Beleidswetenschappen
Verplichte literatuur bij elke les
5 vragen op kennis en 10 uitgebreide vragen zoals toepassingen op casus
(examen telt 75%)
Groepsopdracht na de hoorcolleges
DEEL I
1 Wat is beleidswetenschap?
1.1 Geschiedenis van beleid
Etymologie van het woord ‘beleid’:
Beleid < Middeleeuws Nederlanse werkwoord ‘beleiden’
Beleiden = doen gaan, aanvoeren
Beleider = iemand die doet gaan, aanvoerder, iemand die den stoot aan
iets geeft, aanstoker
Beleid heeft een zeer brede betekenis:
Regering
Manier van doen, wijze van omgang met personen
Beheer van zaken, bevelvoering
Prudentie, bedachtzaamheid
19e eeuw wordt het woord niet meer gebruikt
20e-21e heropleving, onderzoek waarom het woord nodig is en waarom het een
succes heeft
Heropleving:
Politiek = ‘handelswijze van een staatsman’
o = tweeslachtig: goede – slechte staatslieden
Gevoelswaarde
o Beleid: zakelijkheid, deskundigheid, objectiviteit, consensus
o Politiek: controverse, partijdigheid, manipulatie, opportunisme
Waarom gebruiken we het zo veel?
Contrast politiek
Politiek is iemand die kan beslissen die manipuleert in eigen voordeel
Beleid is meer objectief/neutraal
Bestuur is nog neutraler
Waarom is het een succes?
2 evoluties
1) Evolutie van nomocratie naar teocratie
o Nomocratie: grenzen stellen en dan mag iedereen vrij zijn
1
,Beleidswetenschappen
o Teleocratie: meer gelijkheid creëren in praktijk grootste macht bij
regering
o Liberale rechtsstaat: regeren door wetten
o Sociale verzorgingsstaat: regeren door doelstellingen
2) Paradox van moderne samenleving
o 2 trends in samenleving
o Ene is sociale atomisering (we voelen ons minder deel in geheel)
In samenleving is er minder samenhang
o Gegeneraliseerde verafhankelijking
Samenleving is ingewikkelder geworden meer regels
wie legt deze op? Waarom zou ik deze volgen?
Ruimte voor overheid als ‘beleider’ van de samenleving
1.2 Nood aan overheidsbeleid
We willen chaos vermijden en organiseren
Sturing van overheid (2 functies):
Maatschappij verkeer op vreedzame en voorspelbare manier laten
verlopen
Maatschappij veranderingen teweegbrengen: “overheid moet iets doen”
Je wilt ergens naartoe gaan (gendergelijkheid bjiv.)
Alternatieve sturingsvormen
1e vorm = maatschappelijke zelfsturing
Hebben veel geld of steun dus kunnen iets laten gebeuren
Voorbeelden: ziekenhuizen, buren die zelf een buurwacht doen na inbraak
zonder wetgeving, gewone afspraak onderling
Organisaties kunnen maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden
Vrijwillig en op basis van rationele argumenten
Geen wettelijke taak, wél cruciale hulpbronnen
3 voorwaarden van zelfsturing
Profijt door deelname: zelfsturing draagt per saldo bij aan de zekerheid,
veiligheid, efficiëntie en/of gelijkheid
Gemeenschap is in staat freeriders uit te sluiten
Handelingen die voortvloeien uit de maatschappelijke zelfsturing vallen
binnen de wettelijke kaders: geen sprake van externe effecten die het
duurzame karakter van het verband bedreigen door overheidsinterventie
Elke samenleving streeft naar 4 zaken
Zekerheid
Veiligheid
Efficiëntie
2
,Beleidswetenschappen
Rechtvaardige gelijkheid
Graad van bijdrage moet even groot zijn
Geen freeriders
Moet binnen wettelijk kader blijven (bv. Als je bij burgerwacht een inbreker
betrapt, wat kan je dan doen?)
In praktijk dus moeilijk uit te voeren
2e vorm = wisselwerking tussen overheid en middenveld
Overheid heeft geld en wetten
Middenveld heeft steun en netwerken om dingen uit te voeren
Belangen moeten samenlopen anders werkt het niet
Doelstellingen overheden & maatschappelijke organisaties lopen parallel
Complementair:
Overheid: regels uitvaardigen en belastingsgeld ter beschikking stellen
Middenveld: vertrouwen bij achterban en implementatiecapaciteit
o =>Overheid zet grote lijnen uit en voorziet middelen, particuliere
organisaties doen de concrete invulling en uitvoering
Niet echt toepasbaar want belangen zijn anders
3e vorm = sturing door markt
Vraag en aanbod
Maatschappelijke problemen oplossen door marktprikkels en concurrentie
Voorwaarde: markt werkt optimaal als er voldoende aanbieders zijn
Consumenten kiezen vrij in welke mate ze goederen of diensten tegen een
bepaald prijs- en kwaliteitsniveau willen consumeren
o ⇒ Markt stuurt niet doelbewust, maar schept situatie waarbij
burgers en bedrijven hun activiteiten ‘spontaan’ op elkaar
afstemmen
o ⇒ Overheid bewaakt de marktwerking
Waarom hebben we de overheid dan nog nodig?
Laatste vorm is enkel goed als iedereen macht heeft op de markt
Arme en oude mensen zijn niet interessant op de markt dus worden
weggedrukt
5 redenen voor overheidsinterventie omdat er defecten zijn in de markt
Reden 1: preventie van monopolies en kartels
Probleem overheid
o Willen ze wel echt een vrije markt?
o Overheid heeft weinig macht over multinationals
3
, Beleidswetenschappen
Belangrijke voorwaarde voor goede marktwerking = voeldoende
aanbieders
Monopolies of marktkartels tasten consumentensovereiniteit aan
o ⇒ Hogere prijs en/of mindere kwaliteit
Overheid kan reageren door anti-kartelwetgeving en toezicht op fusering
en overnames
o Vb Europese Commissie & Europees Hof van Justitie
Reden 2: productie collectieve goederen
Iedereen kan het gebruiken ook als ze niet hebben bijgedragen
Probleem overheid
o Keuze van politiek wat echt collectief is en wat niet
o Hoe moet je dat collectief dan doorvoeren je moet bedrijf
oprichten dat weer monopolisering is
o Bijv. UK treinen privatiseren niemand wilt de niet populaire lijnen
nemen want is niet rendabel, Gent – Brussel – Antwerpen zou heel
populair zijn maar de rest wordt verwaarloosd
Collectieve goederen = goederen die – eenmaal geproduceerd – door
iedereen kunnen gebruikt worden
Free-riding (cfr. Hardin (1967): Tragedy of the Commons)
Economisch niet aantrekkelijk
DIA 19
Reden 3: regulering van externe effecten
Milieu en omstandigheden van mensen die de kleren maken in
bijvoorbeeld kledingwinkels
Overheid moet milieuwetgeving inlassen en zo
Probleem overheid
o Productiekost zou stijgen van kleren door milieu en omstandigheden
van mensen te compenseren
Vrije markt: groot aanbod van goederen en diensten
Neveneffecten die QoL negatief beïnvloeden
Reden 4: beheersing van bemoeigoederen
Bijv. balletvoorstellingen, bibliotheken, …
Door te weinig subsidies
Merit goods’: markt produceert deze goederen (prijs is hoog en aanbod
geconcentreerd in steden)
Demerited goods: overheid heeft liever dat we die niet zoveel consumeren,
wordt wel goedkoop gemaakt en verkocht accijnzen
o Bijv. wapens en alcohol
Probleem overheid
o Cultuursector lage prijs zodat iedereen er naartoe kan gaan
Burgers reageren op beleid
Overheidsinterventie op bemoeigoederen = politieke keuze
4
Verplichte literatuur bij elke les
5 vragen op kennis en 10 uitgebreide vragen zoals toepassingen op casus
(examen telt 75%)
Groepsopdracht na de hoorcolleges
DEEL I
1 Wat is beleidswetenschap?
1.1 Geschiedenis van beleid
Etymologie van het woord ‘beleid’:
Beleid < Middeleeuws Nederlanse werkwoord ‘beleiden’
Beleiden = doen gaan, aanvoeren
Beleider = iemand die doet gaan, aanvoerder, iemand die den stoot aan
iets geeft, aanstoker
Beleid heeft een zeer brede betekenis:
Regering
Manier van doen, wijze van omgang met personen
Beheer van zaken, bevelvoering
Prudentie, bedachtzaamheid
19e eeuw wordt het woord niet meer gebruikt
20e-21e heropleving, onderzoek waarom het woord nodig is en waarom het een
succes heeft
Heropleving:
Politiek = ‘handelswijze van een staatsman’
o = tweeslachtig: goede – slechte staatslieden
Gevoelswaarde
o Beleid: zakelijkheid, deskundigheid, objectiviteit, consensus
o Politiek: controverse, partijdigheid, manipulatie, opportunisme
Waarom gebruiken we het zo veel?
Contrast politiek
Politiek is iemand die kan beslissen die manipuleert in eigen voordeel
Beleid is meer objectief/neutraal
Bestuur is nog neutraler
Waarom is het een succes?
2 evoluties
1) Evolutie van nomocratie naar teocratie
o Nomocratie: grenzen stellen en dan mag iedereen vrij zijn
1
,Beleidswetenschappen
o Teleocratie: meer gelijkheid creëren in praktijk grootste macht bij
regering
o Liberale rechtsstaat: regeren door wetten
o Sociale verzorgingsstaat: regeren door doelstellingen
2) Paradox van moderne samenleving
o 2 trends in samenleving
o Ene is sociale atomisering (we voelen ons minder deel in geheel)
In samenleving is er minder samenhang
o Gegeneraliseerde verafhankelijking
Samenleving is ingewikkelder geworden meer regels
wie legt deze op? Waarom zou ik deze volgen?
Ruimte voor overheid als ‘beleider’ van de samenleving
1.2 Nood aan overheidsbeleid
We willen chaos vermijden en organiseren
Sturing van overheid (2 functies):
Maatschappij verkeer op vreedzame en voorspelbare manier laten
verlopen
Maatschappij veranderingen teweegbrengen: “overheid moet iets doen”
Je wilt ergens naartoe gaan (gendergelijkheid bjiv.)
Alternatieve sturingsvormen
1e vorm = maatschappelijke zelfsturing
Hebben veel geld of steun dus kunnen iets laten gebeuren
Voorbeelden: ziekenhuizen, buren die zelf een buurwacht doen na inbraak
zonder wetgeving, gewone afspraak onderling
Organisaties kunnen maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden
Vrijwillig en op basis van rationele argumenten
Geen wettelijke taak, wél cruciale hulpbronnen
3 voorwaarden van zelfsturing
Profijt door deelname: zelfsturing draagt per saldo bij aan de zekerheid,
veiligheid, efficiëntie en/of gelijkheid
Gemeenschap is in staat freeriders uit te sluiten
Handelingen die voortvloeien uit de maatschappelijke zelfsturing vallen
binnen de wettelijke kaders: geen sprake van externe effecten die het
duurzame karakter van het verband bedreigen door overheidsinterventie
Elke samenleving streeft naar 4 zaken
Zekerheid
Veiligheid
Efficiëntie
2
,Beleidswetenschappen
Rechtvaardige gelijkheid
Graad van bijdrage moet even groot zijn
Geen freeriders
Moet binnen wettelijk kader blijven (bv. Als je bij burgerwacht een inbreker
betrapt, wat kan je dan doen?)
In praktijk dus moeilijk uit te voeren
2e vorm = wisselwerking tussen overheid en middenveld
Overheid heeft geld en wetten
Middenveld heeft steun en netwerken om dingen uit te voeren
Belangen moeten samenlopen anders werkt het niet
Doelstellingen overheden & maatschappelijke organisaties lopen parallel
Complementair:
Overheid: regels uitvaardigen en belastingsgeld ter beschikking stellen
Middenveld: vertrouwen bij achterban en implementatiecapaciteit
o =>Overheid zet grote lijnen uit en voorziet middelen, particuliere
organisaties doen de concrete invulling en uitvoering
Niet echt toepasbaar want belangen zijn anders
3e vorm = sturing door markt
Vraag en aanbod
Maatschappelijke problemen oplossen door marktprikkels en concurrentie
Voorwaarde: markt werkt optimaal als er voldoende aanbieders zijn
Consumenten kiezen vrij in welke mate ze goederen of diensten tegen een
bepaald prijs- en kwaliteitsniveau willen consumeren
o ⇒ Markt stuurt niet doelbewust, maar schept situatie waarbij
burgers en bedrijven hun activiteiten ‘spontaan’ op elkaar
afstemmen
o ⇒ Overheid bewaakt de marktwerking
Waarom hebben we de overheid dan nog nodig?
Laatste vorm is enkel goed als iedereen macht heeft op de markt
Arme en oude mensen zijn niet interessant op de markt dus worden
weggedrukt
5 redenen voor overheidsinterventie omdat er defecten zijn in de markt
Reden 1: preventie van monopolies en kartels
Probleem overheid
o Willen ze wel echt een vrije markt?
o Overheid heeft weinig macht over multinationals
3
, Beleidswetenschappen
Belangrijke voorwaarde voor goede marktwerking = voeldoende
aanbieders
Monopolies of marktkartels tasten consumentensovereiniteit aan
o ⇒ Hogere prijs en/of mindere kwaliteit
Overheid kan reageren door anti-kartelwetgeving en toezicht op fusering
en overnames
o Vb Europese Commissie & Europees Hof van Justitie
Reden 2: productie collectieve goederen
Iedereen kan het gebruiken ook als ze niet hebben bijgedragen
Probleem overheid
o Keuze van politiek wat echt collectief is en wat niet
o Hoe moet je dat collectief dan doorvoeren je moet bedrijf
oprichten dat weer monopolisering is
o Bijv. UK treinen privatiseren niemand wilt de niet populaire lijnen
nemen want is niet rendabel, Gent – Brussel – Antwerpen zou heel
populair zijn maar de rest wordt verwaarloosd
Collectieve goederen = goederen die – eenmaal geproduceerd – door
iedereen kunnen gebruikt worden
Free-riding (cfr. Hardin (1967): Tragedy of the Commons)
Economisch niet aantrekkelijk
DIA 19
Reden 3: regulering van externe effecten
Milieu en omstandigheden van mensen die de kleren maken in
bijvoorbeeld kledingwinkels
Overheid moet milieuwetgeving inlassen en zo
Probleem overheid
o Productiekost zou stijgen van kleren door milieu en omstandigheden
van mensen te compenseren
Vrije markt: groot aanbod van goederen en diensten
Neveneffecten die QoL negatief beïnvloeden
Reden 4: beheersing van bemoeigoederen
Bijv. balletvoorstellingen, bibliotheken, …
Door te weinig subsidies
Merit goods’: markt produceert deze goederen (prijs is hoog en aanbod
geconcentreerd in steden)
Demerited goods: overheid heeft liever dat we die niet zoveel consumeren,
wordt wel goedkoop gemaakt en verkocht accijnzen
o Bijv. wapens en alcohol
Probleem overheid
o Cultuursector lage prijs zodat iedereen er naartoe kan gaan
Burgers reageren op beleid
Overheidsinterventie op bemoeigoederen = politieke keuze
4