Wetsartikelen vereisten : Verbintenissenrecht
Geestelijke stoornis
Art. 3:34 BW
Rechtshandeling onder invloed van een geestelijke stoornis = vernietigbaar.
1. stoornis van de geest:
blijvend; of
tijdelijk
2. causaal verband tussen de stoornis en de rh:
stoornis staat redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen in de weg; of
verklaring is gedaan onder invloed van de stoornis.
Let op: eenzijdige rechtshandeling = nietig, art. 3:34 lid 2 BW!
Eventueel beroep op art. 3:35 BW
Wilsvertrouwensleer Voorwaarden ex art. 3:35 BW:
• Opgewekte schijn door X
• Waarop is vertrouwd door Y
• Waarop ook vertrouwnd mocht worden door Y
Dwaling Art. 6:228 BW
1. wederkerige overeenkomst
2. onjuiste voorstelling van zaken (dwaling)
3. casuaal verband tussen deze voorstelling en sluiten ovk
4. aanwezigheid grond lid 1 sub a t/m c
a. dwaling te wijten aan onjuiste inlichting wederpartij
b. ongeoorloofd zwijgen wederpartij
c. wederzijdse dwaling
5. kenbaarheid in geval dwaling sub a of c
6. dwaling geen toekomstige omstandigheid
7. dwaling komt niet voor rekening dwalende op grond van
a. aard van de overeenkomst
b. omstandigheden van het geval
c. de verkeersopvatting:
- verkopersdwaling (Kantharos/Van Stevensweert); of
- onderzoeksplicht dwalende geschonden, tenzij wederpartij onjuiste inlichting geeft
mededelingsplicht schendt.
Bedreiging Art. 3:44 lid 2 j.o. lid 1 BW
RV 1: iemand beweegt ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling
RV 2: de bedreiging is onrechtmatig
RV 3a: deze persoon wordt bedreigd
RV 3b: een ander wordt bedreigd
RV 4a: met enig nadeel in persoon
RV 4b: met enig nadeel in goed
RV 5 : de bedreiging moet zodanig zijn dat redelijk oordelend mens wordt beinvloed
RV 6 : causaal verband bedreiging en verrichten rechtshandeling
Rg: bedreiging is aanwezig
Geestelijke stoornis
Art. 3:34 BW
Rechtshandeling onder invloed van een geestelijke stoornis = vernietigbaar.
1. stoornis van de geest:
blijvend; of
tijdelijk
2. causaal verband tussen de stoornis en de rh:
stoornis staat redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen in de weg; of
verklaring is gedaan onder invloed van de stoornis.
Let op: eenzijdige rechtshandeling = nietig, art. 3:34 lid 2 BW!
Eventueel beroep op art. 3:35 BW
Wilsvertrouwensleer Voorwaarden ex art. 3:35 BW:
• Opgewekte schijn door X
• Waarop is vertrouwd door Y
• Waarop ook vertrouwnd mocht worden door Y
Dwaling Art. 6:228 BW
1. wederkerige overeenkomst
2. onjuiste voorstelling van zaken (dwaling)
3. casuaal verband tussen deze voorstelling en sluiten ovk
4. aanwezigheid grond lid 1 sub a t/m c
a. dwaling te wijten aan onjuiste inlichting wederpartij
b. ongeoorloofd zwijgen wederpartij
c. wederzijdse dwaling
5. kenbaarheid in geval dwaling sub a of c
6. dwaling geen toekomstige omstandigheid
7. dwaling komt niet voor rekening dwalende op grond van
a. aard van de overeenkomst
b. omstandigheden van het geval
c. de verkeersopvatting:
- verkopersdwaling (Kantharos/Van Stevensweert); of
- onderzoeksplicht dwalende geschonden, tenzij wederpartij onjuiste inlichting geeft
mededelingsplicht schendt.
Bedreiging Art. 3:44 lid 2 j.o. lid 1 BW
RV 1: iemand beweegt ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling
RV 2: de bedreiging is onrechtmatig
RV 3a: deze persoon wordt bedreigd
RV 3b: een ander wordt bedreigd
RV 4a: met enig nadeel in persoon
RV 4b: met enig nadeel in goed
RV 5 : de bedreiging moet zodanig zijn dat redelijk oordelend mens wordt beinvloed
RV 6 : causaal verband bedreiging en verrichten rechtshandeling
Rg: bedreiging is aanwezig