splitst in een perifere en centrale tak (dus
axon & dendriet → dus wel 2 uitlopers) = pseudo-unipolair
∟bv. in ganglia
∟ perifere tak, dendritisch gedeelte heeft eigenlijk hetzelfde uitzicht als het axon gedeelte
Multipolaire neuronen
∟meest voorkomende → talrijke dendrieten en één axon
∟ zenuwcel kan meerdere dendrieten hebben MAAR max. 1 axon.)
Anaxonische neuronen
4