Pedagogie
Les 1:
Gouden weken = de weken wanneer de groepjes gevormd worden. Een
leerkracht heeft hier veel invloed op.
1.1 Pedagogisch handelen
Goede, warme band met je lln is geen evidentie.
Er gaan groepen zijn waarmee je direct een goed gevoel hebt, en
andere
Het is de taak van de leerkracht om een nieuweling in de klas zich
goed te laten voelen in de groep.
Een groep komt niet vanzelf, de leraar moeten met zichzelf kunnen
omgaan,
Geen gelijkwaardigheid, maar wel verantwoordelijkheid
Pedagogische (=opvoedkundige) rol van de leraar
Een groep komt niet vanzelf, de leraar moeten met zichzelf kunnen
omgaan,
Iedereen moet met elkaar overeen komen, maar niet iedereen kan
de beste vriend zijn.
Sommige kinderen moet je niet naast elkaar zetten (te goeie
vrienden), (altijd ruzie)
Lln moeten met zichzelf en anderen om kunnen gaan
Als leraar moet je dus een veilig leef-en leerklimaat creëren in je klas
Pedagogisch handelen
= verantwoordelijkheid van de leraar om een veilige en leerrijke
omgeving te creëren voor lln. Het gaat hierbij om het geven van
structuur en herldere verwachtingen, het motiveren van leerlingen
en creëren van bewustzijn bij leerlingen dat de groep er ook
verantwoordelijk voor is dat iedereen kan leren.
Goed pedagogisch klimaat staat of valt met het contact tss de leraar
en zijn lln.
Goed contact:
lln voelen zich veilig en kunnen actief meedoen met de les
lln voelen zich gezien, gehoord en geaccepteerd
= focus van deze cursus
, pedagogische vraag:
wat is volwassen worden? Waarom doe ik deze opleiding? Waarom
school?
1.2 doelen in het onderwijs (3)
situatie 1:
Karen begint aan de lerarenopleiding. Gelukkig heeft ze de middelbare
school goed kunnen afronden. Voor haar een opluchting, maar zeker
ook voor haar ouders. Ze heeft de afgelopen jaren aan hen gemerkt
dat ze het heel belangrijk vinden dat ze een opleiding afrondt om naar
hun zeggen ‘een goede job’ te kunnen krijgen. Ze begrijpt het wel,
maar ook niet. Wat is er belangrijk aan een goede job? Is volwassen
worden of zijn per definitie gekoppeld aan een goede job of zijn er
andere manieren om gelukkig te worden als volwassene? Zou het iets
te maken kunnen hebben met wat we in Vlaanderen gewoon vinden?
Ze ervaart dat niet alleen haar ouders, maar ook haar vrienden heel
belangrijk zijn voor haar eigen vorming. Ze vraagt zich wel af wanneer
je nu volwassen bent. Formeel voor de wet ben je dat op je 18de. Maar
met haar 18 jaar heeft ze nog wel wat te ontwikkelen … Ze kan goed
met kinderen omgaan, dat krijgt ze altijd te horen, maar om voor de
klas te staan, is wel meer nodig.
pedagogische vraag:
wat is volwassen worden? Waarom doe ik deze opleiding? Waarom
school?
1.2 doelen in het onderwijs (Biesta)
- kwalificatie
= het bepalen ve diploma waarmee je een beroep kan uitoefenen
- socialisatie
= deel uitmaken van de maatschappij
- subjectificatie
= waarmee doen we wat we doen? Waarden? (respect, behulpzaam,
beleefd)
Kinderen ondersteunen op hun weg naar volwassenheid
“een persoon worden”
Leerkracht gaat om de 100en dingen die dagelijks gebeuren, niet enkel
om de lessen die je geeft
, 1.3 Wat is een pedagogische situatie?
Situatie 2:
Sam is 9 jaar geworden. Zijn klastraktatie bestaat uit blokjes kaas en
salami en hij biedt het de leraar als eerste aan. De juf is veganist en
weigert de traktatie. Sam gaat rond bij de andere klasgenoten. Het
populaire kind in de klas zit vooraan. Hij weigert de traktatie ook. Sam
gaat naar het volgende kind. Die weigert ook. Twintig van de dertig
leerlingen weigeren daarna de traktatie.
Kinderen wisten niet dat de juf veganistisch was en de kinderen apen
de juf na, want zij heeft een voorbeeldfunctie
Kettingreactie:
Elke actie dat de leraar doet zorgt voor een reactie van de kinderen.
Vb. situatie 2
Actie: traktatie
Reactie: juf weigert populair kind weigert veel klasgenoten
weigeren
= systeem
Situatie 3:
- Zeg je tegen je leerlingen dat ze niet mogen eten in de klas met
een kop koffie in je hand? Dat is pedagogiek.
- Troost je een kind dat gevallen is op de speelplaats? Dat is
pedagogiek.
- Zeg je ‘nu even niet’ als een kind je iets wil vragen terwijl je met
een collega staat te praten? Dat is pedagogiek.
De situatie wanneer jij de verantwoordelijk bent, het zijn de kleine
dingen waar jij invloed op hebt.
Opvoedkunde = het reageren of niet reageren op een bepaalde
situatie, het opvoeden doe je zonder dat je het beseft soms.
Pedagogiek = wanner grijp je in, wanneer niet bij een conflict tussen
kinderen, wanneer geef je je aandacht aan een kind en wanneer
niet.
Les 1:
Gouden weken = de weken wanneer de groepjes gevormd worden. Een
leerkracht heeft hier veel invloed op.
1.1 Pedagogisch handelen
Goede, warme band met je lln is geen evidentie.
Er gaan groepen zijn waarmee je direct een goed gevoel hebt, en
andere
Het is de taak van de leerkracht om een nieuweling in de klas zich
goed te laten voelen in de groep.
Een groep komt niet vanzelf, de leraar moeten met zichzelf kunnen
omgaan,
Geen gelijkwaardigheid, maar wel verantwoordelijkheid
Pedagogische (=opvoedkundige) rol van de leraar
Een groep komt niet vanzelf, de leraar moeten met zichzelf kunnen
omgaan,
Iedereen moet met elkaar overeen komen, maar niet iedereen kan
de beste vriend zijn.
Sommige kinderen moet je niet naast elkaar zetten (te goeie
vrienden), (altijd ruzie)
Lln moeten met zichzelf en anderen om kunnen gaan
Als leraar moet je dus een veilig leef-en leerklimaat creëren in je klas
Pedagogisch handelen
= verantwoordelijkheid van de leraar om een veilige en leerrijke
omgeving te creëren voor lln. Het gaat hierbij om het geven van
structuur en herldere verwachtingen, het motiveren van leerlingen
en creëren van bewustzijn bij leerlingen dat de groep er ook
verantwoordelijk voor is dat iedereen kan leren.
Goed pedagogisch klimaat staat of valt met het contact tss de leraar
en zijn lln.
Goed contact:
lln voelen zich veilig en kunnen actief meedoen met de les
lln voelen zich gezien, gehoord en geaccepteerd
= focus van deze cursus
, pedagogische vraag:
wat is volwassen worden? Waarom doe ik deze opleiding? Waarom
school?
1.2 doelen in het onderwijs (3)
situatie 1:
Karen begint aan de lerarenopleiding. Gelukkig heeft ze de middelbare
school goed kunnen afronden. Voor haar een opluchting, maar zeker
ook voor haar ouders. Ze heeft de afgelopen jaren aan hen gemerkt
dat ze het heel belangrijk vinden dat ze een opleiding afrondt om naar
hun zeggen ‘een goede job’ te kunnen krijgen. Ze begrijpt het wel,
maar ook niet. Wat is er belangrijk aan een goede job? Is volwassen
worden of zijn per definitie gekoppeld aan een goede job of zijn er
andere manieren om gelukkig te worden als volwassene? Zou het iets
te maken kunnen hebben met wat we in Vlaanderen gewoon vinden?
Ze ervaart dat niet alleen haar ouders, maar ook haar vrienden heel
belangrijk zijn voor haar eigen vorming. Ze vraagt zich wel af wanneer
je nu volwassen bent. Formeel voor de wet ben je dat op je 18de. Maar
met haar 18 jaar heeft ze nog wel wat te ontwikkelen … Ze kan goed
met kinderen omgaan, dat krijgt ze altijd te horen, maar om voor de
klas te staan, is wel meer nodig.
pedagogische vraag:
wat is volwassen worden? Waarom doe ik deze opleiding? Waarom
school?
1.2 doelen in het onderwijs (Biesta)
- kwalificatie
= het bepalen ve diploma waarmee je een beroep kan uitoefenen
- socialisatie
= deel uitmaken van de maatschappij
- subjectificatie
= waarmee doen we wat we doen? Waarden? (respect, behulpzaam,
beleefd)
Kinderen ondersteunen op hun weg naar volwassenheid
“een persoon worden”
Leerkracht gaat om de 100en dingen die dagelijks gebeuren, niet enkel
om de lessen die je geeft
, 1.3 Wat is een pedagogische situatie?
Situatie 2:
Sam is 9 jaar geworden. Zijn klastraktatie bestaat uit blokjes kaas en
salami en hij biedt het de leraar als eerste aan. De juf is veganist en
weigert de traktatie. Sam gaat rond bij de andere klasgenoten. Het
populaire kind in de klas zit vooraan. Hij weigert de traktatie ook. Sam
gaat naar het volgende kind. Die weigert ook. Twintig van de dertig
leerlingen weigeren daarna de traktatie.
Kinderen wisten niet dat de juf veganistisch was en de kinderen apen
de juf na, want zij heeft een voorbeeldfunctie
Kettingreactie:
Elke actie dat de leraar doet zorgt voor een reactie van de kinderen.
Vb. situatie 2
Actie: traktatie
Reactie: juf weigert populair kind weigert veel klasgenoten
weigeren
= systeem
Situatie 3:
- Zeg je tegen je leerlingen dat ze niet mogen eten in de klas met
een kop koffie in je hand? Dat is pedagogiek.
- Troost je een kind dat gevallen is op de speelplaats? Dat is
pedagogiek.
- Zeg je ‘nu even niet’ als een kind je iets wil vragen terwijl je met
een collega staat te praten? Dat is pedagogiek.
De situatie wanneer jij de verantwoordelijk bent, het zijn de kleine
dingen waar jij invloed op hebt.
Opvoedkunde = het reageren of niet reageren op een bepaalde
situatie, het opvoeden doe je zonder dat je het beseft soms.
Pedagogiek = wanner grijp je in, wanneer niet bij een conflict tussen
kinderen, wanneer geef je je aandacht aan een kind en wanneer
niet.