MODULE 1 - de leef- en belevingswereld
model van het kind
verbondenheid: met vrienden, leerkrachten, …
competenties: iets zelf kunnen, wat kan het kind
autonomie: zelfstandig zijn/leren
waarderen: opkijken
ondersteunen: andere manieren van begeleiden
vertrouwen: zelf uitstralen, kind ook
uitdagen: sommig hebben meer uitdaging nodig,
ook zij moeten vooruit geraken
thuiscontext: thuissituatie, ouders, broers/zussen
school: onder andere de leerkracht
peers: klasgenoten, maar ook leeftijdsgenoten
buurt: woonplaats, …
maatschappij en mensbeeld: hoe kijken wij naar opvoeding en onderwijs (anders dan in
andere werelddelen)
1. De leef- en belevingswereld
leefwereld
- verschillende milieus waarin iemand opgroeit
- invloeden
- de buitenkant
- interesses
belevingswereld
- fantasie
- de binnenkant
- hoe beleeft het kind iets
- emoties & dromen
ELK KIND HEEFT ANDERE ERVARINGEN, EIGEN LEEFWERELD NIET ALS
REFERENTIEKADER GEBRUIKEN
vroeger vs nu
- schermen
- druk op kinderen
- zo veel opties (hobbies, studiekeuze, …)
- roldoorbrekende tekeningen/ verhalen (bv. mama/papa →alle ouders)
OEFENING THUIS
→ video DIA 18 & OPDRACHT 1 dia 20 (ander document)
De leefwereld van het kind - Jitse Van Neste OLO1C1
, 2. Het kind in de thuiscontext
OPDRACHT 2
- thuissituatie
- cultuur (bv ramadan en suikerfeest)
- financieel
- sociaal domein
- religie (in welke mate is het belangrijk)
- etniciteit (land van herkomst, geloof, taal, …)
definitie diversiteit
https://www.watwat.be/identiteit/wat-diversiteit
OPDRACHT 3
⇒ niet alles is wat het lijkt
thuiscontext vs gezin
- niet gezin = te traditioneel (mama, papa, 2 kindjes)
- thuiscontext = verbondenheid, veiligheid, begrip, …
Gezinsleden zijn degene die door geboorte, adoptie, huwelijk of een commitment van
solidariteit, diepe persoonlijke bindingen hebben en die op elkaar mogen en kunnen rekenen
voor het geven en ontvangen van steun van welke aard dan ook, voor zover mogelijk en
vooral in tijd van nood (Levine, 1990).
soorten relaties
ouder - kind
- irritaties
- conflicten (taakjes, niet willen eten, bedtijd)
- goeie band
1. loyaliteit
- als het gedrag vh kind veranderd, dan zal er iets achter zitten →onderzoeken
- geen verbondenheid thuis, compenseren op school
- beide ouders laten komen op oudercontact (alles doorsturen naar beide)
- kind = loyaal, NOOIT laten kiezen tussen ouders of jou
De leefwereld van het kind - Jitse Van Neste OLO1C1
, 2. streefdoelen opvoeding
- normen en waarden aanleren
- voor zichzelf zorgen → zelfstandigheid
- helikopterouders = overbeschermend, niet interessant want ze leren niet uit
hun fouten
3. ervaring ouders (die je had als kind)
- doorgeven
- doorbreken
- invloed stress →valt vaak terug op gewoontes
4. gezin & omgeving
- contact met andere gezinnen (sportclub, school, buurt, …)
- schermtijd (tijdslimiet, straf, controle op content, gemak →gsm geven, lak of
strenge regels, verbod op bepaalde apps)
5. opvoedingsstijlen
- verticaal= invloed
- horizontaal = nabijheid (tegenover het kind)
controlerende stijl
regels belangrijker dan relatie met kind
zeer streng
aansturende stijl
de regels zijn belangrijk,
maar er kan over gediscussieerd worden
laat-maar-waaien stijl
ouders trekken zich niks aan van
wat het kind doet
begeleidende stijl
minder controle, meer streven naar
een goede band
casus Kobe (kennen examen)
vader = laat maar waaien stijl
moeder = begeleidende stijl
kinderen onderling
- aantal kinderen
- plaats in de rij
- leeftijdsverschil
- geslacht
- verschillende ervaringen
- veilige oefenplek (je zus blijft je zus)
- persoonlijkheid van het kind
De leefwereld van het kind - Jitse Van Neste OLO1C1