Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages
Summary

Volledige samenvatting Bestuursrecht van Lierman

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages

Een volledige en gestructureerde samenvatting van Lierman, gebaseerd op alle (!) lessen en telkens aangevuld met het boek en de juiste codex artikelen. Door enkel deze samenvatting te leren behaalde ik een 17/20 in eerste zit.

Content preview

Bestuursrecht
Deel I: Publiekrecht in perspectief
Basisbegrippen en centrale thema’s (p. 24-25, 29-45 en 49-50)
Begrip en evolutie van het bestuur
Staatsstructuur: trias politica -> horizontale machtenscheiding: WM, RM, UM (vandaag de
dag geen strikte scheiding meer)
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht (ook lokale besturen) MAAR
meer dan ‘uitvoerende’ taken:
 Bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende inhoud
(=regels van algemene draagwijdte kunnen ook door besturen worden uitgevaardigd)
Bv. gemeentereglement
 Bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit en zijn geen
besturen: bv. Raad van State
 Ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen: bv. gunning overheidsopdracht,
aanwerving personeel
Bureaucratiemodel (= kenmerken waaraan moderne administratie moet beantwoorden) van
Max Weber (1864-1920):
 primaat van de politiek ( = voert uit wat politiek aangeeft)
 administratie voert instructies uit als willoze machine
 onderworpen aan formele regels en procedures (als bescherming van de overheid
tegen zichzelf, bv: vriendjespolitiek)
 gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen en een strikte
hiërarchie
Vandaag de dag nog kenmerken terug te vinden zoals de hiërarchie (bv: minister afhankelijk
van verschillende administraties voor het uitvoeren van beleid, ook deze administratie is
hiërarchisch) en depersonalisatie MAAR wel een gewijzigde perceptie van bureaucratie (log,
duur, niet flexibel, gebruiksonvriendelijk) -> overheid moet performanter worden ( = snel en
efficiënt)
Daarom is het overheidsapparaat steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden: openbaar vervoer, gezondheidszorg, burgerlijke stand, sociale zekerheid,
cultuur, radio en televisie, onderwijs, …
Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
 Modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap
 Verzelfstandiging door beroep op gespecialiseerde diensten en instellingen, steeds
meer besturen staan verder van de centrale overheid, bv: NMBS (zie hierna:
functionele decentralisatie)
 kerntakendebat (wat moet een overheid nog zelf doen, welke taken behoren
fundamenteel tot de overheid en welke niet?) en privatisering van overheidstaken




1

,Besturen in de gelaagde rechtsorde
Gelaagde rechtsorde: burger maakt deel uit van verschillende overheidsniveaus = verticale
machtenscheiding
Er zijn verschillende technieken van federale machtenscheiding: federalisme (autonoom)/
decentralisatie (ondergeschikt):
 Federalisme: spreiding van bevoegdheden tussen verschillende autonome
rechtsordes, decreten op gelijk niveau met formele wetten!
 Decentralisatie: centrale overheid kent taken toe aan ondergeschikte (lokale)
besturen
 Eigen rechtspersoonlijkheid
 Bestuurlijk (i.p.v. hiërarchisch) toezicht: zwakkere vorm van toezicht
 Wetten in HDN onder formele wetten
 Deconcentratie: delegatie van bepaalde taken vanuit het centrale bestuur naar lagere
instanties of ambten
 Geen aparte rechtspersoonlijkheid, onderdeel van centraal bestuur, bv. FOD (in naam
van minister)
 Hiërarchisch toezicht (lager niveau moet luisteren naar hoger niveau)

 Territoriale decentralisatie (= lokale besturen):
 Algemeen omschreven bevoegdheden
 Publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke vertegenwoordiging en
bevoegd voor bepaald grondgebied

 Functionele decentralisatie:
 Specifiek omschreven bevoegdheden
 Organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging
 Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus

 Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen!


Verhouding tussen regering en administratie
Klassieke actoren UM: Koning + regering van ministers en staatssecretarissen
In politieke wetenschap veelbeschreven spanningsveld:
 Politisering van de ambtenarij: grote gespecialiseerde en permanente equipes wegen
op het beleid
 Politieke verantwoordelijkheid rust bij minister/ regering (als bestuursinstanties zich
niet hebben gedragen zoals het hoort, zal minister verantwoordelijk worden
gehouden) -> kan leiden tot motie van wantrouwen en ontslag van minister (bv:
Wouter Beke na de crisis rond de crèches)




2

,Het beleid is in grote mate afhankelijk van de administratie, daarom technieken om controle
op administratie te behouden:
 Negentiende-eeuwse “spoils system” in de VS
= diegene die de verkiezingen wint, kan grotendeels nieuwe ambtenaren benoemen
en zich zo verzekeren van ambtenaren die getouw het beleid uitvoeren -> afgeschaft
door ‘marits’ = benoeming o.b.v. verdiensten)
 Praktijk van partijpolitisering van de administratie (steeds meer betrokken in politieke
aangelegenheden)
 Ministeriële kabinetten (beleidscellen): slaan brug tussen politiek en administratie
 Verplichting voor administratie om rekenschap af te leggen (“accountability”)
 Inzicht geven in beleid en motieven via openbaarheid van bestuur (burgers
hebben recht op inzage van bestuursdocumenten) + uitdrukkelijke motivering
 Audits, rapporten en jaarverslagen
 Zwijgplicht wordt spreekrecht of zelfs spreekplicht met
klokkenluidersbescherming
Door de gewijzigde verhouding tussen politiek en de ambtenarij (waarbij er politisering van
de administratie + bureaucratisering van de politiek = ministers hebben inde tijd voor beleid
door technische aangelegenheden) is er nu ook administratieve en tuchtrechtelijke
verantwoordelijkheid:
 Klacht van burger bij ombudsdienst wanneer burger het ergens niet mee eens
is, kan op verschillende plaatsen (steden, Vlaams en federaal niveau,
pensioen,…)
 Parlementaire onderzoekscommissie (binnen parlement worden
overheidsdiensten onderzocht, vaak door een crisis! Niet alleen de minister
maar ook de betrokken ambtenaar moet zich verantwoorden)
 Tuchtprocedure (= wanneer ambtenaar iets niet doet zoals het hoort)


Geen codificatie van het bestuursrecht
Bestuursrecht = “De regels die algemeen gelden voor de organisatie en de werking van de
bestuursorganen en -instellingen, alsook voor de beslechting van administratieve geschillen”
 Bestuursrecht is heel uitgebreid: een lappendeken dat bovendien vaak georganiseerd
is op verschillende beleidsniveaus
Er is steeds meer en meer overheidsinmenging en versnippering -> verreikende
overheidstussenkomst heeft vele oorzaken:
 Uitbouw van de sociale staat en de openbare nutsvoorzieningen vanaf midden 19 de
eeuw
 Verdere uitbouw verzorgingsstaat na de 2 de wereldoorlog (sociaal vangnet, publieke
voorzieningen, …)
 Verstedelijking en bevolkingsgroei dwong overheid tot meer planmatig omgaan met
grond en ruimte
 Industrialisering vroeg om meer overheidsingrijpen ter bescherming van veiligheid en
milieu


3

,  Rampen en crises zetten overheid aan tot noodplannen, maatregelen en verstrengd
toezicht
Veel regelgeving: bijzonder bestuursrecht (ruimtelijke ordening, overheidsopdrachten,
ambtenarenrecht, milieurecht, …) MAAR te uitgebreid voor deze cursus!
Daarom focus op het algemeen bestuursrecht:
 Bestuursbegrip en verschijningsvormen
 (Actie)middelen van het bestuur om het algemeen belang te behartigen
 Regels/ beginselen waaraan bestuur gebonden is
 Verhouding tussen de besturen onderling (bv: bestuurlijk toezicht)
 Rechtsbescherming van de burger ten aanzien van het bestuur
MAAR geen wetboek: regels zijn verspreid over supranationale normen, (grond)wetten,
reglementen, besluiten, omzendbrieven… De fundamentele beginselen en leerstukken
(intrekkingsleer) kwamen tot ontwikkeling in rechtspraak.
Veel voordelen aan codificatie: eensgezindheid (begrippen op zelfde manier begrijpen),
toegankelijkheid/rechtszekerheid, efficiëntie en tijdswinst, verankering van rechtspraak
MAAR codificatie ligt niet voor de hand, want rechtspraak is evolutief/verandert
voortdurend! In Nederland wel Algemene Wet Bestuursrecht, daar al moeilijk te realiseren
MAAR hier nog moeilijker door alle verschillende niveaus van bestuur! Op het Vlaams niveau
zijn er wel 12 decreten samengevoegd in het Bestuursdecreet (codex)


Bijzondere positie van het bestuur
Het bestuur staat hoger dan de burger omdat het het algemeen belang behartigt (optreden
van de overheid is altijd doelgebonden en bijzonder breed) + gezag uitoefent: discretionaire
(= beleidsvrijheid, geen willekeur -> behoorlijk bestuur!) <-> gebonden bevoegdheden (=
geen beleidsvrijheid)
 leidt tot een bevoorrechte positie van het bestuur (fundamentele ongelijkheid tussen
overheid en burger, het particulier belang moet wijken voor het overheidsbelang) +
bijzondere prerogatieven (bv: bijzonder statuut van overheidsgoederen, immuniteit
van uitvoering en eenzijdige bestuurlijke rechtshandelingen -> verregaande
inmenging in private of ondernemingssfeer (onteigening, belastingen heffen, een
discotheek sluiten, een omgevingsvergunning toekennen of weigeren)
Voorrechten van de bestuurlijke rechtshandeling:
 Verbindende kracht: instemming van de bestuurde is niet vereist
 Dwingende kracht (privilège du préalable)
Vermoeden van overeenstemming met het recht (instanties zijn op basis van de
grondwet bevoegd en ontlenen daaraan het gezag om eenzijdig bindende
beslissingen uit te voeren -> wij moeten gehoorzamen (protest/beroep mogelijk maar
eerst altijd gehoorzamen!)


 Uitvoerbare kracht (privilège de l’exécution d’office)

4

Document information

Study
Uploaded on
February 12, 2026
Number of pages
65
Written in
2024/2025
Type
Summary
$25.23

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
fleurdebakker1
5.0
(1)
Sold
20
Followers
0
Items
5
Last sold
1 week ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions