Hoofdstuk 1) Histologische technieken
Wat is histologie?
∟ = weefselleer → tak vd biologie die bezig is met de normale microscopische structuur vn
planten & dieren in relatie tot haar functie
Morfologie
∟leer vd vorm (morfe = vorm)
Kijken naar de vorm
∟ kan op verschillende niveaus:
1) Cytologie → celvorm & celfunctie
2) Algemene Histologie → weefsels
3) Bijzondere histologie (niet kennen)
Cel
∟ kleinste functionele & structurele eenheid → bezit alle karakteristieken vd levende stof
∟ gespecialiseerd in zijn functie
∟ spiercel, longcel, …
1
,Weefsel
∟ opgebouwd uit cellen met 1zelfde functie & die werken samen, omgeven dr extracellulaire
grondstof
∟ doel: uitoefenen vn gezamenlijke functie
∟ spierweefsel
Orgaan? Orgaansysteem of stelsel?
∟ orgaan = samengesteld uit 2 of meer weefsels
∟ groepen vn organen die samenwerken à 1 specifieke lichaamsfunctie
Cytologie
∟ = cel → via elektronenmicroscoop (EM) kan je kijken nr de organellen id cel (op nm niveau)
Histologie of weefselleer
∟ = Weefsels → via lichtmicroscoop (LM) om de cellen te zien ih weefsel
Hoe groot is een cel?
∟ +- 10 micrometer (1 mm is 1000 micrometer )
Extra eenheden:
• Nanometer → miljardste van meter = nm
• Micrometer → miljoenste van meter = µm
Histologie zal zich onderverdelen & 4 soorten weefsels beschrijven:
1) Epitheel:
∟weefsels die ons lichaam van- binnen & buiten bedekt OF klieren → bedekkende functie
∟ Huid, binnenkant mond, speekselklieren
2) Bindweefsel
∟ onderliggende functie; verbind andere weefsels met elkaar + de steunweefsels
∟ Botten en kraakbeen zijn steunweefsels
3) Spierweefsel
4) Zenuwweefsel
Wat is het doel van histologische technieken?
∟ cellen/weefsels/organen observeerbaar maken vr LM of EM → kennis vn microscopische
structuren te verwerven
Maar wat is het probleem?
∟te weinig contrast ih biologische materiaal & het is te weinig licht (elektronen) doorlatend
2
,Dus we gaan enkele methodes hanteren
1) Fixatie
2) Inbedden
3) Snijden
4) Kleuren of contrasteren
1.1) Het prepareren vn histologisch materiaal
Stap 1 Fixeren:
doel fixeren
∟ bewaren vn weefsels met behoud vn oorspronkelijke structuur (stabiliseren vd cel) → zodat
er gn ver. meer in optreden
waarom moeten we dit doen?
∟ om ‘rotten’, autolyse* & bacteriële afbraakreacties tgn te houden → denatureren vn
eiwitten
Bv: biefstuk dat je te lang op kamertemperatuur laat
Denatureren vn eiwitten
∟ vooral bij chemische fixatie
∟ 3D structuur vd eiwitten vernietigen wrdr de werking vd eiwitten wordt stilgelegd
autolyse ih lichaam*
∟ proces wrbij cel zichzelf vernietigd
Hoe gaan we nu fixeren?
∟2 types:
• Chemische fixatie
• Koude fixatie
Chemische fixatie
∟ zorgt vr beste morfologie vh weefsel
∟ immersie (onderdompelen) of perfusie (doorstromen) vh weefsel met een chemische
stoffen = fixators (vloeistof)
∟ ethanol, azijnzuur, …
Hoe werkt chemisch fixeren?
∟ immersie: dompel stukje weefsel onder ih fixatief (bv: ethanol) & laat het een aantal dagen /
uren ih fixatief
Het binnendringen vn chemische fixatie
∟ in beperkte tijd → doordringsnelheid verschilt van fixator tot fixator
3
, Andere manieren
∟ permeabiliseren vn celmembraan = doorlaatbaar maken (gaatjes maken)
∟perfusie vh weefsel = zodat via kleine openingen vocht kan absorberen
→ bij groter stuk weefsel (long) → spuit het fixatief dan in
Koude fixatie
∟invriezen vh weefsel om ook zo structuren te bewaren (iets minder goed)
∟ onder vacuüm wordt ijs gesublimeerd* uit het gefixeerd materiaal
Sublimeren
∟ direct overgaan vn vaste stof nr gas
MAAR koude fixatie heeft wel dezelfde werking als permeabiliseren
∟ door invriezen vormen ijskristellen → maken gaatjes ih weefsel → doorlaatbaar
MAAR zuivere fixaties
∟bezitten specifieke nadelen:
• Azijnzuur → zwelling
• Alcohol → neerslagvorming
• Osmiumfixatie → slechte kleurbaarheid
• Formaldehydefixatie → sterke vormverandering
Wat doen we hieraan?
∟ id praktijk gebruiken we drm meestal mengsels vn fixaties → concentratie vn schadelijke
ver. is verminderd
∟ verandering aangebracht door fixator, microscopisch zichtbaar = artefact
Artefact
∟ veranderingen / afwijking die ih weefsel ontstaan wnr je dit zal fixeren / snijden → zo zal
het weefsel er toch een beetje anders uitzien
Voorkomen vn artefacten
∟veel bij kraakbeen, je denkt dat kraakbeen vol met holtes / lacunes zit maar dat is die
aanpassing die je ziet
Als voorbeelden:
4