Wereld waarnemen
2. EVOLUTIE
P 181-202
Evolutie = het wijzigen van kenmerken van levende wezens van generatie op generatie
Plato = mensen in de klassieke oudheid denken dat evolutie niet veranderlijk is en dus
soorten blijven ze ook hoe ze zijn, dat komt de mensen niet lang leven om te kunnen
vergelijken.
CREATIONISTEN
God schiep alle soorten
macro-evolutie (soorten kunnen niet evolueren tot nieuwe soorten dus dat mensen
en afstamen van zelfde grootouders is niet waar volgens deze thoerie)
micro-evolutie( veranderingen kunnen zich evauleren binnen een natuurlijke
variatie bv verschillende hondenrassen zijn aftsamelijk van 1 hondensoort )
Accepeten geen evolutietheorie
Fossielen (2de helft 17e eeuw): ook geschapen of zondvloedtheorie
INTELLIGENT DESIGN
• ‘Vanaf 1989 in VS
• (Goddelijke) Kracht stuurt de evolutie: intelligent ontwerper
• ‘Natuur is te complex om via toeval ontstaan te zijn’
LAMARCKISME (EN ZIJN VOORLOPERS)
Evolutie volgens Lamarck (1744-1829)
Leven onstaat telkens opnieuw (bacteriën = new kids on the block)
Evolutie tot nieuwe soorten (maar geen uitsterven)
Kleine variaties bij voortplanting
Erfelijkheid van tijdens het leven verworven kenmerken. (het milieu zorgt voor nieuwe
behoeftes aanpassingen aan lichaam door training van het lichaam).
Epigenetica = studie van omkeerbare, erfelijk overdraagbare veranderingen in het aan-
en uitzetten van genen (zonder dat er aan de genen iets verandert!)
Bv. Bacteriën beïnvloeden hun evolutie (Cairns)
Darwinisme
- 5 jaar reis met de Beagle en lande bij de galaposoeilanden
, Theorie ontstaat op basis van:
Nauwkeurige observatie o.a. tijdens reis met Beagle
Voortbouwend op ideeën anderen
Bv. Lyell: aarde gevormd door zeer trage processen soorten evolueren onmerkbaar traag
Bv. Malthus: levende wezens hebben meer nakomelingen dan haalbaar; continue strijd en
geen onbeperkte groei => strijd om te overleven, best aangepaste overleeft Binnen 1
soort: veel variatie ontstaan door TOEVAL, beperkte bronnen (bv. voedsel)
competitie = ‘struggle for life’
natuurlijke selectie: de omgeving selecteert de best aangepasten
De best aangepasten blijven over, ’survival of the fi ttest’
8. DIDACTIEK WAARNEMEN
Waarnemen=
1) gebeurt in de hersenen met fi lters die je hebt voor aspecten waar je geïnterneerd
bent
2) een vaardigheid die je moet aanleren = lln zullen moeten gericht keren waarnemen
3) aandacht vestigen op zaken
4) waarnemen is een beentje verleend , concreet inzetten van zintuigen
DIDACTISCHE CONSEQUENTIES
Om les te geven met een waarneem in moet je eerst de vraag stellen ‘kan ik hiervan iets
in werkelijkheid tonen?
Methodiek van exemplarisch werken = leren vanuit een concreet voorbeeld om samen met
de kinderen een kennis opbouwen. Een deel van deze methodiek houdt in da er daarna
transfer gemaakt wordt (= het kunnen toepassen van het geleerde in een nieuwe situatie.
BV: een les over de kip is eigenlijk een les over vogels en prooidieren waarbij transfer kan
gemaakt worden naar alle andere vogels en prooidieren.
- Handleidingen kunnen handig zijn maar kan ook veel invloeden
- Probeer te schakelen naar de beginsituatie en de kennsi van je klas
GELEID ONTDEKKEND LEREN
2. EVOLUTIE
P 181-202
Evolutie = het wijzigen van kenmerken van levende wezens van generatie op generatie
Plato = mensen in de klassieke oudheid denken dat evolutie niet veranderlijk is en dus
soorten blijven ze ook hoe ze zijn, dat komt de mensen niet lang leven om te kunnen
vergelijken.
CREATIONISTEN
God schiep alle soorten
macro-evolutie (soorten kunnen niet evolueren tot nieuwe soorten dus dat mensen
en afstamen van zelfde grootouders is niet waar volgens deze thoerie)
micro-evolutie( veranderingen kunnen zich evauleren binnen een natuurlijke
variatie bv verschillende hondenrassen zijn aftsamelijk van 1 hondensoort )
Accepeten geen evolutietheorie
Fossielen (2de helft 17e eeuw): ook geschapen of zondvloedtheorie
INTELLIGENT DESIGN
• ‘Vanaf 1989 in VS
• (Goddelijke) Kracht stuurt de evolutie: intelligent ontwerper
• ‘Natuur is te complex om via toeval ontstaan te zijn’
LAMARCKISME (EN ZIJN VOORLOPERS)
Evolutie volgens Lamarck (1744-1829)
Leven onstaat telkens opnieuw (bacteriën = new kids on the block)
Evolutie tot nieuwe soorten (maar geen uitsterven)
Kleine variaties bij voortplanting
Erfelijkheid van tijdens het leven verworven kenmerken. (het milieu zorgt voor nieuwe
behoeftes aanpassingen aan lichaam door training van het lichaam).
Epigenetica = studie van omkeerbare, erfelijk overdraagbare veranderingen in het aan-
en uitzetten van genen (zonder dat er aan de genen iets verandert!)
Bv. Bacteriën beïnvloeden hun evolutie (Cairns)
Darwinisme
- 5 jaar reis met de Beagle en lande bij de galaposoeilanden
, Theorie ontstaat op basis van:
Nauwkeurige observatie o.a. tijdens reis met Beagle
Voortbouwend op ideeën anderen
Bv. Lyell: aarde gevormd door zeer trage processen soorten evolueren onmerkbaar traag
Bv. Malthus: levende wezens hebben meer nakomelingen dan haalbaar; continue strijd en
geen onbeperkte groei => strijd om te overleven, best aangepaste overleeft Binnen 1
soort: veel variatie ontstaan door TOEVAL, beperkte bronnen (bv. voedsel)
competitie = ‘struggle for life’
natuurlijke selectie: de omgeving selecteert de best aangepasten
De best aangepasten blijven over, ’survival of the fi ttest’
8. DIDACTIEK WAARNEMEN
Waarnemen=
1) gebeurt in de hersenen met fi lters die je hebt voor aspecten waar je geïnterneerd
bent
2) een vaardigheid die je moet aanleren = lln zullen moeten gericht keren waarnemen
3) aandacht vestigen op zaken
4) waarnemen is een beentje verleend , concreet inzetten van zintuigen
DIDACTISCHE CONSEQUENTIES
Om les te geven met een waarneem in moet je eerst de vraag stellen ‘kan ik hiervan iets
in werkelijkheid tonen?
Methodiek van exemplarisch werken = leren vanuit een concreet voorbeeld om samen met
de kinderen een kennis opbouwen. Een deel van deze methodiek houdt in da er daarna
transfer gemaakt wordt (= het kunnen toepassen van het geleerde in een nieuwe situatie.
BV: een les over de kip is eigenlijk een les over vogels en prooidieren waarbij transfer kan
gemaakt worden naar alle andere vogels en prooidieren.
- Handleidingen kunnen handig zijn maar kan ook veel invloeden
- Probeer te schakelen naar de beginsituatie en de kennsi van je klas
GELEID ONTDEKKEND LEREN