H9 Memories attention, and consiousness
Ons geheugen is de hele dag actief bezig met het verwerken van prikkels. Deze prikkels
bereiken ons via onze zintuigen en de bijbehorende informatie stapelt zich voortdurend op in
ons cognitieve systeem.
Om te voorkomen dat we overspoeld raken door deze hoeveelheid informatie, maken we
gebruik van aandacht. Aandacht fungeert als een filtermechanisme: het selecteert welke
prikkels verder worden verwerkt en welke worden genegeerd. Informatie waar geen aandacht
aan wordt besteed, gaat doorgaans verloren.
Leren vindt plaats wanneer informatie wordt opgeslagen in het geheugen. Dit geheugen heeft
vervolgens invloed op toekomstig gedrag, doordat eerdere ervaringen en kennis worden
gebruikt om nieuwe situaties te begrijpen en erop te reageren.
We verzamelen informatie uit twee belangrijke bronnen:
1. Zintuigen, die ons directe informatie geven over de omgeving.
2. Langetermijngeheugen, waarin kennis en ervaringen uit het verleden zijn opgeslagen.
Het informatieverwerkingsmodel van de geest
Het informatieverwerkingsmodel (figuur 9.1, p. 312) beschrijft hoe informatie door het
cognitieve systeem stroomt. Binnen dit model worden drie hoofdcomponenten onderscheiden:
1. Zintuiglijk geheugen
Dit geheugen slaat zintuiglijke informatie zeer kort op. Alleen informatie waar aandacht
aan wordt besteed, gaat door naar het volgende stadium.
2. Kortetermijn- of werkgeheugen
In dit geheugen wordt informatie tijdelijk vastgehouden en actief verwerkt. Het
werkgeheugen speelt een centrale rol in bewust denken, redeneren en
probleemoplossen.
3. Langetermijngeheugen
Hier wordt informatie langdurig opgeslagen in de vorm van kennis, ervaringen en
vaardigheden, die later weer kunnen worden opgehaald.
Samen vormen deze drie componenten de basis van hoe mensen informatie waarnemen,
verwerken, onthouden en gebruiken.
1.Zintuigelijk geheugen:
• -Wordt puur beïnvloed door zintuigelijke input.
Internal
, • -Korte termijn
• -Prikkels waar we aandacht aan geven, worden doorgegeven aan
kortetermijngeheugen.
(informatie waar geen aandacht voor is, gaat verloren)
Voorbeeld: je partner vraagt, heb je me wel gehoord? En je herhaalt de laatste 2 woorden.
Kortetermijn- / Werkgeheugen Langetermijngeheugen
Bewerken van informatie (encoding) Duurzame opslag van informatie
Aandacht is nodig Aandacht speelt geen rol
Actieve herhaling van informatie Informatie is buiten het bewustzijn
Herhaalde informatie kan worden opgeslagen in Informatie verschijnt pas weer in het
het langetermijngeheugen bewustzijn bij terughalen
Terughalen gebeurt via het kortetermijn-
—
/werkgeheugen
— Een deel van de informatie gaat verloren
Encoderen en ophalen van informatie
Encoding (encoderen) is het proces waarbij informatie wordt overgebracht van het
kortetermijn- of werkgeheugen naar het langetermijngeheugen.
Retrieval (ophalen) is het omgekeerde proces: informatie wordt vanuit het
langetermijngeheugen teruggehaald naar het werkgeheugen, bijvoorbeeld wanneer je tijdens
een tentamen een antwoord probeert te herinneren.
Onderzoek laat zien dat bij moeilijke geheugentaken de glucoseconsumptie in de hersenen
hoger is. Dit wijst erop dat intensief leren en diep verwerken van informatie meer energie kost
dan oppervlakkige verwerking.
Automatische versus gecontroleerde (effortful) processen
Automatische processen
Automatische processen verlopen:
• Zonder bewuste aandacht
• Parallel aan andere taken
Internal
, • Zonder verbetering door oefening
• Onafhankelijk van intelligentie of motivatie
Een klassiek voorbeeld is spraakverwerking: we begrijpen gesproken taal automatisch.
Effortful processen
Effortful processen:
• Vereisen bewuste aandacht
• Interfereren met andere taken
• Verbeteren door oefening en herhaling
• Worden beïnvloed door intelligentie en motivatie
Een voorbeeld is autorijden tijdens het leren, vooral in het begin.
Dual-processing theorie
Volgens de dual-processing theorie verwerken mensen informatie via twee systemen:
1. Automatisch denken: snel, onbewust en moeiteloos
2. Gecontroleerd (effortful) denken: langzaam, bewust en aandacht-afhankelijk
Bij probleemoplossing werken deze systemen samen, maar het automatische systeem treedt
altijd eerst in werking.
Stroop-interferentie-effect
Het Stroop-effect laat zien dat automatische processen moeilijk te onderdrukken zijn. Wanneer
je het woord “blauw” moet benoemen dat in rode inkt is geschreven, kost dit meer tijd dan
wanneer kleur en woord overeenkomen.
Dit toont aan dat informatie eerst via het snelle, automatische systeem wordt verwerkt, waarna
pas bewuste controle volgt. Het automatische systeem kan niet worden “uitgezet”.
Preattentieve verwerking
Preattentive processing is een vroege fase van informatieverwerking waarin zintuiglijke
kenmerken zoals kleur, vorm, grootte en beweging zonder bewuste inspanning worden
geanalyseerd.
Internal
, Deze fase vergelijkt nieuwe prikkels met eerdere ervaringen die zijn opgeslagen in het korte- en
langetermijngeheugen om te bepalen of verdere aandacht nodig is.
Top-down controle van aandacht
Top-down controle verwijst naar het vermogen van de hersenen om aandacht te sturen op
basis van doelen, verwachtingen en voorkennis, in plaats van louter te reageren op opvallende
prikkels uit de omgeving. Dit proces wordt vooral gereguleerd door de prefrontale cortex.
Aandacht als poort van het bewustzijn
Selectief luisteren: het cocktailparty-fenomeen
Het cocktailparty-fenomeen beschrijft ons vermogen om relevante informatie (zoals het horen
van onze eigen naam) op te pikken terwijl we andere informatie bewust negeren, bijvoorbeeld
tijdens een druk gesprek.
Laboratoriumonderzoek
• Twee boodschappen worden tegelijk aangeboden
• De proefpersoon moet één boodschap herhalen
• Dit lukt vooral als de stemmen fysiek verschillen (bijvoorbeeld hoog vs. laag)
• De genegeerde boodschap kan niet worden herhaald
• Toch herkennen mensen kenmerken zoals geslacht van de spreker
• De eigen naam wordt vaak wél opgemerkt
Dit laat zien dat genegeerde informatie op een onbewust niveau toch verwerkt wordt.
In termen van het informatieverwerkingsmodel bereiken alle stemmen het sensorisch
geheugen, maar slechts één stroom wordt geselecteerd en doorgestuurd naar het
werkgeheugen. Aandacht fungeert hier als poortwachter van het bewustzijn.
Inattentional blindness
Inattentional blindness is het fenomeen waarbij mensen een duidelijke stimulus missen omdat
hun aandacht ergens anders op gericht is. Wat je bekijkt zonder aandacht, zie je niet bewust.
Een bekend experiment toont een gorilla die door het beeld loopt terwijl deelnemers mensen
moeten tellen; ongeveer 50% mist de gorilla volledig.
Internal
Ons geheugen is de hele dag actief bezig met het verwerken van prikkels. Deze prikkels
bereiken ons via onze zintuigen en de bijbehorende informatie stapelt zich voortdurend op in
ons cognitieve systeem.
Om te voorkomen dat we overspoeld raken door deze hoeveelheid informatie, maken we
gebruik van aandacht. Aandacht fungeert als een filtermechanisme: het selecteert welke
prikkels verder worden verwerkt en welke worden genegeerd. Informatie waar geen aandacht
aan wordt besteed, gaat doorgaans verloren.
Leren vindt plaats wanneer informatie wordt opgeslagen in het geheugen. Dit geheugen heeft
vervolgens invloed op toekomstig gedrag, doordat eerdere ervaringen en kennis worden
gebruikt om nieuwe situaties te begrijpen en erop te reageren.
We verzamelen informatie uit twee belangrijke bronnen:
1. Zintuigen, die ons directe informatie geven over de omgeving.
2. Langetermijngeheugen, waarin kennis en ervaringen uit het verleden zijn opgeslagen.
Het informatieverwerkingsmodel van de geest
Het informatieverwerkingsmodel (figuur 9.1, p. 312) beschrijft hoe informatie door het
cognitieve systeem stroomt. Binnen dit model worden drie hoofdcomponenten onderscheiden:
1. Zintuiglijk geheugen
Dit geheugen slaat zintuiglijke informatie zeer kort op. Alleen informatie waar aandacht
aan wordt besteed, gaat door naar het volgende stadium.
2. Kortetermijn- of werkgeheugen
In dit geheugen wordt informatie tijdelijk vastgehouden en actief verwerkt. Het
werkgeheugen speelt een centrale rol in bewust denken, redeneren en
probleemoplossen.
3. Langetermijngeheugen
Hier wordt informatie langdurig opgeslagen in de vorm van kennis, ervaringen en
vaardigheden, die later weer kunnen worden opgehaald.
Samen vormen deze drie componenten de basis van hoe mensen informatie waarnemen,
verwerken, onthouden en gebruiken.
1.Zintuigelijk geheugen:
• -Wordt puur beïnvloed door zintuigelijke input.
Internal
, • -Korte termijn
• -Prikkels waar we aandacht aan geven, worden doorgegeven aan
kortetermijngeheugen.
(informatie waar geen aandacht voor is, gaat verloren)
Voorbeeld: je partner vraagt, heb je me wel gehoord? En je herhaalt de laatste 2 woorden.
Kortetermijn- / Werkgeheugen Langetermijngeheugen
Bewerken van informatie (encoding) Duurzame opslag van informatie
Aandacht is nodig Aandacht speelt geen rol
Actieve herhaling van informatie Informatie is buiten het bewustzijn
Herhaalde informatie kan worden opgeslagen in Informatie verschijnt pas weer in het
het langetermijngeheugen bewustzijn bij terughalen
Terughalen gebeurt via het kortetermijn-
—
/werkgeheugen
— Een deel van de informatie gaat verloren
Encoderen en ophalen van informatie
Encoding (encoderen) is het proces waarbij informatie wordt overgebracht van het
kortetermijn- of werkgeheugen naar het langetermijngeheugen.
Retrieval (ophalen) is het omgekeerde proces: informatie wordt vanuit het
langetermijngeheugen teruggehaald naar het werkgeheugen, bijvoorbeeld wanneer je tijdens
een tentamen een antwoord probeert te herinneren.
Onderzoek laat zien dat bij moeilijke geheugentaken de glucoseconsumptie in de hersenen
hoger is. Dit wijst erop dat intensief leren en diep verwerken van informatie meer energie kost
dan oppervlakkige verwerking.
Automatische versus gecontroleerde (effortful) processen
Automatische processen
Automatische processen verlopen:
• Zonder bewuste aandacht
• Parallel aan andere taken
Internal
, • Zonder verbetering door oefening
• Onafhankelijk van intelligentie of motivatie
Een klassiek voorbeeld is spraakverwerking: we begrijpen gesproken taal automatisch.
Effortful processen
Effortful processen:
• Vereisen bewuste aandacht
• Interfereren met andere taken
• Verbeteren door oefening en herhaling
• Worden beïnvloed door intelligentie en motivatie
Een voorbeeld is autorijden tijdens het leren, vooral in het begin.
Dual-processing theorie
Volgens de dual-processing theorie verwerken mensen informatie via twee systemen:
1. Automatisch denken: snel, onbewust en moeiteloos
2. Gecontroleerd (effortful) denken: langzaam, bewust en aandacht-afhankelijk
Bij probleemoplossing werken deze systemen samen, maar het automatische systeem treedt
altijd eerst in werking.
Stroop-interferentie-effect
Het Stroop-effect laat zien dat automatische processen moeilijk te onderdrukken zijn. Wanneer
je het woord “blauw” moet benoemen dat in rode inkt is geschreven, kost dit meer tijd dan
wanneer kleur en woord overeenkomen.
Dit toont aan dat informatie eerst via het snelle, automatische systeem wordt verwerkt, waarna
pas bewuste controle volgt. Het automatische systeem kan niet worden “uitgezet”.
Preattentieve verwerking
Preattentive processing is een vroege fase van informatieverwerking waarin zintuiglijke
kenmerken zoals kleur, vorm, grootte en beweging zonder bewuste inspanning worden
geanalyseerd.
Internal
, Deze fase vergelijkt nieuwe prikkels met eerdere ervaringen die zijn opgeslagen in het korte- en
langetermijngeheugen om te bepalen of verdere aandacht nodig is.
Top-down controle van aandacht
Top-down controle verwijst naar het vermogen van de hersenen om aandacht te sturen op
basis van doelen, verwachtingen en voorkennis, in plaats van louter te reageren op opvallende
prikkels uit de omgeving. Dit proces wordt vooral gereguleerd door de prefrontale cortex.
Aandacht als poort van het bewustzijn
Selectief luisteren: het cocktailparty-fenomeen
Het cocktailparty-fenomeen beschrijft ons vermogen om relevante informatie (zoals het horen
van onze eigen naam) op te pikken terwijl we andere informatie bewust negeren, bijvoorbeeld
tijdens een druk gesprek.
Laboratoriumonderzoek
• Twee boodschappen worden tegelijk aangeboden
• De proefpersoon moet één boodschap herhalen
• Dit lukt vooral als de stemmen fysiek verschillen (bijvoorbeeld hoog vs. laag)
• De genegeerde boodschap kan niet worden herhaald
• Toch herkennen mensen kenmerken zoals geslacht van de spreker
• De eigen naam wordt vaak wél opgemerkt
Dit laat zien dat genegeerde informatie op een onbewust niveau toch verwerkt wordt.
In termen van het informatieverwerkingsmodel bereiken alle stemmen het sensorisch
geheugen, maar slechts één stroom wordt geselecteerd en doorgestuurd naar het
werkgeheugen. Aandacht fungeert hier als poortwachter van het bewustzijn.
Inattentional blindness
Inattentional blindness is het fenomeen waarbij mensen een duidelijke stimulus missen omdat
hun aandacht ergens anders op gericht is. Wat je bekijkt zonder aandacht, zie je niet bewust.
Een bekend experiment toont een gorilla die door het beeld loopt terwijl deelnemers mensen
moeten tellen; ongeveer 50% mist de gorilla volledig.
Internal