seksualiteitsbeleving en
voortplanting: basis
Te kennen: PowerPoint & les (literatuur NIET), 1 vraag per deel.
Deel 1: Recht en gender
1. Seksegerelateerde stereotypen als uitdaging voor recht en
maatschappij
1.1 Recht is overal
Op straat, op een terras, in huis, in het huwelijk (regels), in bed (verboden seksuele handelingen),
bij de voortplanting (vaderschap van het kind), tijdens de seksualiteitsbeleving, sekse (verschillen
man-vrouw),…
Recht creëert geen geslacht maar het leidt ertoe dat bepaalde opties soms toch iets makkelijker zijn.
Het recht is overal:
Hoezo denken we vaak niet aan het recht? We zijn er onbewust aan onderworpen
o Het is eerder een gewoonte dan een kennis
Het recht is informatie die we vaak gewoon gekregen hebben door de gewoontes/
verwachtingen van anderen
o De informatie is belangrijk omdat het verwachtingen creëert
o Bv: je bestelt iets op café maar je krijgt het foute, je kan dat terug sturen
Het recht wordt pas bij het conflict ‘zichtbaar’
o In andere gevallen is het eerder een sluimerend bestaan
o Wanneer de verwachtingen niet ingelost worden, ontstaat er een conflict waardoor
het recht naar boven komt
Bij een conflict doen we beroep op het recht
Bv: “ik ben hier in mijn recht” DUS “jij hebt de regels niet gevolgd”
Het recht = een geheel van regels (wetten) en technieken (procedures) tot ordening (hoe
gedragen) en aansturing van bepaalde samenleving en tot oplossing van conflicten of
problemen in die samenleving
Regelingen van verhoudingen
o Recht regelt verhoudingen tussen personen (particuliere personen (=burgerlijk
recht), rechtspersonen, particulier persoon met rechtspersoon, overheid –
particuliere persoon (= publiek recht – bv: strafrecht: mogelijkheid overheid t.a.v.
burgers aflijnen), …)
o Veel recht van het publiek en strafrecht heeft als doel om de overheid te beperken
t.a.v. de burgers aangezien die veel machtiger is
1
, Bepaalde doelstellingen in een democratie als welvaartstaat:
o Scheppen van sociale orde
o Bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting
o Bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse goederen
in de SL
MAAR: wat is rechtvaardig? Hangt af van het collectieve perspectief
o Kanaliseren van sociale verandering: regels veranderen indien de maatschappij
verandert zodat er geen conflicten ontstaan
o Garanderen van ontplooiing en autonomie van burgers
1.2 Gender is overal
Genderopvattingen zijn overal waar mensen zijn
Gender = een ruim begrip dat vaak voor discussie vatbaar is. wij benoemen het als iemands
seksuele identiteit
o Geslacht = sekse
o Genderidentiteit = welk gender men zichzelf toeschrijft, hoe je je voelt
o Genderexpressie = hoe je dat gevoel veruitwendigt, uit
Bv: ‘man zijn’, MAAR zich voelen als man en daarom toch eerder als vrouw
gedrag
Bv: als man huilen? Is vaak nog onaanvaardbaar
De gendernormen zijn heel expliciet en hebben daarom een invloed op de
expressie
o Seksuele oriëntatie = op wie je valt/ verliefd wordt
Verliefd worden op & seks hebben met 2 aparte notities
o Voorplanting = de seksuele identiteit wordt vaak ook beïnvloedt in hoeverre iemand
zich wilt voortplanten
1.3 Stereotypen m.b.t. gender
A. WAT ZIJN STEREOTYPEN ?
Enkele ‘definities’:
o ‘a generalized view or preconception of attributes or charateristics possessed by, or
the roles that should be performed by, members of a particular group’ (Rebecca Cook
en Simone Cusack)
o ‘beliefs about groups of people’ (Alexandra Timmer)
o ‘a preconceived belief formed before full knowledge or evidence is available about
the attributes, characteristics or roles of a social group or subgroup’ (Veronica Birga)
(onbewust)
Je denkt dat een bepaalde groep kenmerken heeft/ gedragingen stelt TERWIJL je daar nog
niet bewust over hebt nagedacht OF geen wetenschappelijke informatie over hebt
2
, Ze kunnen… zijn:
o Beschrijvend (of descriptief) en/of normerend (of prescriptief/ voorschrijvend: hoe
iets moet zijn) en/of roltyperend (een rol beschrijven)
Het recht kan ook ingaan op die stereotypen:
Bv: moeders MOETEN zorgend zijn DUS kunnen zwaarder gestraft
worden??
o Foutief of kunnen een grond van ‘waarheid’ bevatten
Bv: vrouwen doen meer verkeersongelukken JA MAAR….
o Negatief of schijnbaar ‘positief’
Schijnbaar: duwt nog steeds in een bepaalde richting
Bv: vrouwen moeten afwassen want ze kunnen het ‘sneller’, lijkt positief
MAAR is het eigenlijk niet zo
o Overtuigingen van individuele personen
Maar ook collectieve opvattingen ≈ sociale normen dan wordt het
problematisch
B. GENDERSTEREOTYPEN :
Seksestereotypen
o Gelieerd aan het ‘vrouw’ of ‘man’ zijn
o Bv: mannen zijn sterk, niet wenen – vrouwen zijn zorgend
Genderrolstereotypen
o Gelieerd aan genderrollen
o Bv: slachtofferschap wordt vaak aan vrouwelijkheid gelieerd
Seksualiteitsstereotypen
o Gelieerd aan seksualiteitsbeleving
o Bv: mensen die weinig seks zijn, zijn ongelukkig
Intersectionele stereotypen
o ≈ ‘mix’ van stereotypen: gender en/of andere
C. WAT IS DAN STEREOTYPERING ?
Het fenomeen waarbij een stereotype toegepast wordt op een individu dat tot de (sub)groep
behoort
o Bv: onderzoek waaruit blijkt dat mannen meer verkeersdoden veroorzaken dan
vrouwen
Wanneer je dan een man ziet en er vanuit gaat dat die automatisch
gevaarlijk gaat rijden, doe je aan stereotypering
Kan bewust gebeuren, maar kan ook onbewust gebeuren
o Er zijn bv mensen die effectief denken dat vrouwen minderwaardig zijn t.o.v. van
mannen (= bewust)
o Bv: Trump: Transmensen horen niet thuis in het legen (=bewust)
o MAAR het gebeurt veel vaker onbewust, iedereen heeft vooroordelen
Gebaseerd op opvoeding, ervaringen,…
3
, De uitdaging is: u daarvan bewust worden & kritisch nagaan of dat wel écht
klopt
DUS: stereotypering = het toepassen van een stereotype op een lid van die groep
Alle vormen van (directe) discriminatie zijn vormen van stereotypering, maar niet alle
vormen van stereotypering zijn vormen van discriminatie.
o Alle gelijkaardige situaties moeten gelijk behandeld worden
EN alle ongelijke situaties moeten ook ongelijk behandeld worden
Bv: minimale lengte vereist? Gemiddeld gezien zijn mannen groter
DUS de minimale lengte moet kleiner zijn voor vrouwen
MAAR: welke gelijkenissen of verschillen zijn relevant en welke niet?
Bv: oogkleur is niet relevant, zwanger of niet is relevant
o Je doet aan discriminatie wanneer je iemand o.b.v. een verdacht criterium (bv:
geslacht), nadelig behandeld
o Discriminatie: je hebt een vooroordeel over iemand omdat die tot een bepaalde
groep behoort
o Stereotypering zonder discriminatie: bv: denken dat homo’s minder verstandig zijn
dan hetero’s MAAR als je daar niets mee doet (zoals bv: uitsluiten), dan doe je niet
aan discriminatie
D. GEVOLGEN IN DE CONTEXT VAN HET RECHT
Stereotypen zijn overtuigingen van individuele personen MAAR indien een grote groep of mensen
met macht die overtuigingen hebben, worden dat collectieve overtuigingen/ opvattingen. Dan zit je
snel bij collectieve rollen & normen. Wanneer een hele gemeenschap iets denkt over bv: vrouwen,
dan worden dat al snel sociale normen. Zo vinden die stereotypen hun weg naar het recht. Het recht
heeft als doel sociale orde creëren. Het heeft een behoudsgezinde & conservatieve kracht (het legt
dingen vast & maakt de SL minder flexibel). MAAR aan de andere kant is het recht ook een manier
om sociale verandering te kanaliseren. Wanneer het recht een systeem verandert, is men na een
tijdje het ‘eens’ met het recht en kan er een sociale verandering teweegbrengen (op een goede
manier). Het heeft dus ook een emancipatorische werking. Als er in een SL veel stereotype
opvattingen zijn over iets (bv: geslacht), zal je dat hoogstwaarschijnlijk ook terugvinden in het recht
Bv: huwelijk werd opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht, het Belgische volk maakte daar
nadien ook geen probleem meer van.
Algemene gevolgen van genderstereotypering
Ondergraaft de aanspraken of verwachtingen die vrouwen en/of personen die afwijken van
genderstereotypen formuleren t.a.v. het recht als maatschappij-ordenend systeem
o Het maakt de aanspraken die vrouwen doen op het recht minder overtuigend
Versterkt de aanspraken of verwachtingen die mannen en/of personen die conformeren aan
genderstereotypen formuleren t.a.v. het recht als maatschappij-ordenend systeem
o Het maakt verwachtingen die mannen hebben van het recht sterker
Het recht zet vast wat er al is: er was al een verschillende opvatting over mannen & vrouwen
en dat wordt dus ook vastgezet in het recht
o MAAR: niet alle vrouwen worde benadeeld en niet alle mannen zijn superieur
o Macht wordt verworven o.b.v. geslacht EN andere dingen zoals financiële status,…
4