Samenleving, feiten en problemen samenvatting ~
inleiding
Structuur
Inleiding
Als markten falen
De magie van het gemiddelde
Belastingen, ongelijkheid en herverdeling
Een vangnet voor iedereen?
Varianten op de welvaartsstaat
De welvaartstaat in beweging
Opgroeien in de welvaartsstaat
Werken in de welvaartstaat
Ziekte en handicap in de welvaartstaat
Naar een nieuw sociaal contract? (behoort ook tot blauw)
Vooraf: praten/mening vormen over beleid als sociale
wetenschapper
Positief (beschrijvend, Normatief (prescriptief)
descriptief)
Feitelijk Waardeoordelen
correlatie Oorzakelijk verband
Associatie tussen variabelen => Verandering in 1 variabele
bewegen samen veroorzaakt verandering in andere
variabele
Correlatie is niet per se een oorzakelijk verband, want een derde
variabele kan beide beïnvloeden. Er kan een omgekeerd verband zijn
vb. moeten we armoede bestrijden om het laag zelfbeeld te bestrijden of moeten we het
laag zelfbeeld bestrijden om armoede te bestrijden???
Praten over beleid, dan is er nood aan:
Een goed begrip van de samenleving
Een goed begrip van de oorzakelijke verbanden tussen onze
geïnteresseerde variabelen
Normatieve positie zijn we het niet altijd eens (hoe willen we dat de
samenleving eruit ziet?)
Conceptueel kader: inleiding
Onze samenleving heeft een meerlagige structuur:
Lokale samenleving: Antwerpen Supranationale samenleving: EU
Wereldwijde/globale samenleving:
Wereld
2
, Regionale samenleving: Vlaanderen
Nationale samenleving: België
Een samenleving bestaat uit individuen: leden
Het Alle leden ontlenen
lidmaatschap rechten
van een en plichten(=
samenleving aanburgerschap)
de samenlevingbestaat
uit 3 delen:
Fase 1: vechten voor burgerrechten
Rechten die nodig zijn voor individuele vrijheid (meningsuiting, geloof…)
Fase 2: vechten voor politieke rechten
Recht op deelname aan uitoefening van politieke macht (stemrecht)
Fase 3: vechten voor sociale rechten
Recht om een menswaardig leven te leiden (menswaardig leven is volgens
de standaarden van de samenleving waarin je leeft)
Europese pijler van sociale rechten:
Sociale bescherming en inclusie
Gelijke kansen
Rechtvaardige arbeidsvoorwaarden
…
Conceptueel kader: 3 basisinstituties (3 hoofdrolspelers van de
samenleving)
De leden van een samenleving vormen (sociale) instituties, 3
basisinstituties:
Het gezin
Het bedrijf 3 hoofdrolspelers
De overheid
Het gezin
Historisch perspectief: “de geschiedenis van de homo sapiens” => hoofd
wordt groter door cognitieve ontwikkeling, dat maakt het moeilijker om
geboren te worden, dus baby’s moeten vroeger geboren worden en op dat
moment kunnen ze niet voor zichzelf zorgen (hulpeloos wezentje), dus we
hebben zorg nodig.
Als gezin bufferen we schokken door:
Samenwerken
Nieuwe leden (baby’s) verzorgen
Wederzijdse hulp bieden
Middelen samen gebruiken
Nieuwe mensen voortbrengen
Het belang van zorg
2
,Ook in samenlevingen van vroeger zag men zorg vb. Geval van Romito 2:
vroegst bekende geval van dwerggroei = beperkte mobiliteit = hij werd
verzorgd door de samenleving.
!! Gezinnen zijn informeel georganiseerd !!
In de geschiedenis van de mensheid kan je 3 revoluties
onderscheiden:
(1) Cognitieve evolutie
Het moment 70 000j geleden dat we ontdekken hoe we taal gebruiken
Nieuwe mogelijkheden:
Samenwerken in grotere groepen wordt makkelijker
Creatie van verbeelde werkelijkheid (mythes, praten over abstractie
begrippen vb. liefde)
Ontwikkelen van cultuur en religie (levensvragen stellen): ontstaan
verschillende religies = ontstaan gevoelens over de ‘in –
groep’ en ‘uit – groep’
Ruil en handel wordt makkelijker
Er ontstaat een markt “een markt is een plek waarop geruild wordt
(geld of goederen)”
(2) Agrarische evolutie
Het moment 10 000j geleden dat homo sapiens aan landbouw gaan doen
Landbouw verhoogt de voedselproductie, dus:
Men kan op 1 plek blijven
Men creëert grotere samenlevingen
Ontstaan van sociale hiërarchieën en ongelijkheid (=
maatschappelijke problemen die ontstaan)
Ontwikkelen van het schrift = taal wordt opgeschreven
(spijkerschrift)
Er ontstaat ook een overheid die de samenleving organiseert
De overheid
De overheid neemt 2 rollen op zich (nog steeds heeft):
Wetten maken en handhaven om de samenleving te organiseren
Belastingen innen en uitgeven
!! De overheid is een formele organisatie!!
“De overheid zijn bepaalde leden van de samenleving die de macht krijgen
om over andere te heersen”
De productiviteit na de agrarische revolutie blijft constant tot de 3 de
revolutie:
2
, (3) Industriële revolutie
De industriële revolutie rond 1800 transformeert de samenleving volledig:
De Homo sapiens vinden de stoommachine uit
Productiviteit neemt nog meer toe
Verstedelijking: migratie naar de grote steden, want daar is meer
vraag naar arbeid
Diepgaande transformatie van de samenleving = maatschappelijke
revolutie (vroeger leefde mensen in hun familie en men zorgde voor elkaar als iemand
vb. ziek werd, maar in de stad is er anonimiteit dus wat als je vb. ziek werd??? => enige
oplossing is een diepgaande transformatie)
Economische groei (meten met BBP*1 en BBP per capita*2)
*1Bruto Binnenlands Product is de totale economische output van een samenleving = alle finale g
en d die in een bepaalde periode in een land geproduceerd en verkocht zijn
*²Bruto Binnenlands Product per capita is het BBP / aantal inwoners van de samenleving
Hierdoor ontstaan bedrijven
Het bedrijf
Het idee van een bedrijf is arbeid ruilen voor geld
Bedrijven gebruiken k en l (productiemiddelen) om goederen te
produceren
Schaalvoordelen leiden tot winst maximaliserende bedrijven
Sociale relatie tussen wgr en wnr:
Grote afstand en anonimiteit (/ netwerk)
Arbeidsomstandigheden voor wnrs verslechteren
Onzekere levensomstandigheden
Toename ongelijkheid en armoede
Er is commodificatie van menselijke arbeid
Commodificatie is de transformatie van dingen in goederen die
op de markt verkocht worden. DUS arbeid commodificiëren is
arbeid verhandelen tegen geld als product op de markt
(arbeidsmarkt).
= Marxistisch begrip na de industriële revolutie, want individuen
moeten hun arbeid verkopen om uit de armoede te geraken en
zijn afhankelijk van de (arbeids)markt.
!! het bedrijf is een formele organisatie !!
Conclusie: 3 basisinstituties en de markt
De 3 basisinstituties zijn actief op de markt. Bedrijven hebben
productiemiddelen (k en l) nodig om g te produceren. Gezinnen bezitten
productiemiddelen en willen g consumeren. Men handelt op de markt:
Markt voor g
2
inleiding
Structuur
Inleiding
Als markten falen
De magie van het gemiddelde
Belastingen, ongelijkheid en herverdeling
Een vangnet voor iedereen?
Varianten op de welvaartsstaat
De welvaartstaat in beweging
Opgroeien in de welvaartsstaat
Werken in de welvaartstaat
Ziekte en handicap in de welvaartstaat
Naar een nieuw sociaal contract? (behoort ook tot blauw)
Vooraf: praten/mening vormen over beleid als sociale
wetenschapper
Positief (beschrijvend, Normatief (prescriptief)
descriptief)
Feitelijk Waardeoordelen
correlatie Oorzakelijk verband
Associatie tussen variabelen => Verandering in 1 variabele
bewegen samen veroorzaakt verandering in andere
variabele
Correlatie is niet per se een oorzakelijk verband, want een derde
variabele kan beide beïnvloeden. Er kan een omgekeerd verband zijn
vb. moeten we armoede bestrijden om het laag zelfbeeld te bestrijden of moeten we het
laag zelfbeeld bestrijden om armoede te bestrijden???
Praten over beleid, dan is er nood aan:
Een goed begrip van de samenleving
Een goed begrip van de oorzakelijke verbanden tussen onze
geïnteresseerde variabelen
Normatieve positie zijn we het niet altijd eens (hoe willen we dat de
samenleving eruit ziet?)
Conceptueel kader: inleiding
Onze samenleving heeft een meerlagige structuur:
Lokale samenleving: Antwerpen Supranationale samenleving: EU
Wereldwijde/globale samenleving:
Wereld
2
, Regionale samenleving: Vlaanderen
Nationale samenleving: België
Een samenleving bestaat uit individuen: leden
Het Alle leden ontlenen
lidmaatschap rechten
van een en plichten(=
samenleving aanburgerschap)
de samenlevingbestaat
uit 3 delen:
Fase 1: vechten voor burgerrechten
Rechten die nodig zijn voor individuele vrijheid (meningsuiting, geloof…)
Fase 2: vechten voor politieke rechten
Recht op deelname aan uitoefening van politieke macht (stemrecht)
Fase 3: vechten voor sociale rechten
Recht om een menswaardig leven te leiden (menswaardig leven is volgens
de standaarden van de samenleving waarin je leeft)
Europese pijler van sociale rechten:
Sociale bescherming en inclusie
Gelijke kansen
Rechtvaardige arbeidsvoorwaarden
…
Conceptueel kader: 3 basisinstituties (3 hoofdrolspelers van de
samenleving)
De leden van een samenleving vormen (sociale) instituties, 3
basisinstituties:
Het gezin
Het bedrijf 3 hoofdrolspelers
De overheid
Het gezin
Historisch perspectief: “de geschiedenis van de homo sapiens” => hoofd
wordt groter door cognitieve ontwikkeling, dat maakt het moeilijker om
geboren te worden, dus baby’s moeten vroeger geboren worden en op dat
moment kunnen ze niet voor zichzelf zorgen (hulpeloos wezentje), dus we
hebben zorg nodig.
Als gezin bufferen we schokken door:
Samenwerken
Nieuwe leden (baby’s) verzorgen
Wederzijdse hulp bieden
Middelen samen gebruiken
Nieuwe mensen voortbrengen
Het belang van zorg
2
,Ook in samenlevingen van vroeger zag men zorg vb. Geval van Romito 2:
vroegst bekende geval van dwerggroei = beperkte mobiliteit = hij werd
verzorgd door de samenleving.
!! Gezinnen zijn informeel georganiseerd !!
In de geschiedenis van de mensheid kan je 3 revoluties
onderscheiden:
(1) Cognitieve evolutie
Het moment 70 000j geleden dat we ontdekken hoe we taal gebruiken
Nieuwe mogelijkheden:
Samenwerken in grotere groepen wordt makkelijker
Creatie van verbeelde werkelijkheid (mythes, praten over abstractie
begrippen vb. liefde)
Ontwikkelen van cultuur en religie (levensvragen stellen): ontstaan
verschillende religies = ontstaan gevoelens over de ‘in –
groep’ en ‘uit – groep’
Ruil en handel wordt makkelijker
Er ontstaat een markt “een markt is een plek waarop geruild wordt
(geld of goederen)”
(2) Agrarische evolutie
Het moment 10 000j geleden dat homo sapiens aan landbouw gaan doen
Landbouw verhoogt de voedselproductie, dus:
Men kan op 1 plek blijven
Men creëert grotere samenlevingen
Ontstaan van sociale hiërarchieën en ongelijkheid (=
maatschappelijke problemen die ontstaan)
Ontwikkelen van het schrift = taal wordt opgeschreven
(spijkerschrift)
Er ontstaat ook een overheid die de samenleving organiseert
De overheid
De overheid neemt 2 rollen op zich (nog steeds heeft):
Wetten maken en handhaven om de samenleving te organiseren
Belastingen innen en uitgeven
!! De overheid is een formele organisatie!!
“De overheid zijn bepaalde leden van de samenleving die de macht krijgen
om over andere te heersen”
De productiviteit na de agrarische revolutie blijft constant tot de 3 de
revolutie:
2
, (3) Industriële revolutie
De industriële revolutie rond 1800 transformeert de samenleving volledig:
De Homo sapiens vinden de stoommachine uit
Productiviteit neemt nog meer toe
Verstedelijking: migratie naar de grote steden, want daar is meer
vraag naar arbeid
Diepgaande transformatie van de samenleving = maatschappelijke
revolutie (vroeger leefde mensen in hun familie en men zorgde voor elkaar als iemand
vb. ziek werd, maar in de stad is er anonimiteit dus wat als je vb. ziek werd??? => enige
oplossing is een diepgaande transformatie)
Economische groei (meten met BBP*1 en BBP per capita*2)
*1Bruto Binnenlands Product is de totale economische output van een samenleving = alle finale g
en d die in een bepaalde periode in een land geproduceerd en verkocht zijn
*²Bruto Binnenlands Product per capita is het BBP / aantal inwoners van de samenleving
Hierdoor ontstaan bedrijven
Het bedrijf
Het idee van een bedrijf is arbeid ruilen voor geld
Bedrijven gebruiken k en l (productiemiddelen) om goederen te
produceren
Schaalvoordelen leiden tot winst maximaliserende bedrijven
Sociale relatie tussen wgr en wnr:
Grote afstand en anonimiteit (/ netwerk)
Arbeidsomstandigheden voor wnrs verslechteren
Onzekere levensomstandigheden
Toename ongelijkheid en armoede
Er is commodificatie van menselijke arbeid
Commodificatie is de transformatie van dingen in goederen die
op de markt verkocht worden. DUS arbeid commodificiëren is
arbeid verhandelen tegen geld als product op de markt
(arbeidsmarkt).
= Marxistisch begrip na de industriële revolutie, want individuen
moeten hun arbeid verkopen om uit de armoede te geraken en
zijn afhankelijk van de (arbeids)markt.
!! het bedrijf is een formele organisatie !!
Conclusie: 3 basisinstituties en de markt
De 3 basisinstituties zijn actief op de markt. Bedrijven hebben
productiemiddelen (k en l) nodig om g te produceren. Gezinnen bezitten
productiemiddelen en willen g consumeren. Men handelt op de markt:
Markt voor g
2